Promotour (2) In Jakarta

logo alfred birney Het was al donker toen ik arriveerde, het vliegtuig had een dubbele vertraging. Op Schiphol vanwege het slechte weer. In Singapore vanwege handelslustige Chinezen die ter plekke het ruim hadden overladen. Richard Oh, schrijver, boekhandelaar en uitgever, kwam me afhalen met een vriend in een enorme Toyota. Ik liet me ontvallen dat de straten opvallend rustig waren, zo anders dan ik gewend was van Jakarta. Ze gaven als oorzaak de naderende verkiezingen. Dus niet die bom die een paar dagen eerder voor chaos zorgde? ‘Chaos? Ha ha! Je denkt toch niet dat wij wakker liggen van zo’n bom? Hey vriend, wij gaan gewoon door met ons leven, bommen zijn voor de media, wij hebben de literatuur, hey!’

Ze brengen me naar mijn hotel, maar geven me nauwelijks de tijd mijn kamer te betrekken. Ze slepen me naar een plek waar schrijvers elkaar ontmoeten, en inderdaad: geen woord over zoiets ordinairs als een bom.

Het weekend voor de verkiezingen neemt Richard Oh me echter in huis in het zuiden van Jakarta, ver weg van mijn hotel in het centrum. Hier is het toch rustiger en veiliger, de luchtverontreiniging is hier beter te harden en de wijk is absoluut oninteressant voor autobommen. Ik zie hier de muurhagedissen jagen op de muggen, ik hoor de cicaden bij nacht, het balkon van mijn kamer biedt uitzicht op palmen, bedienden staan dag en nacht klaar, het lijkt wel tempo doeloe hier.

Indonesiërs zijn enorm flexibel en grote improvisators. Mijn tourschema wordt in een oogwenk aangepast aan de situatie rond de presidentsverkiezingen. De officiële lancering van mijn tweede in het Indonesisch vertaalde roman wordt een paar dagen uitgesteld en bekendgemaakt per sms, het meest gebruikte medium ter plaatse.

Op de verkiezingsdag bezoek ik een stemlokaal in de open lucht. Van mensen die een stem hebben uitgebracht wordt een vingertop gedoopt in dieppaarse inkt, die zich de eerste dagen onmogelijk laat verwijderen. Dit is om te voorkomen dat ze in een ander stemlokaal nog eens gaan stemmen. Een avond eerder was mijn kamer in Richard Oh’s huis een salon voor een groepje schrijvers, stuk voor stuk moslims met stuk voor een stuk een bloedhekel aan bidden, en aan stemmen… Ze schatten dat maar 40 procent van de mensen zou gaan stemmen. Politiek was geen thema, we spraken over de hausse van verhalende literatuur in Indonesië. Uitgevers schieten als paddestoelen uit de grond, schrijvers vullen de kranten met hun verhalen, uniek in de hele wereld, mooi geïllustreerd. Ik ben een van de weinige buitenlandse schrijvers die met vertaald werk dit land bereiken. Niet omdat ze hier geen vertaalde literatuur willen, integendeel, maar omdat veel Europese uitgevers geen brood zien in dit land. Zodoende zien ze zich gedwongen om goed Engels te leren lezen om literaire voorbeelden te kunnen vinden anders dan hun eigen schrijvers. Ik geef ze het advies om Japans te leren. Veel mooier wat daar allemaal aan literatuur vandaan komt, vergeleken met die Engelstalige zooi die de wereld overspoelt.

