Dobbelen rond het schaap

logo alfred birney Morgen, op 1 februari, viert de Chinese gemeenschap in Den Haag het Chinese nieuwjaar. Het jaar van het Schaap (anno 4700) zal aan de Gedempte Burgwal worden ingeluid. De Indische gemeenschap doet ook mee, binnen bij de cv van het Indisch Huis aan de Javastraat, met voordrachten uit het werk van Robert van Gulik, hapjes en, ja, virtueel vuurwerk.

Chinese maanden hebben dertig dagen. Om de zoveel jaar wordt een schrikkelmaand ingevoerd om de boel een beetje gelijk te krijgen met de omloop van de maan. Vandaar dat Chinees nieuwjaar steeds op een andere datum in januari of februari valt. Enfin, tijd om even terug te blikken op het afgelopen jaar van het Paard. Hectisch jaar! Voor velen lastig om in het zadel te blijven zitten. Er werd ook flink wat afgereisd. Of zat u het hele jaar thuis soms? Voor de columnist was het een jaar waarin de items op je afvlogen, en niet zo kinderachtig ook.

Als we de Chinese astrologen moeten geloven, dan zal het jaar van het Schaap een stuk rustiger verlopen. Nou, je hoeft een paard maar met een schaap te vergelijken en de tegenstelling tussen draven en zo’n beetje blatend rondstruinen dient zich onmiddellijk aan. De toenemende anti-oorlogstemming is geheel des schaaps. Tel uit uw schapen!

Nou betekent het niet dat het jaar van het Schaap voor elk Chinees teken even lekker zal verlopen, want de kosmos verveelt zich niet graag. Het Paard zal een schitterend jaar krijgen. Heeft-ie ook wel verdiend na die steeplechase het afgelopen jaar. Op nummer 2 staan het Schaap, Konijn en Varken, wie een uitstekend jaar wacht. Tijgers en Apen krijgen een behoorlijk jaar, Honden en Draken wacht een gemengd jaar en eh… Heeft u uw teken nog niet voorbij zien komen? Scheur direct door deze column! Want de Rat, Os, Slang en Haan krijgen van een zogeheten ‘complex’ jaar voorgeschoteld.

Ik heb deze heerlijke onzin allemaal van ene Shelly Wu, een Amerikaanse internetastrologe die de beroemde Theodora Lau zo’n beetje plagieert. Voorts speelt Wu vals door te zeggen dat het jaar van het Schaap dan wel een jaar van ‘leven en laten leven’ zal worden, maar dat we wel moeten blijven oppassen voor dictators als Hitler, Stalin, Mao, Napoleon, Idi Amin, Ghenghis Khan, Bin Laden, Saddam Hussein plus dat Noord-Koreaanse tuig!

Hier mis ik de naam van Bush, al heeft-ie dan een ‘schone’ oorlog in gedachten door met speciale bommen de hele elektronica in Irak te verlammen. Een oorlog dus met wollige verklaringen, wollige argumenten en een hoop geblaat van niks om Playstation Versie P.(entagon) uit te kunnen testen. Bush is uit het jaar van de Hond. Saddam uit het jaar van de Os. Bush zal winnen en verliezen. Saddam zal verliezen en verliezen.

Het Schaap Bill Gates zal ongetwijfeld tevreden om zich heen grazen in die microsoftdictatuur van hem. Dat Linus Torvalds, de vader van Linux, een Haan is en een minder jaar krijgt doet er niet toe. Linux is een vrijstaat. Zou dat nou zo blijven?

Haagsche Courant, vrijdag 31 januari 2003

Doof, stom en blind

logo alfred birney Ik geloof dat ik op de elpeehoes viel. Een vreemde blauwe gerasterde wereldbol. Dat het om een rockopera ging, intrigeerde me. Gefuseerde pop en klassieke tuttigheid, geschreven door Pete Townshend, leider van de ruige band The Who. Dubbelelpee, ook dat nog. De hoes lag in de etalage van een high brow-grammofoonplatenzaakje in de Piet Heinstraat; ik was een arme jongen van achttien (ben nog steeds arm trouwens, maar dat maakt niet uit) en moest er een poosje voor sparen. Toen ik de rockopera Tommy eenmaal te pakken had, heb ik me wekenlang verschanst achter een grammofoonspeler, in de klep waarvan twee boxen zaten die je uit elkaar voor je op tafel kon zetten voor stereofonie. Mooi intro op de akoestische gitaar. Dat die harkerige Pete Townshend zo kon spelen, had ik niet verwacht. Enfin, met pen, papier en woordenboek de teksten te lijf, want een opera moet je verstaan, anders is er niks aan.

