Spoelwet

logo alfred birney Zo, dus de FC Den Haag, nee ik bedoel ADO, eh nee ADO Den Haag heeft nu ook een Japanse kanjer. Ik dacht eerst even dat ik las ‘Japanse karper’ (= koi) en vroeg me meteen af of die karper de ooievaar op de spelershirts zou vervangen en welke kleur die vis dan wel niet zou hebben, of dat de middenstip misschien was vervangen door een rond vijvertje waarin de koi vredig kon zwemmen ter lering ende vermaeck van voetbalvandalen. Maar nee, we hebben hier dus echt van doen met een ‘Japanse kanjer’. Zijn naam is Kazu Toda. Hij was die speler met die rode kuif, zeg de Koi van het Japanse team, tijdens het WK van Hiddink weet u wel. Het opmerkelijkste wat over Toda’s lippen kwam bij de eerste persconferentie in het Haegsche is dat zijn appartement een bad mist. Leuk, hè? Nou zijn de verschillen in badcultuur tussen Holland en Japan al zo’n 400 jaar bekend, er is uitgebreid over geschreven in een megaseller als Shogun van James Clavell, maar een Japanner het hier naar de zin maken door zoiets eenvoudigs als een bad, nou nee, dat zal nog zo’n 600 jaar duren, denk ik. Gut, straks stuurt ADO een gedelegeerde naar de voetballende Karper om hem uit te leggen hoe ie een washandje moet gebruiken, wah! Kan ie van schrik niet meer voetballen tot zeg de laatste wedstrijd voor degradatie naar de flutdivisie.

Ik maak effe een sprongetje naar de Indische mensen die met 300.000 naar Holland werden verscheept in de jaren vijftig. Beetje link dit, want er zijn oudere Indische mensen die terstond mata gelap (oog rood = woedend) worden als ze in één adem met een ‘Jap’ (Jap = zoiets als Mof) worden genoemd. Maar ik begon dit sprongetje toch netjes met een nieuwe alinea, niet? (Voor wie werkelijk niet weet waar ik het over heb: zet die teevee eens uit en lees een geschiedenisboek, desnoods eentje van Bosma en Raben).

Goed, sprong gemaakt. Nou, die Indische mensen die keken zich hier de ogen uit het hoofd. Wat bleek? Hun Hollandse voorouders bedienden zich op het toilet van papier! Smeercultuur, wah! Indische mensen daarentegen hadden een spoelcultuur. In het eenvoudigste geval bedienden zij, en bedienen zij zich van de fles om hun achterste mee te spoelen. Spoelcultuur, ya! (Botol cebok = mencebok met fles.) Die vergaten onze dominee Multatuli en onze dandy Couperus helaas te beschrijven in hun romans en met echte Indische romans vegen onze ‘grote’ recensenten in Damsko zich de gat af, tja, ach, al, sudah laat maar.

Of ADO inmiddels niet al een klusjesman op onze Japanse Karper heeft afgestuurd om een bad te plaatsen zou ik niet weten. Maar nu ik het er toch over heb… eh, is het niet mogelijk dat er een Spoelwet komt, waarin staat vermeld dat elke verhuurder verplicht is voor Indische mensen een sproeiertje in het toilet te monteren? Laat geen sporen na. Is Indisch.

Haagsche Courant, vrijdag 30 januari 2004

Follow

logo alfred birney Ik ga denk ik maar een auto kopen. Kan ik met de tuffende niet-rokers het milieu verder gaan verzieken. Mijn zoontje mag dan halverwege deze eeuw gezellig met een gasmasker over straat. Maar hemel, die auto’s van tegenwoordig zien er niet uit. Het is allemaal dezelfde fantasieloze blikzooi met veel oog voor zuinigheid in brandstofverbruik (zodat we nóg meer kunnen rijden), veel computergefreak (sprekende wegwijzers, dan hoef je niet te denken), op afstand bestuurde vergrendeling (leuk voor zappers), 100 watt hifi-installaties (zodat je het verkeer om je heen niet hoort) en meer van die ongein. Geef mij maar een ouderwetse VW of Citroën Traction Avant waar mijn Brabo opa met zijn dronken kop eens de vaart mee in reed (hij won tweemaal de staatsloterij en had de volgende dag alweer een nieuwe). Die auto’s hadden een eigenheid, wat zeg ik, een ego! Haal ik me wel een probleem mee op de hals, want die ego’s kenden geen therapeuten indertijd. Dus dat wordt sleutelen en dat kan ik niet met die verwende schrijfvingertjes van me.

