In Proza on
14 March 2010 tagged alfred birney, gitaar, Indisch, indo, java, Muziek, verhaal closed comments
(2) Verplicht meubelstuk

Er zat geen gitaar in mijn vaders hutkoffer op zijn bootreis van Java naar Holland in 1950. Zo snel mogelijk na aankomst schafte hij een goedkoop ding van triplex aan, in mijn ogen een pronkjuweel, en hing het aan de muur. Mijn vader speelde niet veel. Ik herinner me maar één avond waarop ik met mijn broertjes en zusjes rond hem op bed zat om te zingen van de stencils die hij in een strenge ordner bewaarde.
Hij speelde niets uit het volksrepertoire van zijn moederland. Terang Bulan. Nina Bobo. Bengawan Solo. Niets van dat. Zijn favoriete liedjes kwamen van Jim Reeves, een Amerikaanse zanger die in de jaren vijftig populair was onder Indo’s, vanwege zijn zoetheid en weemoed. Verder ordinaire Amerikaanse liedjes, die hij ongetwijfeld van zijn geallieerde makkers moest hebben geleerd, zoals South of the Border, waarin de bezongen liefde in Mexico woont. Mexico! Mijn vader koesterde The American Dream, maar zijn hart ging uit naar Mexico, misschien omdat hij dacht dat hij daar als Indo minder zou opvallen.
Met zijn verleden op Java, zijn struggle in Holland en zijn droom in Mexico moest hij toch een sterk motief hebben om gitaar te spelen? Maar ik hoorde vaker geratel van de hamertjes uit zijn schrijfmachine komen dan muziek uit het klankgat van zijn gitaar.
Misschien speelde hij wel stilletjes, zodat we het niet hoorden. Soms zag ik dat zijn gitaar van de muur was gehaald en dus ergens in de slaapkamer moest staan. Het was verboden zijn gitaar aan te raken. Ze was nauwelijks een instrument, eerder een meubelstuk en ze kreeg die behandeling ook: regelmatig werd ze in de teakolie gezet, nogal fnuikend voor de hals, die door het vocht krom ging trekken.
Als ik eens het streng verboden gebied van mijn ouders slaapkamer betrad, viel ik op mijn knieën voor het instrument, pakte voorzichtig de hals vast zodat de gitaar niet om zou vallen en liet mijn duim zachtjes langs de snaren gaan. Die vreemde moderne gitaarstemming was betoverend en angstaanjagend tegelijk. E A D G B E… díe stemming, zo anders dan de harmonieuze krontjong- of Hawaiian-stemmingen. De klank van die open snaren roept zelfs nu nog de herinnering in mij op aan de oorlogsboeken die rond het bed van mijn ouders lagen opgestapeld, en aan die koude mariniersdolk onder zijn hoofdkussen voor als de een of andere Indonesische vrijheidsstrijder ’s nachts uit de lucht kwam vallen om hem de strot door te snijden om wat hij had gedaan, dáár, ooit, op Java.
De gitaar was een verplicht meubelstuk, omdat elke Indo nu eenmaal zo’n ding moest hebben. Dat wist ik toen niet. Ik verlangde naar de muziek uit het klankgat, als zalving voor de bloederige oorlogsverhalen die mijn nimmer zwijgende vader avond aan avond door de huiskamer liet galmen. Waarom hield die man nooit eens op met zijn slachtoffers te tellen? Waarom zweeg hij niet en speelde hij niet gewoon gitaar, zoals zijn vrienden deden? Waarom beantwoordde hij niet gewoon aan het cliché van de Indo?