Ik heb de elpee niet meer en ik voel de behoefte niet de muziek op cd aan te schaffen, bang dat ik er geen bal meer aan zal vinden. Het verhaal had mij indertijd in de ban, want hoe kon een jongen die doof, stom en blind was nou zo’n grote flipperkoning worden? Pete Townshends boodschap zal onder meer wel zijn geweest dat een mens een mens is zolang een mens kan voelen, maar dat wist ik toen niet zo te verwoorden.

Er zat een nummer in die rockopera waarbij ik me altijd bijzonder onbehaaglijk begon te voelen, een rare tekst geschreven op een wijs en in een maat die me tegenstonden. Mijn woordenboek hielp me ook al niet bijster bij mijn pogingen te begrijpen wat dat fiddle about al niet kon betekenen. Ging het om een oom die aan de jongen zat te friemelen?

Nu dan, jaren later, lees ik op Google News het bericht dat Pete Townshend op borgtocht is vrijgelaten in een kinderpornoschandaal. Pete Townshend verklaarde dat hij bezig is zijn autobiografie te schrijven, waarin hij een belastende verklaring wil opnemen jegens de vriend van zijn grootmoeder, bij wie hij rond zijn zesde jaar in huis woonde… Goed, die stond dus model voor die oom in de rockopera. Is dat een afdoende verklaring voor Pete Townshends gesurf naar internetsites die kinderporno aanbieden? Juridisch niet in Engeland, psychologisch wel. Want het kan zijn dat je in je jeugd zo seksueel mishandeld bent dat je later uit woede obscure plaatjes gaat bekijken in een volstrekte eenzame en tot mislukken gedoemde poging te achterhalen wat jou destijds eigenlijk overkomen is. Zoals mensen die in hun jeugd dermate zijn mishandeld, dat ze later bijvoorbeeld messen gaan verzamelen, waarmee ze hun muren volhangen. Mocht Pete Townshends fixatie voortkomen uit eigen slachtofferschap en hij wordt gestraft, dan gebeurt dat uiteindelijk om wat een ander hem heeft aangedaan. Waarmee de onuitroeibaarheid van onrecht ook nog maar eens en passant zou worden aangetoond.

Haagsche Courant, vrijdag 24 januari 2003

Hendrix volgens Nguyên Lê

le Van alle kunstvormen is de muziek stellig de minst aanstootgevende bij al dan niet geslaagde pogingen tot etnische kruisbestuiving. In de wereldmuziek brengt het experimenteren in muzikale oases zoveel vormen voort, dat het onderhand heel lastig wordt voor de muziekhandel om al die cd’s keurig per genre aan de consument aan te bieden. Jazz- en popmuziek voeren er het hoogste woord, maar zetten toch schuchtere stappen in de richting van bijvoorbeeld zeer complexe Indiase of Afrikaanse ritmes, waarbij de drie- en vierkwartsmaat verbleken tot infantiele soldatenmarsjes en boerenwalsjes.

Fusion kan heel spannend zijn. Op het podium van de world jazz stapt een gitarist rond die luistert naar de naam Nguyên Lê. Hij is geboren in Parijs in 1959 uit Vietnamese ouders. Bezig baasje. Eerst drummen leren, dan gitaar en basgitaar, studies in Visual Arts en filosofie, met een thesis over exotisme. Laat ik zeggen dat, wanneer je naar zijn muziek luistert, de man weet waarmee hij bezig is. Niet alleen speelt hij vanuit een gevoel, nee, er zit altijd een idee achter. Of een regelrechte zoektocht naar zijn Vietnamese roots, zoals op de zeer intrigerende cd Tales from Vietnam (ACT, 1996). Daarin komt hij met uitstekende muzikanten tot een synthese tussen jazz en traditionele folksongs, met de mooie stem van de zangeres Huong Thanh. Tussen 1997 en 2000 komt hij zwervend van de Amerikaanse fusion bij de Noord-Afrikaanse Funk-Raï terecht en steekt ten slotte met een Spaans-Algerijns-Vietnamees-Italiaans-Turks-Noors-Amerikaans-Frans gezelschap de macroculturele woestijn over.