Het VW-busje is mijn favoriet, liefst een T1 (1948-1966), want daar reed Ome Willem in. Wie Ome Willem is doet er nu even niet toe, dat komt later wel. Eerst maar onze Craig. Die reed, moderner, in een T2 (1967-1979). Mwah, ging nog wel. Enorme zeikerd van een vent overigens, maar hij reed lekker, smooth you know, yeah!

Craig was een naar het stadshippiedom afgegleden ex-militair en toerde een poosje door Holland in een VW-busje met Duits kenteken. Achterin lag een matras, waarop we blowden, gitaar speelden en zemelden over de zin van het leven. Onze tochten waren doelloos en dus perfect, aangezien wij de doelloosheid als de tao van het leven beschouwden. Maar Craig was een kapotte grammofoonplaat, die bleef hangen bij een alarmknop die Amerika het sein kon geven onmiddellijk haar raketten op Rusland af te vuren. Craig had zwetend van angst achter die knop gezeten. De Derde Wereldoorlog had ooit in Craigs handen gelegen! Gitaarspelen kon hij niet. Wat een handicap voor een traumadier. Hij had wel een cassettespeler aan boord, met maar één bandje, dat eindigde met ‘Follow’ van Richie Havens, die zwarte folkartiest die op Woodstock even niet wist wat ie moest zingen en spontaan ‘Freedom’ begon te schreeuwen. Ik heb zijn eerste elpee nog, bekrast, bevlekt, doorleefd. ‘Follow’ staat erop. Als ik dat draai, dan zit ik weer in Craigs busje. Zonsondergang in 1972. Neonlicht. Kalklijnen spelen op het asfalt. Richie Havens zingt: ‘If all the things you see ain’t what they seem… Then don’t mind me, cos I ain’t nothing but a dream…’

We zwijgen, Craig erbij. Wat kan het leven mooi zijn. Met zo’n lied dan, hè? Laat dat VW-busje eigenlijk maar zitten ook. Muziek, tabak en de Haagsche Courant. Dat is zat, joh.