Meulenhoff, 2006: Indisch leven in Nederland
Fragment uit het verhaal Op gevoel
Copyright © 2006 Alfred Birney
Bestel deze geïllusteerde anthologie: BolCom
In Proza on
13 March 2010 tagged birney, birnie, gitaar, indo, indonesiër, japan, java, oorlog, Soerabaja closed comments
Mijn vader A. Birnie/Birney links op de foto, zonder gitaar +/- 1948

(1) Een gitaar gesneuveld
Als jongeman zag mijn vader in Soerabaja de Vliegende Sigaren van de Japanse luchtmacht zijn ouderlijk huis aan puin bombarderen, hij zag Japanse soldaten burgers onthoofden, hij werd gemarteld wegens sabotage in dienst van het zogenoemde Vernielingskorps en in een ijzeren kist onder de brandende zon te smoren gelegd, hij zag Japanse soldaten Australische krijgsgevangenen in open bamboekisten aan de haaien voeren, hij zag Punjabi-soldaten in Engelse dienst Japanse soldaten besluipen en ze de strot doorsnijden, hij hoorde over de dood van een neef aan de Birma-spoorlijn, hij hoorde hoe zijn lievelingsoom door Japanse soldaten was doodgemarteld op het landgoed van zijn vaders familie, hij verraadde de Japanse vriend van zijn zuster, die als animeermeisje aan de kost kwam, hij wees de geallieerden de weg in de hitte van de Javaanse Oosthoek, waar opstandige Indonesiërs ondersteboven hangend aan de enkels werden verhoord terwijl hij optrad als tolk en de schrijfmachine hanteerde, hij hielp de geallieerden met het platbranden van desa’s, hij zag brandende opstandige jongelingen schreeuwend van de pijn hun eenvoudige huisjes uit rennen en overhoop geschoten worden, hij leerde schieten en doorzeefde op een treinstation een vrouw en zuigeling, achter wie een Javaanse vrijheidsstrijder zich had verscholen, hij kreeg als hoofd van de afdeling Verhoor van Gevangenen in Djember de hardnekkigste zwijgers aan het praten, hij reed met een pantserwagen op een landmijn en stortte tachtig meter een ravijn in, hij kreeg het bevel van een Hollandse adjudant om het transport te begeleiden van 100 gevangenen van de stadsgevangenis van Djember naar het station Wonokromo en mocht aan het einde van de veertien uur durende rit 46 lijken van gestikte mensen uit de goederentrein slepen, hij vond een Indo-vriend terug die zichzelf voor zijn kop had geschoten nadat hij had ontdekt dat zijn meisje met een Hollandse soldaat het bed had gedeeld, hij maakte tijdens de Bersiap-tijd jongens af met wie hij nog een appeltje te schillen had, maar het ergst van alles vond hij dat tijdens de Eerste Politionele Actie de hals van zijn gitaar brak.
Het gebeurde tijdens het passeren van twee elkaar tegemoetkomende convooien. Iemand hield de loop van zijn mitrailleur niet binnenboord en hij de hals van zijn gitaar niet. De mitrailleur was van onbekende makelij, de gitaar een originele Amerikaanse Gibson, de droom van elke Indo, een instrument waar alle grootheden op speelden, een juweel waarvoor je zelfs het mooiste meisje uit de stad zou inruilen.
De gitaar had hem en zijn kornuiten vergezeld en zo lang zij leefde, leek de oorlog op een gezellig schoolreisje: beetje rondlopen, beetje keten, beetje kanen, lekker krontjongen in de desa en gluren naar de vrouwen die zich wassen in de rivier, al die schelmenverhalen die ik als kleine jongen avond na avond van hem moest aanhoren. Maar als die gitaar nou niet was gesneuveld, had ze dan mensenlevens kunnen sparen?
Ik bedoel: je verhoort een gevangene en je ziet hem aldoor gluren naar je gitaar. Dan vraag je hem wat te spelen en hij speelt de sterren van de hemel. Martel je zo’n jongen dan nog het leven uit?
Meulenhoff, 2006: Indisch leven in Nederland
Fragment uit het verhaal Op gevoel
Copyright © 2006 Alfred Birney
Bestel deze geïllusteerde anthologie: BolCom
In Yournael on
12 March 2010 tagged indische, indo, Indonesië, Nederland, pasar malam, postkoloniaal, roman, schrijven, schrijver closed comments
Pasar malam betekent avondmarkt. In Indonesië vind je ze waar je maar komt. De Nederlandse evenknie heet Braderie en vindt plaats in de middag. Pasar malams in Nederland vind je ook overal, het hele jaar door, maar deze festivals hebben doorgaans een diepere betekenis dan de avondmarkten in Indonesië. Op Nederlandse pasar malams ontmoeten mensen uit Indische kringen elkaar, er is altijd muziek en soms worden er films vertoond, vinden er lezingen plaats enzovoort. De grootste pasar malam van de wereld was de Pasar Malam Besar, die onlangs werd omgedoopt naar Tong Tong Fair om zo de nadruk op het culturele aspect van de Indische cultuur te leggen in de hoop om niet voor de zoveelste keer als een grootschalig eetfestijn te worden afgeschilderd.
