Alfred Birney boeken, columns, essays, artikelen, weblog

logo alfred birney

Auteur    Boeken    Publicaties    Archief    Contact   

Het verloren lied 20

radio-antenne We verhuisden midden in de zomervakantie, ik was negen geworden, we vertrokken geloof ik met huurschuld, misschien omdat grootvaders toelage weg was gevallen, er werd geheimzinnig over gedaan.

Ons nieuwe huis lag in een blok naoorlogse portiekwoningen aan een asfaltweg met uitzicht op weilanden. In de verte de rotte onderkaak van Loosduinen onder een wispelturige hemel. Op de weilanden graasden paarden, geen koeien. Tussen de asfaltweg en het grasland liep een brede, modderige strook waar een reusachtige onzichtbare hand een lawine van enorme keien had doen neerkomen, ooit. Ze strekten zich uit zo ver mijn oog links en rechts reikte vanachter mijn slaapkamerraam. De jongens uit de straat noemden ze `de rotsen’, ik hoorde hun stemmen door mijn open raam komen terwijl ik speelde op mijn mondharmonica.

Meer lezen over de jaren zestig volgens Alfred Birney? Het boek telt 248 fragmenten over 320 bladzijden. Bestel het bij: BolCom

Share on Facebook

Het verloren lied 19

radio-antenne Maria en ik liepen altijd samen naar school, tot elkaar veroordeeld, elk zonder enig broertje of zusje, uitzonderlijk in die tijd van grote gezinnen. Vanuit onze donkere portiekwoning kon je het witte houten gebouw met de grote ramen zien liggen, er liep een pad naar toe met halverwege een boogbruggetje.

We werden in het oog gehouden door haar moeder: ze keek ons na tot we voorbij de kruising waren en sloot dan pas de vitrages.

Op de kruising lieten kinderen zwaaiend met hun stopbordjes de auto’s voor de oversteekplaatsen wachten. Maria hoopte dat wij spoedig aan de beurt zouden zijn, de lerares telde wekelijks de lessenaars af. Zij zou als klaar-over een oranje hesje dragen, ik een koppelriem waarin ik mijn stopbordje kon wegsteken.

Maar die dag zou niet komen. Er kwam een andere, waarop ik haar iets vertellen moest. Maria treuzelde, bleef steeds even staan om haar kniekousen op te trekken. Ik had mijn mondharmonica niet bij me, ik zou niet meer voor haar spelen. Ik bedacht dat zij nooit eens een geheim had om met me te delen. Maar ik had er een, mijn familie zat vol geheimen, al wist ik dat zelf nog niet.

Ik had iets nieuws over mijn grootvader te horen gekregen, we hoefden ons geen zorgen meer te maken over verdwijning, hoe iemand er opeens niet meer is terwijl die op een of andere manier toch heel dichtbij kan zijn. Grootvader was niet verdwenen, hij werd alleen vermist.

Vermist.

Dat was het verschil. Hij was als vermist opgegeven. Dat betekende dat hij nog altijd ergens was, niet zo vreemd dichtbij in de schaduwen van de nacht. Verdwijnen betekende niet meer zichtbaar zijn, vermissen betekende dat iemand afwezig is. Zoiets. Men geloofde dat hij weer in levenden lijve gevonden kon worden, ergens aan de andere kant van de oceaan, in Indonesië.

Ik vertelde Maria van het geheim.

Ze hoorde me met open mond aan. In verwondering, bewondering. Ja. Maar ze trok alleen haar kniekousen op en liep zwijgend verder.

Toen zei ik dat we zouden gaan verhuizen.

Ze hield haar pas in, vroeg of het waar was, echt waar.
`Ja,’ zei ik en ze zette het op een lopen, het witte boogbruggetje over.

Meer lezen over de jaren zestig volgens Alfred Birney?
Bestel het boek bij: BolCom

Share on Facebook

Het verloren lied 18

radio-antenne

Op een keer liet ik Maria de noten horen die misschien in de buurt kwamen van het lied dat ik ooit hoorde. Ik verzon er iets achteraan en vroeg of ze het mooi vond.
Ze knikte.
Ik maakte er een raadseltje van in de ijdele hoop dat ze met de oplossing kon komen.
`Jij hebt niks lekkers te verloten,’ zei ze, `dus ik zeg niks.’
`Maar weet je het dan wel?’
Ze zweeg en keek een poosje strak naar de portiekdeur.
`Zeg het me nou!’
`Dus je weet het zelf niet eens!’
`Natuurlijk wel,’ zei ik en ik noemde zomaar de naam van Edith Piaf.
Ze kende de zangeres niet. Mijn moeder had die naam genoemd: die zou het kunnen zijn geweest de avond waarop ze grootvaders verdwijning kwamen aanzeggen. Als dat zo was, kende grootvader die zangeres dan? Dat wist ze niet, hoe moest zij dat nou weten.

Meer lezen over de jaren zestig volgens Alfred Birney?
Bestel het boek bij: BolCom

Share on Facebook

Het verloren lied 17

radio-antenne We hadden ons plekje op de onderste trappen in de portiek. We zaten er na schooltijd, de voordeur van Maria in onze rug, totdat ze door haar moeder naar binnen werd geroepen. Maria zei nooit veel, scheen me soms zelfs niet eens te horen, maar ze luisterde naar mijn mondharmonica. Verder deed ze weinig anders dan van tijd tot tijd haar kniekousen optrekken. Ze waren wit op de zondag, gebloemd door de week. Ze zat stijf rechtop, onder brave eerbied voor haar weerbarstige moeder, strik in het haar op de zondag, speldjes met vlindertjes door de week. Met haar handen vormde ze een kommetje in haar schoot en waakte stil over haar buideltje met snoepjes, waarvan ze me er steeds een gaf voor elk liedje dat ik op mijn mondharmonica speelde. Ze was streng, keurde uitvoeringen af als de noten niet helemaal leken. Soms was ze geraffineerd, afhankelijk van haar voorraad snoepjes. Dan vroeg ze om iets als Olé Guapa, een beroemde tango die zelfs mijn moeder niet op de accordeon kon spelen. Maar met Island in the sun of Catch a falling star verdiende ik moeiteloos mijn snoepjes. We kregen wel eens ruzie, als mijn mondharmonica onder de snoepkruimels zat en vals begon te klinken. Dan sliep ik niet eerder voor ik met een breinaald alle kruimels uit de klankpoorten had gepeuterd.

