Spijkertjes wegen

logo alfred birney Mijn grootvader van moederskant groeide op in een weeshuis in Brabant en werd een bekende figuur in Helmond toen hij tweemaal achtereen de Staatsloterij won. Met het kapitaal dat hem in de schoot geworpen werd, begon hij een schoenmakerij aan de Beelsstraat nr. 1 te Helmond. Ik herinner me het schemerige atelier, de geur van leder en de schittering van de kinderhoofdjes die gloeiden onder de zomerzon. Ik kwam er alleen in de zomervakantie, herinner me geen regen en ook niet dat Opa Helmond ooit bij ons in Den Haag langskwam.

Hij speelde accordeon en viool en had een orkestje waarmee hij de avonden zoekbracht in feestgelegenheden. Op een nacht reed hij met zijn dronken kop zijn Citroën Traction Avant het kanaal in, onderweg van Eindhoven naar Helmond. De volgende dag had hij weer een nieuwe.

Opa Helmonds Citroën Traction Avant rook heerlijk. Lederen zittingen, houten dashboard, één ruitenwisser. Sigarenrook. De stem van Opa Helmond klonk gemoedelijk en bedaard, en ja: nu herinner ik me wél regen, een enorme wolkbreuk boven de Peel, waar we waren wezen zwemmen in de toen nog glasheldere vennen.

Naast de dagtochtjes naar de Peel bood Opa Helmond ons vermaak door ’s morgens zijn gekookte eitje tegen zijn voorhoofd stuk te tikken voor hij het begon uit te lepelen. Als oudste van de drie jongens mocht ik wel eens helpen in de schoenmakerij, waar de geur van schoenen, smeersels en vetten een heilige atmosfeer schiep bij het diffuse licht dat door de kleine ramen naar binnen viel. Ik had de eer spijkertjes te mogen wegen, die voor 15 cent in een bruin papieren puntzakje aan klanten werden verkocht die zelf hun schoenzolen maandelijks bijspijkerden.

De gewichtjes stonden in rangorde in een houten blok naast de intrigerende weegschaal opgesteld. Wat een genoegen was het om twee gewichtjes op de linkerschaal te mogen zetten en met een fraai metalen schepje de spijkertjes in het zakje op de andere schaal te laten glijden. Minutenlang kon ik met die schoenzoolspijkertjes kruidenieren totdat de haantjes van de weegschaal exact in balans waren.

Opa Helmond liet me aanvankelijk begaan bij mijn nauwgezette pogingen om met een spijkertje meer of minder de haantjes op één lijn te krijgen. Maar op een moment verdroeg hij mijn werkwijze niet langer. Hij zei: ‘Je moet niet op een spijkertje meer of minder kijken, je moet zien of het ongeveer goed is.’ En toen deed hij in één minuut tien zakjes waar ik anders een half uur voor had genomen. Weg was de betovering bij de zachtjes wiebelende weegschaal. Weg het genoegen om in schoonschrift de prijs van de spijkertjes met zacht potlood op de bruine papieren zakjes te kalligraferen. Tijd was geld. Maar die les bleek uiteindelijk toch niet aan mij besteed.

Haagsche Courant, vrijdag 25 februari 2005

De juforde

logo alfred birney Onze kleuters zijn in het nieuws. Wat zeg ik? Een hype zijn ze! Als eentje een ander aan de mouw trekt, noemt men dat agressie. Het recht van de sterkste heerst op het schoolplein! Tjonge, wat een nieuws zeg. Dit hebben wij echt nooit maar dan ook nooit geweten. Jarenlang hebben we moeten wachten op het onlangs gepresenteerde onderzoek naar agressie bij kleuters. Groot is de Faculteit Pedagogiek van de Universiteit van Utrecht! De ene na de andere eye-opener rolt er uit, niet te bevatten allemaal, je zou die onderzoekers bijna voordragen voor de Nobelprijs. Zo weten ze te melden dat in bijna alle onderzochte klassen dominante daders te vinden zijn die al op zeer jonge leeftijd de zwakkere groepsgenoten eruit weten te pikken. En wat dacht u van het volgende verheven inzicht? ‘Kinderen die zich agressief opstellen jegens hun groepsgenoten worden zelf weer belaagd door andere dominante belagers. Ze zijn zowel dader als slachtoffer.’ Nou, wilt u nog meer briljants horen?

Horden journalisten spoeden zich naar juf a, b of c van school x, y of z om haar opdringerig, dominant en agressief de microfoon met die ene brandende vraag onder de neus te duwen: ‘Is het waar, juf?’