Haagsche Courant, vrijdag 24 september 2004

Promotour (1) Naar Jakarta

logo alfred birney ‘Het lijkt er op dat elke keer als jij naar Indonesië komt er een bomaanslag aan vooraf moet gaan…’ Lekker sms-berichtje van mijn vertaalster uit Semarang, verfrissend en opwekkend bij het ontbijt. Ik ontvang het op de negende september en prijs mezelf gelukkig dat ik mijn tourschema al met een week had laten opschuiven. Anders was ik op de achtste september vertrokken en op de negende een sirenend Jakarta binnen komen wandelen. Twee jaar terug ontplofte de Bali-bom ook vijf dagen voor mijn komst. Ik ontving toen een smeekmailtje van mijn uitgever, die me ervan verzekerde dat alles op Java in orde zou zijn. Dat kan niet, het is nergens veilig. Wanneer je bij belangrijke gebouwen een auto uitstapte werd het vehikel met een bomdetector onderzocht. Je werd gefouilleerd, daarna was het tijd voor een lolletje met de politie. Mijn radio- en televisieoptreden werden regelmatig onderbroken door ‘breaking news’ uit Bali. In Semarang ging een kleine bom af en toen ik het podium betrad werden er ter verwelkoming van deze schrijver uit Nederland maar grapjes over gemaakt. Men was je dankbaar dat je ondanks de aanslag op Bali toch was gekomen. Dat zal nu ook wel zo zijn, al klinken de e-mails wat anders dan toen. De afgelopen dagen ben ik met de organisatoren in Jakarta druk bezig geweest een ander hotel te kiezen, ver van de ambassades vandaan. Het Erasmus Taalcentrum, waar ik eind oktober een gastcollege moet geven, is net als de Nederlandse ambassade gesloten en ik sta nou niet direct te springen om het centrum te bezoeken. Er wordt immers Nederlandse les gegeven aan Indonesische studenten en ja, Nederland is niet alleen de grote ex-kolonisator, maar loopt ook aan de leidraad van Bush & Co rond in Irak. Mijn boekpresentatie in Jakarta vindt plaats in een van grootste boekhandels van heel Indonesië, waar veel expats, buitenlanders, Chinezen en rijke Indonesiërs komen. Mooi doelwit voor fanatici. Slechte tijd om een roman te komen promoten. De mensen gaan deze dagen minder uit, blijven thuis, gelijk hebben ze. Ik schrijf deze column een week vooruit en er zijn al afzeggingen van artiesten uit de rest van de wereld. Op het moment dat u dit leest zit ik – als alles goed gaat – in Jakarta en zijn er nog drie dagen te gaan tot de presidentsverkiezingen. Een dag na de verkiezingen is mijn eerste boekpresentatie gepland. In Jakarta. Daarna volgen de steden Bandung, Jogja, Semarang en eventueel nog Ubud op Bali. Je kunt van alles verzinnen om terroristisch gevaar te relativeren. Het kan net zo goed in Den Haag gebeuren. Een zware bom bij de Amerikaanse ambassade. Wie zou daarvan opkijken? New War. Niet zoals Bush die interpreteert, maar zoals die nieuwe oorlog thans wordt gevoerd. Geen kruid tegen gewassen. Nou ja, een eerlijker verdeling van de welvaart zou al een mooi begin zijn. Egoïsme en domheid laten zich helaas niet uitroeien. Ze regeren.

Haagsche Courant, vrijdag 17 september 2004

Veldmaarschalk KPN

logo alfred birney Een van de grootste blunders die de overheid ooit maakte is bij de privatisering van de PTT aan de KPN het hele netwerk cadeau te doen. De privatisering op zich was zo erg nog niet, dat was gewoon zoiets als zeggen: ‘Ga jij maar op jezelf wonen.’ Dat krijgen velen dagelijks te horen, om welke reden dan ook. Maar mij lijkt niet dat iemand te horen krijgt: ga jij maar op jezelf wonen, hier heb je mijn huis, geluk ermee.

Dat gebeurde KPN wel. Het hele netwerk was al lang en breed afbetaald door ons gebel naar mam, tante en opa, dus KPN wreef zich verlekkerd in de handen. Beter was geweest dat de overheid het netwerk bij de staat had gehouden. Die had kunnen zeggen: ‘Iedereen, KPN incluis, die er gebruik van wil maken, betaalt evenveel aan huur van het netwerk.’ Dan had je dat gedoe niet gekregen met allerlei aanbieders die thans hun eigen netwerken aanleggen. Nu ligt er zoveel spaghetti onder de bestrating dat je er bijna geraspte kaas overheen zou willen strooien.

KPN melkt sinds jaar en dag het netwerk uit en zodra de concurrent een beetje sterker wordt, verlaagt KPN de prijzen even. Goed, niks aan te doen. Maar die wolven van KPN willen meer, meer, meer. Ze zijn intussen doodleuk begonnen met de handel in onze persoonlijke gegevens. Kunt u zich herinneren dat KPN dat u iets heeft gevraagd? Nee? Nou, ik ook niet. Wel is het zo dat wij onlangs een briefje op A-5-formaat kregen waarin staat dat ‘gebleken is dat niet voor iedere klant duidelijk is wat de status is van “Telefoonnummers met Beperkte Bekendheid”, in het spraakgebruik ook wel ‘Geheim Nummer’ genoemd’.

Tjonge, wat een aanhef. Heeft u dan nog zin om zo’n berichtje uit te lezen? Nou, ik zou het toch maar doen. KPN zegt dat ooit geen naam-, adres- en woonplaatsgegevens aan derden beschikbaar werden gesteld. ‘KPN is echter meegegaan met de ontwikkeling in de maatschappij ten aanzien van marketingcommunicatietechnieken.’ Dus vinden ze dat uw genoemde gegevens aan derden ter beschikking mogen stellen. Lees: verkopen.

