Je hoort zelden meer iets over het beruchte writer’s block. Waarschijnlijk omdat er zoveel schrijvers zijn dat het er weinig toe doet wanneer er eentje al moedeloos wordt tijdens het schrijven van de eerste zin. Een collega van me kampt er al 15 jaar mee. Dan kun je eigenlijk niet meer spreken van een writer’s block. Je bent dan gewoon geen schrijver meer. Je was schrijver, eens. Ik denk niet dat ik met een writer’s block kamp, anders zou ik niet dagelijks dit weblog bijwerken. Maar misschien gaat die vergelijking wel mank. Bloggen is zoiets als columns schrijven, in het voordeligste geval. Introotjes op berichten verzinnen en linken naar de site waar het bericht vandaan komt, noem ik geen bloggen. Er is een woord dat bij mij nogal mallotig overkomt: content. Dat is de inhoud die een weblog heeft en waar veel bloggers om verlegen zitten. Okay, je hebt een blog, maar wat nu? Zoiets. Dat is niet zo erg, want vaak maken juist zulke mensen de mooiste websites. Een vervelend fenomeen is het sploggen. Dat zijn robotweblogs die andermans inhoud overnemen louter om verkeer te genereren zodat reclame kan worden verkocht. Doet er niet toe wat. Content = content. Hier doemt het spook op waarvoor al werd gewaarschuwd toen het internet nog in de kinderschoenen stond: een overvloed aan informatie waar kwaliteit niet meer telt. Moet ik mijn laptop niet in de sloot gooien en weer met pen en papier ambachtelijk een boek gaan schrijven? Heeft wel iets heroïsch.
Maandelijks archief: November 2005
Drie dames
Drie e-mails vandaag, nogal typisch voor de maandag. Mensen gaan ’s maandags namelijk weer aan het werk na weekend te hebben gevierd, zoals dat geloof ik heet. Ikzelf ken geen weekends, alle dagen zijn hetzelfde om zo te zeggen. Ik vind het een bijzonder afschuwelijk idee om op de vrijdag rond vijven te moeten borrelen met collega’s, op de zaterdag naar de schouwburg te moeten en op de zondag de liefde te moeten bedrijven, nadat de kerkklok zijn gebeier heeft gestaakt. Ik zie op de zondagavond de lichten vroeg uitgaan om mij heen, de mensen gaan dan vroeger naar bed om een tekort aan slaap in te halen. Afschuwelijk allemaal, die sleur. Maar goed, op de maandag gaat men weer aan het werk en men mailt Meneer B. Mijn literair agente liet me weten meer te voelen voor schrijfplan B., dat ik evenwel als schrijfplan A. beschouwde. Een probleem hier. De redactrice die ik gisteren de gecorrigeerde tekst terugstuurde, liet me weten het ‘wel eens’ te zijn met een commentaar van mijn kant op een opmerking van haar kant – kortom ik heb te maken met iemand die ‘de discussie niet schuwt’, wat ik werkelijk verafschuw. De derde e-mail kwam van een fan die niet nalaat mij te stalken. Ze stuurde me ooit een jeugdfoto. Prachtige nimf aan de kant van het water. Eigenaardige poging om iemand te verleiden. Toch ben ik blij dat ze dat niet 15 jaar eerder heeft gedaan. Haar onbewuste neiging tot zelfdestructie doet me bevriezen.
Punt noch komma
Het moeten nakijken van redactioneel gekriebel in de kantlijn van een tekst die ik maanden terug schreef is een straf. Wat redacteuren op mijn taalgebruik hebben aan te merken, weet ik onderhand wel en het kan me nauwelijks meer boeien, zelfs niet ergeren. Hier en daar wenst men een grammaticaal correcte komma. De ene keer ga ik akkoord, de andere keer niet. Erger is het wanneer men een puntkomma voorstelt. Ik haat puntkomma’s. De puntkomma is namelijk punt noch komma. De puntkomma is al even erg als de broekrok. Broek noch rok. Alice die de hoer wilde spelen, alleen voor mij, ik haatte dat. Het is gruwelijk om in de fantasie van een ander te moeten figureren. Een soort puntkommaseks krijg je dan. Toen ik vanmiddag mijn tekst doornam, moest ik wederom verveeld vaststellen dat het gevoel voor andermans tekst niet bij redacteuren moet worden gezocht. Nu moet ik dat gepeuter ook nog gaan invoeren en per e-mail terugsturen. Je hebt te maken met het soort mensen dat zich verkneukelt bij het idee aan het jaarlijks nationaal dictee, een werkelijk gênant schouwspel voor de creatieve geest. Ik denk dat ik die uitgevers voortaan maar carte blance geef. En in geen geval mijn werk teruglees na publicatie. Dat doe ik toch al jaren niet meer. Wie schept, kijkt niet terug. Hij denkt aan de prooi van zijn volgende schepping. In de liefde schijnt het ook zo te werken. Maar daar is het zo, dat mensen zichzelf aldoor corrigeren. Amusant is dat.
