Rivier de Lossie
Update (1e post 1 mei):
Rivier de Lossie is Alfred Birney’s literaire comeback na een periode van columns, recensies, verhalen en artikelen schrijven naast redactiewerk en ghostwriting. Het boek is fraai uitgevoerd, gebonden met stofomslag, en is te bestellen bij AKO, Bol.com, Boek.net (gratis verzending!), Boox.nl (gratis verzending!), Bruna, Central Point (gratis verzending!), Cosmox (gratis verzending!) , Libris, NLStore (gratis verzending!), Selexyz, Van Stockum of kijk bij Beslist en vergelijk prijzen en levertijden.
Hoe komen drie benen op een wapenschild terecht en meer dan duizend jaar later op het etiket van een ketjapfles? Waardoor worden mensen soms dagenlang achtervolgd door hetzelfde lied? Waarom zijn het zo vaak onbekenden die ons heel anders naar de dingen laten kijken? Vragen uit de sfeervolle novelle Rivier de Lossie, die zich afspeelt in Schotland in de beginjaren negentig van de vorige eeuw. Een Nederlandse folkgitarist is er op zoek naar zijn Schots-Aziatische voorgeschiedenis. Tegen het decor van leisteen en voortspoedend water ontmoet hij een betoverende vrouw die hij uit een ballade uit zijn vroegere repertoire meent te herkennen. Maar wie is zij in werkelijkheid? Rond hun kortstondige samenzijn spelen thema’s die altijd actueel zijn: oorlog, migratie, afkomst, de fascinatie voor het onbekende en het noodlot.
Een clandestiene folkclub lag ergens boven in een hoekhuis in het Renbaankwartier, waar je de zee kon ruiken. Er was geen alcohol of marihuana, wel hete soep. Schaakborden, gedempte conversaties. Op een barkruk zat een jongen met een bebrild vollemaansgezicht, varkenslijf en worstvingers geweldig gitaar te spelen. De jongen zong in het Gaelic. Ik verstond hem niet maar begon een land te missen waar ik nog nooit geweest was.
‘Ook de Nederlandse literatuur heeft haar geheimen. Een van de best bewaarde heet Alfred Birney. Dit is uiterst verfijnd proza – tastbaar en tegelijk ongrijpbaar als water, een stille kracht in de Nederlandse literatuur.’
Dat schreef de Standaard der Letteren eens over Alfred Birney, zoon van een Nederlandse moeder en een Indo-Chinese vader met Schotse wortels. Veelvuldig terugkerende motieven in zijn literaire werk zijn vervreemding van familie, voortdurend raadselen in verband hiermee oplossen en het onvermogen tot identificatie met moederland of vaderland.
…werkelijk prachtig verteld - Michiel van Kempen in Caribisch uitzicht.
…een aangename ontdekking - Ricco van Nierop in De Rescensent.
Lees een interview van Floor de Booys in Den Haag Centraal.
Beluister een streamed radio-interview over Rivier de Lossie.
Rivier de Lossie is een novelle geworden zoals alleen Alfred Birney die kan schrijven. Economisch geschreven als het is, staat er geen woord teveel. Maar wat er staat klinkt nog lang na herlezing door. - Ezra de Haan in Literatuurplein.nl.
Een aanrader? Ja. - Ed Caffin in Indisch3.0.
…werkelijk mooi en beeldend proza. - Patrick Wouters in Moesson.
…subtiele vertelling… - Jan-Hendrik Bakker in AD Haagsche Courant.
Meer dan geslaagde rentree… meesterlijk… een prachtige novelle - Biblion.
Lees een interview van Kirsten Vos in Archipel Magazine.
Foto: Ernst Jansz staat klaar om The Ferryman’s Daughter van Donovan te vertolken op Alfred Birney’s presentatie van Rivier de Lossie. Amsterdam: boekhandel Schreurs en De Groot, 29 mei 2009.



China is hot. Tibet is cold, ook wanneer er toeristen worden toegelaten. De grote Chinese leider Mao liet ruim een halve eeuw terug twee wegen aanleggen naar de woeste hoogten van een van de geheimzinnigste gebieden ter wereld. Voor elke kilometer viel een arbeider dood neer, maar een kniesoor die daar op lette. Wat hadden de Chinezen eigenlijk te zoeken in dat hoge, bijkans onherbergzame Tibet met zijn gevreesde hoogteziekte, die alleen Tibetanen kunnen weerstaan?
Elk mens stelt zich weleens zijn begrafenis voor. Dat neem ik aan, ik heb er nooit iemand naar gevraagd. De een droomt zich een crematie met serene muziek, de ander een klassieke begrafenis met een fanfare, een derde ziet zijn as in een ruimtesonde rond de aarde cirkelen. Ikzelf ben wat beducht voor de oven van een crematorium, stel je voor dat je toch nog even wakker wordt, dan lig je toch maar mooi in de hel te branden. En tijd is relatief, zoals u weet. In een kist onder de grond lijkt me ook al niks, daarvoor heb ik te veel Edgar Allan Poe gelezen in mijn jonge jaren. Ik stelde me eens voor dat mij een onheuglijke tijding was bereikt van een ongeneeslijke ziekte. Ik had nog maar drie maanden te leven. Zoiets. Wat zou ik doen? Ik zou een enkele reis naar Indonesië nemen en daar de rimboe opzoeken om er te sterven, liefst zo dicht mogelijk bij de krokodillen. Dan hadden zij aan mij een lekker hapje, niemand zou mij ooit terugzien en eh… ja, mijn dood zou een eeuwig raadsel blijven. Een dood zónder begrafenis dus.
In het kielzog van Lizzy van Leeuwen met Ons Indisch erfgoed volgt Ulbe Bosma met Terug uit de koloniën. De eerste bood ons een uitgebreide blik op Indisch Nederland van na de Tweede Wereldoorlog tot op heden. Ulbe Bosma verdiept die periode door heel postkoloniaal Nederland onder de loep te nemen. Naast Indo’s komen Molukkers, Surinamers, Antillianen en Arubanen aan bod. Vergeleken met ex-koloniale mogendheden, zoals Engeland en Frankrijk, is het “postkoloniale debat” in Nederland nooit van de grond gekomen. Wij spreken liever van het “multiculturele drama” en zoomen dan in op de “arbeidsmigranten”. Bosma maakt wel uitstapjes naar die groep, maar blijft verder stevig bij de les. Met zijn brede kennis is het soms jongleren en koorddansen geblazen. Toch weet hij een interessant en hopelijk invloedrijk verhaal te maken van wat Nederland bij voorkeur onder het tapijt zou vegen.