Minggu malam

minggu malam Malam tiba, angin tak mau reda dan anakku masih belum mau pulang. Hari Minggu kelima sesudah Paskah. Jendela-jendela berderak-derak, angin berdesing melalui kisi-kisi rumah-rumah. Orang-orang seakan-akan hilang ditiup dari jalan, sekarang libur bulan Mei, mungkin separo orang Belanda ada di pantai Laut Tengah. Orang berduit. Di sini awan serigala hitam saling mengejar di bawah langit lembayung, membuat pemandangan Nintendo di atas pucuk-pucuk pohon kastanye seputar lapangan bermain. Seorang pemain skate remaja berlatih spin dan turn dan jatuh terus, sampai ibunya menjemputnya dan kami hanya berdua di lapangan aspal kecil itu, yang memiliki dua gol dan satu tiang basket. Bola kami terlalu keras, aku tidak punya korek api untuk menusuk lubang pentilnya, tapi hal-hal seperti ini kelak tidak penting. Yang penting adalah sinar lampu neon, yang memberi suasana seram kepada lapangannya. Anakku bilang itu asyik, dengan bola yang makin lama makin sulit diikuti jalannya. Remang-remang diusir oleh kegelapan, dan sinar murahan dari lampu-lampu kafe di pojok jalan membuatmu mengernyitkan mata. Ini satu malam untuk tidak dilupakan, aku bisa merasakannya, aku mengalami malam-malam seperti ini, tanpa sinar neon, tanpa angin, tapi dengan janji akan sebuah kenangan. Anakku mengikutiku pulang dengan langkah-langkah malas. Aku berani bertaruh dia akan berhenti di serambi depan dan memandang kegelapan malam. Ya? Ya. Ia mengambil uang muka untuk rasa melankolis yang tidur dalam dirinya dan yang akan menyerangnya pada satu saat, bertahun-tahun kemudian, di satu tempat di belakang jendela.

Hak cipta © 2002 pada Alfred Birney. Judul asli: “Zondagavond”. Dimuat dalam koran Haagsche Courant. Senin 29 April 2002. Reproduksi dalam bentuk apa pun dilarang kecuali dengan izin tertulis dari pengarang.

Zondagavond

logo alfred birney De avond valt, de wind wil niet gaan liggen en mijn zoontje wil nog niet naar huis. Het is de vijfde Zondag van Pasen. Klapperende ramen, gefluit door de kieren in de huizen. De mensen lijken van de straten te zijn weggeblazen, het is ‘mei-vakantie’, misschien zit de helft van Nederland ergens aan de Mediterrane kust. Poen zat. Hier jagen zwarte wolvenwolken onder een indigo hemel achter elkaar aan, in een Nintendo-view boven de toppen van de kastanjes rond het speelterrein. Een jonge skater oefent spins en turns en lazert aldoor op zijn smoel, totdat zijn moeder hem komt halen en wij helemaal alleen zijn op het asfaltveldje, dat twee doelhekken telt en één basket. De bal is te hard opgepompt, ik heb geen lucifer om in de ventielopening te prikken, maar dit soort dingen zal er later niet meer toe doen. Wél het neonlicht van een lantaarn, dat het speelterrein een spookachtig aanschijn geeft. Mijn zoontje vindt dat spannend, met de bal die zich steeds moeilijker laat volgen. De schemer wijkt voor het duister en de kitsch van sfeerlicht rond het café op de hoek doet je met de ogen knijpen. Dit is zo’n avond om nooit te vergeten, ik voel het, ik heb zulke avonden gekend, zonder neonlicht, zonder wind, maar met de belofte aan een herinnering. Mijn zoontje sjokt achter me aan naar huis. Ik durf te wedden dat hij voor het naar binnen gaan nog even vanaf de galerij de avond in zal staren. Doet-ie het? Ja. Hij neemt een voorschot op de weemoed die al in hem sluimert en hem bij tijd en wijle zal komen overvallen, vele jaren later, ergens achter een raam.

Haagsche Courant, maandag 29 april 2002

Patatje boek

logo alfred birney Die troel van een, pardon, effe wennen aan een ‘betamelijke’ columnstijl, ik bedoel Hare Excellentie madame Jorritsma, zijnde demissionair minister van economische zaken, liet eergisteren weten dat de vaste boekenprijs passé is, aangezien deze geen garantie biedt voor meer literair aanbod. Nou kwam er wel vaker allerlei onzinnigs uit de mond van Hare Excellentie, die als lezer waarschijnlijk nooit het Donald Duck-niveau is ontstegen, dus dit kan er aan het einde van haar ambtstermijn ook nog wel bij.

