KPNaaierij

logo alfred birney Je hebt een telefoonabonnement bij de KPN en je wilt er vanaf. Hoe doe je dat? Nou gewoon: opzeggen. Maar hoe zeg je je abonnement nou op? Eerst maar eens het internet op. Je typt http://www.kpn.nl in en zie daar: de KPN Portal Page. Het portaal naar optimale vrijheid, wow! Je kunt kiezen tussen ‘privé’ en ‘zakelijk’. Oei! Addertje onder het gras. Hier worden ijdeltuiten verleid om op ‘zakelijk’ te clicken, want ja, een beetje non-loser is op zijn minst een beetje zakelijk bezig vandaag de dag, niet dan? Ik schaar me traditiegetrouw bij de losers, die zijn gezelliger, hebben leukere verhalen, hoe ze zijn mislukt, erg mooi kan dat zijn: iemand gaat in de bizz en gaat van buzz naar auto met chauffeur en eindigt als straatmuzikant. Die heeft natuurlijk niks aan een abonnement bij KPN, wil er vanaf en clickt dan ook op ‘privé’, hoe dubieus dat ook mag klinken. Er verschijnt een menu met allemaal gerechten van niks, de beste keuze lijkt ‘telefoon thuis’. Het gaat immers om dat lelijke ding dat al maanden volkomen werkloos bij jou thuis zit en nu maar eens de bijstand uit moet. Alweer een uitgebreid menu, alsof je zo’n honger hebt naar de optimale vrijheden die KPN ons zegt te bieden. ‘Opzeggen’ van je abonnement staat niet op het menu, je moet vreten. Nou, ik wil helemaal niet vreten, ik ga nog over mijn nek van dat KPN-vreten, ik wil geen informatie over verhuizen of overstappen op een ander abonnement, ik wil weg! KPN schijnt het als iets onbestaanbaars te beschouwen als iemand van zijn vaste telefoonaansluiting af wil. Het kost een heleboel geclick eer je in een hoekje een 09-nummer van 10 cent per minuut tegenkomt. Via het internet opzeggen gaat in elk geval niet, men moet een en ander kunnen checken. Okay, zit wat in. Maar kan dat niet direct onder een menu-item ‘abonnement opzeggen’? Enfin, bellen maar, dat 09-nummer. In gesprek. Als ik het niet dacht. Het duurt 10 minuten eer ik een meisje aan de lijn krijg. Ze vraagt me of ze me ‘zou mogen vragen waarom’ ik van mijn abonnement af wil. Dat hoef ik natuurlijk niet te zeggen, maar ach, ik wil niet lullig zijn en zeg haar dat ik al mijn telefoontjes met mijn mobieltje pleeg en voor de rest e-mails door cyberspace stuur, dan heb ik verder geen gezeik aan mijn hoofd, snap je? Nou, in dat geval word ik met een collega van haar doorverbonden, waarom weet ik ook niet, maar de minuten tikken en tikken en tikken… Dan wordt er opgehangen. Zo heeft KPN 20 minuten maal 10 cent = 2 euro van mij gejat zonder mij van dienst te zijn. Terug maar naar het internet. Menu-item: klachten. Boze e-mail van mijn kant. Twee dagen later ontvang ik een e-mail waarin staat dat ik mijn abonnement schriftelijk kan opzeggen bij het adres dat in de linkerbovenhoek van mijn KPN-factuur staat vermeld. Een brief? Aangetekend zeker, anders raken jullie die kwijt, hè? Alles goed en wel, maar waar is het postkantoor eigenlijk gebleven?

Haagsche Courant, vrijdag 25 juni 2004

Is de bal wel goed van dessin?

logo alfred birney Ik heb nog nooit zo’n fascinatie voor een bal gevoeld als tijdens dit EK in Portugal. Bij eerdere edities waren het de spelers, de combinaties, techniek en tactiek en wat al niet meer die mijn aandacht trokken. Nu is dat helemaal anders, al is het maar omdat het vertoonde spel van geen der landen mij ook maar vijf minuten kon boeien. Zelfs tijdens editie numero zoveel van Nederland tegen Duitsland interesseerde het me hoegenaamd niets of Oranje nog zou tegenscoren. Mijn fascinatie voor de bal was al wel gewekt, vooral toen onze spits in de eerste minuten net niet de punt van zijn schoen tegen de bal kon zetten ben ik dat ding met nog grotere ogen gaan volgen. Want deze bal, dames en heren, heeft iets hinderlijks, met een eigen wil, om niet te zeggen een onwil. Hij beschikt over de zeldzame gave de ene na de andere speler net even te snel af te zijn. Dat onze voetbalcommentatoren daar geen oog voor hebben, zegt veel over hun volslagen ondeskundigheid. Ze zaniken aldoor over 4-3-3 of 4-5-1 maar ik hoor geen enkele verwondering over die rare bal waarmee men thans in Portugal speelt.

