Een oud liedje

logo alfred birney Eind jaren zestig. John Rowles. Eendagsvlieg. Hij zong If I only had time, een liedje dat lang in de hitparade bleef hangen. Ik verbleef een jaar in een jongenstehuis aan de Badhuisweg. In het souterrain stonden de televisie en de piano. Cor was de enige die de piano kon bespelen. Hij was vaak in het souterrain te vinden achter de piano, waaraan hij zong, zolang hij niet werd weggepest door jongens die televisie wilden kijken. Hij zong het liedje net zo goed als John Rowles en verzon een sublieme begeleiding voor de melodie. Ik heb het origineel op een cassettebandje staan en een heel enkele keer komt er zo’n dag waarop ik alleen dat nummer wil horen en het tientallen malen afspeel. Het gaat over iemand die niet genoeg tijd meer heeft zijn liefde te beleven. Is de man ziek en moet hij snel sterven? Is hij oud en zijn geliefde veel te jong voor hem? Of is zijn liefde eenvoudig te groot voor het aardse bestaan? Het versje kabbelt mismoedig, de zanger klinkt bedroefd. Het middenstuk is een emotionele klim omhoog, in het refrein galmt de wanhoop de bergen over, waarachter de dromen liggen, onbereikbaar voor wie de tijd op zijn hielen heeft. Zodra dat stuk inzet, zie ik Cor weer achter de barrel in het souterrain zitten en is hij het die ik hoor zingen. Hij heeft weinig tijd, de jongens zullen gauw komen en de pianoklep dichtslaan voor hun televisie. De avondschemer valt naar binnen, ik zing zachtjes mee, zó dat niemand me kan horen. Zo is het, met een walkman op je kop aan de keukentafel, in een ander huis, een andere buurt, een andere tijd.

Haagsche Courant, woensdag 27 februari 2002

Madurochina

logo alfred birney Interessant hoofdartikel in deze krant afgelopen donderdag. (Ze zijn sowieso interessant, want er staat nooit een naam onder…) Het artikel weerspiegelt enige twijfels omtrent de door de Haagse Chinese gemeenschap gewenste Chinese poort aan de ingang van Madurochina. ‘Een toegangspoort versiert niet alleen de openbare ruimte, maar claimt deze in symbolische zin ook enigszins.’ Scherp opgemerkt en voor Casper Postmaa aanleiding om daags erna eens een kijkje te gaan nemen voor zijn kroniek Tout La Haye. Hij danst wat met zijn gedachten in de plus en de min rond de toegangspoort. Hij stapt een boekwinkel binnen en noteert dat de Chinese verkoopster weinig op heeft met ‘Chinatown’. Het zou integratie tegengaan. Mwah, misschien denkt ze in eerste instantie aan haar klantenkring, die vrijwel uitsluitend Nederlanders telt omdat juist zij en niet Chinezen er veel boeken kopen. Ikzelf ben ook een kijkje wezen nemen. In de Wagenstraat wuiven, of grijnzen, spandoeken met ‘Welcome in Chinatown’ je alvast toe. Ik stop even bij de grote moskee. Er staat een hek voor. Aan de andere kant tuur ik de St. Jacobstraat af naar het Spui, waar de Nieuwe Kerk ook een hek heeft staan. Een moskee of een kerk mag zonder meer een hek hebben, maar een Chinese wijk niet zomaar een poort. Ja, deze vergelijking gaat mank. Toch kun je aan de huidige frivole Chinese grens tussen een kerk en een moskee bespiegelingen vastknopen die heel ver gaan. Wordt een symbolische claim als bedreigender ervaren dan een religieuze op een bepaald stuk grond? Zo ja: waarom?

Haagsche Courant, maandag 25 februari 2002

Inburgeringsles

logo alfred birney Ziezo, beste allo’s, u heeft onderhand het belangrijkste Nederlandse werkwoord wel leren kennen. Aanpassen dus. Het is: aanpassen, paste aan, aangepast. Dus niet aanpaste. Nu u de vervoegingen kent, wordt het tijd voor een beginnerslesje in aanpassen. In deze cursus worden autochtonen auto’s genoemd en allochtonen allo’s. Is u er klaar voor? Daar gaan we!

Loopt u over straat en een auto komt u tegemoet, ga dan opzij. Want het is zíjn straat. Sla bovendien de ogen neer, zodat u duidelijk maakt dat u weet dat de straat van hem is en niet van u. Bevindt u zich in het gezelschap van meerdere allo’s, vorm dan een lint opdat de auto er gemakkelijk langs kan. Staak ook uw gebabbel, want auto’s vinden het niet prettig wanneer ze allo’s niet kunnen verstaan.