‘Ja,’ zegt de juf. ‘Er zit eigenlijk toch best wel een stukje van een kern van waarheid in. Maar ik wil niet dat het recht van de sterkste in mijn klas zegeviert.’

Dat lijkt mij tamelijk voor de hand liggend en ook wel handig, anders heb je geen leven als juf. Want die eeuwige knokpartijtjes op het schoolplein zijn niet van vandaag of gisteren, hè juf? Maar het heeft niet alleen te maken met het ‘bepalen van de pikorde’ hoor, zoals u dat zegt, juf. Er heerst ook nog zoiets als een kutorde onder de meisjes, uiteraard zoveel subtieler dan, zeg, de USA-orde in Irak om de boel maar even in macroperspectief te plaatsen. Ik heb in een grijs verleden ook heel hard moeten rennen om de knuisten van de sterkste jongen uit de klas niet alweer te hoeven voelen. Dat die jongen op zijn beurt voor een ander moest rennen wist ik ook; vandaar dat ik door die treiterkous geen trauma heb opgelopen. Traumatiserend werkten wel de juffen en meesters die ons zeiden wat we allemaal wel en niet mochten doen en dat God alles noteerde wat je deed. Nu is dat nog ingewikkelder geworden, want ook Allah kijkt toe. God waakt over de auto en Allah over de olie, terwijl wij stervelingen elkaar in hun naam afmaken. Onze kleuters zien de pikorde in vele varianten ook al heel vroeg op televisie. Maar wist u dat ze al vanaf hun zesde jaar op jeugdjudo kunnen? Weinig is beter dan dat voor hun ontwikkeling. Ik zou pleiten voor jeugdjudo als verplicht vak op alle basisscholen. Maar het zal vast wel een halve eeuw duren eer de Faculteit Pedagogiek van de Universiteit van Utrecht tot dat inzicht is gekomen met dat legertje laatnegentiende-eeuwse psychologen dat voor de geringste stoeipartij al een traumateam in de startblokken zet. Gesubsidieerd, ook dat nog.

Haagsche Courant, vrijdag 18 februari 2005

Nasi goreng voor verstorven geld

logo alfred birney Er slingert nog zo’n 2,5 miljard gulden rond sinds de invoering van de euro. Het gaat om ruwweg 600 miljoen euro aan bankbiljetten en 500 miljoen aan muntgeld. De Nederlandsche Bank schat dat 130 miljoen gulden zeker niet terug zal komen. Dat noemt met ‘versterf’ en dit ranzige woordje betekent winst voor de centrale bank en dus voor de overheid. Waar al die poen nou ligt mag Joost weten. Een woordvoerder van De Nederlandsche Bank komt weinig verder dan wat u en ik zelf wel kunnen verzinnen: “Dat geld is dan verbrand, kwijtgeraakt, in de wasmachine beland, zit in de oude sok, er zijn boekenleggers van gemaakt of misschien zit er ook wel zwart geld bij.”

Hoe vindt u die laatste zinsnede? “Misschien zit er ook wel zwart geld bij.” Misschien… Ha ha! Maar goed, geen nood hoor: u kunt uw muntstukken nog tot 2007 aanbieden en uw papiergeld tot 2032. Hoe u dat moet doen, zou ik niet weten. Wist u al eerder niet hoe u uw geld wit moest wassen, dan zal u dat nu nog niet weten. Verhef uw zwarte geld anders tot kunst, in de geest van Andy Warhol! Dat geeft het wat kleur, als label rond tubes mayo of zo, in vitrines bij hippe galeries.

Ik vond laatst nog een paar bankbiljetten uit de jaren dertig en veertig in mijn bureaulade, afkomstig uit het voormalige Nederlands-Indië, waar men een ‘eigen gulden’ had. Fantasieloze flappen met de kop van Jan Pieterszoon Coen of Koningin Wilhelmina erop. Er zat ook een fraai exemplaar bij van 2,5 gulden, gedrukt door de Javasche Bank. Dus niet de Javaansche Bank. De kop van een Javaanse vorst erop. Of van een wajangfiguur? Ben ik nu al vergeten! Enfin, de achterzijde drietalig bedrukt in het Nederlands, Chinees en Javaans. Of Nederlands-Indië nou multicultureel en multiraciaal dan wel multi-etnisch en multireligieus was, dat laat ik aan onze dweilen van geschiedschrijvers, in elk geval was er voldoende rames voor apartheid.