Meer lezen over de jaren zestig volgens Alfred Birney?
Bestel het boek bij: BolCom

Share on Facebook

Het verloren lied 16

radio-antenne Rond grootvader hing een merkwaardig optimistisch stilzwijgen, het donkere mysterie rond zijn verdwijning herleefde alleen als grootmoeder op visite kwam. Ze droeg hem bij zich, op een of andere manier, soms was het of hij achter haar stond, zoals ze dat kon zeggen, voelen: `Het is net of hij achter me staat, echt waar, Richard.’

Grootmoeders woorden hadden kracht, maar stierven bij de dag.

Ik vertelde Maria niet van die dingen, alleen van het grote geheim, dat mijn grootvader was verdwenen.

Verdwenen.

Meer lezen over de jaren zestig volgens Alfred Birney?
Bestel het boek bij: BolCom

Share on Facebook

Slideshow Amedeo Modigliani

I got his from BelfastAngel through Facebook.

Share on Facebook

Het polderproza van Oeroeg

Naar aanleiding van mijn column Postkoloniaal naschrift in De Republikein stuurde August Hans den Boef me een artikel over Hella Haasses “koloniale overgangsnovelle” Oeroeg.

oeroeg

Kritische artikelen over dat boek zijn zeldzaam; de blik van de gemiddelde Hollandse recensent reikt nauwelijks verder dan de duinen. Een enkeling ziet nog vaag de schimmen van uitzeilende VOC-schepen in de mist verdwijnen, maar dat is het dan wel. Weinig literatoren nemen de moeite zich echt te verdiepen in de koloniale literatuur. Zo begint Elsbeth Etty doodleuk haar column over Oeroeg met de volgende zin:

Om Oeroeg te begrijpen is het niet nodig de context te kennen, het Nederlandse koloniale verleden en de Indonesische revolutie.

Het probleem, dat zij maar even voor het gemak omzeilt, is dat zij die de context wél kennen het boek niet anders dan een miskleun ervaren. Wie dat doen, vormen een groep van zogenaamde ‘kenners’, onder wie het overigens lastig zoeken is naar kritische onafhankelijke geesten, want elkaar napraten zit nu eenmaal bij de mens ingebakken.

Vervelend is dat Oeroeg (1948) zo lang op de boekenlijsten blijft staan. Het boek is, wat dat betreft, te vergelijken met Orpeus in de desa (1900) van Augusta de Wit. Even dacht ik dat deze van Indo-haat doortrokken novelle nu wel voor altijd de boekenlijsten was afgemept. Maar nee, het wordt gewoon weer gecanoniseerd. Zo krijgt die Olf Praamstra toch nog zijn zin. Hij bepleitte namelijk eens in een aflevering van Indische Letteren de terugkeer van die novelle op de boekenlijsten van de middelbare scholen.

Maar of er nou werkelijk goed over zo’n lijst nagedacht wordt, dat trek ik liever in twijfel. Volgens mij doen ze maar wat. Een beetje Indië, een beetje Suriname, een beetje Allochtonië, een paar Vlamingen, wat oud spul uit de eigen vrieskist, veel ‘tijdloze’ titels en dan nog wat nieuw spul, anders is het net alsof er in deze eeuw niets fatsoenlijks meer geproduceerd is. Maar gekruidenier werkt helemaal niet bij zoiets als canonisering. Niet als canonisering een serieuze aangelegenheid is (wat ik sterk betwijfel in een land waar verkoopcijfers, hypes en misplaatste verafgoderij – Hella Haasse is zo’n aardig, lief oud mens – tellen boven kwaliteit en waarachtigheid).

Een boekenlijst zou chronologisch moeten worden gepresenteerd. Dan krijgen de leerlingen tegelijkertijd een historisch overzicht mee. Dus:

Van den Vos Reynaerde (13e eeuw)
Anna Bijns: Refereinen (1528-1567)
Joost van den Vondel: Gijsbrecht van Amstel (1637)
Willem Ysbrants Bontekoe: Iovrnael ofte gedenckwaerdige beschrijvinghe (etc) (1646)
Betje Wolff & Aagje Deken: De Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart (1782)

Etcetera.

Geschiedenis en literatuurgeschiedenis moeten niet zo afzonderlijk worden gedoceerd dat de leerlingen eigenlijk geen weet hebben van de achtergronden waartegen de boeken spelen. Het is wel aardig om Helmans De stille plantage (1931) weer terug te halen, maar zet dan ook een later boek van Edgar Caïro op de lijst. Uiteraard in een chronologisch overzicht en niet, zoals u twee postings terug kunt zien, in een droge opsomming van, voor hedendaagse scholieren, nietszeggende namen. Zelfs Hella Haasses Oeroeg zou dan minder betwijfeld kunnen worden, omdat de novelle dan duidelijk in een heftig historisch tijdsgewricht zou worden gepositioneerd.

De kolonisering van gebiedsdelen in de Oost en de West is een meer dan belangrijk hoofdstuk in de geschiedenis van Nederland. Nou wordt dat niet direct ontkend. Maar met het overwegend opblazen van de Tweede Wereldoorlog (in Nederland en niet in Nederlands-Indië / Indonesië) trekt Nederland liever het slachtofferkleed aan dan de hand in eigen boezem te steken en eens flink te verhalen van de moordpartijen die onze jongens overzee begingen met als doel via de handel de eigen kas te spekken. Mijn bloemlezing Oost-Indische inkt (1998) is verre van perfect, maar laat wel zien dat er wel meer te lezen valt dan Augusta de Wit, E. Du Perron en Hella Haasse. Dat beetje Indië op de boekenlijsten wordt geregeerd door de macht der gewoonte.

