Een mailtje van de krantenredactie. Een zekere meneer, wiens naam ik vast wel ken (nou, niet dus) wil graag mijn telefoonnummer om mij te polsen over deelname aan een forum. Ik mail de redactie terug dat die meneer mij maar een mailtje moet sturen. Het voordeel van e-mail is dat je meteen ziet wat men van je moet. Aan de telefoon moet je vaak een half uur naar iemands gezwets luisteren eer men ter zake komt. Maar meneer heeft zijn paladijnen. Ik krijg iemand van een mij bekende stichting aan de lijn: of een zekere meneer mij mag bellen over deelname aan een forum op de Pasar Malam Besar. ‘O, de Pasar! Goed, zeg die meneer maar dat hij mij kan mailen.’ ‘Meneer houdt niet erg van mailen,’ zegt de stem: ‘hij praat liever.’ Nou, ik zie het al voor me: een inleiding van een uur op een podium, ik mag in twee minuten mijn zegje doen, de anderen idem, er komt wat gelul uit de zaal en je kunt weer naar huis. ‘Zeg meneer maar dat ik niet van telefoneren houd en dat hij mij kan mailen. Mijn e-mailadres is…’ Weken later ontvang ik een mail via mijn mailprovider, die zo vriendelijk is geweest de punt nl achter mijn domeinnaam om te zetten in punt info, want die meneer die zo goed is aan de telefoon denkt dat de hele Nederlandse schrijverswereld een punt nl achter zijn naam heeft staan. Punt nl is voor boeren, meneer! Maar goed, uw mail toont dat u een volhouder bent, u overlaadt mij met maar liefst twee telefoonnummers plus vier websiteadressen, dus u kent het internet wel hè? Moet ik op het podium straks gaan uitleggen ‘hoe Indische kunstenaars binnen het kunstenveld integreren?’ Zegt u mij dat het forum bestaat uit ’intermediairs’ en dat u hoopt ‘nog enkele kunstenaars te vinden die een bijdrage kunnen leveren? Met name als een auteur die zijn Indische achtergrond prominent benoemt en erin is geslaagd zijn naam te vestigen?’ Watte? Hoe bedoelt u: prominent benoemen? Alles goed en wel, maar u rept met geen woord over een honorarium, mijn beste meneer! Eerst dát maar regelen? Okay? Tot later ja? Doei! Hey hoi, bent u daar weer? Watte? Een voorgesprek in Utrecht? Houdt daar de beschaving niet op? Hoe kom ik daar? Met de trein? Kost dat nou joh? Hoezo voorbespreking? Dacht u soms dat ik te voorprogrammeren was? Hey, wie denk je wel niet wie je voor je hebt joh, zakkenwasser! Ik ben toch een gevestigde naam, volgens u? Nou dan. Huldigt u soms de opvatting dat musici, artiesten, de kantinejuf, de portier en uzelf wel betaald moeten worden, maar schrijvers niet? Hallo bent u daar weer, meneer? Als ik het niet dacht! U bericht mij dat ‘niet kan worden voorzien in een honorarium, dit wegens budgettaire omstandigheden…’ Nou joh, dan kan ik toch beter maar een column gaan schrijven. In uw jargon heet dat: integreren binnen het mediaveld. Niet dat ze daar weten wát je waard bent. Maar wel dát je wat waard bent. Lees anders deze column voor joh. Is betaald.
Haagsche Courant, vrijdag 28 mei 2004