Haagsche Courant, vrijdag 23 januari 2004

A & B

logo alfred birney A: Lekkere timing heeft die fractievoorzitter van het CDA. In de middag schiet de een of andere Turkse desperado een leraar voor zijn kop en in de avond roept die Verhagen tijdens een partijbijeenkomst dat het integratiebeleid is mislukt.
B: Wat klets je nou? Dat heeft toch helemaal niks met elkaar te maken, man!
A: Dacht je dat? Op de weblog van Turkse studenten zijn er zat die zich nu al gestigmatiseerd voelen. ‘Daar gaat onze goede naam’, roepen ze.
B: Hebben Turkse jongeren een goede naam dan?
A: Beter dan Marokkaanse jongeren. Die hebben een slechte naam vanwege hun gedrag op straat. Maar ze praten Nederlands zodra je bij ze komt staan, dat doen Turken niet.
B: Moeten ze dat dan?
A: Het is een klacht van Marokkaanse jongeren. Die vinden het onfatsoenlijk dat Turken in hun eigen taal blijven spreken als er een Hollander in de buurt komt. Cultuurverschillen liggen niet in de kloof tussen autochtonen en allochtonen, maar in eerste instantie tussen volkeren, dan tussen groepen, dan tussen steden, wijken, straten, buren en ga zo maar door.
B: Als jij zo nodig genuanceerd wilt blijven doen, dan komen we helemaal nergens. Maar goed, laten we dan zeggen dat Marokkanen slaan en Turken schieten, dan kunnen ze die nuance alvast meenemen in het volgende integratiebeleid.
A: Leuk ben jij. Zetten we er meteen bij dat alleen Hollanders politici overhoop schieten.
B: Het maakt niet uit wat Hollanders doen, hun gedrag kan niet afwijken van de norm.
A: Precies. In Nederland wordt Nederlands gesproken, dus men vindt dat immigranten onze taal goed moeten leren spreken. Maar daar komen ze mee nadat ze al jarenlang Turkse en Arabische zenders via de kabel op televisie laten komen.
B: Discriminatie van jewelste. Chinezen moeten betalen voor hun zender. Indonesiërs ook.
A: Italianen en Spanjaarden weer niet. Pure willekeur. Zie jij een Griekse zender?
B: Het gaat er dus niet om welke groepen zich het hardst laten horen.
A: Nee. De groep die zich het hardst laat horen is de blanke Europeaan. Heeft die zich aangepast in Amerika? Ze hebben de autochtonen in reservaten gestopt. Australië is als dumpplaats van Engeland gebruikt voor criminelen met wie men geen raad wist. Aboriginals worden daar niet officieel aanvaard als de oorspronkelijke bewoners; dat historische feit is gewoon bij wet weggemoffeld. De koloniale orde is zo verweven met het Westerse gedachtegoed dat er niet eens meer over wordt nagedacht.
B: Er gaat mij een licht op. Die schietincidenten op school zijn in Amerika al geen voorpaginanieuws meer. Wij sjokken tien tot twintig jaar achter de Amerikanen aan en krijgen terug wat wij Europeanen daar ooit hebben geïmporteerd.
A: Ja, en dan vergeten we het geloof nog.
B: Begint het daar niet mee?

Haagsche Courant, vrijdag 16 januari 2004

Radio

logo alfred birney Internet: de verleiding. Surfen: de verstrooiing. Internetmagazines brengen vaak leuk nieuws. Leuk betekent amusant. Nieuws wordt amusement. Of was nieuws eigenlijk altijd al amusement? Surfen is zoiets als zappend lezen, snel, oppervlakkig. Wanneer ben je nou verslaafd aan surfen? Misschien zodra je niet meer weet dat je surft louter om de verveling te verdrijven? Wanneer je zelfs nog surft terwijl je allang in je bed had moeten liggen en je de computer aanzet zodra je je bed weer uitkomt? Dát zal wel een teken van verslaving zijn. Ben ik verslaafd? Zou kunnen. Is dat een probleem? Nee, want ik ben verslaafd aan sigaretten en dat is ook geen probleem voor me. Wordt wel door de antirooklobby tot een gigantisch probleem voor anderen gebombardeerd, maar dat is een ander verhaal. Hé! Wat zie ik op mijn beeldscherm? Apple biedt zijn muziekdienst iTunes gratis aan voor mensen die Windows op hun computer hebben zitten, en dat zijn er nogal wat, want je krijgt dat spul in de winkel gewoon door je strot geduwd. Slimme zet van Apple! Proberen? Welja, met het risico dat je het er later weer af moet gooien, want Windows kan niet goed tegen bezoek van vreemden. Dan krijgt Windows nukken. Je computer loopt dan net zo lang vast totdat je het vreemde spul er weer af hebt gegooid. De Balkenende-politiek, zeg maar. Tegen heug en meug met de sociaal-democraten onderhandelen en dan met de liberalen gaan regeren. Het kan dus heel goed een deal zijn tussen Windows en Apple. Windows geeft een sleutel aan Apple, zodat ze later samen het aanstormend anarchistisch platform Linux te lijf kunnen gaan. Wow, de iTunes van Apple ziet er goed uit! Mooie vormgeving. Als Windows V & D is, dan is Apple de Bijenkorf (en Linux de HEMA). Kijk eens aan, ze hebben een radiolijst met 20 muziekstijlen op het menu staan. Zoiets heeft Windows ook, maar daarvan werkt de helft niet of je komt op een kanaal waar je wordt doodgegooid met reclame, of je moet gaan betalen, terwijl wij hier de kijk- en luistergelden al ontwend zijn. Even tellen: de iTunes-speler biedt 348 radiozenders. Dat is meer dan ik op mijn tuner heb zitten. Ik kies een Mexicaanse zender. Goeie mix van traditioneel en modern, het bijt elkaar niet. Soms drie nummers achter elkaar van één artiest, kunnen ze hier wat van leren. Goeie Amerikaanse jazz-zenders ook, van swing en postbop naar fusion. Maar de uitzendingen zijn gestreamd en via de kabel valt er soms iets weg. Lijkt wel veertig jaar geleden! Radio Monte Carlo viel toen ook geregeld weg. Het geluid was slecht destijds, net als nu, maar je hoorde muziek die je op de Nederlandse kanalen niet te horen kreeg. Met internetradio herleven oude tijden! Nieuwe mediatechnieken vertonen kinderziektes, dus we beginnen gewoon weer opnieuw. Het leven is herhaling. Mooi, dan hoef je niet naar de tijden van weleer terug te verlangen.