Weliswaar zie ik de namen van Maria Dermout en Vincent Mahieu aan de kim verschijnen, maar een contrapunt van Lin Scholte op Hella Haasse is er niet. Een contrapunt op Adriaan van Dis, zoals Theodor Holmans Tjon (2007) zie ik al evenmin. De leeslijsten kennen geen dynamiek, ze laten alleen wat onnadenkend gekruidenier zien. Een Marokkaanse schrijver wordt ingewisseld voor een Iraniër. Helga Ruebsamens roman Het lied en de waarheid moet plaatsmaken voor een stichtelijk verhalenbundeltje van haar hand. Harry Mulisch’ oeuvre wordt overdreven opgeblazen, waardoor Armando’s De straat en het struikgewas (1988) helemaal van de lijst verdwijnt, enzovoort. Ja, ik brainstorm maar wat. Maar wel serieus. Niet omdat de een of andere vergadering over een half uur is afgelopen en ik naar een sigaretje snak of nog even snel de stad in moet.

Terug naar de aanleiding van dit stuk: August Hans den Boefs artikel De dubbelzinnigheid van een koloniale overgangsnovelle. Het verscheen in De Groene Amsterdammer van 9 juni 1993. Het bewijst dat Oeroeg steeds weer discussies doet oplaaien. Dat is voor een schijver natuurlijk koren op de molen. Hella Haasse hoeft alleen maar nu en dan haar debuut te verdedigen, en dát is nu juist waar August Hans den Boef op in zoomt.

Aanleiding van zijn stuk is de verfilming van het boek en waarschijnlijk is die film ook aanleiding geweest tot de rel tussen Rudy Kousbroek en Siem Boon later in dat jaar. August Hans den Boef begint zijn, overigens genuanceerd, stuk met de vraag of het boek wel in al zijn facetten te verfilmen is. Het boek is ‘lekker dun’, dus makkelijk leesvoer voor scholieren, maar welke kant zal het opgaan onder de handen van de regisseur?

Zal de sfeer ten prooi vallen aan tempo doeloe-nostalgie en de islam aan political correctness? […] Ook wanneer de scenarist en regisseur zich trouw aan de tekst houden, blijven er onoplosbare problemen omdat de tekst niet altijd ondubbelzinnig is.

Hierover straks meer. Interessant is dat het niet Tjalie Robinson was die als eerste kritische kanttekeningen bij het boek plaatste. In het Indische blad Oriëntatie was het redacteur Dirk de Vries, die zich in een eerste recensie kritsch over het boek uitliet.

Ten eerste leek het slot hem onwaarschijnlijk. Dit is de meest gehoorde klacht over het boek en niet eens zo interessant.

Verder stoorde hij zich aan de incorrecte schrijfwijze van Soendanese en Indonesische woorden en aan het klakkeloos overnemen van enige gefingeerde nationalistische organisaties uit het boek Buiten het gareel van Soewarsih Djojospoespito (in latere drukken is aan deze kritiek tegenmoet gekomen).

Tjalie Robinson vond deze kritiek te zwak en kwam pas een maand later met zijn felle kritiek, die hier te lezen is. Ik schonk er aandacht aan in deze posting, een afdruk van mijn artikel Nederland leest niet uit Archipel Magazine (herfstnummer 2009). De belangrijkste quotes zijn ook door August Hans den Boef in zijn stuk gebruikt.

Dirk de Vries stelde verder wat droogjes:

dat de novelle elck wat wils brengt: de groei van Oeroeg tot Indonesische nationalist moet naar het hart van zijn Nederlandse progressieven, terwijl de Rijkseenheid in de haveloze Oeroeg aan het slot eigen theorieën bevestigd zal menen.

Met andere woorden (August Hans den Boef):

niemand kan er zich een buil aan vallen.

Overigens wordt Tjalie Robinson ook niet helemaal gespaard in de bespreking van August Hans den Boef. Dat hij Oeroeg “politiek gevaarlijk” noemt, blijft bijvoorbeeld een onduidelijkheid in zijn aanval op Oeroeg. Belangrijk is te weten dat Tjalie Robinson niet bedoelde om Hella Haasse aan te vallen. Ook ikzelf vind haar een bijzonder aardig mens, maar daar gaat het helemaal niet om. Als je een canon laat afhangen van wie er al dan niet aardig zijn onder de schrijverscolonne, dan zou je een wel heel vreemde lijst krijgen. Met uiteraard een tegencanon van de grootste hufters van de Nederlandstalige letteren.

Een vergeten stem in de discussie over Oeroeg is Margaretha Ferguson. August Hans den Boef laat die stem wel in zijn stuk spreken. Ferguson constateerde dat de ik-figuur aan het slot alleen maar de schade beschrijft die is toegebracht aan Nederlandse eigendommen. Gezwegen wordt over de verwoestingen die de Nederlanders hebben aangericht (en dan laten we de andere partijen in die buitengewoon gecompliceerde oorlog nog maar even buiten beeld). Verder wees Margaretha Ferguson erop dat Oeroeg een intelligent mens is en dat Lida, de blanke verpleegster, die verindischt is, niet de eerste blanke was die zich verbonden voelde met de vrijheidsdrift van de Indonesiërs (“inlanders”). Dus waarom heeft de ik-verteller dan het gevoel dat hun houding onecht en door anderen ingefluisterd is? Ook Ron Nieuwenhuys met zijn Oost-Indische Spiegel (1972), een boek dat al twee generaties onderzoekers aan het werk houdt, plaatste kritische kanttekeningen bij het boek.

