Idioom voor inburgero’s

logo alfred birney Gaan met die banaan! Kijk er hangt wél een prijskaartje aan. Joh krijg jij effe lekkah de tautief! Die megazooi ken mij gestolen worden. Nou, ’t houdt niet over. Het mag niks kosten. Het weer is weer mooi klote. Jij verkoopt je hersens, ik mijn laarzen. Kwestie van keuzes maken. Kijk dat slaat dus werkelijk helemaal nergens op. Tussen die allo’s zitten ook arro’s hoor. Hey effe dimmen hè? Volgens mij heb jij een stevige beurt nodig. Ga jij es effe lekker op vakantie met die stressbek van je. Hé heb ik iets van je aan of zo? Je wordt genaaid waar je bij staat. Is het niet jij dan wel een ander. Zoek-ie deining? Of je nou door de hond of door de kat gebeten wordt, het blijft toch een eeuwige pleuriszooi daar aan het Binnenhof. Zo kan ie wel weer. Om maar even een dwarsstraat te noemen. Ze kunnen mij nog meer vertellen! Dus ik geef die gozer een jeut, flikkert ie zo in de stront, ja dat krijg je als je zo debiel gaat doen. Ik vind dat wij eens moeten praten. Hey nou moet je niet lullen hè? Volgens mij zit die baggervent van hiernaast elke avond in de Geleenstraat. So hey! Mij hoor je hier niet over. Ik zeg maar zo, ik zeg maar niks. Volgens mij is die gozer niet helemaal lekker. Hé kap effe. Jezus, spuit elf zegt ook wat. Shit! Na mij de zondvloed. Dat is dus echt helemaal kut. Wat ik je brom! Moet je eens horen: het is geven en nemen. Die ging uit zijn dak dus. Nou en? Leven en laten leven. Joh, krijg jij effe lekker het heen en weer. Gaan we zeiken? Het is uitdelen en incasseren. Klagen is ook een vak. Dumpen die hap! Hoef-ie nie meteen kwaad te worden! Doe maar een krat bier. Het is aan het Spui, in de Grote Marktstraat of ergens op Scheveningen, dat weet ik nou effe zo gauw niet op te hoesten. Hoeveel weegt dat? Wat kost dat nou? Valt wel mee hoor, hoewel… Jij gaat toch ook niet voor de kat zijn kut staan spelen? Ja het is wel goed, maar… Okay, het is jouw dag. Ik begrijp je punt, maar daar wil ik dan toch wel even iets tegenoverstellen. Ik zou hem in zijn vet gaar laten smoren. Die moet eens flink op zijn bek gaan. Moet kunnen. ’T ken vriezen, ’t ken dooien. Kikkuh! Het is toch een stukje emotie waar je mee om moet leren gaan. Mogge buuf, bakkie doen? Zo, we zagen de week doormidden. Ik kan daar best wel veel in kwijt. Dus ik denk: jeuz, wat heb ik nou aan me taas hange? Nou moet je niet lullen want zo ken ik er ook nog wel een paar. Zo, jij blij. Ik wil niks zeggen hoor maar ik bedoel maar. Het is niet om het een of het ander maar volgens mij lul je uit je nekharen. Nou daar ken je beter geen ruzie mee krijgen. Kijk, daar word ik nou zo moe van hè? ’T Is wat, hè? Doe effe normaal. Nou, dan ga je toch lekker op het platteland wonen, dan heppie je rust. Duh! Kneis je dat? Daar zeg ik geen nee tegen. Je kunt me wat. Oh fuck mijn mobieltje moet aan het infuus. Ja doei! Morgen ben je de eerste. De dominee komt voorbij. Da’s een ouwe. Geintje, ken je wel tegen toch? Vet! Joh, als je haar maar goed zit.

