Geen herinneringen

hat logo meneer b Patrick Modiano’s boeken zijn zo inwisselbaar, dat je met plakken en knippen een nieuw boek van deze Franse schrijver zou kunnen samenstellen. De slotzin uit ‘Trouwboekje’ (‘Livret de famille’, 1977) luidt: ‘Ze had nog geen geheugen’. Of die bewering deugt zou ik niet direct onderstrepen. De hoofdpersoon zit met zijn pasgeboren dochtertje op schoot, ze slaapt met haar hoofdje tegen zijn schouder. Dromen in de baarmoeder, waaraan je bespiegelingen kunt vastknopen die heel ver gaan, passen niet in het universum van Patrick Modiano. De slotzin uit een later boek, ‘Verloren wijk’ (‘Quartier perdu’, 1984), luidt: ‘En ook ik wil mij van nu af aan niets meer herinneren.’ Eigenlijk was dat alles wat ik me vandaag herinnerde, die slotzinnen van Patrick Modiano dus. Ik heb ze wel even opgezocht, nadat ik het stof van zijn boeken had geblazen. Mijn boekenkast is een chaos, maar Modiano houdt redelijk stand met een stuk of zeven titels bijeen. Het is niet zo dat ik mij vandaag niets wilde herinneren. De herinneringen bleven vanzelf weg. Misschien is het mogelijk dat wanneer je je niets wilt herinneren, er ook geen herinneringen komen. Maar op dat niveau, zeg van de yogi, begeef ik mij niet. De dag was vlak, saai. Toen op straat de zon zo laag hing dat ik mijn hand boven mijn wenkbrauwen moest leggen, doemde er geen enkele fraai silhouet voor mij op. Een dag waarop niets gebeurt en geen herinnering je bezoekt, is dood. Of zoals het leven meestal is.

De klank van regen

hat logo meneer b Ik hoorde eens een blinde schrijver op de radio vertellen dat hij aan het geluid van de regen kon horen in welke stad hij zich bevond. Het soort schrijver dat je een keer langs hoort komen en wiens naam je niet direct onthoudt. Je denkt dat je hem later wel weer zult tegenkomen. Maar ik heb nooit meer iets over hem vernomen. Hij was Engelstalig, ik weet niet of er iets van hem in het Nederlands vertaald is. Ik meen me te herinneren dat hij probeerde het verschil van het geluid van de regen in Amsterdam en Londen te omschrijven. Of was het Parijs? New York? Ikzelf hoor hooguit het verschil tussen een tropische en een Hollandse regenbui. Tropische regenbuien dienen zich onverwacht aan en zijn heftig. Ze verdwijnen snel, als terloopse minnaressen. Hollandse regenbuien zijn zeurderig, zelden heftig, ze verdwijnen maar voor even en komen je dan weer lastigvallen. Een Hollandse regenbui is als een vervelende echtgenote, een wettige relatie, van wie het moeilijk scheiden is. Nederland is geen goede plek om te trouwen. Het is ook niet nodig. De staat heeft voldoende voorzieningen om een partner of gezin overbodig te kunnen maken. Geen idee of dat een zegen is of een vloek. Een levenslang huwelijk is geen zegen, lijkt me, maar van partner naar partner zwerven brengt al evenmin geluk. In mijn fantasieën lonkt het klooster soms. Het staat in een tropisch land, is boeddhistisch, ik veeg dagelijks de goten schoon, er is geen vrouw te bekennen.