De naam Tong Tong komt van het gelijknamige tijdschrift onder aanvoering van Tjalie Robinson, ooit geheten Onze Brug en thans bekend onder de naam Moesson. Hoe dat allemaal zit met die naamsveranderingen, dat moet u mij maar niet vragen, ik vind het al ingewikkeld zat om ze ook maar neer te pennen. De genoemde namen brengen bij sommigen van de oudere generatie Indo’s en/of Indische mensen nog altijd heftige reacties teweeg, onder wie bij Geraldine Brückel-Lang.
Naar de smaak van Geraldine krijgt haar schoonmoeder Mary Brückel-Beiten te weinig credits in de biografie Tjalie Robinson, biografie van een Indo-schrijver (2008) van Wim Willems. Nou vind ik dat zelf nogal meevallen, ik herinner me althans niet te hebben gelezen dat Wim Willems zijn held Tjalie Robinson als de oprichter van de Pasar Malam Besar/Tong Tong Festival heeft neergezet. Hij zet hem veeleer neer als voortrekker van de Indische gemeenschap in Nederland. Dat hij daarin soms wat ver gaat – bijvoorbeeld door op het podium van Crossing Border te beweren dat de Indische gemeenschap niet had kunnen bestaan zonder Tjalie Robinson – maakt nu even niet uit.
Hoewel de biografie van Wim Willems in de eerste plaats over Tjalie Robinson gaat en niet over postkoloniaal Nederland, vindt Geraldine Brückel-Lang dat de aandacht van de biograaf voor haar schoonmoeder Mary Brückel-Beiten niet ver genoeg gaan. Daarom heeft ze een alleraardigste reader gemaakt: een plak- en knipselboek van de rol die Mary Brückel speelde in de vroegste jaren van postkoloniaal Nederland. Het laat zien hoe Mary al pasar malams organiseerde voordat Tjalie er ook maar aan dacht, onder meer door afdrukken van brieven tussen beiden. De reader is tweetalig en bestaat veelal uit krantenknipsels en fotokopieën van brieven in het Nederlands en de Engelse vertalingen ernaast. Lekker voer voor biografen, al is Mary’s rol niet echt onbekend in Nederland. Niet alles wordt door Geraldine vertaald, zoals de volgende wel zeer smakelijke passage uit een brief van Tjalie aan Mary:
Ik heb nog altijd zo’n stille hoop (of onbewezen overtuiging) dat je nog eens gaat schrijven. Ik heb je opmerkzaam gadegeslagen; ook je omgeving; ook je werk. Je hebt meer van het leven meegemaakt dan b.v. Maria Dermoût, die een heel lieve vriendin van me is, of Hella Haasse, die niet schrijven kan. Of Anna Blaman, die te veel moet opblazen omdat er in werkelijkheid te veel leegte is in haar.
Tjalie schrijft ook nog dat ze daarbij niet direct moet denken aan zoiets als de roman: Let op mijn woorden: de tijd van de roman is voorbij… (1958)
Geïnteresseerden in Geraldine’s boekje over de moeder van de pasar malams in Nederland kunnen haar mailen: wimbruck@telus.net (Canada). Koningin Beatrix kreeg er eentje gratis. U natuurlijk niet
In Mixed on
8 March 2010 tagged Indisch, pasar malam, tong tong fair closed 1 comment
Het nieuws van het Nederlands Indisch Cultureel Centrum blijkt wat mank te gaan onder zuivere informatie en steunt bij nader inzien te veel op geruchten. Er staat namelijk wel een Indonesië-paviljoen op de aanstaande Tong Tong Fair. Alleen staat de Ambassade er niet. Verder is de Pasar Malam Indonesia met zijn 3500 vierkante meter ten opzichte van de 20.000 vierkante meter van de Tong Tong Fair met een toegangsprijs van 5 euro eerder duur te noemen. Gedetailleerde informatie ontbreekt verder, omdat er momenteel eenvoudigweg geen enkele informatie uit de eerste hand op het internet te vinden is. Een vergelijking met een van de vele Pasar Malams die het hele jaar door in het hele land te vinden zijn, zou beter op zijn plaats zijn.
