Als iemand mij naar een record zou vragen, dan keek ik naar de tijd die het me kostte een kort verhaal of een roman te schrijven. Mijn snelheidsrecord op de korte baan ligt op drie dagen, op de lange baan negen maanden. Niets bijzonders dus. Mijn traagterecords zijn interessanter. Ik werkte twaalf jaar aan mijn langste roman en had evenveel tijd nodig voor het schrijven van één van mijn korte verhalen.
Het korte verhaal wordt hier ondergewaardeerd, ik snap niet waarom. Misschien omdat je ze moet kopen en columns niet. Verhalenbundels verkopen nauwelijks in Nederland, tenzij het om jumbo-uitgaven van beroemdheden gaat die voor de zomervakantie de markt op worden geslingerd. Die komen doorgaans niet van schrijvers die uitblinken in het korte verhaal. Ikzelf ben ook geen kortverhalenschrijver bij uitstek, al drijft de column me wel steeds meer die richting uit.
Wat een column nou precies inhoudt of in zou moeten houden, is voer voor vele discussies. Gangbaar is de opvatting dat de column zich in het niemandsland bevindt tussen het korte verhaal en de journalistiek. Dus een anekdote of sfeertekening als een loempiavel om een mening gerold. Of, controversiëler, een mening die om een pannenkoek wordt gerold. Een column leren schrijven hoeft niemand. Je kunt het of je kunt het niet. Maar dan: stijl en schrijftechniek even daargelaten. Anders zou de column de laatste jaren nooit het korte verhaal zo enorm hebben kunnen wegdrukken.
Dat columns aantrekkelijk zijn, moet voor een deel liggen in de lengte. Ze zijn nog korter dan het korte verhaal. Je kunt ze lezen bij de bushalte en tijdens het koken. Vreemd genoeg is behalve de column ook de dikke roman enorm populair, de boeken met de dikte van een straatklinker. Het verschil tussen een column van 500 woorden en een roman van 300.000 woorden is te absurd als je met deze getallen wilt gaan goochelen om de populariteit van beide genres te verklaren. Uiteraard hebben ze wel iets gemeen. Een leuke column scheur je uit en geef je aan je tante, een dik boek koop je en geef je aan eh… die zo’n mooie salontafel in de kamer heeft staan. Bloemetje ernaast, flesje wijn en zo meer. Videootje aan, vrijen op de bank, het boek dient als kanonskogel bij relatiecrises.
Een column kun je desgewenst uit je hand te schudden, een kort verhaal niet. Een goed kort verhaal vergt bloed, zweet en tranen. Publicatiemogelijkheden voor dit genre zijn er nauwelijks. De weg naar schimmige literaire tijdschriften voert langs raadselachtige omwegen en onzichtbare redacteurtjes. Dat de landelijke en regionale kranten niet regelmatig ruimte bieden aan nieuw talent van korte verhalen is jammer, zeker nu de literaire tijdschriften hun toevlucht op het internet zoeken. In Indonesië, dat wordt beschouwd als een onliterair land, bieden de kranten juist wél plaats aan nieuw schrijftalent. Daar debuteer je, als aspirant schrijver, gewoon in een krant. En de columns daar? Nou, die worden geschreven door lezers.
Alfred Birney / Haagsche Courant, vrijdag 28 februari 2003
