Funk van Candy of junk van Qaeda?

logo alfred birney Woah, het is alweer een tijdje terug dat het eerste North Sea Jazz Festival in Den Haag van start ging. Ik was een jaar of vijfentwintig en kreeg een beetje genoeg van popmuziek. Een vriend liet elpees van Billie Holiday bij mij achter en zo kwam ik bij de jazz terecht. Het was wel wennen aan die toeters, ik hou meer van snarenspel, maar van Lester Young kon je leren hoé je noten te kiezen in plaats van onnadenkend met toonladders goochelen. Lester Young was natuurlijk al dood, maar je kon Earl Coleman in die tijd nog live horen zingen, je stond dan met een man of tien naar dat geweldige chagrijn te luisteren. Het was rustig die eerste jaren in het Congresgebouw, ik zat eens te luisteren naar Larry Coryell met twintig man verdeeld over een paar honderd stoelen. Gezellig? Nee, maar die gozer speelde de sterren van de hemel. Later begon de organisatie met mainstreamspul meer mensen te trekken. Ik geloof dat ik de eerste zes afleveringen van het North Sea Jazz Festival heb bijgewoond en toen ben afgehaakt. Het werd ontzettend druk met mensen die eenmaal per jaar naar jazz kwamen luisteren en dan weer teruggingen naar de Zangeres Zonder Naam, heel vervelend allemaal, je moest urenlang een stoel bezet houden om je helden te kunnen zien. Ik had één held: Baden Powell, die zelfs door verkopers in speciaalzaken van jazzmuziek nog voor padvinder werd aangezien, als ze je al niet probeerden te verbeteren door te zeggen: ‘Je zal zeker Budd Powell bedoelen?’ Nee! Baden Powell de Aquinho! Tja, zijn vader was een fan van de stichter van de padvinders, poor boy die Baden Powell, net als die andere Braziliaantjes die naar Johan Cruyff, Mike Tyson en wie weet intussen naar Bill Gates worden vernoemd. Enfin, Baden Powell, meestergitarist, was de laatste die ik zag op het North Jazz Jazz Festival. Daar kon voor mij niets meer tegenop, geen Steps Ahead, Miles Davis, Candy Dulfer and what have you. Maar voor anderen toch wel? Moet het North Sea Jazz Festival werkelijk straks gaan verhuizen naar Rotterdam? Naar Ahoy? Is dat niet eerder iets voor Lee Towers? Gezeik op grootboekhouderniveau, hè? Er moet zeker voorrang gegeven worden aan Europol door de heren van TCN Property Projects met hun handel in kantoren, kantoren en kantoren. In Den Haag zetelt het Internationaal Gerechtshof, de OPCW, het Joegoslavië-tribunaal, we verlenen hosting aan Volkert van der G. in de gevangenis van Scheveningen, kortom onze gastvrijheid is grenzeloos, maar Nguyên Lê zullen we hier dan wel niet meer te zien krijgen. Wie dat is? Go ask those jazzfreaks! Die zakken weten dat zelf niet eens. Montreux maar doen? Berlijn? Tokio? Wat willen we hier? Funk van Candy of junk van Qaeda? Wanneer zou het bij ons volgens het Pentagon ook al weer onder water lopen? 2007? Gooi de trossen los op de daken van uw huizen en zing bee-doo-bee-doo-wah! Our Ultimate North Sea Jazz Festival! Yeah!

