Jaarwisseling beneden de zeespiegel

logo alfred birney Van de beroemde Japanse kunstenaar Hokusai (1760 – 1849) kent bijna iedereen wel de houtsnede ‘De Grote Golf’, die roeiers in hun bootjes overweldigt, terwijl in de verte de berg Fuji in eeuwigheid rust. De prent is veel gereproduceerd op affiches, maar sinds Tweede Kerstdag 2004 zal niemand meer als voorheen naar dit tafereel kunnen kijken zonder associaties met de jongste tsunami die dood en verderf heeft gezaaid in Zuid-Oost-Azië.

Ik kende het woord tsunami niet, totdat een e-mail van mijn broer me alarmeerde. Ik sms-te een vriend die in Thailand zat en hoorde heel lang niets. Een dag later liet hij weten dat zijn hotel er niet meer stond maar dat hij en zijn vrouw nog in leven waren. Ik begon te beseffen dat op dat ogenblik tienduizenden sms-jes naar de getroffen gebieden werden verstuurd met een snelheid hoger dan de tsunami zelf. Dat er, kortom, veel was veranderd sinds de tsunami in 1883, veroorzaakt door een uitbarsting van de Krakatau in de Straat van Sunda tussen Sumatra en Java. Tegen de tijd dat het nieuws de mensen in Europa bereikte, waren de doden toen al geborgen.

Nu is het reality tv geworden. Je zit naar ontluisterende beelden te kijken en het enige positieve dat je kunt bedenken is dat christenen, moslims, hindoes en boeddhisten eensgezind de ramp dragen en dat Indonesische militairen de Atjehers bijstaan in plaats van ze te bevechten. De rest van de wereld leeft mee, dat is iets.

Maar dan. Zodra de van ontzetting geopende monden weer gaan bewegen, begint de mens een van zijn idiootste trekjes te etaleren: leuteren rond de schuldvraag. ‘Als ze niet die mangrovebossen voor de Thaise kust hadden weggekapt, dan zouden die de tsunami hebben tegengehouden.’ Wie weet, maar wij rijke westerlingen willen nu en dan wat ‘zon pakken’ in het Verre Oosten, het liefst in hotels op een steenworp afstand van het strand. En de lokale bevolking, die graag te eten wil hebben, biedt ons die mogelijkheid. Zoals wij hier de Alpen kaal kappen omdat we er zo graag een weekje per jaar willen skiën.

Vervolgens: de Verenigde Naties die Amerika gierigheid verwijten. Amerika die zijn boekhouding toont, waarop een wedrace begint tussen landen die elkaar de loef af lijken te willen steken met recorddonaties. Maar goed, het doel heiligt de middelen. Ten slotte moeten autoriteiten in getroffen toeristische gebieden zich ook nog eens verdedigen tegen aantijgingen waarom zij niet met een waarschuwing naar de stranden zijn gekomen. Inmiddels nuttigen wij hier te lande oliebollen, appelflappen, boerenjongens en champagne en vergeten uiteraard het Pentagon-rapport, dat voorziet dat Nederland in 2007 onder water zal lopen. We zijn maar mensen, toch? En moeder aarde is moeder aarde. Over God zullen we maar even zwijgen, daarover hebben we het afgelopen jaar wel genoeg te horen gekregen.

Haagsche Courant, vrijdag 31 december 2004

Kerstboodschap

logo alfred birney Volgens een borrelpraatgezegde loopt Nederland zo’n 30 jaar achter op de Verenigde Staten van Amerika. Amerika is een federatie van 50 staten. Nederland wordt wel eens de 51e staat van de VS genoemd wanneer het zich als braafste leerlingetje van de klas toont. Als voorzitter van de EU wilde Nederland laatst bijvoorbeeld nog even in de luwte tijdens de kwestie Turkije de multinational Microsoft met een hamerstuk bedienen. Daar heeft Polen heel wijs ten leste een stokje voor gestoken.

Ruim 30 jaar geleden (1969) had Elvis Presley een wereldhit met ‘In the ghetto’. Sneeuw valt in Chicago. Op een koude ochtend wordt een kind geboren, wéér een kind te veel in het getto. Het joch groeit op voor galg en rad, hij leert stelen en vechten voor zijn brood. Op een avond wil hij weg uit de buurt. Hij koopt een revolver, jat een auto, maar komt niet ver. Daar ligt hij: zijn gezicht in de sneeuw, revolver nog in de hand, mensen drommen om zijn levenloze lichaam heen.

