Achter een fietsende vrouw

hat logo meneer b Gisteren had ik een dag die geschikt was om een herinnering neer te pennen, maar mijn lijf was te moe en ik was veroordeeld tot rusten. Vandaag na het ontbijt zat ik nog wel even als een oude vent achter het keukenraam, toch voelde ik mijn krachten terugkomen en ik besloot zowaar tot een fietstochtje naar de zee. Het weer was te warm voor een leren jack, een linnen jasje volstond. Ik droeg mijn spullen mee in een heuptasje: mijn portemonnee, sleutels, medicijnendoosje en gsm. Sigaretten maken sinds vier maanden geen deel meer uit van mijn proviand. Ik trapte in de lichtste versnelling naar de boulevard, en at er een nieuwe haring. De haring viel wat tegen, ofschoon de vangst met twee weken uitgesteld was geweest vanwege de kou. De vis is goed vet, dat wel, maar geeft geen ziltige smaak aan je tong. Het was rustig aan de boulevard. Ik liep een eindje naast mijn fiets, als een oude man dus, voor ik weer op het zadel klom. Ook huiswaarts fietste ik bedachtzaam in een lichte versnelling. Totdat ik werd ingehaald door een jonge vrouw met een magnifiek achterwerk. Ze reed op een vouwfiets, droeg een yuppenbroek, ik dook in haar wiel en schakelde zelfs naar de derde versnelling. De vrouw, type jonge advocaat, rook heerlijk. Gehypnotiseerd keek ik naar haar fraaie heupen, waaromheen haar pantalon zich perfect had gesloten. Alleen vrouwen kunnen je doen vergeten wie je bent, waar je bent en wat er met je is gebeurd.

Playboy

hat logo meneer b Het is bijna 16 weken geleden dat mijn hart een aanval kreeg te verwerken van een door onzichtbare wezens afgevuurde raket in naam van de goden die de eeuwige herhaling moeten bewaken. Tijdens mijn vrijwel drie weken durend verblijf in het hospitaal is er geen dag voorbijgegaan waarop ik geen bezoek kreeg. Mijn zoon was het trouwst: hij kwam, op één ongelukkige dag na, elke dag. Mijn sensei kwam tweemaal langs. De jiujitsuleraar is geen Japanner maar een Hollander uit een roemrucht jiujitsugeslacht, geen groot leraar, wel een uitstekend vechter en voor het overige een jongensachtige loltrapper. Hij nam voor mij een Playboy mee, een blad dat mij aansprak toen ik een jaar of zestien was. In die tijd rustte er algemeen een taboe op het blad en hing er onder ons jongens een sfeer van geheimzinnigheid omheen. Nu, veertig jaar later, bestaat het blad nog steeds. De onbereikbare, sexy vrouwen zijn meisjes geworden, de foto’s gewaagder, ze laten hun geslachtsdelen zien, waar ik liever kleding zie. Het blad is met mijn tas meegereisd naar mijn huis. Toen ik het gisteren wilde weggooien, bladerde ik het nog even snel door. Mijn oog viel op een verhaal van redelijk niveau. Aandacht noch energie had ik om het verhaal van de mij onbekende Tony D’Sousa te lezen. Treffend vind ik dat zijn verhaal helemaal niet voorkomt in de inhoudsopgave. Het verhaal doet hooguit dienst om de onbenulligheid van het blad enige allure te geven. Literatuur als waaier voor het pokdalige smoel van zijn eigen pooier.