Slijtage

hat logo meneer b De wind is gedraaid naar het noorden en blaast nu vol op het raam van de kamer van mijn zoon. Ik overweeg aldoor om terug te vluchten naar mijn woon- en werkkamer beneden, maar kan er niet toe komen. Mijn bureaustoel is namelijk van Zweedse makelij en stellig gefabriceerd met het oog op volumineuze typen. Het probleem van de ergonomische stoel is de zitting. Deze is van dik schuimrubber en knelt de bloedvaten van mijn bovenbenen af. Ik ben rond de 73 kilo, maar denk dat de stoel gemaakt is voor mensen die minstens 27 kilo zwaarder zijn. Het kan ook zijn dat geen enkele stoel meer geschikt voor me is sinds de slijtage in mijn linkerheup een aanvang heeft genomen. Dit klinkt nogal idioot. Immers zodra je uit bent gegroeid, zet de slijtage al in. Maar ik heb het nu over iets wat ik lang niet aan mijn blog heb willen toevertrouwen, namelijk het beginstadium van artrose. Het is alsof een beest zijn kaken in je heup heeft gezet en langzaam aan je botten knaagt. Artsen zeggen dat er geen remedie tegen is, al is zo veel mogelijk beweging wel een manier om de heup soepel te houden. Artsen plegen zoiets met een dubbelzinnige grijns te adviseren. Seks is een fenomeen waarnaar tegenwoordig veelal in elke situatie verwezen wordt. Nogal melig. Seks bedrijven als paardenmiddel tegen artrose lijkt me ook niet bijster opwindend voor een vrouw, die seks liever aan andere dingen verbindt. Zoals romantiek. Romantiek duldt geen slijtage.

Mijn literair agente

hat logo meneer b Mijn literair agente laat maar niets van zich horen. Zo lang er geen nieuws is, is er geen slecht nieuws. Mogelijk heeft ze zich in een zoveelste amourette gestort en is ze mij voor een poosje vergeten. Ik meen me te herinneren zoiets over haar te hebben gedroomd, maar ik kan het ook in een eerdere log hebben geopperd en zijn mijn fantasie en dromen in een kruisbestuiving terechtgekomen. Is dat ook een vorm van liefde? Dit lijkt mij een zeer literaire en nutteloze vraag. Literatuur is heden ten dage nauwelijks nuttig te noemen, vandaar die cynische opmerking. Het heeft, anders dan, zeg, vijf jaar terug, geen zin meer om zonder een contract op zak een boek te schrijven. Zelfs vingeroefeningen kunnen onder de noemer bezigheden voor idiote idealisten worden gerangschikt. Mijn agente is op de hoogte van vijf boeken die ik in principe zou kunnen schrijven en gaat met haar notitieboekje uitgevers langs. Er is één jonge redacteur bij een uitgeverij over wie zij aldoor spreekt. Omdat mijn agente vanwege belastingtechnische motieven niet door mij betaald wil worden, moeten haar belangen elders worden gezocht. Misschien gebruikt me mij om als redacteur ergens onderdak te krijgen. Maar het kan ook zijn dat ik het stuifmeel ben dat haar een dekmantel geeft voor haar amoureuze uitstapjes. Ik mag hopen dat ze op dit ogenblik ergens lekker ligt te neuken. Of is ze nog zo dwaas om in zoiets als een vaste relatie te geloven? Ze is de veertig gepasseerd. Hopeloos geval.

Juffen en poppen

hat logo meneer b De kou heeft me naar boven gejaagd, naar de slaapkamer van mijn zoon, waar het aangenaam warm is. Dit is de enige kamer in huis waar de sfeer goed is. Het kan ook zo zijn dat ik alleen nog maar kan schrijven in een kamer die niet van mij is. Komt veel voor onder schrijvers. Ik heb collega’s die alleen maar kunnen schrijven wanneer ze in het buitenland zitten. Helaas komen ze vrijwel alleen met reisliteratuur, waar ik een grondige hekel aan heb. Ik haat televisie, maar nu ik hier zit, heb ik hem aan. Het toeval wil dat de heldin uit de een of andere in het Duits nagesynchroniseerde Franse speelfilm naar Lapland gaat om er gedurende de middernachtzon bij te komen van verdrietige ervaringen. De coïncidentie ligt hierin, dat ik de hele dag al aan het boek Nooit meer slapen van W.F. Hermans heb moeten denken, dat ook in Lapland speelt. Ik hou niet van dat zogenaamde meesterwerk. Ik herinner me, als ik het juist heb, wél een verwijzing in het boek naar de echtelijke keuze van de schrijver. Trouwen met een donkere vrouw doe je om niet met een kopie van je moeder te trouwen. Bijkans een bewuste anti-Oedipus daad. Ik zou dat bespottelijk kunnen noemen, maar alleen wanneer ik wist waarom ik op bepaalde types val, zoals juffen. Naomi is pas dertien, misschien veertien. Ze is dus geen juf. Maar wat is zij dan? Een pop? Is er enige overeenkomst tussen een juf en een pop?

