Postmodernisering

logo alfred birney Ooit was de PTT zo vermetel om ter gelegenheid van een jubileum Rudy Kousbroek voor een spreekbeurt uit te nodigen. De genodigde begon zijn praatje sardonisch met de vaststelling dat een brief van Nederland naar Indonesië er niet sneller over deed dan naar het toenmalige Indië 100 jaar eerder… De PTT heeft zich dat kennelijk zó aangetrokken dat na jaren van traumaverwerking is besloten de naam te veranderen in TPG Post. Vanwege egoslijtage wordt ook maar meteen het aantal postkantoren binnen drie jaar teruggebracht van 2100 naar 800. Evenwel zullen er naast de resterende 800 postkantoren 1300 nieuwe TPG Post Servicepunten worden geopend, plus nog 1000 verkooppunten. Overste Pos laat in een rondschrijven luidkeels weten dat wij dan op tenminste 3100 vestigingen postzegels kunnen kopen. En méér dan dat: op het internet kunnen wij voortaan 24 uur per dag terecht voor het bestellen van postzegels én Easy Stamp: uw eígen digitale postzegel! Wat een service! Mogen we zo’n easy stamp dan van onze eigen kneit of dat van Marilyn Monroe voorzien? Nou, terwijl ik met één muisclick een brief in no time van Nederland naar Antarctica verzend ga ik me daar nog een beetje op dat punt-nl-letje van TPG postzegels lopen kopen. Ik heb wel wat beters te doen. Trouwens, die snelle boys van de PTT waren zo stom om een slordige kwart eeuw geleden alle postagentschappen de nek om te draaien. Komen ze van terug dus. Zeker omdat ze nu de ijverige Turk een hak willen zetten, waar je tot in de avond postzegels kunt halen.

Haagsche Courant, vrijdag 14 juni 2002

Onsterfelijk taboe

logo alfred birney Zelfmoord is bijna niet te voorkomen. Met dit heldere, briljante, om niet te zeggen geniale inzicht trad de gemeenteraad onlangs naar buiten. Wat een IQ! Geen wonder dat we met de gemeenteraadsverkiezingen en masse thuisbleven. Stichtingen en verenigingen onderstreepten bovendien dit revolutionaire inzicht in de mens en zijn omgeving. Dat moet herhaald! Les één: zolang de mens bestaat, leeft zelfmoord. Met een steen aan de enkel de plomp in, een sprong in het ravijn, het oppeuzelen van giftige paddestoelen… alles is al uitgevonden, de rest is variatie. Architect Richard Meier is voorstander van betere beveiliging in het ravijn van zijn Atrium. Dat had hij wel eerder achter zijn tekentafel mogen bedenken. Nu wil hij natuurlijk niet de geschiedenis ingaan als de architect die met zijn bouwprojecten zelfmoorden uitlokte. Stichting Vrijwillig Leven (wat een bezopen naam!) vindt het een prima idee om netten op te hangen in het Atrium, maar ziet er geen oplossing in. Tja, architect en gemeente kijken toevallig onvrijwillig anders. Doel is dat binnen het Atrium geen toeschouwers deelgenoot worden gemaakt van onzalige gebeurtenissen. Zelfmoord dient men niet en public te plegen, het is een onsterfelijk taboe. Geen slecht idee dus, die circusnetten in het Atrium. Trapeze erboven en je hebt een school voor acrobaten! Of laat Haagse beeldend kunstenaars enorme schuimrubberen objecten op de vloer plakken. Dan kan die fantasieloze Richard Meier thuisblijven en trekken we van levensvreugde trampolinerende Atriumtoeristen aan.