Dat soort toestanden is alleen mogelijk in Amerika, dachten we dertig jaar terug. Inmiddels zwerven duizenden jongeren zonder thuis langs de Nederlandse straten. En dit verschijnsel is niet van gisteren. In 1993 nam de Zangeres Zonder Naam al een album op ten bate van de Stichting Zwerfkinderen Nederland, die nu onderdak heeft bij Stichting Zwerfjongeren Nederland. Want ook stichtingen kunnen dakloos worden, vooral als ze niet worden gesubsidieerd door de overheid.

Onze minister-president acht het in de week voor kerst van belang alvast te melden dat hij ook in 2007 voor een nieuwe ambtstermijn wil gaan. Er valt namelijk nog zo veel te doen. Ja, dat weten we. Het zou hem als christen sieren om rond de kerst ook eens stil te staan bij de eenzaamheid van onze zwerfjongeren. Die staan toch duidelijk ergens symbool voor. Balkenende zoekt het liever wat verderop en stuurt onze soldaten in Irak een cd met een door hem ingesproken stoffig missionarisgedicht van Anton van Duinkerken: ‘Nu zal het wel gauw gaan sneeuwen’.

Nou, in de eerste zin van ‘In the ghetto’ sneeuwt het al. Niet zoals Anton van Duinkerken voor ogen stond. Geen verheven rijmelarij. Direct tot de kern. De kloof tussen arm en rijk, zwart en wit, de burger die de andere kant op kijkt. Maar ja, ‘hebt uw naaste lief’ of ‘gij zult niet doden’ kan Balkenende natuurlijk moeilijk in zijn mond nemen. Er wordt gesjoemeld met die geboden uit de Bijbel, die een revival beleeft op het podium der heilige boeken. Dat ook songteksten weinig uithalen doet er niet toe voor de muziekindustrie. Wat er deze dagen toe doet is dat de verlichting van de kerstboom niet uitvalt, de kalkoenvulling niet dilettanterig kwistig van kruiden is voorzien, de wijn niet naar oude kurk smaakt en er geen vlekken op je kostuum komen. Voor de rest is het hopen op een witte kerst. Sneeuw op straat. Mooi om naar te kijken. Niet om met je smoel in te liggen natuurlijk. Nou ja, even dan. Voor de lol.