Het ware gezeik
Terugkomend op wat ik de 4e november jongstleden schreef naar aanleiding van een ietwat onfrisse uitlating van een van Samuel Becketts antihelden: mij sprak het idee weinig aan om na je vijftigste het aftrekken in te ruilen voor het ‘ware krabben’. Er schuilt vaak wel iets aantrekkelijks in het adjectief ‘ware’, dat vaak als truc wordt gebruikt de ander zich een leek te laten voelen en tezelfdertijd deze ertoe te verleiden om zich ook eens in het ‘ware’ te verdiepen. Enige voorkennis wordt natuurlijk wel verondersteld. Iemand zeggen dat het ‘ware lezen’ pas begint wanneer je het proza van, zeg, Sei Shônagon, onder ogen krijgt, is een volslagen zinloze opmerking wanneer je spreekt tegen een haringkaker die nog nooit een boek heeft gelezen, er nooit een zal lezen en zijn avonden met zijn kornuiten steevast doorbrengt in de kroeg achter zoiets stompzinnigs als een dartsbord. Je zal het dan moeten hebben over het ‘ware darten’, dat eerst begint bij het afmeren van de ferry naar Engeland of iets dergelijks. Wat dat betreft zal ik heel wat meer mannen aanspreken wanneer ik zeg dat het ‘ware pissen’ boven aftrekken gaat. Ik moet toch steeds weer constateren dat er werkelijk niets maar dan ook niets gaat boven krachtig pissen in een pot, waarin een scheutje chloor ligt. Het beeld van bruisend chloor onder een straal urine is een begoocheling waarbij elke zonsondergang verbleekt. En dat is nog maar de prelude. Wat volgt is de genotvolle damp die je neusgaten zo prikkelen dat je het idee krijgt dat – jawel – het ware gezeik elk orgasme overstijgt.
Oase in de storm
Pablo Picasso verdeelde vrouwen in twee soorten: godinnen en vloermatjes. Zijn beroemd aforisme over vrouwen wordt tegenwoordig als bijzonder seksistisch ervaren en berucht aldus. Als ik zeg dat hij ongelijk had en dat vrouwen zijn te verdelen in heksen en nimfijnen, zal dat ook wel onder de noemer seksistisch vallen. Wie mij kent weet dat ik een meer dan bijzonder genuanceerde geest ben. Maar ik heb zo mijn dagen van disnuance. Mijn zoon van 12, amper hersteld van een verkoudheid, werd door zijn moeder de heks het huis uitgejaagd, waardoor mijn middag ietwat anders verliep dan ik had verwacht. Ik moest naar buiten om al die dingen te doen die ik had verzaakt, om goed voor de jongen te kunnen zorgen. De storm, afgelopen nacht opgestoken, was nog niet uitgewoed en bracht me uit mijn evenwicht. Ik moest achterstevoren de straat langs de kade oversteken om niet naar de stoep teruggeblazen te worden. Toen ik mij bij de abri omdraaide, keek een levensgrote jonge vrouw in minimaal ondergoed mij warm aan. Ze was geen heks, geen nimfijn, maar een model. Iets om naar te kijken, niet om aan te raken of ook maar naar te verlangen. Perfecte ontmoeting. Het beeld van haar warme lijf bleef me vergezellen op mijn tocht door storm en regen. Vrouwen kunnen bijzonder warm en mooi zijn op een doek of een affiche. Heksen juist in levenden lijve. Je moet niet proberen vrouwen te leren kennen of begrijpen. Je moet van ze houden. Doe ik dat?