Haasses verdedigingen van haar eersteling bracht haar tot verschillende uitspraken door de tijd heen. Ten eerste wijt ze veel van haar onwetendheid aan de opvoeding van haar ouders, die het opkomende nationalisme van de Indonesiërs zoveel mogelijk buiten de kletstafel hielden. Zelf herinner ik me een uitspraak van haar, waarin ze zegt dat ze er als meisje evenvoudigweg niet over nadacht waarom er gescheiden zwembaden waren voor blanken en “inlanders”. Deze naïveteit maakt haar enerzijds onnozel en anderzijds sympathiek. Want waarom zou een schrijver niet met een volkomen argeloze houding mogen verhalen?

De vraag blijft: hoe argeloos was ze? Toen Oeroeg verscheen was Haasse dertig, dus geen meisje van achttien meer. Ze liet zich er ook voorstaan dat ze graag de boeken van Ter Braak en Du Perron las, terwijl die laatste nota bene het nationalisme van de Indonesiërs volkomen steunde.

Uiteindelijk wilde Haasse in eerste instantie het landschap van haar jeugd oproepen. Wie kan daar bezwaar tegen hebben? Ze wilde ook een pleidooi houden voor wederzijds begrip tussen mensen, wat blijkt uit haar dankwoordbij het onthullen van haar naam als auteur van Oeroeg. (In die tijd leverden auteurs hun manuscripten voor het jaarlijks boekenweekgeschenk onder motto in.) Typisch voor de schrijfster is dat ze een voorzichtig standpunt blijft innemen rond Nederlands kolonialisme en de Indonesische vrijheidsstrijd. Totdat uiteindelijk haar roman Heren van de thee in 1992 verschijnt.

August Hans den Boef:

De […] roman lijkt eerder een hommage ‘aan alles wat ooit in of voor Indië door Nederlanders aan verdienstelijks werd verricht.’ Want als de jonge hoofdpersoon zijn opwachting maakt bij familie in Indië, ontmoet hij daar geen op geld beluste koloniale racisten, maar planters die de islamitische gewoonten van hun employés overnemen, moskeeën en islamitische scholen stichten, met een Chinese vrouw zijn gehuwd, gamelan spelen, Oud-Soendanese manuscripten lezen, mordicus tegen de Atjeh-oorlog zijn, als ideaal een beschermd wildreservaat koesteren, de republikeinse beginselen aanhangen, niet naar de kerk gaan en nog veel meer ethisch en verheffends aan de dag leggen. En dat allemaal in de negentiende eeuw!

Je zou bijna denken dat Haasse opeens komt met kritiek op de kolonialen. Alleen haar voorbeeld is wat slecht gekozen. Een oude “inheemse” vrouw onthult een vloek die de nazaten van de patriot Daendels achtervolgt.

August Hans dan Boef:

de Grote Heer van de Postweg heeft immers zoveel ellende van het volk van Java op zijn geweten. Tot je je realiseert dat Daendels tijdens de Franse bezetting heeft laten aanleggen. Uit alle schurken die zich in Indië hebben verrijkt en die de bevolking hebben gekneveld kiest Haasse uitgerekend een collabo!

Aan het eind van zijn artikel doet August Hans den Boef een voorstel om Oeroeg te lezen als een koloniale overgangsnovelle. Dat klinkt anders dan waarmee Elsbeth Etty haar pleidooi voor Oeroeg begint. Misschien is het ook wat veel gevraagd van het argeloze leespubliek én van de boekbesprekers, onder wie niemand een wanklank heeft laten horen (Lizzy van Leeuwen telde 70 besprekingen na de gratis verspreiding van de novelle door de CPNB, waaronder geen enkele kritisch geluid, en is toen maar opgehouden met tellen.)

Om Oeroeg werkelijk goed te kunnen lezen, moet je uitstekend op de hoogte zijn van de koloniale letteren enerzijds en Nederlands koloniale verleden anderzijds. Daarvoor is nodig kennis van de Nederlandse koloniale geschiedenis. En juist dan erger je je groen en geel aan dat drakerige proza dat onlangs wederom als onkruid door de CPNB werd verspreid. Indonesiërs zien er alleen maar de verheerlijking in van Nederlands kolonialisme. De Indonesische vertaling en Haasses tournee waren dan ook niet bedoeld voor de Indonesiërs, maar voor de Nederlandse expats, die het net zo goed in het Nederlands hadden kunnen lezen. En die nauwelijks beseffen dat hun stijl van leven daar nog altijd zo koloniaal is als die van Haasse, Kousbroek en consorten.

Share on Facebook

Leeslijst uitgekleed en aangevuld

Mijn zoon hoeft maar tien boeken te lezen. Dat maakte het schrappen lastig. Nog lastiger: er moet tenminste één titel bij staan van anno 2000 – heden. De hele school zet Joe Speedboat op de lijst, want dat klinkt wel lekker. De engelenbron lijkt me beter. Benieuwd of de lerares die titel eigenlijk wel kent. Ze schijnt een fan te zijn van Giphart… Hoort zo iemand niet op de basisschool thuis? Enfin, hier de lijst:

Claus, Hugo
De Metsiers (1951)

Couperus, Louis *
De Stille kracht (1900)

Dermoût, Maria *
Nog pas gisteren (1951)

Emants, Marcellus
Een nagelaten bekentenis (1894)

Hermans, Willem Frederik *
Herinneringen van een engelbewaarder (1971)

Mahieu, Vincent
Tjoek (tien vertellingen) (1961)

Slauerhoff, J.J. *
Het verboden rijk (1932)

Springer, F.
Bougainville (1981)

Vestdijk, Simon
De kellner en de levenden (1949)

Zielinski, Erich *
De Engelenbron (2003)

De titels met een sterretje heb ik mijn zoon aanbevolen.