Juf (2)

hat logo meneer b Terug naar Christie. Zomer van 1967. Ameland. Een regenachtige week in juli. We slapen in jeugdherbergen. Op een nacht word ik met een paar kornuiten betrapt door de herbergier op onze tocht naar de meisjesbarak. We worden met een hooivork een schuur ingejaagd, waar we voor straf slapen in het hooi tussen de ratten. Christie hoort mijn verhaal aan en stelt me juffige vragen over mijn gedrag. Ze heeft zich tijdens een avondwandeling helemaal terug laten zakken naar de staart van de groep, waar ik slenterend op haar wachtte. Ze zegt dat ze niet van tongzoenen houdt. Dan weet ik dat alvast. Ligt hier een link met de mondhygiëniste? Ik kan me voorstellen dat ook zij in haar professionele schoonmaakwoede niet van tongzoenen houdt. Ze wandelt dagelijks over het strand om haar honden uit te laten. Hier ligt een link met het eiland Ameland, die we op een dag te voet rondden. Christie droeg ook een bril, een zeer sterke. Ze was wijs, afschuwelijk wijs. Haar brieven, later, kwamen zonder spelfouten en vroegen soms om woordenboeken. Ik denk niet dat mijn mondhygiëniste een bijzonder intelligent persoon is, althans niet zoals Christie destijds op mij overkwam. Jeroen Brouwers citeert ergens in zijn boek De zondvloed (1988) een Maleis vers: Denk niet terug aan wie je kwijt bent. Die is toch heel iemand anders nu… Dat kan ik uit ervaring bevestigen. Maar je onbewust aangetrokken blijven voelen tot wie lijken op wie je kwijt bent, is iets anders dan denken.

Juf (1)

hat logo meneer b Ik ben een van de velen die beweert Proust te hebben gelezen zonder hem te hebben gelezen. Uiteraard heb ik het wel geprobeerd, maar ik werd kriegel van die jongen die vele bladzijden lang in zijn bed lag te wachten op een kusje van zijn moeder. Ik herinner me overigens niet ooit een kusje van mijn moeder te hebben gekregen, maar dit terzijde. Weliswaar viel mijn mond open bij elke briljante zin (ongeveer één per bladzijde) die Proust uit zijn pen toverde. Om mijn gebrek aan Proust-bagage te compenseren, heb ik ooit wat quasi-wetenschappelijke kost over deze grote schrijver tot me genomen. Bijvoorbeeld dat hij, volledig onafhankelijk van Freud, tot dezelfde inzichten kwam als die Weense geilaard. Proust leerde mensen in typen te onderscheiden, wat de Chinezen al duizenden jaren eerder deden, maar die wijsheden zijn slechts aan een bijzonder klein deel der Europeanen besteed, onder wie je dan zeker geen literatuurwetenschappers of westerse filosofen moet zoeken. Nou was ik laatst, na mijn winterdepressie, bij mijn mondhygiëniste op bezoek. De vrouw is juffig, tanig, heeft een ouderwetse kostschooluitstraling en draagt ook nog een sterke bril. Ik ben niet het type dat op mensen in machtsposities valt. Ik val wel op bepaalde typen, maar weet nog niet precies waarom. Vandaag viel mij echter in dat de herinnering hierbij een belangrijke rol moet spelen. Ik herinnerde me namelijk opeens een vakantievriendinnetje van toen ik 16 was. Ze heette Christie. Mijn mondhygiëniste lijkt op Christie. Maar waarom viel ik nou op Christie?