Haagsche Courant, vrijdag 30 april 2004

Jiu-jitsu en de kunst van het kijken

logo alfred birney Examen! Blij dat ik niet op de lijst sta, scheelt weer een slapeloze nacht. Ik bevind me in de comfortabele positie plaats te mogen nemen op de publieke tribune, als ik de klassieke gymnastiekbankjes in de beroemde rode dojo aan de Groot Hertoginnelaan zo mag noemen. Twintig kandidaten treden aan, later voegen zich twee laatkomers bij hen, wat je in Japan niet moet flikken want dat wordt dan voor straf een seizoen lang walvisjagen of weet ik veel wat ze daar voor zulke etiquetteschenders in petto hebben. Er doen zeven vrouwen mee, wat ik al wist, anders kwam ik niet kijken natuurlijk. Vrouwen hebben doorgaans een betere techniek, anders krijgen ze dat manvolk niet op de grond, snapt u? Huh, u dacht zeker dat ik aan hele andere dingen dacht, hè? Wat een simpele lezers zijn jullie toch. Terwijl enkele duo’s hun kunsten vertonen zit een zekere Indo uit het voormalige Nieuw-Guinea als een overjarige boeaja (vrouwenjager) met de twee jonge dames van Vitalizee te babbelen, alsof ie op een zaterdagmiddag in de kampong aan het buurten is. Hij bestaat het ook nog om met de benen voor zich uit gestrekt te zitten, wat in Japan ongetwijfeld de lachlust van het publiek zou hebben opgewekt, want zo zitten homo’s erbij, en nep-boeaja’s, in geen geval beoefenaren van het jiu-jitsu. Het is een examen voor beginnersbanden. Voor de leek is het dan heel moeilijk te beoordelen hoe goed of slecht de jiujitsuka’s het doen, omdat de technieken nog niet uitgevoerd kunnen worden zoals het uiteindelijk moet. Net als bij andere kunsten geldt ook hier dat het lang duurt eer het er echt goed uit gaat zien. Iemands nek omdraaien leer je in een maand, maar iemand met souplesse, gratie en stijl naar gene zijde helpen is andere koek. Witte-banders hebben het het moeilijkst, het is hun eerste examen. Gele-banders lijken meer ontspannen, zoals de dames van Vitalizee, maar die hebben natuurlijk een lekkere massage van hun werkgever meegekregen. Ze hebben allebei de boeaja als partner gekozen, want die kun je lekker smijten zo relaxed als ie is. Of hij ruikt lekker, kan ook. Er staat ook een macho mulat op de mat, die mij met de uitvoering van een simpele kniedruk aan de oude wijzen doet denken met hun lofzangen over ‘schoonheid in eenvoud’. De uitslag van het examen verbaast mij als gewoonlijk. Ik heb geen idee hoe de vier examinatoren kijken. Waarom kan iemand die zich allerlei slordigheden veroorlooft toch hoger eindigen dan iemand die alles tot in detail nauwkeurig wil uitvoeren? Een urenlange discussie met mijn broer brengt ons tot de conclusie dat de examinatoren in eerste instantie lijken te kijken naar hoe de onderdelen van de zelfverdedigingstechnieken in elkaar overvloeien. ‘Je moet zijn als water.’ Zoiets citeerde Bruce Lee eens. In die woorden ligt de weg terug naar de bron. Het kan heel lang duren eer je zo’n zin echt begrijpt. Je moet het voelen. Maar dan… Je kunt het nog altijd mis hebben…

