Thuis-, school- en werksituatie

logo alfred birney ‘Ouders zijn slechte opvoeders. Leerkrachten hebben geen hoge pet op van de opvoedkwaliteiten van de gemiddelde ouder.’ Klinkt ouderwets, niet? Ik bedoel dan die pet. Ik heb nog nooit een leerkracht met een pet gezien namelijk, dus dat zal dan wel van voor mijn tijd zijn. Misschien is het wel aardig voor Geert Wilders om nu te gaan pleiten voor een pet op de kop van elke leerkracht, met een koppelriem nonchalant op de heup, waaraan een gummiknuppel hangt, een holster met revolver en voor noodgevallen een handgranaat.

Die softies van leerkrachten op onze scholen van tegenwoordig kunnen niet eens meer behoorlijk schelden en meppen. ‘Samen komen we er wel uit,’ luidt het gevleugelde leerkrachtenzinnetje. En als ze er niet uitkomen roepen ze: ‘De ouders besteden weinig tijd aan hun kroost, leggen de opvoeding vaak neer bij de school en verwachten veel van hun kinderen.’ Dit beweert althans Intomart, dat een enquête heeft uitgevoerd in opdracht van Netwerk KRO.

‘Bijna 60 procent van de leerkrachten zegt zich steeds vaker zorgen te maken over de thuissituatie van hun leerlingen.’ ‘Thuissituatie’. Ik krijg dat modewoord nog maar net uit mijn pen. Weet je hoe het bij mij thuis gaat? Als kinderen niet naar me luisteren, geef ik ze een tik. Ik kijk ze link aan, scheld ze verrot en heb dan verder geen kind meer aan ze. Niks geen samen-komen-we-er-wel-uit. Ik ben de baas. Ze moeten naar me luisteren. Ze mogen alleen hun smoel opendoen wanneer dat mij behaagt. Ik voed ze namelijk op. Weinig modern, maar goed: het werkt.

Tweederde van de leerkrachten is ongerust over de agressiviteit bij veel kinderen. Nou, dat vind ik nogal meevallen, want ik had toch wel op een procentje of 99 gerekend. They shoot teachers, don’t they?

Leerkrachten die vinden dat ouders steeds vaker opvoedkundige taken op het bordje van de school leggen, moeten maar straatveger worden. Ze hebben namelijk altijd al een opvoedkundige taak gehad. Dat kinderen door alle druk en drukte vaak moe op school komen, klopt. Maar ze komen ook vaak doodmoe thuis van school.

De helft van de ondervraagden zegt dat ouders meer van hun kind verwachten dan vroeger. Zou dat niet komen doordat onze scholen meer van de leerlingen verwachten? Mijn zoontje van 12 wordt nu al geacht een presentatie te kunnen geven. Dat niet alleen, het moet ook nog met Microsofts PowerPoint. Alsof dat niks kost. En dan moet ik mijn zoontje ook nog leren met die baggerzooi van Microsoft om te gaan. Hoe zit het met de ‘thuissituatie’ van onze leerkrachten? Zijn ze allemaal kinderloos of zo? Hoe zit het met de ‘werksituatie’ van hun partners? Het is ook wel een gestress in een wereld waarin de ene na de andere topmanager een vette bonus krijgt als ie weer eens ergens de helft van het personeelsbestand als afval heeft weten te dumpen.