Share on Facebook

Schrappen in de leeslijst voor middelbare scholieren

Deze afschuwelijke leeslijst kreeg mijn zoon vandaag mee. De titels met een * tellen voor een half boek! Dit betekent dat kwantiteit tegenwoordig boven kwaliteit gaat (Elsschot bijvoorbeeld). Hoe dikker een boek, hoe beter. Ik heb werkelijk nooit geweten dat smaak met vraatzucht te maken heeft. Enfin, even de pen erdoorheen halen. Ik zal niet al te streng zijn.

Abdolah,K
Spijkerschrift (2000)
Het huis van de moskee (2005)

Accord, C.
De koningin van Paramaribo (1999)

Anker, R
Hajar en Daan (2004)

Appel, R.
Doorgeschoten (2003)
Misbruik wordt gestraft (2004)
Lover boy (2005)

Arends, J.
Keefman (1972)

Arion, F.M.
Dubbelspel (1973)

Bernlef, J.
Sneeuw (1973)
Hersenschimmen (1984)
Eclips (1993)
Boy (200)
Buiten is het maandag (2003)
De onzichtbare jongen (2005)

Beijnum, K. van
Dichter op de Zeedijk (1998)
De oesters van Nam Kee (2000)
De vrouw die alles had (2004)

Belcampo
Verhalen (1935)

Benali, A.
Bruiloft aan zee (1979)

Blaman, A.
Vrouw en vriend (1945)
Eenzaam avontuur (1948)
De Kruisvaarder (1950)
Op leven en dood (1954)
De verliezers (1960)

Bloem, M.
Geen gewoon Indisch meisje (1985)
Mooie meisjesmond (1997)

Bogaard, O. van den
Liefdesdood (1999)

Bomans, G.
Erik of het klein insectenboek (1939)

Boon, L.P.
De voorstad groeit (1942)
De Kapellekensbaan (1953)
De bende van Jan de Lichte (1953)
Menuet (1974)

Bordewijk, F.
Fantastische vertellingen (1919)
Blokken, Knorrende beesten, Bint (1931)
Rood Paleis (1936)
De wingerdrank (1937)
Karakter (1938)
Bloesemtak (1955)

Bouazza, H.
De voeten van Abdullah (1996)
Momo (1998)
Paravion (2003)

Boudier Bakker, I.
Armoede (1909)
De straat (1924)
De klop op de deur (1930)

Braak, M. ter
Het carnaval der burgers (1930)
Afscheid van domineesland (1931)
Hampton Court (1931)
Démasqué der schoonheid (1932)
Politicus zonder partij (1934)

Brakman, W.
Een winterreis (1961)
Debielen en demonen (1969)

Brink, H.M. van den
Over het water (1998)
Hart van glas (1999)

Brouwers, J.
Bezonken rood (1981)
Geheime kamers (2000)

Brouwers, M.
Havinck (1984)
De feniks (1985)
De lichtjager (1990)
Casino (2004)

Brusselmans, H.
De man die werk vond (1985) *
Heden ben ik nuchter (1986) *
Dagboek van een vermoeide egoïst (1989) *
Het mooie kotsende meisje (1992) *
Vrouwen met een IQ (1995) *

Büch, B.
De kleine blonde dood (1985) *
Het dolhuis (1987) *
De hel (1994) *

Buddingh’, C.
De avonturen van Bazip Zeehol (1969)

Burnier, A.
Een tevreden lach (1965)
Het jongensuur (1969)

Campert, R
Het leven is vurrukkulluk (1961) *
Liefdes schijnbewegingen (1963) *
Tjeempie of Liesje in Luiletterland (1963) *
Somberman’s actie (1985) *
Een liefde in Parijs (2004)
Een satijnen hart (2006)

Chabot, B.
Popcorn (1981)
Captain America (1983)
!Stand (1985)
Babylon Hotel (1988)

Claes, E.
De Witte (1920)

Claus, H.
De Metsiers (1951)
Een bruid in de morgen (1955)
Suiker (1958)
Het verdriet van België (1983)
De zwaardvis (1989)
De Geruchten (1996)

Coenen, F.
Zondagsrust (1902)

Coolen, A.
Kinderen van ons volk (1928)

Couperus, L.
Eline Vere (1889)
Noodlot (1890) *
Metamorfoze (1897) *
Psyche (1898) *
Fidessa (1899) *
Langs lijnen van geleidelijkheid (1900)

De Stille kracht (1900)
De boeken der kleine zielen (1901)
De berg van licht (1905)
Van oude menschen de dingen die voorbij gaan (1906)

Daisne, J.
De man die zijn haar kort liet knippen (1947)
De trein der traagheid (1950) *

Dantzig, R. van
Voor een verloren soldaat (1986)

Daum, P.A.
Uit de suiker in de tabak (1884)
Goena goena (1889)
Indische mensen in Holland (1890)

Debrot, C.
Mijn zuster de negerin (1935)

Deelder, J.
Gloria Satoria (1969) *
Dag en nacht geopend (1970) *
De zwarte jager (1973) *
Proza (1976) *
Moderne gedichten (1979) *
Sturm und Drang (1980) *
Moderne gedichten (1982)
Modern passé (1984) *
Drukke dagen (1988) *
De T van Vondel (1990) *
Lijf- en andere gedichten (1991) *
Jazz (1992) *
Angel eyes (1998) *

Dendermonde, M.
De wereld gaat aan vlijt ten onder (1954)

Dermoût, M.
Nog pas gisteren (1951)
De tienduizend dingen (1955)

Deyssel, L. van
Een liefde (1888)
De kleine republiek (1889)

Dis, A. van
De rat van Arras (1986) *
Zilver (1988) *
In Afrika (1990) *
Het beloofde land (1991)
Indische duinen (1994)
Palmwijn (1996) *
Dubbelliefde (1999)
Familieziek (2002)

Doolaard, A. den
De herberg met het hoefijzer (1933)