De eigenaar van het Indonesische Eethuisje Mirasa aan de Reinkenstraat verzamelt bankbiljetten. Ze hangen achter glas aan de muur en liggen onder de glazen toonbank. Er zitten veel biljetten uit Indonesië bij natuurlijk, maar ook Irak en Bulgarije zijn vertegenwoordigd, om enkele landen te noemen. Ik begrijp weinig van verzamelaars, maar het idee om je muur met geld te behangen, denk ik wel te snappen. Wie zoiets doet, heeft tegelijk iets én niets met geld. Voor zo’n persoon is geld waardevol en waardeloos tegelijk.

Ik gaf de eigenaar van Mirasa mijn oude Indische bankbiljetten. Hij was als een kind zo blij. Ik hoefde mijn nasi goreng niet te betalen. Of heb ik die juist betaald met dat geld van zestig, zeventig jaar terug? Wie weet hangen over een halve eeuw onze patatkramen wel vol met bankbiljetten van bijen, snippen, vuurtorens en wat al niet meer het besef van de vergankelijkheid in ons zal oproepen.

Haagsche Courant, vrijdag 11 februari 2005

Hunebedden op Scheveningen

logo alfred birney Gaat het nou goed of slecht met Neerlands grootste grutter Appie Heijn? Een enorm reclamebord bij een abri schreeuwde me onlangs toe dat AH 1000 producten in prijs gaat verlagen. Ik geloof dat dit keer de drogisterijen de pineut zijn van AH’s prijzenslag. Die zullen wel met een antwoord komen, met gratis zuurkool met worst bij een dozijn tubes tandpasta of zo. Kunnen ze wel betalen, want genaaid zijn we toch al ruim sinds de invoering van de euro. In het pre-eurotijdperk gebeurde dat natuurlijk ook, maar wat minder hard, softer, kortom: lekkerder.

Ik zag dat de door mijn zoontje gewenste middelbare school het vak geschiedenis niet op het lesrooster heeft staan. Ik weet niet meer welk bezopen kabinet dat onderdeel ooit heeft geschrapt, maar de gevolgen zijn om van te huilen. Kijk maar eens naar AH’s koffie. In AH’s assortiment zit een koffiesoort genaamd Gunung Blau. Koffie met een peperachtige smaak, afkomstig van Oost-Java.

Toen AH met die koffie aan kwam zetten, bracht onze grootgrutter het genotmiddel in een bruin pak, waarop de afbeelding prijkte van een mistig bergachtig landschap. Dat was namelijk het Idjen Plateau, ooit door mijn oudoom David B. in cultuur gebracht en reeds in 1895 door de koffie-inkopers hier te lande ontdekt. Het hele gebied rond Djember is trouwens door mijn voorouders in cultuur gebracht. Ik lijd niet aan de tempo-doeloe-ziekte hoor, maar u heeft het nu vast wel te doen met zo’n arme schrijver als ik die voor straf columns moet schrijven om zijn huishuur te kunnen betalen en natuurlijk om die heerlijke koffie van Gunung Blau te kunnen kopen.

Maar ach, snik snik. AH gaat mee met de vormgevingswoede van amateurs die onze echte grafische kunstenaars brodeloos maken. Er komt een nieuwe manager met een flashy laptoppie bij AH aangewaaid en hup het moet weer allemaal anders, want de hersenloze ijdeltuit ziet later graag zijn hoefafdrukken terug in de modder waar hij ooit gelopen heeft. Dus de inhoud moet gelijk blijven, maar het uiterlijk moet anders. En zo wordt het vertrouwde bruine pak van Gunung Blau vervangen door een zilverkleurig pak. Okay, kan ik nog wel inkomen, bruin is wel errug hippiedom jaren zeventig. Maar dan… De historische informatie die op het oude pak stond is botweg geschrapt! En wég is de snoet van de bebrilde meneer in het zegel, dat het pak zo’n mooi historisch Indisch tintje gaf. Nu zit er zo’n lullige antidiefstalbutton op.

Het allerergste is het nieuwe etiket. Een plaatje geschoten vanaf de beroemde Boeddhistische tempel de Borobudur! Die ligt op Midden-Java, Appie Heijn! Nogal een eindje tuffen van daar naar Oost-Java! Als jij straks je Noordzeevis in de vriezers van een grootgrutter op Java wilt gaan leggen, doe je dat dan in oranje doosjes met plaatjes van hunebedden langs de kust van Scheveningen? Ja? Dat noem jij dan zeker ‘de geschiedenis in een ander perspectief zetten.’

Haagsche Courant, vrijdag 4 februari 2005