Haagsche Courant, vrijdag 22 april 2005

Vakantie in galgenland

logo alfred birney Het is weer lente als ik me niet vergis. Het weer valt tegen, automobilisten rijden chagrijnig door rood en besproeien en passant een rijtje passagiers onder een abri, er staan files voor de reisbureaus, websites van zonaanbieders gaan plat door te hoge bezoekersaantallen en het KNMI krijgt nog net geen bommeldingen binnen. Maar wat niet is, kan nog komen. Behalve de zon dan, laten we die maar even vergeten.
Of Chinezen op de weerkaart kijken voor ze een vakantie boeken naar Holland denk ik niet, aangezien de Chinees van een blanke huid houdt en wijselijk het zonlicht mijdt. Voor arabieren worden speciaal regenvakanties georganiseerd, dus die zitten in elk geval goed bij ons. Geen idee wat Chinezen hier zouden moeten komen zoeken, of ze bijvoorbeeld van Van Gogh houden, zoals de Japanners, met wie ze momenteel zo’n ruzie maken vanwege de verdraaiing van de geschiedenis in de Japanse schoolboeken, terwijl ze zelf momenteel de Tibetanen onder de zoden walsen terwijl Bush & Co toevallig de andere kant op kijken.
Maar daar wou ik het niet over hebben. Feit is dat het Nederlands Bureau voor Toerisme & Congressen, kortweg het NBTC, een toename verwacht van Chinese toeristen. China is booming, snelwegen worden met een noodgang aangelegd, autofabrieken draaien op volle toeren en reeds nu al verveelt de Chinees zich zo, dat het vliegtuig naar Holland lonkt. Tulpen, rosse buurten, patat met mayo, weet ik het.
Chinezen zitten niet alleen in China en Taiwan maar ook in Singapore. Verleden jaar kwam er eentje naast me in het vliegtuig zitten toen ik van Jakarta via Singapore terug moest naar Amsterdam, pardon eh… Den Haag. Nou, die man bekijkt me zo’n beetje van opzij, ik bekijk hem zo’n beetje van opzij, hij mij weer, u weet wel hoe dat gaat, en toen vroeg hij me waar ik vandaan kwam.
‘Holland,’ zei ik.
‘Ah, Holland! Is het mooi in Holland? Ik wil graag eens met vakantie naar Holland. Hoe is het leven in Holland?’
Om een lang verhaal kort te maken: ik vertelde hem van alles over Holland, dus ook over het geweld op straat, zelfs jegens toeristen, die in Amsterdam worden bestolen alsof het om seriewerk gaat.
‘O, dus bij jullie worden dagelijks een hoop criminelen opgehangen zeker? Bij ons maar drie per dag!’
‘Welnee, ze krijgen hooguit een taakstraf.’
‘Een taakstraf? Wat is een taakstraf?’
‘O, dan moeten ze 40 uur bussen wassen of zo.’
‘Wat zegt u? Bussen wassen? Niet de galg? Wáárom niet de galg?’
Ik heb het die man niet kunnen uitleggen. Daarvoor duurde de vlucht te kort. Toen de man uitstapte zei hij dat hij toch maar liever vakantie ging vieren in een land waar de doodstraf nog bestaat. Amerika dus. Dit is geen hint voor de EU overigens.

Haagsche Courant, vrijdag 15 april 2005

Castrololie

logo alfred birney Soerabaja Papa had de onbedwingbare neiging veel te veel blikken Castrololie in huis te halen, alsof het om ketjap ging voor een Indische familie met een zooi neven, nichten, ooms en tantes. Hij leek wel verslaafd aan die vette motorolie. Mama Helmond haatte dat spul, ze haatte alles wat vlekken kon maken. Eén druppel Castrololie op haar Haags geboende zeil en ze werd weer overvallen door die maniakale opruimwoede van haar. Het liefst had ze ons ook nog opgeruimd. Haar moeder gaf eens het voorbeeld door Phil, Arti en mij elk in een kast op te sluiten in het woonhuis boven de schoenmakerij van opa in het Helmondse, anno 1960.

De merknaam Castrololie verschilt maar met één letter van de beruchte soortnaam castorolie, die in vervlogen tijden in Nederlands-Indië werd gebruikt als middel tegen allerlei kwaaltjes. Ouders dreigden hun kinderen castorolie te laten slikken als ze niet wilden eten. Ik neem aan dat ook Soerabaja Papa als jochie gekweld is geweest door die zogenaamde wonderolie. Bij gebrek aan castorolie in Nederland, maar stellig uit respect voor de traditie van zijn moeder diende hij ons in de herfst- en wintermaanden als slecht alternatief levertraan uit de fles toe.

De Castrololie was voor zijn brommer, een Duitse Zündapp, kobaltblauw (favoriete kleur onder Indo’s van zijn generatie). Elke zaterdagmiddag was hij in de weer om zijn kostbaarste bezit draaiend te kunnen houden. De olie zat in ronde groene blikken, waarop de naam Castrol in rode letters op een witte omcirkelde L-vormige baan prijkte.

Soerabaja Papa spaarde de lege blikken op en vulde ze twee bij twee met gips, waarin hij een stok stak om er halters van te maken. Bij het opstaan en slapengaan moesten we met die dingen onze spierballen kweken. Toen ze te licht werden, mixte hij ijzerschroot door het gips.

Had hij een speelse bui, dan legde hij onze matrassen op de vloer en oefenden we elementaire judoworpen. Later werd dat jiujitsu en leerde hij ons aanvallen pareren met messen uit Mama Helmonds keukenlade.