Dorrestein, R.
Buitenstaanders (1983)
Vreemde streken (1984)
Noorderzon (1986)
Een nacht om te vliegeren (1987)
Het hemelse gerecht (1990)
Ontaarde moeders (1991)
Een sterke man (1994)
Verborgen gebreken (1996)
Een hart van steen (1998)
Zonder genade (2001)
Het duister dat ons scheidt (2003)
Zolang er leven is (2004)

Dorrestijn, H.
Alle verhalen (1992) *
Gevaarlijke stroom (1992) *

Durlacher, G.
Strepen langs de hemel (1986)
Drenkeling (1987)
De zoektocht (1991)
Quarantaine (1993)
Niet verstaan (1995)

Durlacher, J.
Het geweten (1997)
De dochter (2000)
Emoticon (2004)

Eeden, F. van
De kleine Johannes (1885)
Van de koele meren des doods (1900)

Elsschot, W.
Villa des Roses (1913) *
Een ontgoocheling (1921) *
De verlossing (1921) *
Lijmen (1924) *
Kaas (1933) *
Tsjip (1934) *
Pensioen (1937) *
Het been (1938) *
De leeuwentemmer (1940) *
Het tankschip (1942) *

Het dwaallicht (1946) *

Emants, M.
Een nagelaten bekentenis (1894)
Liefdeleven (1916)

Enquist, A.
Het meesterstuk (1994)
Het geheim (1997)
De IJsdragers (2002) *
De thuiskomst (2005)

Eyk, H. van
De kleine parade (1932)
Gabriël, de geschiedenis van een mager mannetje (1935)
Avontuur met Titia (1949)

Fabricius, J.
Komedianten trokken voorbij (1931) *
Venetiaans avontuur (1931) *
Brieven uit een djatihouten kist (1979) *

Ferron, L.
De keisnijder van Fichtenwald (1976)
Karelische nachten (1989)

Friedman, C.
Tralievader (1993) *
Twee koffers vol (1994) *

Geeraerts, J.
Ik ben maar een neger (1962) *
Het verhaal van Matsombo (1966) *
Gangreen I, Black Venus (1968)
De Coltmoorden (1980)
Diamant (1982)
De trap (1984)
De zaak Alzheimer (1985) *
Het Sigmaplan (1986)
Z 17 (1991)

Gijsen, M.
Het boek van Joachim van Babylon (1947)
Klaaglied om Agnes ( 1951)
De vleespotten van Egypte (1952)
Er gebeurt nooit iets (1956)

Giphart, R.
Ik ook van jou (1992)
Giph (1993)
Phileine zegt sorry (1996)
De Voorzitter (1997) *
Ik omhels je met duizend armen (1999)
Gala (2003) *
Troost (2005) *

Glastra van Loon, K.
De passievrucht (1999)
Lisa’s adem (2000)

Graaf, H. de
Een kaart, niet het gebied (1984)
De regels van het huis (1988)
Vijf broden en drie vissen (1994)

Grunberg, A.
Blauwe maandagen (1994)
Figuranten (1997)
De heilige Antonio (1998) *
Fantoompijn (2000) *
De asielzoeker (2003)
De Joodse Messias (2004)

Haan, J.I. de
Pijpelijntjes (1904)

Haasnoot, R.
Steenkind (2002)

Haasse, H.
Oeroeg (1948) *
Het woud der verwachting (1949)
De verborgen bron (1950)
De scharlaken stad (1953)
Huurders en onderhuurders (1971)
De wegen der verbeelding (1983)
Berichten van het blauwe huis (1986)
Schaduwbeeld of het geheim van Appeltern (1989)
Heren van de thee (1992)
Transit (1994) *
Fenrir (2000)
Sleuteloog (2003)

Hamelink, J.
Het plantaardig bewind (1964)

Hart, M. ‘t
Stennen voor een ransuil (1971) *
Ik had een wapenbroeder (1973) *
Een vlucht regenwulpen (1978)
De aansprekers (1979)
De droomkoningin (1980)
De kroongetuige (1983)
De jacobsladder (1986)
Het woeden der gehele wereld (1993)
Lotte Weeda (2004)

Harten, J.
Garbo en de gebroeders Grimm (1969)

Heeresma, H.
Han de Wit gaat in ontwikkelingshulp (1972) *
Zwaarmoedige verhalen voor bij de centrale verwarming (1973) *

Heijden, A.F.Th. van der
De slag om de Blauwbrug (1983)
Vallende ouders (1984)
De Sandwich (1986)
Het leven uit een dag (1988)
Advocaat van de hanen (1990)
Weerborstels (1992) *

Heijermans, H.
Op hoop van zegen (1900)
Droomkoninkje (1924)
Vuurvlindertje (1924)

Helman, A.
Zuid-zuid-west (1926)
De stille plantage (1931)

Hemmerechts, K.
Een zuil van zout (1987)
Wit zand (1993)
Veel vrouwen en af en toe een man (1995)
Taal zonder mij (1998)
De tuin der onschuldigen (1999)
Donderdagmiddag. Half vier (2002)
De laatste keer (2004)

Hermans, W.F.
Tranen der acacia’s (1949)
Ik heb altijd gelijk (1951)
Het behouden huis (1953) *
De donkere kamer van Damokles (1958)
Nooit meer slapen (1966)
Een wonderkind of een total loss (1967)
Herinneringen van een engelbewaarder (1971)
Onder professoren (1975)
Filip’s sonatine (1980) *
Homme’s hoest (1980) *
Uit talloos veel miljoenen (1981)
Geyerstein’s dynamiek (1982) *
De zegelring (1984) *
De heilige van de horlogerie (1987) *
Au pair (1989)
De laatste roker (1991) *
In de mist van het schimmenrijk (1993) *
Ruisend gruis (1995) *

Herzberg, A.
Amor fati. Zeven opstellen over Bergen-Belsen (1946)

Hillesum, E.
Het verstoorde leven (1981)
Het denkend hart van de barak (1983)