Haagsche Courant, vrijdag 23 april 2004

Qutdiktee

logo alfred birney Als ik ergens een hekel aan heb, dan is het wel aan dictees. Dictees hebben een hoog normgehalte en een laag waardegehalte. Een dictee is een test in na-aperij, anders niet. Met schrijven heeft het weinig te maken. Daarom zie je schrijvers nooit nummer 1 worden bij een dicteewedstrijd. Spellen is niet creatief. Het leert je niet je beter uit te drukken. Zelfs niet beter te luisteren. En dan veranderen ze in Nederland ook nog om de haverklap de spelling, en die blijft hopeloos. Volkomen nutteloze bezigheid. Spellen. Je hebt er gevoel voor of niet. No matter what de regels, als jij tollol in spellen, nou sudah al, maar geef niet, al die soesah, niet noodigh as perhaal maar mooi. Hm! Neem een zin uit een roman van Edgar Caïro: ‘Hij keek weer fo zich uit, na’ die stoel vlak voor ‘em.’ Of uit een verhaal van Tjalie Robinson over een autoliefhebber: ‘Hep je hesien de merk fan mijn caar?’ Nou, laat dit de kids uit groep 8 spellen en ze komen met prachtige varianten! Enorme stimulans je eyge perosa te gaan schreivah! Spélen met spelling, multiculti schrijven, da’s pas vet! Helaas kregen onlangs 900 slaafjes uit groep 8 het Vijfde Haags Multicultureel Dictee door de strot gedauwd. Een 8telijk verhaaltje over een ooievaar die zijn wijf en kroost laat zitten en op het Thomsonplein tot inkeer komt bij de klanken van rapmuziek. Aldus voorgelezen door rapper MohCain. Maar nie eens fuck en shit in het dictee! Treurig, niet? Mahal? Shoarma? Neks van dat! Terwijl het toch gaat om een ooievaar die zijn vrouw Fatima of all names heeft ontmoet tijdens een overwintering in Marokko. Hoe is die ooievaar daar eigenlijk terechtgekomen? Ooievaars maken veel gebruik van thermiek bij het vliegen. Boven de Middellandse Zee is geen thermiek en vaak vliegen ze om de zee heen naar het gebied van de Niger. De Straat van Gibraltar wordt weleens door vermetele troepen overgestoken, dus het kan zijn dat men soms ooievaars ziet vliegen boven Marokko. Maar neerstrijken doen die vogels daar niet. Hier stijgt de norm van de spelling wel heel ver boven de waerde van het verhaal uit. De kids uit groep 8 vonden desgevraagd ‘ooievaar’ over het algemeen een ‘moeilijk woord’. Nou, volgens mij vonden ze het gewoon een qutwoord. Kleine kinderen gaan hier al vroeg in voorop door ooievaar consequent olivaar te noemen. Gespeld: oliefar. Want één a schrijft een klein kind niet met twee a’s. Een a is een a, wah? Wat is er trouwens zo multicultureel aan een olievaer? Dat ie in Nederland broedt en in Afrika gaat liggen zonnebaden? Doen toeristen ook! Is een vogel die in zijn land van herkomst zijn bruid gaat halen niet nogal monocultureel gericht? Dat multicultureel dictee over die oliefaar is gewoon een inburgeringsdictee, geen gelul nou hey! Daar horen woorden in als ‘toelatingsbeleid’, ‘aanmeldprocedure’, ‘verblijfsstatus’ en zo meer. Maar dat vonden de stellers zeker te makkelijk voor onze immigrantenkinderen.

Haagsche Courant, vrijdag 16 april 2004

Gatenkaas

logo alfred birney We hebben één beeldend kunstenaar in Nederland. Zijn naam is Jan. Sinds afgelopen week hebben we nu ook één schrijver. Zijn naam is Jan. Leuk hè? Is goed voor de poldercultuur! Zo was ik laatst op een verjaardagspartijtje. Nou, daar loopt dan een beeldend kunstenaar rond en die zegt: ‘Kijk, dan zit je in zo’n commissie en dan moet er ergens een beeld komen en roepen alle commissieleden: we nemen Jan! Zo gaat dat. Al jaren!’ De beeldend kunstenaar in kwestie klaagde niet, veeleer lag er berusting in zijn toon. Zal ik die berusting dan maar met hem delen? We hebben Jan nu eenmaal en straks wordt die man 80. Nou, hebben we dan te veel gezegd? Ik zou niet weten of het prettig is om 80 te worden, maar goed, waarom geen ouwe grijze duif het boekenweekgeschenk voor 2005 laten verzorgen? Hella Haasse hebben we al twee keer gehad, toen ze jong was en toen ze oud was, en Mulisch was toch ook al redelijk op leeftijd. De jonkies kunnen nog wel een halve eeuw wachten, mits het Pentagon het mis heeft met dat zondvloedscenario van ze voor de Lage Landen, maar goed, dan schrijven we allemaal in het Engels en dan doet die hele CPNB er niet meer toe en staat die Henk Kraima, de baas van die club, al lang haring te verkopen op Mallorca. Moet je eens horen, ik heb niks tegen onze Jan hoor, aardige vent, altijd onderhoudend, maar echt in vorm, nee, dat is ie niet meer. In 1982 was ie dat wel. En hoe! Hem was de Constantijn Huygens-prijs toegekend. Die wees hij minachtend van de hand. Voor de televisiecamera’s trok hij het ene na het andere boek van zichzelf uit zijn kast, dat hij stuk voor stuk tot meesterwerk bombardeerde. Ik lag in een deuk. Onze Jan vond dat men rijkelijk laat was met hem die prijs toe te kennen. En gelijk had ie. Maar waarom vindt hij dan nu niet dat men veel te laat is hem het boekenweekgeschenk te laten verzorgen? Nou, onze Jan was al eens eerder door de CPNB uitgenodigd, maar: ‘de afgevaardigde die toen kwam overleggen zat in de kaas. Ik heb hem toen uitgemaakt voor gatenkaas. Maar de huidige directeur van de CPNB, Henk Kraima, is een prima man!’ Dit lijkt mij het allerafschuwelijkste uit Jan Wolkers. Die bandiet van een Henk Kraima heeft in 2001 de Nederlandstalige literatuur afgeserveerd omdat ie zo nodig modieus moest doen door Salman Rushdie het boekenweekgeschenk te laten verzorgen. De man kraaide zelfs dat elk in het Nederlands vertaald boek als Nederlandse literatuur moest worden beschouwd en hij voegde er ook nog de smerige leugen aan toe dat de Nederlandse literatuur al lang en breed multicultureel was. Nou Jan, als je een kaasverkoper uitmaakt voor gatenkaas, waar maak je dan zo’n Kraai-maar-aan-mannetje voor uit? Het thema van de boekenweek staat volgend jaar in het teken van ‘de duizenden boeken waarin de geschiedenis van Nederland wordt beschreven’, is het niet? Dat is toch heel veel gatenkaas.