Had hij een rotbui, dan schreeuwde hij iedereen van zich af. Op een dag moest Mama Helmond weer eens zo nodig zijn grenzen verkennen, terwijl wij die toch al lang en breed kenden. Ze ging te ver. De man bedreigde haar met een van de halters waarmee wij onze lijven kastijdden. Maar ze hield haar mond niet. Het gebeurde in de gang met de kokosloper en het kale pitje aan het plafond dat hij een halter op haar bovenarm stuk sloeg. Omdat ze niet langer de in de wasteil gekookte lakens met de hand kon wringen deed hij haar een tweedehands wringer cadeau en probeerde ons te doen geloven dat ze aan trombose leed. Uit wanhoop sloeg Mama Helmond houten kleerhangers op onze armen stuk. Totdat we aanstekelijk begonnen te lachen.

Haagsche Courant, vrijdag 8 april 2005

Straks nóg sneller slikken!

logo alfred birney Een klein miljoen Nederlanders haalde verleden jaar kalmeringsmiddelen bij de apotheek en driekwart miljoen Nederlanders scoorde er slaappillen. Valt nogal mee in een tijd waarin steekpartijen niet van de lucht zijn. Als de onderzoekers mij om een schatting hadden gevraagd zou ik met de natte vinger toch op de helft van onze bevolking zijn gekomen. Wat een rare zin trouwens, ha ha, het lijkt wel alsof ik onder de valium zit! Ja hey, je kunt erg nerveus worden van een deadline, hoor. Ja echt! Deadline… Het woord al. Alsof ze je kop eraf komen hakken wanneer je niet op tijd je column inlevert. Is niet zo hoor, mijn redacteur is errug lief. En ja: deadlines zijn duidelijk. Zoveel anders dan de sluipmoorden die plaatsvinden binnen, zeg, een concern dat in het kader van de zogeheten mondialisering er de gewoonte van maakt om bij meer winst meer personeel te ontslaan in plaats van aan te trekken. Met angst en beven zie je de nieuwe jaarcijfers tegemoet, je telt de collega’s die voor jouw tijd de laan uit werden gestuurd en dan neem je maar weer wat librium, wat net effe lekkerder voelt dan valium. Of je rookt een lekkere joint zodra je thuis komt. Werkt ook. Maar niet als je honderdjarige buurvrouw bij de pinautomaat overhoop wordt gestoken, want dan krijg je zo’n zin om te gaan schreeuwen dat je maar meteen een hele strip benzo-zooi tot je neemt, anders komen ze je in no time plat spuiten. In Frankrijk slikken ze overigens viermaal zo veel sufmakers als hier bij ons, waarschijnlijk omdat de directie van de Tour de France gaarne heeft dat er dit jaar in een nog hoger gemiddeld tempo wordt gejakkerd. Het dopingcontrolecircus zet zo de maffia van de farmaceutische industrie aan tot de ontwikkeling van nog betere pepjunk, waar veel aandelen in rondgaan. U gaat nu toch niet roepen dat wij toch niet allemaal wielrenners zijn, hè? Ik dacht eerlijk gezegd namelijk toch toevallig van helaas wel ja. Het moet allemaal maar sneller, sneller en sneller tegenwoordig. Het dagelijkse leven als de Tour. Snelle, schreeuwerige radio- en teevee-reclames. Nu nóg sneller internetten! Zó zet u nóg sneller een maaltijd op tafel! Vandaag besteld, mórgen in al in huis! Het gaat wel goed, maar het kan allemaal nóg sneller! Leer gitaarspelen in twee weken! Als u van Maastricht vertrekt, dan bent u nóg sneller op uw vakantiebestemming! Nóg sneller bruin met onze bruiningscapsules! Met de nieuwe Sprinterformule biedt NS haar klanten een snellere dienstverlening! UMTS is ruim zes keer sneller dan ISDN! Zo kunnen medewerkers elkaar nog sneller bellen! Wilt u snel geld kunnen overboeken naar het buitenland? Wilt u snel dood? Wilt u nog sneller dood? Als u het snelst dood wilt, wandel dan gewoon volgens de verkeersvoorschriften het zebrapad over. Succes verzekerd! Het leven is prachtig jachtig, vindt u niet? Hé lamstraal, schiet een beetje op joh! Is er al een middel in de handel dat zowel kalmerend als oppeppend werkt? Tjonge, wat duurt dat lang zeg.

Haagsche Courant, vrijdag 1 april 2005