Hoekstra, H.
De zandloper (1956)

Hooft, J. ‘T
Verzameld proza (1982)

Hoornik, E.
De overlevende (1968)

Hotz, F.B.
Dood weermiddel en andere verhalen (1976)
Ernstvuurwerk (1978)
Duistere jaren (1983)

Höweler, M.
Van geluk gesproken (1982)
Dagen als gras (1989)

Jaeggi, A.
Held van beroep (1999)

Jagt, M. van der
De geschiedenis van mijn kaalheid (2002)

Japin, A.
De zwarte met het witte hart (2000)
De droom van de leeuw (2001)
Een schitterend gebrek (2003)
De grote wereld (2006) *

Jong, O. de
Opwaaiende zomerjurken (1979)
Cirkel in het gras (1985)
Hokwerda’s kind (2003)

Kellendonk, F.
Bouwval (1977)
De nietsnut (1979)
Letter en geest (1982)

Mystiek lichaam (1986)

Keulen, M. van
Bleekers zomer (1972) *
Allemaal tranen (1972)
Overspel (1982)
De ketting (1984)
Engelbert (1987)
De lach van Schreck (1991)
De rode strik (1994)

Koch, H.
Red ons, Maria Montanelli (1989)
Odessa Star (2003)

Koelemeijer, J.
Het zwijgen van Maria Zachea (2001)

Kooiman, D.A.
En romance (1973)
Montyn (1982)

Koolhaas, A.
De hond in het lege huis (1965) *
Vanwege een tere huid (1973) *

Kooten, K. van
Veertig (19820 *
Zwemmen met droog haar (1992) *
Annie (2000) *

Krabbé, T.
Het gouden ei (1984) *
De vertraging (1994) *
De grot (1997) *
Kathy’s dochter (2002)
Een goede dag voor de ezel (2005) *

Lampo, H.
Hélène Defraye (1944)
De belofte aan Rachel (1952)
Terugkeer naar Atlantis (1953)
De duivel en de maagd (1955)
De komst van Joachim Stiller (1960)
De verdwaalde caranvalsvierder (1990)
De man die van nergens kwam (1991)

Leeuw, A. van der
Ik en mijn speelman (1927)
De kleine Rudolf (1930)

Loo, T. de
De meisjes van de suikerwerkfabriek (1983)
Meander (1986)
Het rookoffer (1987) *
Isabelle (1989) *
De tweeling (1993)
Een varken in het paleis (1998)
Een bed in de hemel (2000)
De zoon uit Spanje (2004)

Looy, J. van
Jaapje (1917)

Mahieu, V.
Schat, schot, schat (zes vertellingen) (1990)

Mak, G.
Hoe god verdween uit Jorwerd (1994)
De eeuw van mijn vader (2000)

Man, H. de
Het wassende water (1925)

Martelaere, P. de
Littekens (1991)

Marugg, T.
Weekendpelgrimage (1958) *
De morgen loeit weer aan (1988) *

Matsier, N.
Gesloten huis (1994)

Meer, V. van der
Het limonadegevoel en andere verhalen (1985)
Een warme rug (1987)
De reis naar het kind (1989) *
Eilandgasten (1999)
De avondboot (2001)
Ik verbind u door (2004)

Meijsing, D.
Robinson (1976)

Michiels, I.
Het afscheid (1960) *

Minco, M.
Het bittere kruid (1957)
De andere kant (1959) *
Een leeg huis (1966)
De val (1983) *
De glazen brug (1986) *

Moor, M. de
Eerst grijs dan wit dan blauw (1991)
De virtuoos (1993)
Hertog van Egypte (1996)
Zee-Binnen (1999) *
De verdronkene (2005)

Mortier, E.
Marcel (1999)*
Mijn tweede huis (2000)
Sluitertijd (2002)

Mülisch, H.
Het zwarte licht (1956)
Het stenen bruidsbed (1959)
De zaak 40/61 (1962)
Bericht aan de rattenkoning (1966)
Twee vrouwen (1975)

De aanslag (1982)
De pupil (1987) *
De elementen (1988)
De ontdekking van de hemel (1992)
De procedure (1998)
Het theater, de brief en de waarheid (2000) *
Siegfried (2001)

Nescio
Dichtertje, De uitvreter, Titaantjes (1918)

Noordervliet, N.
Het oog van de engel (1991)
Uit het paradijs (1997)
Pelican Bay (2002)

Nooteboom, C.
Philip en de anderen (1955)
De avond in Isfahan (1978)
Rituelen (1980)

Oberski, J.
Kinderjaren (1983) *

Otten, W.J.
Een man van horen zeggen (1984)
De wijde blik (1991)
Specht en zoon (2005)

Oudshoorn, J. van
Willem Mertens’ levensspiegel (1914)

Palmen, C.
I.M. (1998)

Peper, R.
Oesters (1991)
Rico’s vleugels (1993)
Russisch blauw (1995)
Dooi (1999)
Wie scheep gaat (2003)

Perron, E. du
Het land van herkomst (1935)
Schandaal in Holland (1939)
Parlando (1941)

Peskens, R.J.
Twee vorstinnen en een vorst (1975)
Mijn tante Coleta (1977)
Mijn moeder was eigenlijk een Italiaanse (1977) *

Pleysier, L.
De gele rivier is bevrozen (1993) *

Pointl, F.
De kip die over de soep vloog (1989)
De aanraking (1990)
Rijke mensen hebben moeilijke maten (1993)

Polet, S.
Mannekino (1968)

Pos, H.
Het doosje van Toeti (1985) *

Presser, J.
De nacht der Girondijnen (1957)

Raes, H.
De lotgevallen (1968)
Reizigers in de anti-tijd (1970)

Reisel, W.
Het blauwe uur (1988)