Haagsche Courant, vrijdag 19 maart 2004

Hé, niet zoenen op het zebrapad

logo alfred birney Deze titel is van een liedje uit de jaren zestig, vreselijk tutnummer met een knipoog naar de inburgering van de kus in het openbaar. Oudere mensen, heimelijk terugverlangend naar hun herdersuurtjes tussen de paardenbloemen, in de hooischuur of weet ik veel, wierpen zoenende stelletjes nog wel hatelijke blikken toe, maar de buizenradio was machtig en het zebrapad nogal smal, dus dat werd hangen en zoenen tegen de muren met de krijthartjes. Later werd het de achterbank van de auto, toen de huiskamer en voor zo ver ik weet heeft de televisie intussen de tongzoen geclaimd voor datingspelletjes: twee jongelui hebben elkaar nog niet in de ogen gekeken en hup de tongen glijden als vette haringen bij elkaar naar binnen. ‘Niet zoenen op het zebrapad’ geldt dus nog altijd en is vooral praktisch want voor je het weet rijdt de een of andere aso met injectiemotor jou en je liefje de vernieling in. Zoals u weet liggen de zebrapaden hier niet voor voetgangers maar voor ufonauten, die de opdracht hebben graancirkels in weilanden te tekenen, buiten de zebrapaden dus. Ik zie de laatste jaren weinig gezoen meer op straat, er moet geloof ik meteen geneukt worden, dan weet je meteen wat voor vlees je in de kuip hebt. De Indonesiërs volgen ons via de berichten van de ufonauten, zien de bui al hangen en komen nu met een wetsvoorstel om zoenen op straat te bestraffen met vijf jaar cel. Vijf jaar! Ja, en die gevangenissen daar zijn niet misselijk! Bloedheet, met zijn tienen in een cel, knokken voor je ellendige leven en droge rijst met kakkerlakken vreten. Ben je lekker mee, sta je eerst nog lekker te zoenen aan de Malioboro in Jogjakarta en een week later word je verkracht door medegevangenen die al vier, vijf makkers het leven uit hebben gejend. En wat staat er nou op zoiets als vrouwenmishandeling? Niks, want dat vindt plaats binnen de beslotenheid van het gezin. Onlangs verscheen een vertaling van een roman over dat thema van mij in Indonesië en ik had er nu eigenlijk moeten zijn om het boek te promoten. Maar er is veel soesa aan de overkant: de aanloop naar de partijverkiezingen, dan de verkiezingen, dan de aanloop naar de presidentsverkiezingen, weer verkiezingen, eventuele herverkiezingen, en dan is het weer ramadan. Laat dat boek zichzelf dan maar verkopen. Wordt niet in gezoend trouwens. Zit wel wat seks in, tussen een Indo en een Indonesisch meisje. Of is het porno? Momenteel probeert een parlementscommissie tot een definiëring van porno te komen. Begint al lekker: erotisch dansen is porno en goed voor tien jaar cel! Wat dat allemaal gaat worden daar zou ik niet durven voorspellen, de islamitische wetgeving is er nog niet ingevoerd. Maar dat de koude oorlog tussen islam en christendom wereldwijde hysterie geeft is wel duidelijk. Waar blijven die ufonauten nou om ons te verlossen? Of worden die in naam van hun commandant vernietigd als ze in hun graancirkels hebben liggen vrijen?

Haagsche Courant, vrijdag 12 maart 2004

Liegen

logo alfred birney Weet je waar veel geld aan wordt uitgegeven? Aan onderzoek naar menselijk gedrag. De mens is namelijk het grote onderwerp van de mens sinds de mens bestaat. Verschrikkelijk egocentrisch wezen, de mens, en dan zijn er ook nog lui die prediken dat je ‘meer mens’ moet worden, huh. Laatst kwamen de Amerikaantjes weer met zo’n onderzoek van niks, die lui komen zo’n beetje elke minuut met een onderzoek van niks en de Europeaantjes nemen dat dan maar weer over, het blijft familie hè, dat tuig dat daar even een heel continent heeft ingepikt. Nu komen die vuile leugenaars met een onderzoek over liegen, so fasten your seatbelts Dutchies! The New Scientist – een chic blad dat allerlei onderzoekers weert uit angst dat men met bewijzen komt over UFO’s uit Volendam – kwam onlangs met een onderzoek dat moest aantonen dat mensen vaker liegen aan de telefoon dan per e-mail. Namen ze dertig studenten voor, die natuurlijk de hele dag aan vreemdgaan denken. Die moesten een week lang een ‘communicatiedagboek’ bijhouden: telefoongesprekken en e-mails noteren en aangeven wanneer ze hadden gelogen. De scores in procenten: e-mail 14, instant messages 21, ‘live’ gesprekken 27 en telefoongesprekken 37. Nu zijn sommige psychologen verbaasd over deze resultaten, maar dat is gelogen, anders hadden ze geen werk meer, die sukkels, je zou ze bijna nog en masse naar Wenen deporteren, ik bedoel eerst had je Dinges, toen Jezus en daarna kwam Freud, om het maar even eenvoudig te houden. Van Dinges weet ik niks maar het schijnt dat Jezus nooit loog en dat Freud heel vaak loog: als ie effe geen lekkere hysterische meid op zijn bank had liggen, dan verzon ie er wel een, die hitsige leugenaar. Enfin, volgens het jongste onderzoek is liegen onder vier ogen dus lastiger dan onder vier oren om zo te zeggen, en is liegen kennelijk nogal moeilijk per e-mail. Dat onderzoekertje, dat men dus een plekkie gunde in het maffiose walhalla van The New Scientist, concludeert dat mensen minder snel per e-mail liegen omdat ze weten dat die zooi wordt opgeslagen! Ha ha! Weet je wat het is met e-mailen? Je verzendt zo’n e-mail sneller dan een brief, je hoeft er niet voor naar de brievenbus. Dat is 1. Je reageert sneller, dus emotioneler, op een e-mail dan op een brief: je ranselt een paar zinnen uit je toetsenbord en clickt op ‘verzenden’. Dat is 2. Ironische opmerkingen komen niet over per e-mail (opvallend fenomeen is dat) en je vergeet nogal eens zo’n dom lachebekkie achter een zin te zetten om aan te geven dat je maar een grapje maakt. Dat is 3. En rúzies die uit e-mails voortkomen! Niet te geloven! Als er ergens misverstanden leven, dan is het wel in het e-mailverkeer. E-mail is stemloos, reukloos, woorden komen harder aan in hun kaalheid. Het is moeilijk om de ‘waarheid’ te lezen. Volgend onderzoek: hoe vaak heb jij een ander de waarheid verteld? Nooit? En per e-mail?

Haagsche Courant, vrijdag 5 maart 2004