Haagsche Courant, vrijdag 24 december 2004

AlfreDs DagblAD

logo alfred birney WAt zou u nou kiezen Als nAAm voor een nieuwe krAnt: AlfreDs DAgblAD of De MAximA Express? Ik weD DAt u voor De MAximA Express zou kiezen. Kijk, met MAximA Als boegbeelD ben je in no time De grootste krAnt vAn NeDerlAnD. MAAr in AlfreDs DAgblaD zou De visboer zijn wijting nog niet willen verpAkken, DAcht ik zo. De visboer Doet DAt overigens nog wel met het AD en jA, ik moet zeggen DAt De vis DAn toch wel een tikje te RotterDAms smAAkt. Ik beDoel: met zo’n AD om je mAkreeltje geslAgen gAAt DAt vleugje Scheveningse teloor, snApt u wel? En een kApsones Die DAt AD AAn De DAg legt, niet te geloven! DAt zit Amper ronD De tAfel met De hoofDreDActeuren vAn De AnDere krAnten om over De fusie te bAbbelen en het eerste DAt het opperhoofD vAn het AD eruit flApt is De hArDe eis DAt AD op enigerlei wijze terugkeert in De titel vAn De nieuwe krAnt. Heeft u ooit groter onzin gehoorD? Er is bijnA geen krAnt wAAr De letters A en D niet in voorkomen. Zelfs AlfreD Birney heeft De eer om Die letters in zijn voornAAm te mogen DrAgen. Niet DAt De A en De D hem nou Direct zo Algemeen mAken, DAt weten zijn lezers vAn De HAAgsche CourAnt wel. Die letten ook niet op een A’tje of een D’tje meer of minDer, tenzij het ze opvAlt nAtuurlijk. Nou heeft het opperhoofD vAn het AD toevAllig niet zowel De A Als De D in zijn nAAm. Is het DAn geen ego-kwestie? WAt DAn? Het lijkt er toch op Alsof ie het liefst heeft DAt De hoofDreDActeuren vAn De AnDere krAnten De Gouwe in springen. Misschien wenst ie ze zelfs De RotterDAmse hAvenboDem toe! Het AD geDrAAgt zich Als een keffertje DAt het mAchtsblok vAn PCM Achter zich weet, DIe veelvrAAt voor wie geen expAnsiepolitiek te klein is. Het AD wAs ooit De tweeDe krAnt vAn NeDerlAnD mAAr is ingehAAlD Door een grAtis ADvertentiekrAntje wAArmee men tegenwoorDig De vloeren vAn De stAtionshAllen pleegt te stofferen. Om Die plek terug te kunnen veroveren kAn het AD beter om inhouDelijke zAken strijDen DAn om een vAAnDel voor De beoogDe RAnDstADkrAnt. De TelegrAAf lAcht zich rot. De nieuwe RAnDstADkrAnt kAn zich moeilijk De StenogrAAf of De LAptop gAAn noemen, of wAt DAn ook. MAAr ook geen AD! DAAr kleeft een Algemene geschieDenis vAn teloorgAng AAn. Algemeen is De televisie geworDen. AT heeft het AD overboDig gemAAkt. Het AD heeft De AnDere krAnten noDig om voort te kunnen bestAAn, Dus een beetje Dimmen mAg wel vAn Die kAnt. De televisie en het internet bevechten Doe je met inhouD, stijl, visie, originAliteit en niet te vergeten je hArt. Dus niet met wAt slib uit De RotterDAmse hAven gAAn lopen gooien. Het zAnD ronD De HAAgse trAmtunnel is veel gevArieerDer met zijn tAchtig verschillenDe lAgen. InDische spekkoek onDer De keien vAn De Grote Markt. ADuh! Kunt u ook geen A of D meer zien?

Haagsche Courant, vrijdag 17 december 2004

Amerindo

logo alfred birney Sundahl was een soort broertje van Soerabaja Papa: het gitzwarte haar druipend van brillantine in een golf naar achteren gekamd, de terlenka pantalon keurig in de plooi, glanzend zwarte schoenen onberispelijk gestrikt. Net als Soerabaja Papa had Sundahl een hekel aan colberts. Ze droegen vaak een pull-over van hetzelfde dessin: zwart met een brede gele V-hals. Later kreeg ik Sundahls exemplaar als afdankertje, door Mama Helmond versteld aan de Singer trapnaaimachine.

Ik neem aan dat Sundahl zijn achternaam was, die een Zweed of een Noor als voorouder van vaderskant verried, die ooit op Java zijn heil was komen zoeken. Sundahl was net als Soerabaja Papa zonder familie na de oorlog in Indonesië in 1950 met de boot naar Nederland gekomen. Jeugdvrienden uit Soerabaja, die misschien dezelfde meisjes hadden gedeeld. Soerabaja Papa was inmiddels met een Nederlandse vrouw getrouwd, Sundahl leek de eeuwige vrijgezel. Ze konden urenlang opgewonden praten over motorfietsen, vliegtuigen en horloges. Styling had hun grootste aandacht. De boel moest gestroomlijnd en glanzen voor een Indo.

Ik weet niet of ook Sundahl als tolk bij de Nederlandse mariniersbrigade had gediend en voor de Indonesiërs had moeten vluchten. Anders dan Soerabaja Papa sprak hij niet over de oorlog, althans niet met mij als jochie van nog geen tien in zijn buurt. Toch had hij een nerveuze levendigheid over zich, iets kwajongensachtig. Was het een opgejaagdheid met de herinnering aan de oorlog die hem aldoor op de hielen zat? Sundahl was het type van de waakzame Indo die in een oogwenk een situatie kon overzien en als het moest pijlsnel kon handelen. Een kleine tanige jongeman die stellig in een gevecht over je heen kon springen, zoals in Kung Fu-films.

Sundahl sprak veel over emigreren naar Amerika. Hij probeerde Soerabaja Papa over te halen mee te gaan. Het toverwoord was ‘sponsor’. Je had een sponsor nodig indertijd om Amerika als immigrant binnen te kunnen komen. En Sundahl vond een sponsor. En Sundahl ging, in 1960. Ik weet niet waarom ik hem zo miste. Misschien omdat zijn glimlach altijd even een glans bracht over onze armoedige huiskamer aan de eindeloze, eentonige naoorlogse laan langs het Zuiderpark.