De seizoenen

hat logo meneer b Er is een 40 jaar oude song van een jeugdige Paul Simon: ‘April come she will’. Bezongen wordt de liefde die ontluikt in april, bloeit in mei en van toon verandert in juni. In juli vliegt ze zonder waarschuwing weg, om in augustus te moeten sterven. September brengt de herfst en de herinnering. Wie zoiets meemaakt, ziet later meestal ook dit romantisch beeld sterven. Geliefden komen en gaan in onverschillig welk jaargetijde. Liefdes kunnen elk uur van de dag doven. Wie over een perfecte liefdesbarometer beschikt, voelt direct wanneer de kaarsvlam moet gaan vechten om niet te verdrinken in het vet dat als dodelijk lava rond de lont komt drijven. Misschien is de herinnering aan de liefde wel het mooist, mooier dan de liefde zich zelf ooit kan manifesteren. Zelfs de herinnering aan een herfstliefde kan mooi zijn, tenzij het buiten zo guur is als de afgelopen dag. Het plein was van de wind, niet van de mensen. Gail en Rachel kwamen in de herfst van 1970. De winter bracht blues en jaloezie, geen jas was warm genoeg. Ik raakte hen uit het oog in de vroege lente. Mijn lied over deze Amerikaanse meisjes begint dus in de herfst en eindigt in het voorjaar. Geen lied voor klassieke tenoren, eerder een popsong die nooit doorbrak. Christien, die haar 35e jaar niet haalde, was het langst bij me en lijkt daarom mijn grootste liefde. Is ze het? Ik ontmoette haar in de winter. Er lag geen sneeuw. Het regende.

Narcis en Borges

hat logo meneer b Jorge Luis Borges had het in een van zijn verhalen over de indrukwekkende luchten van Australië. Als ik me niet vergis in ‘De Aleph’. In de tijd dat ik veel naar Egberto Gismonti luisterde, trok Carolina voor drie maanden bij me in. Ze was weggelopen bij haar vriend. Mijn flat was een tussenstop, ze zou emigreren naar Australië. Ik herinner me dat ik haar een keer terugbracht. Haar ex-vriend was ingestort en zij kampte met allerlei tegenstrijdige gevoelens. In hun onderkomen, een uitbouw achter een louche café, hing een Australische vrouw rond, een wereldreiziger. Zij was een kennis van Carolina en haar vliegtuig zou de volgende dag vertrekken. In de kleine voorkamer maakte de Australische aanstalten om in een slaapzak te kruipen en ze nodigde me uit die met haar te delen. Ik zei dat de slaapzak te klein was, dat we genoodzaakt zouden zijn dicht tegen elkaar aan te liggen. Dat vond ze geen probleem. Carolina hoorde het en kwam even een kijkje nemen. Ik kreeg het gevoel in een eigenaardige film te spelen en vluchtte naar huis, waar Carolina me opbelde voor telefoonseks. Ze was verslaafd aan masturberen, maar anders dan Alice, die het voor de spiegel deed en klaarkwam op haar eigen borsten. Dit soort narcistische erotiek vind ik moeilijker te begrijpen dan de literaire esoterie van Jorge Luis Borges. Het is moeilijk om het gewoon maar mooi te vinden, zoals literatuur en muziek. Geen deel uitmaken van iets waarbij je betrokken bent, is een hel.

Ano Zero

hat logo meneer b Ik was zeer laat op en kon nog slechts twee uur van het daglicht proeven. Veel meer dan koffie en sigaretten halen in de hoofdstraat wist ik niet te verzinnen. De zon hing laag, er was nauwelijks wind, het leek koud, bijna winter, winkeliers klaagden, al was het tien graden. De lucht was opwekkend rijk aan zuurstof. Later zag ik achter mijn slaapkamerraam het rood van de ondergaande zon in dialoog met het naderende duister de lucht turkoois kleuren. Er schitterde een planeet in een onbereikbare verte, misschien was het Jupiter. De betovering van de zich aquarellerende lucht duurde niet lang, aan de andere kant van het huis liet de bijna volle maan zich zien. Ik herinnerde me een foto op een inlegvel bij een grammofoonplatenhoes van Egberto Gismonti, 1979. Een beeld van waterige kringen hoog in een vale marmeren lucht, alsof een god een enorme steen in een kosmisch meer heeft gegooid. De foto was gekoppeld aan ‘Ano Zero’, een meditatief stuk voor solo piano, gespeeld door Egberto Gismonti zelf. Ik draaide deze muziek veel in mijn vorige flat, die ik acht jaar terug verliet. Ik heb er 16 jaar gewoond en geschreven. Sinds ik hier woon, schrijf ik nauwelijks fictie meer en ik weet niet of dat ook het geval zou zijn geweest als ik daar, in mijn witte flat met zwarte jaloezieën dichtbij het centraal station, was blijven wonen. Ik heb vaak heimwee naar die plek, niet vanwege de vrouwen maar het constante uitzicht op de lucht.