Thans is hij met de cd Purple (2002) terug bij zijn grote held, zijn jeugdliefde: de legendarische Jimi Hendrix. Wiens held is dat eigenlijk niet, zou je kunnen zeggen, maar Nguyên Lê beperkt zich niet tot minimaal gevarieer op Hendrix’ composities, zoals Steve Ray Vaughan dat deed. Hij gebruikt ze als standards voor zijn crossing border jazz en laat enkele nummers zelfs vertolken door een zanger in het Bambara uit Mali. Met welk idee?

Aan het einde van Jimi Hendrix’ korte leven werd het al duidelijk dat de gitaargod een andere weg in zou slaan, hij bezocht niet voor niets Miles Davis als zijn mentor. Of Jimi Hendrix een terugkeer naar Afrika koesterde valt niet op te maken uit de tekst van Voodoo Child. Mogelijk heeft Nguyên Lê dat wel als een aanname gebruikt, wellicht uit een persoonlijk verlangen naar het land van zijn ouders: Vietnam.

Hendrix droeg zijn Machine Gun op oudejaarsnacht 1969-1970 op aan de soldaten in Vietnam, met wie hij begaan was. Was het juist díe oorlog die Nguyên Lê’s ouders had doen vluchten naar Parijs? Wie zich nergens op de wereld helemaal thuis voelt, zoekt misschien dit soort verbanden in het noodlot als rechtvaardiging voor migratie uit een opgedrongen zelfverdediging in het land van aankomst. De muziek loopt in dit alles niet voor op de literatuur. Dat lijkt maar zo. Kwestie van zoeken.

Haagsche Courant, vrijdag 17 januari 2003
Copyright © 2003 Alfred Birney

Sneeuw

logo alfred birney Soerabaja Papa heeft een tweedehandse slee op de kop getikt, maar hij gaat niet mee naar buiten, hij heeft het koud, hij komt uit een land waar het zo warm is dat het er niet kan sneeuwen. Ik deel de slee met mijn tweelingbroer, we moeten alles delen, tot en met het dagelijkse flesje schoolmelk toe. We trekken elkaar om beurten voort, maken ruzie over wie aan de beurt is, turen de laan af die in de verte alsmaar witter wordt, er moet een dik pak sneeuw liggen ginds bij het Zuiderpark.
Een man met een grijze hoed en een loden jas doet geeft ons in het voorbijgaan het advies mee onze ogen eens beter te wassen.
We wrijven onze bruine ogen uit en staren de man verwonderd na.
‘Ach, laat die lui toch kletsen,’ zegt Blauwoog Mama zonder van het granieten aanrecht op te kijken.
We waren te jong om de kleinburgerlijke grap van zo’n pur sang Hagenaar en Blauwoog Mama’s meewarige reactie te kunnen begrijpen. Alles was ernst, zoals sneeuw die overgaat in stuifsneeuw. Onze slee die weer eens op kale stoeptegels stuit. Het traject dat weerbarstig wordt, saai en nat.
We zaten ruggelings tegen elkaar op de latten van de slee en spraken af om net zo lang te wachten tot het weer zou gaan sneeuwen. De dikste sneeuw lag altijd ginds, waar je nooit je slee over ruwe stoeptegels hoefde te tillen, waar je alsmaar kon blijven sleeën, dóór en dóór en dóór. Hoe zou het zijn om helemaal daar terecht te komen?
Op een dag zijn we met onze slee achter ons aan de laan afgelopen, helemaal voorbij het Zuiderpark. We gingen zo ver, dat we ons huizenblok niet meer konden zien.
Een man met een gele hoed vroeg ons waar we naartoe wilden. We zeiden dat we waren verdwaald. Hij nam onze slee op zijn nek en liep met ons mee terug naar onze kleine portiekwoning, waarbinnen een oorlog woedde, meestal in de nacht, met het schaduwspel van Soerabaja Papa en zijn dolk op onze slaapkamermuur wanneer hij vocht tegen iemand die wij niet konden zien.
‘Hij ziet spoken, die vader van jullie,’ was Blauwoog Mama’s dagelijks refrein. ‘Hij denkt dat die peloppers uit Indonesië hierheen zullen komen om hem en ons erbij uit te moorden.’
‘Hé, we hadden tegen die man met die gele hoed moeten zeggen dat we geen huis meer hadden. Misschien had hij ons dan meegenomen naar een kerk, daar komen aardige mensen die kinderen helpen.’
‘Ja, en achter ons zouden alleen de voetstappen liggen van die man met die gele hoed, tussen de sporen van onze slee. Zo zouden we nooit gevonden kunnen worden.’
‘Maar mama dan? En de anderen?’
Dat was een vraag die ons gekluisterd hield aan onze slee. Maar zou het flink gaan sneeuwen, misschien kwam dan ook het wonder dat ons ver voorbij het einde van de laan zou brengen, weg van de oorlog op de slaapkamermuur, voor altijd, en nooit weerom.