In Blog on
8 March 2010 tagged Indisch, indo, Indonesië, pasar malam, tong tong fair closed comments
Volgens het Nederlands Indisch Cultureel Centrum krijgt Den Haag er een tweede Pasar bij. Van donderdag 1 tot en met maandag 5 april 2010 organiseert de Indonesische Ambassade in Den Haag een eigen Pasar Malam Indonesia. Vijf dagen, analoog aan de Indonesische panca sila. Dat is niet niks.
De Indonesische Ambassade zou zich met het Indonesië paviljoen van de Tong Tong Fair hebben teruggetrokken om met een eigen festival te komen, met uitsluitend Indonesische stands en producten. Men wil de emotionele banden die de mensen in Nederland met Indonesië hebben versterken. Een woordvoerder deelde mee dat het gaat om originele en betaalbare producten en originele warungs. Wat dat met emotionele banden te maken heeft, is op zijn minst vaag te noemen.
De Pasar Malam Indonesia, die minder commercieel zou zijn, wordt net als de oude Pasar Malam Besar / de huidige Tong Tong Fair gehouden op het Malieveld en heeft een oppervlakte van 3500 m2. Het Indonesië paviljoen, de vorige locatie dus op de Tong Tong Fair, besloeg een oppervlakte van bijna 1000 m2.
De vraag is of Tong Tong Fair voorheen Pasar Malam Besar met deze ontwikkeling blij moet zijn. Deze organisatie verliest immers een grote standhouder. Bovendien zijn er nog altijd mensen die eenvoudigweg niet aan de nieuwe naam – Tong Tong Fair – gewend zijn. Het is de bedoeling van de Tong Tong Fair om de aandacht en het accent van het festival op de cultuur te leggen. Dat is te begrijpen, maar veel mensen komen toch voor de gezelligheid, je kunt ze de diepere cultuuruitingen niet door de strot duwen.
De naamsverandering van de Pasar Malam Besar stuitte overal op weerstand. De naam was duidelijk genoeg: de grootste Pasar Malam ter wereld. Die bestaat nu feitelijk niet meer. De organisatie houdt voet bij stuk en heeft er niet voor gekozen de naam alsnog terug te draaien. Of de Tong Tong fair daarmee zijn eigen graf heeft gegraven zal de toekomst uitwijzen.
Aan de Pasar Malam Indonesia is een “Miss Indonesisch” verkiezing gekoppeld. Dat zet, voorlopig, de trend. Maar als deze Pasar Malam een succes wordt en zich gaat uitbreiden met minder voor de hand liggende culturele projecten, dan krijg je wederom een strijd tussen Indonesiërs en Indo’s. Een culturele, zonder kogels en bajonetten maar met veel haat en nijd.
De entree begint verrassend laag. Voor slechts € 5,00 kun je er de hele dag rondstruinen. Vreemd is dat verdere gegevens nog ontbreken, een maand voordat het festival van start gaat.
* Lees de update over dit bericht!
In Mixed on
6 March 2010 tagged boek, koloniale, literatuur, nederlands-indië, schrijver closed comments
Dit jaar is het 150 jaar geleden dat het overgewaardeerde boek Max Havelaar van Multatuli verscheen. E.M. Beekman schonk overdreven veel literatuurhistorische aandacht aan dat boek in zijn Paradijzen van weleer. Koloniale literatuur uit Nederlands-Indië, 1600-1950 (een stompzinnige neokoloniale vertaling van Troubled Pleasures. Dutch Colonial Literature from the East Indies, 1600-1950). Tevens is het 100 jaar geleden dat het Multatuli Genootschap werd opgericht. Naar aanleiding hiervan organiseert het Genootschap dit jaar vele activiteiten, zowel in Nederland als in België.
De hertaling voor analfabeten van DE Max Havelaar door Gijsbert van Es is inmiddels in iedere goede boekhandel verkrijgbaar en in enkele kranten fijn afgekraakt. Het is een paperback, 319 pagina’s en de prijs is € 10,00.