Alfred Birney / Haagsche Courant, vrijdag 9 april 2004

Wangedoe

logo alfred birney Volgens mij kwam het door Al-Qaeda dat mijn column verleden week niet aankwam bij de redactie van de Haagsche Courant. Of waren het de mannen van Bush & Co? Microsoft misschien? Ik heb opperhoofd Bill Gates eens bespot en mijn website is toen een hele poos niet te vinden geweest via de zoekmachine van MSN. Is Microsoft al zo ver dat ze mijn waardevolste e-mails kunnen onderscheppen? Mwah, ik heet toch geen Alfred Bin L.! KPN, die ik ook weleens heb afgekat, kan het niet geweest zijn. Ik verzend mijn e-mail namelijk via de kabel. Die kabel is in handen van Casema en de provider is Wanadoo. Heb je soesa met Casema dan moet je naar Wanadoo en heb je gedoe met Wanadoo dan moet je naar Casema. Zo ongeveer ligt dat. Duidelijk? Okay. Dus ik verzond als gewoonlijk in de nacht van woensdag op donderdag mijn column per e-mail met een Wanadoo-account naar de redactie. Die ontving hem niet. De redactie heeft me nog gebeld, vroeg in de morgen, tegen beter weten eigenlijk, want elke hond weet dat Alfred Birney slaapt tot twaalf uur in de middag. Er lopen dan wel geen honden rond op de redactie en vast ook geen katten bij Wanadoo, nou dan zullen de ratten bij Casema wel in het holst van de nacht aan de computerdraden hebben zitten knagen omdat er behalve computers verder helemaal niks te vreten is. Kan ook zijn dat Wanadoo een policy hanteert die zegt dat elke abonnee net zo lang gejend moet worden totdat ie van ellende voor een eurootje of twee een spamfilter neemt. Brengt weer poen in het laatje. Ik ontvang dagelijks 50 e-mails aan rotzooi, die niet aan mijn adres gericht zijn. De computers daar bij Wanadoo sturen de zooi maar dom door naar wat ongeveer op mijn adres lijkt. Het kan omgekeerd dus best zijn dat mijn e-mail als spam is doorgestuurd naar eh… zeg de Haagsche Studenten Vereeniging of zo, die mijn column dan kaapt en in het clubblad zet, als ze dat tenminste hebben, dat weet ik even niet, ik bemoei me niet met ballen en al helemaal niet als ze op hun website beweren geen ballen te zijn. Nou, wáár vliegt mijn column intussen rond in cyberspace, bestempeld als spam of zelfs als virus? Ik had er nog zó mijn best op gedaan! Zelfs een uitdraai gemaakt en met potlood er nog eens driemaal doorheen gegaan. Doe ik zelden! Prachtcolumn! Een juweel! Subliem! Go ask Al-Qaeda! Ask Bush! Ask Wanadoo met dat wangedoe van ze! Heeft Wanadoo soms huwelijksproblemen met Casema of zo? Casema wil namelijk binnenkort zelfstandig diensten gaan aanbieden. Co-ouderschap van Wanadoo en Casema op de kabel van Casema wordt dat dan. Redenen? Geen touw, geen kabel aan vast te knopen. Internet sucks! Right? Ik schrijf mijn columns voortaan wel met de hand en verstuur ze per postduif bij het ochtendgloren. Terug naar de romantiek! Oh shit, stel eens dat er niemand is die van me houdt… Postduif in de pan, column bij Ome Jan. Wat dan?

Alfred Birney / Haagsche Courant, vrijdag 2 april 2004