Haagsche Courant, woensdag 12 juni 2002

USZeehond

Twee meeuwen van de eerste golfbrekerkolonie rechts van het havenhoofd scharrelen wat nadat de badgasten voor de regen zijn gevlucht en stuiten op een uitgeputte zeehond.
‘Zo, wat doet u hier? Moet u niet naar zee?’
‘Joh,’ zegt de zeehond, ‘tetter niet zo in mijn oren, ik ben al zo moe. Haal liever wat te eten voor me.’
‘Nogal brutaal, niet?’ zeggen de meeuwen tot elkaar. ‘Zeg, waar bent u vandaan?’
‘I am an American citizen,’ zegt de zeehond. ‘Please, haal even een hamburger voor me, ik ben doodop.’
‘U heeft zeker geen legitimatiebewijs bij u, hè meneer de zeehond? Is zeker naar de haaien!’ krijsen de meeuwen. ‘Dat zeggen ze allemaal, die hier asiel komen aanvragen!’
‘Ik kom helemaal geen asiel aanvragen! Ik ben aangespoeld!’
Twee kraaien, die het tafereel hebben gadegeslagen, komen zich met de ongewenste vreemdeling bemoeien: ‘Americano, hè? Nogal link, zouden we zeggen. Uw president meneer Bosch wenst zich niet aan de verdragen van het Internationale Strafhof in het Vredespaleis alhier te houden. Stel u bent een VIP en uw regering komt erachter dat u hier zit, dan krijgen we meteen een invasie hier op Scheveningen.’
‘Ik ben helemaal geen VIP, ik ben een doodgewone zeehond! Geef me een hamburger en ik ben weer helemaal opgeknapt!’
‘Kraa! Een haring kun je krijgen, verder niets! En géén nieuwe!’
‘Kek!’ roepen de meeuwen instemmend. ‘En bent u uitgegeten, zwem dan wat verder naar het zuiden. Het is maar een stukje naar Duinkerken. Daar hebben ze meer ervaring met invasies.’

Haagsche Courant, maandag 10 juni 2002

Doei

De jongens op de steiger aan het einde van de straat hebben me al vaker voorbij zien fietsen en roepen of ze me even iets mogen vragen. Wah, de zon schijnt, waarom niet. Gebogen over mijn stuur hoor ik ze aan. Wat of ‘doei’ eigenlijk betekent, vragen ze me in het Duits.
‘Doei betekent doeg,’ zeg ik droog.
‘Ah, aber was heisst doeg denn?’
‘Doeg betekent: de mats,’ grijns ik.
‘De mats? Und was heisst de mats denn?’
‘Eh, de mats heisst: zie je.’
‘Und… was heisst zie je?’
‘See ya, bye, ciao, tschüs, dag, da-hag!’
A ha! Nu snappen ze eindelijk wat die donkere krantenbezorger van zo-even altijd naar ze roept, wanneer hij de krant in de brievenbus onder hun steiger heeft gedeponeerd.
‘Wij hier in Den Haag zeggen eigenlijk geen doei,’ zeg ik. ‘De Hagenaar zegt gewoon dag. Doei woei over uit Amsterdam,’ beweer ik met een natte vinger in de lucht.
Okay, dag! roepen de Ossies, nadat ze zich met hun geuzennaam hebben voorgesteld. Maar nog één vraag voor ik verder ga. Waarom zingen Hollandse bouwvakkers niet op de steigers? Die hebben altijd zo’n gettoblaster aan staan.
Ik zeg dat die hun vak niet meer verstaan. En hoor de Ossies zingen terwijl ik van ze wegfiets.

Haagsche Courant, vrijdag 7 juni 2002

WKaziatismen

logo alfred birney Mijn grootmoeder van vaders kant was een Chinese, maar om nou ’s morgens vroeg mijn nest uit te komen om naar China tegen Costa Rica te kijken, nee. Ik was tijdig wakker voor Japan tegen België en zag in de rust tot mijn afgrijzen televisieflitsen van een stelletje Chinese lamzakken, voor wie mijn grootmoeder ongetwijfeld de bamboe zou hebben klaargelegd. Of de Chinezen zich lieten doldraaien door Costa Ricaanse virtuositeiten dan wel dim sum in de schoenen hebben gehad, zou ik afgaande op die paar flitsen niet kunnen zeggen. China schijnt het al een hele eer te vinden om mee te mogen doen. En dat bewoont met 1,25 miljard mensen de aardkloot! Nou vooruit, op naar Japan tegen de Belgen dan maar. België is voor veel Nederlanders second choice, voor mij mooi niet. Ik ga me daar een beetje olé voor die houterige Rode Duivels roepen. Mijn vader koestert als ouderwetse Indo een diepe haat jegens de Japanners, maar daar heb ik maling aan. Zij vonden het jiu jitsu in de huidige vorm uit, brachten briljante schrijvers voort en ja, ze voetballen met hun hart. Waarom dan niet protesteren wanneer een glaszuiver derde doelpunt tegen die Belgen wordt afgekeurd? Beleefd zijn is edel, maar er zijn grenzen. Die Japanners hadden die scheidsrechter een lesje karate moeten geven! Leuk voor columnisten! Enfin, lekker toetje van de Koreaantjes, die niet alleen met hun hart maar ook met het brein van Guus Hiddink speelden. Onder Louis van Gaal zouden ze mooier hebben gespeeld. Hollands! En heel mooi hebben verloren natuurlijk.

Haagsche Courant, woensdag 5 juni 2002