Haagsche Courant, vrijdag 10 januari 2003

Brown eyed girl

logo alfred birney Nani is een dochter van een Hollandse matroos die in Semarang is blijven hangen en er met een welgestelde weduwe uit Nias is gehuwd. De koffieonderneming op de berg Kawi is een paradijs om in op te groeien, samen met Rudi, een verweesde Indo wiens vader er ooit opzichter was. Nani en Rudi groeien op als broer en zus. Ze bezoeken een particulier schooltje dat door een weduwe wordt gerund voor kinderen van Europeanen en rijke Chinezen. Rudi is Nani’s held, samen beleven ze klassieke Indische avonturen. Hij redt haar uit de klauwen van een aap en zelfs van een wisse dood door met een speer een dolgeworden banteng te verslaan. Maar op een dag verschijnt een Franse gouvernante op de koffieonderneming. Die weet Nani’s ouders te overreden de twee van elkaar te scheiden. De jongen zou immers weldra met andere ogen tegen zijn ‘zusje’ aan gaan kijken. Wah! Rudi wordt verbannen naar de bijgebouwen, terwijl Nani in het hoofdgebouw onderworpen wordt aan een deftige Europese opvoeding en gekoppeld aan een arts van niks uit Zoeterwoude. In jagen heeft Rudi geen lol meer, voor hem rest slechts een portretje van Nani, én goena-goena: tovenarij… Ziehier het motief van een vergeten roman uit 1905 van Victor Ido: In vreemde sferen.

Zestig jaar later is het een hele andere tijd. Europeanen kunnen niet zomaar meer naar de Oost om er hun geluk te beproeven. Nederlands-Indië bestaat niet meer, het land heet Indonesië en Nederland stelt weinig meer voor. In Belfast, Noord-Ierland, staat een zanger op met een grote bek en een hang naar blues. Hij heet Van Morrison, richt de groep Them op en scoort een hit met Gloria. Dan steekt hij over naar Amerika en scoort ook daar een hit: Brown Eyed Girl. In het tweede couplet haalt hij herinneringen op aan een meisje: Hey whatever happened, tuesday went so slow / Goin down the old mine with a transistor radio / Standin’ in the sunlight laughin’, hide behind the rainbow’s wall / Slippin’ and a-slidin’, all along the waterfall with you / My brown eyed girl, you my brown eyed girl.

Waarom of waardoor hij haar verliest, wordt door Van Morrison niet bezongen. Het gebeurt gewoon. Dat kan ook in een boek. Maar romans waarin raadselen veeleer worden vergroot, zijn helaas niet zo talrijk als die waarin alles vanuit het menselijk handelen tot op het bot wordt verklaard. De gefileerde motieven in Victor Ido’s boek vernachelen de dramatiek. Dit aan Indië tijdgebonden werk vindt alleen zijn weg nog naar de freak. Was het verhaal dichter bij Rudi en Nani gebleven en minder uitgewaaierd naar te veel doortrapte bijfiguren, dan zou het boek misschien de tijd beter hebben doorstaan. Het verliezen van een geliefde hoort bij het leven, eigenlijk bij elk leven, onverschillig tijd, plaats, omstandigheden. Wie dat niet zo ervaart en het ondanks die vorm van maagdelijkheid in een raciale zedenschets verpakt, die neuriet het deuntje van de toevallige passant. Kan ook mooi zijn, daar niet van. Even.

Haagsche Courant, vrijdag 3 januari 2003
Copyright © 2003 Alfred Birney