Het is overigens geen gebruik onder auto’s dat men op straat voor elkaar opzij gaat. Elkaar half omver lopen in Autochtonië duidt niet direct op onbehoorlijk gedrag. Maar dan: alléén onder auto’s. Doe hier dus niet aan mee. U bent immers een allo. U kunt wel in een straat vol allo’s het botsenderwijs wandelen met elkaar gaan oefenen. Vergeet dan niet na elke botsing te zeggen: ‘O, pardon, neemt u mij vooral niet kwalijk.’ Dat wordt zelfs onder auto’s als zeer fatsoenlijk ervaren.

Praktijkoefening. Wandel rustig door de Spuistraat. Ontwijk elke auto, sla steeds de ogen neer en zwijg. Kijk aan het einde niet om, maar sluit een ogenblik uw ogen. Als u dan goed luistert, kunt u heel zachtjes koeien tevreden horen loeien.

Haagsche Courant, vrijdag 22 februari 2002

Historisch moment

logo alfred birney Vandaag is een historische dag. Er komt een moment dat je in stilte kunt vieren. Het duurt een minuut en leent zich goed voor een introspectief feestje. Het bedoelde ogenblik is eigenlijk net zo spectaculair als de millenniumwisseling. Op de wereldlijke (Gregoriaanse) kalender welteverstaan, want de lunisolaire kalenders van Chinezen, Hindoes en Joden en de zuivere maankalender van de Moslims geven andere data aan, in het bijzonder voor hun feestdagen. De wereldlijke kalender is voor dagelijks gebruik, dus iedereen kan straks meedoen.

Vanavond om twee minuten over acht staat de digitale klok gedurende een minuut op 2002, 2002, 2002. Preciezer gezegd op 20:02, 20/02, 2002. Mooi voor een gedenkwaardige pauze in uw ongetwijfeld vermoeiende bestaan achter uw computer.

Het is niet de eerste keer dat getallen zo symmetrisch vallen met twee centrale nullen. Om één minuut over tien op 10 januari 1001 was het 10:01, 10/01, 1001. Er was toen geen sprake van een digitale klok en het valt dus aan te nemen dat onze middeleeuwers wel wat anders te doen hadden dan een beetje gaan zitten staren naar een klok. Elkaar doodslaan of zo. Net als wij nu doen, want tijd verandert de mensheid niet, zoals u wel zult weten.

Voor wie gelooft in de oerknal, moet de klok ooit op 00:00, 00/00, 0000 hebben gestaan. Hoelang zou die absolute stilte hebben geduurd? Tijd om te stoppen met denken, anders word je daas. Wat er vanavond op de klok gebeurt, komt in elk geval nóóit meer terug. De klok kan immers geen 30:03, 30/03, 3003 aangeven. Romantici, maakt u zich gereed!

Haagsche Courant, woensdag 20 februari 2002

Indianenverhaal

logo alfred birney Tram gemist. In mijn kielzog twee sigarettenhijsende meisjes, die een taal spreken die ik niet versta, Servo-Kroatisch of Sloveens. Misschien praten ze over hun nieuwe laarzen, waar ze aldoor hun blik op werpen. Een blonde man met een customized daklozenoutfit sluit aan. Markante kop. Hij rookt twee keer zo snel als die meisjes en spuugt met korte intervallen hoestend de asfaltweg langs de abri onder. We beginnen een weerpraatje. Hij zegt dat hij drie jaar op straat heeft geleefd en toen nooit ziek was. Zijn moeder dook onlangs op en nu heeft hij een studiootje. Hij houdt wél de cv uit, om gehard te blijven. Hij kijkt me opeens onderzoekend aan en vraagt of ik gitaar speel. Ik knik. Hij roept: ‘Ha! Ik wist het! Ik zag het meteen aan je kop gewoon, ja ja!’

Zelf zingt hij. Nee, zong. Hij had ooit een band met Ambonese jongens. Ziet hij mij, een Indische jongen, soms aan voor een Ambonees en verzint hij zomaar wat?

Ik zeg dat Ambonezen vaak zelf goed zingen. Hij grijnst en laat een Engelstalig intro uit zijn geraspte strot komen, iets tussen Van Morrison en Joe Cocker in. Klinkt goed, op straat.

‘Ik ben geen echte Hollander,’ zegt hij. ‘Ik ben een halve Braziliaan. Daar ben ik laatst achtergekomen. Mijn moeder wil het niet toegeven, maar toen zij met mijn vader langs de Amazone trok, is ze op een nacht met een Indiaan de boom ingeklommen, begrijp je wel? Ik ben eigenlijk allochtoon. Echte Batavieren heb je bijna niet. Maar dat willen ze niet weten.’

Haagsche Courant, vrijdag 15 februari 2002