De mensen hebben het druk. Een paar jaar terug klonk het nog als een hilarische smoes om onder afspraken uit te kunnen komen: tja, druk-druk-druk hè? Nu is het geloof ik een verplichting. De één bijt zich vast in zijn werk, de ander zet zich met hart en ziel in voor zijn zoveelste relatie, weer een ander raakt volkomen in paniek wanneer hij ziet dat er een uurtje leeg is over vijf weken in zijn agenda. Sekscontact met de snelheid waarmee je een hamburger wegwerkt mag tegenwoordig ook weer, de dames doen er niet moeilijk over want ook zij hebben het druk en staan percentueel inmiddels gelijk aan de man op de schaal van hart- en vaatziekten. Dat hebben ze toch maar mooi bereikt. Het druk hebben heeft in elk geval één voordeel: je hoeft niet over jezelf na te denken. Gaat het op je werk niet goed, dan ligt de oorzaak bij je collega’s. Loopt je relatie niet lekker, dan is je partner niet communicatief. Wil het niet vlotten met je hobby (bloggen of schrijven is dat tegenwoordig), dan zijn het de kinderen die je tijd opvreten. Intussen zit ik lekker op het balkon in de zon met een Pilot V Ball Grip 07 in mijn manuscript te krassen. Daar neem ik alle tijd voor. Dit biedt uiteraard geen garantie voor een goed boek. Het kost namelijk evenveel tijd om een goed als een slecht boek te schrijven. De tijd nemen is tegenwoordig geen keuze meer. Eerder een protest.
Maandelijks archief: September 2006
Herschrijven
Hugo Claus noemde schrijvers eens kruideniers, zo angstvallig als ze met hun teksten kunnen omgaan. In die tijd werkte ik nog met een schrijfmachine. Ik gebruikte correctiestrips om fouten met de hamertjes weg te tikken. Woorden verfde ik weg met correctielak, hele zinnen plakte ik af met langwerpige strips, waar ik dan een verbetering overheen typte. Toch was dat niet het echte kruidenieren. Bij het ware kruidenieren knipte je stukken tekst uit afgekeurde bladzijden, verzamelde ze en gaf ze met plakband of papierlijm her en der een nieuwe plek. Op die manier kreeg je een manuscript met bladzijden ongelijk in dikte en grootte. Een dergelijk pak papier kon je met recht een ‘ruwe versie’ noemen. In een kopieerinrichting liet ik er een duplicaat van maken en dat ging ik dan met een pen te lijf. Zo’n pen moest het lang zonder dop kunnen stellen, dus nooit uitdrogingsverschijnselen tonen, soepel en vloeiend kunnen schrijven en niet direct bezwijken onder een nijdige doorhaling. Ragfijn gepriegel in de kantlijn, ook dat moest zo’n pen aan kunnen. Ik heb nu zo’n pen. De middagtemperatuur maakte het me op deze nazomerse dag nog mogelijk om in de zon op mijn balkon in mijn manuscript te zitten wroeten, krassen en schrappen. Het schrappen van woordjes is flauwekul. Zinnen schrappen schept al meer bevrediging. Hele bladzijden doorscheuren is goed voor de ademhaling. Maar het grootste genot ligt in het herschrijven. Je verbetert het universum dat je ooit schiep en al te lang aan zijn lot hebt overgelaten.
Nieuwe lijn
Mijn favoriete correctiepen was hoognodig aan vervanging toe en ik besloot de fiets te nemen naar een winkelstraat waar in elk geval een speciaalzaak te vinden zou zijn. Ik verdwaalde aanvankelijk, heb een blind spot voor de winkelstraat in kwestie, die voornamelijk wordt bezocht door parvenu’s. Tijdens het fietsen werd ik gehinderd door de Angio-Seal, het blijkt te vroeg voor me, ik zal een week wachten met een volgende poging. Bovendien kreeg ik last van lichte kramp links van de borststreek en moest ik een dosis Nitrolingual onder mijn tong sprayen, wat hielp. In de zonnige winkelstraat liep ik een jiujitsu-leraar tegen het lijf, die ik ken van de sportschool. Het was amusant om een poosje met hem te staan praten, een 40-plusser die smachtend naar verlichting de ene na de andere cursus volgt dan wel geeft, pas vader is geworden en het niet laten kan elke representatieve vrouw na te staren. De leraar verdenkt mij ervan verlicht te zijn en komt daar aldoor op terug wanneer we elkaar treffen. Gelukkig zijn onze dialogen altijd geestig, vol scherts en opwekkend. Hij had even tevoren een notitieboekje gekocht, uitgevoerd in Zen-stijl en duwde dat in mijn binnenzak. Het is een mooi boekje, waar ik handpalmverhalen in de geest van Kawabata in zou kunnen schrijven. De pen die ik later kocht was de laatste in zijn soort, gevuld met groene inkt. De fabriek is namelijk met een ‘nieuwe lijn’ op de markt gekomen. Ook Zen is, zo te zien, een lijn tegenwoordig.