Wat is er dan met die bal aan de hand, of aan de voet? Nou, ten eerste heeft ie de kleur van een racefiets of mountainbike. Hij is zilverkleurig, je zou bijna denken dat dat speeltuig van aluminium is. Ten tweede zit er een rare zwarte strik omheen, zonder lussen, het is een cadeautje dat je liever niet krijgt, een soort kanonskogel direct uit de konstabelkamer van een VOC-schip, waarop Hollanders en Zeeuwen zich gereed maken om de zich in luiheid wentelende Portugezen van hun lekkere stekkies langs de kusten van het vroege zeventiende eeuwse Indië te gaan verjagen. Maar wat zou zo’n Bush nou van die bal denken? Dat Al-Quida er een bom in heeft verstopt of zo? Portugal ligt niet ver van Spanje, hoor.

Wat ik jammer vind van de spelers van nu is dat ze niet zeuren over de bal. Toen Nederland onder veel protest van dominee Freek de Jonge naar Argentinië was afgereisd voor het WK van 1978 begon al direct het geklaag over de zogenoemde Tango-bal. Die was veel te licht voor onze jongens, had een enorme afwijking bij passes over de volle breedte van het veld, en die smiechten van Argentino’s hadden er al lekker mee geoefend en konden er beter mee overweg met hun korte combinatie-spel. Dit is slechts één voorbeeld in de bonte geschiedenis van de bal.

En dan zijn uiterlijk. Voor het televisietijdperk was de bal gewoon bruin. Toen kreeg je de televisiebal, zwart en wit geblokt, de eerste bal met allure. Onder druk van kleurentelevisiekijkers werd een oranje bal gebruikt voor partijtjes op besneeuwde velden in Alkmaar of achter het IJzeren Gordijn. De televisiebal en de oranje bal hadden dus een functie. Maar wat is nou de functie van deze merkwaardige zwartgestrikte bal? Waarom konden tot aan dit schrijven alleen de Zweden er goed mee overweg? Is het een IKEA-bal misschien? Dat zou wel passen bij die dertien in een dozijn-partijtjes die we voorgeschoteld krijgen.

Haagsche Courant, vrijdag 18 juni 2004

Lulverhaal

logo alfred birney Het is nog geen mode, maar dat kan het natuurlijk worden: de penis van je man afsnijden. Moet gepaard gaan met een dubieus voorspel, want een weekdier laat zich niet zomaar hakken, lijkt mij.

Voor wie het nog niet weet: onlangs heeft een Duitse vrouw de penis van haar ex-man afgesneden. Plaats van handeling: Kassel. Afloop van dit lulverhaal: de man, een Ghanees, rent de vrouw achterna en steekt haar overhoop op straat. De vrouw overlijdt een uur later in het ziekenhuis. Geen bijster plezierig bericht dus.

Dan was dat akkefietje in Amerika in 1993 toch amusanter. Een vrouw snijdt de piemel van haar man af en smijt het geval uit het autoraam. Ambulancepersoneel gaat op zoek naar het gereedschap en in het ziekenhuis wordt dat ding er gewoon weer aangenaaid, om zo te zeggen, want die vrouw zal zich toch ongetwijfeld genaaid hebben gevoeld door die plastische chirurgen, die als het moet een olifantenslurf op de kont van uw buurman planten (onze Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten wil experimenten in die richting gaan doen, maar dit even terzijde). Het slachtoffer, een luldebehanger van de eerste orde (ramt stelselmatig vrouwen in elkaar), maakte van de lulligste dag uit zijn leven een hype: hij liet T-shirts printen met zijn piemel erop, maakte een grand tour langs allerlei televisiestations, accepteerde een rol in een pornofilm om te bewijzen dat zijn dingeling nog operationeel was en zette zo zijn vrouw en haar seksegenoten voor paal. Later zou hij zijn nieuwe vriendin gaan mishandelen en in de gevangenis terechtgekomen, maar wel met zijn jongeheer.