Er kwamen brieven uit Californië. Later kwamen er foto’s van een breedlachende Sundahl achter het stuur van een Chevrolet Cabriolet. Eén blondine zat naast hem, twee zaten op de motorkap. De meisjes droegen strakke jeans. Sundahl zou ons later nog zulke jeans per post laten bezorgen. Maar ze waren te klein voor ons. Voor Sundahl waren we nog altijd die kleine jongetjes van toen gebleven. En Mama Helmond riep uit: ‘Och wat jammer, de jongens hadden er zo Amerikaans uit kunnen zien!’

Nou was dat Sundahl anders slecht gelukt.

Haagsche Courant, vrijdag 10 december 2004

Hey Mike, lees dit maar niet

logo alfred birney Kinderen kunnen in enkele dagen een jaar groeien, lijkt het wel. Ik zag mijn zoontje drie dagen niet en opeens staat daar geen zoontje maar een zoon voor me. Gisteren werd hij twaalf. Hij mag nu van mij alleen naar school fietsen. Ik bedoel: hij moet. Hij moet het eens leren. Verder moet hij goede boeken leren lezen, uit alle werelddelen. Er is meer onder de zon dan Cervantes, Stevenson en Carroll. Gaat me wat worden, mijn zoon is namelijk een fan van Dagobert Duck, huh. Gelukkig las hij laatst zeer geboeid een jeugdroman uit van Craig Strete, een indiaanse schrijver uit de USA.

Mijn vader had geen benul van literatuur, maar zag wel dat ik wilde lezen. Hij kwam met de populaire boeken aanzetten over de vliegenier Biggles van W.E. Johns, die oorlog en overheersing verheerlijkte met avonturenromans als ‘Biggles in vijandelijk gebied’. De piloot is er een van het soort ‘helden sterven niet’, de geur van motorolie hangt over de bladzijden. Jaren later las ik dat de Biggles-boeken uit de bibliotheken van Zweden zouden worden gehaald vanwege verhuld racisme.

Mijn vader zal hebben vermoed dat de boeken van Biggles mij niet konden bekoren. Hij kwam aanzetten met de pockets van Karl May, dikke delen waarvan het eerste luidde: ‘Winnetou het grote opperhoofd’. Het was toen dat mijn vader me plechtig zei hoe je eigenlijk een boek moest lezen: ‘Als er staat geschreven dat een Indiaan te paard ergens op een heuvel verschijnt, dan moet je de woorden niet letterlijk lezen maar je er een voorstelling van maken.’

Dat had hij me niet hoeven vertellen, maar braaf als ik was begon ik me van elke zin een extra uitgebreide voorstelling te maken. Creatief ook nog droomde ik elke bladzijde een hele andere kant op dan Karl May had gedaan. Daardoor kreeg ik dat boek slechts met grote moeite uit, terwijl mijn boekenrekje zich allengs vulde met de vele delen uit de Karl May pocketreeks.

Indertijd waren de ‘Illustrated Classics’ populair: literatuur in stripvorm. Chopin zonder middenregister, zeg maar. Gelukkig kreeg ik dat pas veel later in de gaten. Nee, dan nog liever terug naar mijn jeugdliefde, mijn eerste boek, dat ik met Sinterklaas kreeg: ‘Sjors en Sjimmie in Wonderland’. Een strip over een blond jongetje en, zoals dat toen heette, een ‘negerjongetje’. De vriendjes komen terecht in een vervlogen riddertijdperk, ik ben een jaar of zeven, acht, maar raak toch heimelijk verliefd op de jonkvrouw. Het slot van het stripverhaal laat me in verbijstering achter. De hoofdrolspelers in het boek, onder wie de ridder en de jonkvrouw, raken in de tijd bevroren. Het zal 600 jaar duren eer ze weer tot leven komen. Zo oud word ik nooit! Nooit zal ik de jonkvrouw weer tot leven zien komen! Ik achtervolg mijn moeder avondenlang naar de keuken om haar van alles te vragen over leven en dood. Ik krijg geen antwoord. Er is geen sterveling die antwoord krijgt.

Haagsche Courant, vrijdag 3 december 2004