Wat zou die maffia daar nou aan verdienen? Hoezo is het ‘in het belang van de klant, die door het beschikbaar zijn van accurate en actuele gegevens, toegang krijgt tot voor hem interessante commerciële informatie’? Wat bedoelt u, Veldmaarschalk KPN? Kunt u zich misschien nader verklaren? Nee, hè? Fijn dat u ons niettemin in de gelegenheid stelt bezwaar te maken tegen deze zoveelste streek van een kapsones monopolist! Wat is u ons toch weer goed gezind! Inmiddels zit ik zeker ergens in een dossier van lastige klanten die zo nodig hun adres geheim willen houden, hè? Zeg, waarom zet KPN haar fysieke adres eigenlijk niet onder dat bericht? Een postbusnummer is louche, ordinair, dubieus. En wat doet KPN eigenlijk met de poen die aan de verkoop van onze gegevens wordt verdiend? Mensen ontslaan zeker.

Haagsche Courant, vrijdag 10 september 2004

Zomerresten

logo alfred birney Heeft iets van Indian Summer, deze dagen. Eerst legen de goden een zooi containers vol regen boven onze hoofden en dan laten ze de zon maar weer even schijnen. Dit allemaal als straf voor wat wij met onze gemotoriseerde voertuigen het milieu aandoen. Ik zat een paar jaar geleden in Iowa of all places voor een of andere literaire conferentie en daar maakte ik zo’n Indian Summer mee. Voelde hetzelfde als deze dagen, beetje een zomertoetje, met als gevolg dat je niet echt op gang wilt komen, je hebt nog geen zin in de herfst: werken, studeren, jakkeren en al die dingen die je moet doen om je huur en je eten en de-rest-is-luxe te kunnen betalen.

Nou was ik van plan geweest een column aan een flyer van de KPN te wijden, maar dan moet ik dat vod toch eerst ergens zien te vinden in de enorme stapel papierzooi die mijn bureaulade komt uitpuilen. Ik ben niet op vakantie geweest, maar heb ook weinig uitgevoerd deze zomer. Andere partijen, veelal schuldeisers die eveneens niks hebben uitgevoerd, zitten nu zogenaamd te wachten op reacties van mijn kant, terwijl je tegenwoordig alleen maar met computers van doen hebt – het moderne leven is spelen op een toetsenbord volgens mij.

Maar papier doet er nog altijd toe. Even bladeren. Timmerman dient zich aan. Alles best, als ie me maar niet mijn nest uit belt. Belastingdienst. Envelop nog maar even niet openen. Stapel brieven uit Indonesië voor een tournee. Even niet aan denken nog. Aanvraagformulier visum. Laat ik Stichting Pelita wel doen. HOTNEWS van Hi. Ja, maar dat is niet die flyer die ik zoek van KPN. Acceptgiro’s. Hoeveel? Drie. Kan morgen. Prints van vluchten naar Indonesië. Dat zoekt een ander maar voor me uit. Contract KPN van zes jaar terug. Tjonge, waar blijft de tijd. Nog een Indonesische envelop. Ze zijn wel mooi, versierd met prachtige zegels en zwaar verzegeld met koord, plakband en lijm.

Help, mijn tourschema! Even niet naar kijken nog. Zal ik afzeggen? Me ziek melden? Boeken schrijven is mooi, maar erover ouwehoeren op het podium is zo vervelend. Televisie, ook al zoiets vreselijks. Ik wil wel veel boeken verkopen maar niet beroemd zijn. Dat kan niet, maar ik vind dat het moet kunnen.

Een stapel bonnetjes en rekeningen, allemaal betaald, wat ben ik toch braaf. Zit er iets interessants bij? Mwah, die gegrilde sardientjes aan de Groenmarkt waren wel lekker. Italië was uitgeschakeld op het EK voetbal, maar de obers waren vrolijk.

Afspraak tandarts. Nou, ik ga wel vreemd in Indonesië. O, de bank ziet een belegger in me. Ha ha! Uitnodiging afscheid Prof. Dr. Paasman. Sorry, verhinderd. Nog een brief van de belastingdienst! Niet openen! Brief van uitgever. Niet vertrouwen! Waar is die flyer nou van KPN? Ik moet toch een column schrijven?

Haagsche Courant, vrijdag 3 september 2004