Reve, G.
De avonden (1947)
Werther Nieland & De ondergang van de familie Boslowitz (1949)
Tien vrolijke verhalen (1961)
Op weg naar het einde (1963)
De taal der liefde (1972)
Lieve jongens (1973)
De vierde man (1981) *
Wolf (1983)

Roland Holst, A.
Deirdre en de zonen van Usnach (1920) *

Rosenboom, Th.
De mensen thuis (1984)
Vriend van verdienste (1994)
Publieke werken (1999)
Een nieuwe man (2003)
Spitzen (2004) *

Ruebsamen, H.
Op Scheveningen (1988)

Ruyslinck, W.
De ontaarde slapers (1957) *
Wierook en tranen (1958) *
Het dal van Hinnom (1961)
Het reservaat (1964)
Golden Ophelia (1966)
Wurgtechnieken (1980
)

Sauwer, M.
Koude kermis (1983)
Een verlegen man (1994)

Schendel, A. van
Een zwerver verliefd (1904) *
Een zwerver verdwaald (1907) *
Het fregatschip Johanna Maria (1930)
De waterman (1933)
Een Hollandsch drama (1935)
De wereld een dansfeest (1938)

Schippers, K.
Waar was je nou? (2005)

Scholten, J.
Morgenster (2000) *

Siebelink, J.
Nachtschade (1975)
Weerloos (1978)
De herfst zal schitterend zijn (1980)
Met afgewend hoofd (1986)
De overkant van de rivier (1990)
Verdwaald gezin (1993)
Laatste schooldag (1994)
Vera (1997)
Margretha (1982)
Knielen op een bed violen (2005)

Slauerhoff, J.J.
Schuim en as (1930)
Het verboden rijk (1932)
Het leven op aarde (1934)

Slot, P.
Zuiderkruis (1999)
Blauwbaard (2000)
Tegenpool (2001)

Springer, F.
Bericht uit Hollandia (1962)
Schimmen rond de Parula (1966)
De gladde paal van de macht (1969)
Tabee, New York (1974)
Zaken overzee (1977)

Bougainville (1981)
Quissama (1985)
Sterremeer (1990) *
Teheran, een zwanezang (1991)
Bandoeng-Bandung (1993)
Kandy. Eenterugtocht (1998)

Steenbeek, R.
Schimmenrijk (1999)
Ballets Russes (2002)
Intensive Care (2004)

Streuvels, S.
De oogst (1900)
De vlaschaard (1907)

Teirlinck, H.
Maria Speermalie (1940)
Zelfportret of het galgemaal (1954)

Thijssen, Th.
Kees de jongen (1923)

Thomése, P.F.
Heldenjaren (1994)
Schaduwkind (2004) *

Timmermans, F.
Pallieter (1916)

Uphoff, M.
Begeerte (1997)

Vandeloo, J.
Het gevaar (1960) *
De croton en andere verhalen (1962)

Veen, A. van der
Het wilde feest (1952)

Vervoort, H.
Met stijgende verbazing (1980)
Het tekort (1988)

Vestdijk, S.
Terug tot Ina Damman (1934)
Pastorale 1943 (1948)

De kellner en de levenden (1949)
De koperen tuin (1950)
Ivoren wachters (1951)

Vianen, B.
Ik eet, ik eet, tot ik niet meer kan (1972)

Voskuil, J.J.
Het bureau (verschillende delen) (vanaf 1996)

Vries, Th. de
Het meisje met het rode haar (1956) *

Vuyk, B.
Kampdagboeken (1990)

Walschap, G.
Celibaat (1934)
Zuster Virgilia (1951)

Warren, H.
Geheim dagboek (1985)

Weemoedt, L.
De ziekte van Lodesteijn (1986) *

Wielemaker, K.
Winter in Foudgum (1985)

Wieringa, T
Joe Speedboot (2005)
Ik was nooit in Isfahan (2006)
Tristan en Isolde (2006)

Winter, L. de
Zoeken naar Eileen W. (1981)
Kaplan (1986)
Hoffman’s honger (1990)
Supertex (1991)
De ruimte van Sokolov (1992)
Serenade (1995) *
De hemel van Hollywood (1997)
God’s gym (2002)

Wit, A. de
Orpheus in de dessa (1902) *

Wolkers, J.
Serpentina’s petticoat (1961)
Kort Amerikaans (1962)
Een roos van vlees (1963)
Gesponnen suiker (1963)
Terug naar Oegstgeest (1965)
Horrible Tango (1967)
Turks Fruit (1969)
De kus (1977)
Brandende liefde (1981)
Zomertijd (1986)
Zomerhitte (2005) *

Zandwijk, N.
De dag van de jas (2001)

Zijl, A. van der
Sonny Boy (2004)

Zikken, A.
De atlasvlinder (1958)
De Tanimbar-legende (1992)

Zomeren, K. van
Het verhaal (1986)
Sterkverhaal (1987)

Zwagerman, J.
Gimmick! (1989)
Vals licht (1991)
De buitenvrouw (1995)
Zes sterren (2002)

Er resteren nog zo’n 35 titels in deze treurige leeslijst. Mijn zoon hoeft er maar 20 te lezen, dus die overige 15 moet hij er zelf maar uit schrappen. Hij mag ook zelf schrijvers voorstellen, maar de namen van Edgar Caïro en Tjalie Robinson klonken de leerkracht al niet bekend in de oren. Tsja, hou dan maar op.

Share on Facebook

Schrijven aan Rivier de IJssel

alfred birney schrijft

Alfred Birney is bezig met het verwerken van redactiecommentaar van zijn uitgever op zijn komende novelle Rivier de IJssel. Het boek wordt in het voorjaar verwacht. Geconcentreerd werken maakt een schrijver a-sociaal en lastig te bereiken. In het ergste geval laat hij het dagelijkse leven onverschillig langs zich heen gaan. U kunt hem volgen op Twitter, waar hij, als hij er zin in heeft, zijn vorderingen noteert.

Share on Facebook
← Before