Sommige kranten zaaien in het jongste bericht verwarring met koppen als: ‘Man doodt vrouw na castratie’. Er leeft een enorm misverstand onder mensen, die denken dat het afsnijden van een penis gelijkstaat aan castratie. Waarschijnlijk een erfenis van die frustraat Sigmund Freud uit Wenen, die aan castratie de betekenis van het verwijderen van de penis gaf om zo zijn inmiddels ingeburgerde absurde theorie van penisnijd aan vrouwen toe te kunnen schrijven. Werkelijke castratie is echter het verwijderen van de testikels. Het vond al plaats in religies ouder dan het christendom. Via allerlei omwegen vonden castraten, eunuchen genoemd, de weg naar de christelijke kerk, waar men graag jongetjes met engelenstemmetjes in het koor wilde horen zingen en de ballen maar in de kerstboom hing.

Vier jaar terug beet in Chicago een vrouw de testikels af van een man die haar belaagde en deponeerde ze persoonlijk op het politiebureau. Geen chirurg die later nog met de ballen raad wist. Dat dit verhaal minder bekend is komt misschien door wat de mensen graag willen lezen. Een lulverhaal gaat er lekkerder in.

Haagsche Courant, vrijdag 11 juni 2004

Razzia

logo alfred birney Het leven. Je komt mensen tegen, je verliest ze weer uit het oog. Niets bijzonders aan. Nou ja, soms, als je de pech hebt van iemand te gaan houden en die persoon komt je op een of andere manier te ontvallen. Dan treur je. Aan dat thema worden hele boekwerken gewijd, dramatiek spreekt mensen aan, althans zo lang het overzichtelijk is. Twee mensen, een derde persoon er bij, het liefst in een historische setting en je krijgt een drama.

Tussen de uitersten van de toevallige passant en de grote liefde zitten vele varianten. Mensen met wie je regelmatig in contact komt maar met wie je geen hechte vriendschapsbanden sluit, kunnen later opeens het huis van je nostalgie komen bewonen. De slager, de schoenmaker, de bakker. Waar zijn ze gebleven?

Bij mij in de buurt stonden een paar Bulgaarse vrouwen te bedienen bij een Turkse bakkerij. Ze kwamen rond de invoering van de euro, spraken nauwelijks Nederlands, Engels of Duits. De oudere had een goede hand van Turkse pizza’s serveren. Perfect mengsel van pizza, sla en sauzen, goed op temperatuur. De jongere, wie weet haar dochter, was goed in het grillen van kippen. Waren ze afwezig dan was het niks met die pizza’s en kippen. De vrouwen maakten deel uit van het straatbeeld, bij mooi weer zaten ze buiten op hun klapstoeltjes.

Verderop was een jaar terug een kapper aan komen waaien. Zoals bij alle goede kappers was zijn haar niet om aan te zien: een oversized matje bewerkt met henna. Als hij geen klanten had, ging hij even buurten bij de Turkse sigarenboer, of hij stond gewoon buiten zijn sigaretje te roken. Hij riep me naar binnen wanneer hij vond dat mijn haar gedaan moest worden. Vond ik wel leuk, uit mezelf ging ik hooguit eenmaal per jaar een kapsalon binnen, bij voorkeur in de lente. Dan ging mijn haarelastiek af en de schaar erin. Maar bij mijn Turkse kapper was ik vaste klant. Hij had veel gevoel voor zijn vak en werkte hard. Vroeg je hem wanneer hij op vakantie ging, dan haalde hij de schouders op en trok de mondhoeken omlaag.

Laatst kwam ik de straat in lopen en voelde direct een merkwaardige leegte. De Turkse sigarenboer vertelde me dat de politie de straat had schoongeveegd. De kapper was opgepakt, met de dames van de bakkerij. Er scheen een nieuwe wet in werking te zijn getreden, iets met stempels die niet langer meer gelden, iets onduidelijks, in elk geval geen wet die een schifting van waardevolle en waardeloze mensen mogelijk maakt. Kwaliteit telt niet bij razzia’s.

Haagsche Courant, vrijdag 4 juni 2004