Haagsche Courant, vrijdag 9 januari 2004

Privacy is handel

logo alfred birney Op het moment dat ik deze woorden schrijf, ben ik verbonden met het world wide web. Ik kan worden bespioneerd. Men kan nagaan dat ik in deze periode veel luister naar Hiptronica en dat ik www.identificatieplicht.nl heb bezocht. Dat is een website van een groep actievoerders die tegen de identificatieplicht strijdt. De artikelen zijn niet ondertekend, de anonimiteit wordt onderstreept. Groei in communicatiemogelijkheden stimuleert afhoudend gedrag. Kijk maar om je heen. Het aantal mensen dat zijn telefoonnummers blokkeert groeit. Iemands adres vragen staat zo ongeveer gelijk met versiergedrag. Je geeft je e-mailadres, hooguit. Een alias is normaal, wie zijn naam in een e-mailadres zet wordt voor naïef versleten. Geen mens wil zich zomaar blootgeven. Maar de waarborg voor privacy wordt meer en meer bedreigd door paranoïde machtshebbers met een hoog besmettingsgehalte.

Sinds enkele jaren bestaat de tapwet, die internetaanbieders verplicht hun klanten af te tappen indien justitie daartoe opdracht geeft. Het wissen van sporen op je computer heeft geen zin, je zet je sporen immers elders, al zit je op je stoel. Je pinpas is al langer het spionnetje van allerlei databanken, waar robots je profiel samenstellen. De machtigste man op aarde heet geen George Bush maar Bill Gates: de Shogun van Cyberspace. Hij kon, nota bene zonder inmenging van overheden, van de ene op de andere dag wereldwijd Microsofts open chatboxen sluiten omdat er te veel met seks werd gekliederd. Feitelijk een soort samenscholingsverbod, want mensen worden intussen hevig geactiveerd elkaar individueel te zoeken. Zo ben je meteen makkelijker op te sporen natuurlijk.

Het is geen utopie je in de toekomst met een biometrisch pasje te moeten legitimeren wanneer je het internet op moet. Microsoft steunde de campagne van Bush, die op zijn beurt terrorismebestrijding als leus voert om van andere landen te eisen dat zij een biometrisch paspoort invoeren. De proef met een gezichtsscan in een paspoort, die minister De Graaf aankondigde, is al achterhaald voor het wordt genomen. De ontwikkelingen in biometrische toepassingen gaan zo snel dat een nieuwe paspoortaffaire op handen lijkt. De Graaf noemt de vingerscan het geschiktst voor de vaststelling van iemands identiteit, terwijl onderzoek heeft uitgewezen dat de foutenmarge vijf procent is. In de VS kan men voor een fooi van 25 dollar in laboratoria een valse vingerafdruk laten maken om een vingerscanner voor de gek te houden. De gezichtsscan kent een foutenmarge van 20 tot 25 procent, dus dat wordt spugen aan het loket later voor een DNA-afdrukje in je paspoort. Maar nu eerst je vingers en je smoel, want er lopen contracten op de biometrische markt. Wie denkt dat hij of zij toch niets te verbergen heeft, kan zich maar beter de vraag gaan stellen wat de overheid eigenlijk voor ons te verbergen heeft.

Haagsche Courant, vrijdag 2 januari 2004