De zomer was kort, heet. De zomer is een herinnering nu. Mijn lichaam houdt van warmte, hitte zelfs, maar misschien is ook dat een herinnering straks. Ik was maar één keer op het strand, met mijn zoon en een vriendje van hem, en fietsend op de terugweg stortte ik in, kwam amper nog vooruit. [...]
Het verloop is groot bij het kamerverhuurbedrijf, dat mij ongewild op gezette tijden aan de vergankelijkheid herinnert. De studente met de bril in de kamer boven de tuinkamer, het meisje bij wie ik nooit een jongen zag, alleen een vriendin, is vertrokken. Ik stel me voor dat ze buitenlandse was en hier voor een [...]
© Alfred Birney online: 16