Omweg
Om die ellendige halflege supermarkten op maandag te mijden, besloot ik een tocht te ondernemen naar de visboer. Een voettocht zou evenwel te lang duren, ik moest de fiets nemen. Verleden week beviel het fietsen niet erg, de Angio-Seal in mijn lies hinderde me. Dat ding is gemaakt van een bepaalde stof die drie maanden nodig heeft om af te breken, als ik goed ben ingelicht, en dicht de opening af die is gemaakt via welke met een katheter het knooppunt rond je hart wordt bereikt, waar de behandelende chirurgen meesterlijke capriolen uithalen om je kransslagader te verwijden met het opblazen van ballonnetjes en het plaatsen van stents, gemaakt van gevlochten metaal. Deze geneeskunst zal ongetwijfeld over vijftig jaar als middeleeuws worden afgedaan, maar over medische zaken wil ik het helemaal niet hebben. Het fietsen ging goed en bedaard in een oudemannenversnelling bij absolute windstilte. Alleen de visboer was gesloten, zowel de Hollandse als de Egyptische. Kunnen die twee geen afspraken maken over hun vrije dagen of wat? Willen ze het soms doen voorkomen alsof hun eigen vloot elke maandag uitvaart en pas op dinsdagochtend terug is? Om een lang verhaal kort te maken: ik kwam toch nog in die afgrijselijke, chagrijnige supermarkt terecht. Uiteraard werd ik gedwongen ingrediënten te kopen voor zoiets als spaghetti, aangezien al het overige op was. Thuisgekomen viel ik in slaap, waarschijnlijk van die fietstocht voor 120-jarigen. En uiteindelijk kwam ik terecht bij de Indonesische toko, voor een portie nasi goreng met, jawel, hete vis.
Beleving
Iemand mailde me dat ze lang niets van zich liet horen vanwege familieomstandigheden. Ze schreef dat zij de hand van haar grootmoeder in dier laatste uur heeft vastgehouden en dat het haar verbaast dat de verbondenheid van twee levens werd teruggebracht tot slechts één uur waarin dat werkelijk werd ervaren. Ik mailde haar terug dat haar relaas mij deed denken aan Marguerite Duras, die goed met dergelijke thema’s overweg kon. In Kawabata’s Duizend kraanvogels speelt het verhaal zich af rond één jongeman en drie vrouwen, terwijl de belangrijkste ‘aanwezige’ de overleden vader is van de jongeman. Ik kocht het boek in 1989. Indertijd noteerde ik nog de aankoopdatum in boeken en op grammofoonplaathoezen. Ik herinner me dat ik het boek niet uitlas, dat ik er slaap van kreeg, dat het me kortom verveelde. Nu ik het herlees, merk ik dat ik moeite heb de namen van de personages uit elkaar te houden, zoals vroeger met die klassieke Russische romans. Het duurt lang eer ik me enige voorstelling van twee van de drie vrouwen kan maken. Maar het begint me, met enige wilskracht, onderhand te lukken. Waarom het boek me zo aantrekt is juist dat het lot der levenden zo bepaald wordt door de overledenen. Het doordesemt ook het manuscript, waaraan ik momenteel werk. Dit is geen opzet. Ik begin het alleen maar te zien. Je begint te begrijpen wat jou ooit zo aantrok in het werk van een bepaalde schrijver. Het leven is herhaling. Herlezen leert dat de beleving wijzigt.