Bovendien wordt ter gelegenheid van 150 jaar Max Havelaar een bijzondere munt geslagen, die half mei in omloop zal worden gebracht. Er komt een verzilverde munt van € 5,00 die via de postkantoren en de agentschappen verkrijgbaar zal zijn. Voor de verzamelaars komt er een zilveren munt van € 5,00 in cassette ad € 32,95. Tenslotte komt er een gouden munt van € 10,00, die in een cassette € 277,95 moet gaan kosten.
Hier krijg ik toch even meêlij met Eduard Douwes Dekker, die zo arm was als de hel maar aan wie uitgevers miljoenen hebben verdiend.
2010 wordt een bijzonder jaar, nog afschuwelijker dan het Mozart-jaar, gerelateerd aan een afschuwelijk boek van een hysterische en narcistische schrijver. Als u nodig meer informatie wilt, dan verwijs ik u ongraag naar de website multatuli right now. Donald Duck heeft evenwel ook een eigen domein.
In Blog on
28 February 2010 tagged boek, manuscript, novelle, rivier de ijssel closed comments
De eerste correcties van mijn nieuwe novelle Rivier de IJssel heb ik verwerkt. Het manuscript gaat komende week naar een tweede corrector. Als alles meezit – gezondheid, geen gedoe aan mijn hoofd, onvoorziene toestanden rond uitgever en drukker – moet het boek half maart in productie kunnen. Presentaties beginnen dan een maand later: medio april. Locaties zijn nog niet bekend. Ik denk aan Amsterdam, Deventer en Den Haag.
In Blog on
28 February 2010 tagged Indonesië, verhaal closed comments
De reisgids, waaraan ik met een roadshow-verhaal mijn medewerking verleende nadert zijn voltooiing. Reisgids Indonesië – oorlogsplekken 1942 – 1949 en de bijbehorende website zullen ten doop worden gehouden / aangeboden worden op maandag 17 mei. Plaats: Amsterdam. Locatie: nog niet bekend. Nadere gegevens volgen in april.
In Blog on
21 February 2010 tagged alfred birney, dans, gerard mosterd, Indisch, indonesisch, Muziek closed comments

Een lichaam dat langzaam zijn eigen Europees-Aziatische identiteit ontdekt – het is de perfecte opmaat voor een multimediaal dansstuk waarin gebroken wordt met de ‘van huis uit’ frontaal gerichte, tweedimensionale Indonesische theaterstijl. Choreograaf en theatermaker Gerard Mosterd liet zich voor Ketuk Tilu inspireren door de muziek- en dansstijl jaipongan, die ontstond als reactie op het verbod op de westerse, dus ‘foute’, rock ‘n roll. Maar zoals dat gaat: verboden vruchten zijn onweerstaanbaar! Gerard Mosterd mixt de sensuele jaipongan met eigentijdse dans en met teksten van de Indische auteur Alfred Birney.
Concept – Choreografie Gerard Mosterd
Teksten Alfred Birney
Muziek Paul Goodman, Pak Gugum Gumbira
Live video Christian Chierego, David Hartono, Tristan Gieler
Dansers Julia Mitomi, Leroy Dodson, Aafke de Jong
[Integrale tekst flyer]
Speellijst:
2010
6 februari KIT Tropentheater Amsterdam
9 februari Vrijthof Theater AINSI Maastricht
19 februari De Regentes Den Haag
—
5 maart Theater Achterom Hilversum
11 maart Het Kruithuis Groningen
27 maart Krater Theater Amsterdam ZO
1 april Theater de Lieve Vrouw Amersfoort
24 september Pindakaas Festival Leiden
In Blog on
18 February 2010 tagged novelle, rivier de ijssel closed comments
Mijn nieuwe novelle Rivier de IJssel nadert de voltooiing. De opmerkingen van de redacteur zijn door mij verwerkt en gisteren kreeg ik de eerste correcties binnen. Ik werk met twee correctoren. De eerste bekijkt de tekst binnen de context, de tweede legt hem onder een vergrootglas. Ik heb nog twaalf dagen. Dat wordt hard werken. Hier is het voorlopige omslag. De ontwerpster stoeit nog wat met de kleurdiepte en de tinten.

© Alfred Birney online: 12