Voor wie niet verder kijkt dan de boekentoptien lang is, kan het topje van de boekenberg best tussen de pudding en voorgebakken patat bij de Konmar worden geplempt. Dan kan de klassieke boekhandel in de stad tenminste met de grond worden gelijkgemaakt door de bulldozers van MacDonald’s.

Wie wil weten hoe cultuurbevorderend de ‘vaste boekenprijs’ is, moet niet Hare Excellentie consulteren, want die heeft maling aan het behoud van de Nederlandse boekencultuur én taal. Beter Aad Nuis hierover een pagina in deze krant laten volschrijven.

Als op de Nederlandse boekenmarkt de fastfoodwet wordt losgelaten, kan de helft van de boekhandels er een snackafdeling naast beginnen om de kosten te dekken voor een ruim boekenaanbod. Nieuw talent zal eerst als centerfold de Playboy moeten sieren, wil het kans maken op een debuutje. Van ons, Nederlandse schrijvers, kunnen er zó negen van de tien naar de bijstand dan wel columns gaan schrijven, wat nou ook weer niet direct de grootst denkbare vrijheid inhoudt die voor een schrijver is weggelegd.

Haagsche Courant, vrijdag 26 april 2002

Paranoia?

logo alfred birney Een jonge vrouw komt bij de politie te werken en scant er bestanden af op personen van joodse komaf. Ze ‘filtert’ er allerlei vertrouwelijke informatie uit, want wie weet staat vandaag of morgen de Derde Wereldoorlog voor de deur en begint er een nieuwe holocaust. Ze zullen iedereen met een joodse achtergrond opsporen, met jodensterren behangen en weg laten voeren naar vernietigingskampen. Zo ging het kortgeleden – ja, kortgeleden – in de jaren van de Tweede Wereldoorlog en zo zal het straks wéér gaan.

De vrouw is inmiddels een 28-jarige rechercheur bij het IRT-kernteam Noordoost Nederland en loopt tegen de lamp. Het Openbaar Ministerie eist drie maanden cel voorwaardelijk en een werkstraf van 120 uur, aldus de HC van gisteren. Een psychiatrisch rapport meldt dat de vrouw ‘handelde uit een obsessieve religieuze gedrevenheid’.

Zullen haar grootouders misschien de jodenvervolging hebben meegemaakt? Is deze vrouw misschien van de derde generatie? Dan vormt ze met haar gedrag het levende bewijs van hoe zeer oorlogstrauma’s generaties lang kunnen doorwerken. In dat geval past hooguit een berisping. En voor haar aanklagers een leesstraf van 120 uur over de holocaust in een leescel in de KB, ter aankweking van enig mededogen.

Hoe dan ook, die vrouw is helemaal niet ziek. Als je je ogen en oren goed de kost geeft, zou je toch bijna gaan vrezen dat een stel écht zieke geesten geheime plannen smeedt om ‘alles wat hier ooit binnengekomen is’ via de vuilverbranding naar de maan te schieten.

Haagsche Courant, woensdag 24 april 2002

De column

1.
De column werd ooit schuin gedrukt en ‘het cursiefje’ genoemd om aan te geven dat de schrijver ervan een andere status en taak heeft dan de journalist.
2.
De serieuze columnist is een eigentijdse hofnar.
3.
De column is een apart genre met eigen regels.
4.
De column als geheel is een vrijplaats die door een hoofdredactie aan een columnist wordt geboden.
5.
Een serieuze columnist kan geen stukken schrijven waarmee iedereen het eens is of waaraan niemand zich stoort.
6.
Een columnist mag gerust gehaat worden door een deel van de lezers. Een hoofdredactie behoort zich niet door enkele woedende lezers te laten knechten.
7.
De columnist geeft de krant een extra gezicht. Het is niet zo, dat de krant dat de columnist geeft. De column wordt altijd ondertekend.
8.
De columnist mag zeggen wat eigenlijk niet gezegd mag worden. Een goede columnist doet dat met eigen stijlmiddelen. Hij moet het wel zeer gortig maken wil een hoofdredactie een tekst weigeren.
9.
Excuses aan de lezer aanbieden voor een eerder geplaatste column, waarbij achteraf de columnist publiekelijk wordt verweten de grenzen van het betamelijke te hebben overschreden, is moeilijker te verklaren dan de gewraakte column zelf.
10.
De positie van de columnist als hofnar, die groeiende is, zowel in de krant als in de hele maatschappij, is in een aantal beroemde vonnissen door de rechter onderstreept.

Alfred Birney,
Haagsche Courant, maandag 22 april 2002