Vondelingen

hat logo meneer b Op een sorteerband bij een afvalverwerkingsbedrijf in Utrecht kwam gisterochtend een babylijkje voorbij. Medewerkers haalden het tussen het puin vandaan, dat met tonnen uit vele delen van het land wordt aangevoerd. Het meisje haalde het leven niet, maar wel de krantenkoppen. Een bizar soort roem is dat. Ik denk niet dat haar publiek – een handjevol werklui, politieagenten, lijkschouwer en laboranten – haar een naam zal geven. Een nummer zal ze wel krijgen. Wat voor nummer? Hoe en waar zal ze worden begraven? Wie was zo wreed of in de war zich zo van haar te ontdoen? Harteloos maar nog altijd het minst slecht is je baby te vondeling leggen. Verzorgd afval, om zo te zeggen. Ik zag ze wel eens binnenkomen, die kleine baby’s, ze kwamen in auto’s, meestal weggehaald bij hun moeders. Ik bewoonde met 80 jongens en meisjes, in aparte vleugels, een kindertehuis in Voorschoten. Verscholen achter onze gebouwen lag het Sophiahuis met de zwevende glazen serre, waar de verzorgsters wel eens met de baby’s op de arm naar de vijver stonden te kijken. Soms sloop ik met een paar kornuiten naar het Sophiahuis en gluurden we tussen de gordijnspleten door naar de wiegjes. We hadden het te doen met die baby’s. Zodra ze peuter waren, vertrokken ze naar de meisjesvleugel. Ik heb jongens gekend die het hele traject hebben afgelegd, van het Sophiahuis tot en met de laatste zaal: de Drempel (naar de vrije wereld). Je herkende ze aan hun gelaatsuitdrukking. Honderden moeders en vaders boden nooit troost.

Afwezig

hat logo meneer b De Association Franco-Indonésienne Pasar Malam organiseert vandaag een conferentie over Indonesische literatuur in Parijs met medewerking van de Ambassade de France, de Ambassade d’Indonésie, de Ambassade du Royaume des Pays-Bas, het Centre National du Livre, het DRAC-Ile de France, het Institut Néerlandais, het NLPVF, het Société des Gens de Lettres en de Maison des Cultures du Monde. Nogal een mondvol, maar het gaat om een zit van 10 uur met Seno Gumira Ajidarma, Christiane Chaulet Achour, Claude Hagège, Tewfik Hakem, Fouad Laroui, Waruno Mahdi, Etienne Naveau, Philippe Noble, Brigitte Ouvry-Vial, Nourredine Saadi, Jérôme Samuel, Ayu Utami en Monique Zaini-Lajoubert. Ik hoefde zelf niet aan de conferentie deel te nemen, maar sta op de lijst der eregasten. Ik had de organisatrice graag ontmoet; ze vertaalde eens een verhaal van me, speelt essays van mij door naar andere vertalers en stuurt me soms fijnzinnige mails over literaire kwesties. Ik durfde de reis nog niet aan, al is die kort met de TGV. Mijn herstel komt net te laat voor zo’n enorm lange dag, waar ook nog een diner aan vast geplakt zit. Conferenties hebben als nadeel dat je vaak moet luisteren naar mensen die zichzelf graag horen praten. Een voordeel is dat je er mensen ontmoet naar wie je dolgraag wilt luisteren. Netwerken doe je en passant. Ik miste dit jaar al eerder een conferentie in Portugal. Ik hoorde dat het de mooiste was in de reeks van de Short Story Conferences. Treuren doe ik niet. Ik leef, heb een hartinfarct afgeslagen.

Bep

hat logo meneer b Ik geef het op, het zoeken naar een goede huishoudelijke hulp. Ze bestaan niet meer, zijn uitgestorven, van de aardbodem weggevaagd, ze horen bij vervlogen tijden en ikzelf doe dat waarschijnlijk ook. In de jaren zestig had ik het geluk bij een extreem agressieve vader te worden weggehaald en ondergebracht in een tehuis in Voorschoten: een oud landhuis met vijver, bosje, voetbalveld. De vloeren in de dagverblijven en de slaapzalen waren van linoleum, in de gangen van graniet en in de kamers van leidinggevenden van parket. Ze werden dagelijks geveegd en gedweild en wekelijks geboend. Ik haatte de geur van boenwas: parfum van autoriteit en rigiditeit. Pas behandeld linoleum maakte me humeurig. Maar het meest haatte ik de dweillucht die aldoor in de gangen hing. Nu, jaren later, besef ik hoe vakkundig onze werkster was. Ze heette Bep. Ze was al een oud wijf van 25, rook naar ammoniak en had een enorme boezem: haar redding tegen de pestkoppen onder ons. Ik mocht Bep graag. Ze was oliedom, maar er viel niets slechts in de meid te ontdekken. Ze mocht mij ook en liet dat graag merken door mij liefkozend een nat vaatdoekje in mijn snoet te wrijven. Dat soort vakvrouwen bestaat dus niet meer. Mijn huishoudelijke hulp weet niet eens hoe ze een dweil om een luiwagen moet slaan. Als ze al weet wat een luiwagen is. Nou Bep… eh… ik was je nog vergeten te zeggen dat, dat, dat, eh… ik van je hou, Bep. Nou, tabé Bep!

Schrijven is geen bloggen

hat logo meneer b Het schrappen van 3000 woorden in deel 3 van mijn manuscript is mislukt. Er kwam zo’n beetje evenveel bij als eraf moest. Het lettertype Times New Roman heeft als voordeel dat je er minder bladzijden mee opvult, maar het zakelijke karakter staat me tegen. Ik heb deel 3 in Batang gezet en het vormt zo met deel 1 een eenheid. Deel 2 bungelt ertussen, in Courier New. Ik draai mezelf dus een rad voor ogen door me met trivialiteiten af te geven. Deel 1 en deel 3 vormen namelijk geen eenheid. Deel 1 en deel 2 doen dat wel. Deel 3 lijkt wel geschiedschrijving, wat interessant en zelfs mooi kan zijn, maar het past niet bij de andere delen. Het deel zat me zo dwars dat ik gisteren te vroeg wakker werd en urenlang lag te piekeren over hoe het nu verder moest. Ik dacht tijdens het fietsen tot een oplossing te komen, maar het waaide hard, het verkeer was onrustig en ik kwam bovendien drie mensen tegen, met wie ik een babbeltje maakte. Het is verbazingwekkend hoeveel mensen ik tegenkom op de fiets, zelfs in de duinen eergisteren kwam mij een kameraad tegemoet, die er veel fietst om gezondheidsredenen. Je kunt overal met iedereen over kletsen, uitgezonderd de problemen die je ontmoet tijdens het schrijven van een boek. Ik kan de drie hoofdstukken in elke volgorde presenteren, maar welke is het best? Het grootste probleem moet het eerst: het van voren af aan herschrijven van deel 3. Een opgave.

Selectie

hat logo meneer b Vet zijn de kapitalen waarin wordt gekopt dat een bekend politicus een half jaar terug een hartaanval had. Dat is nieuw oud nieuws. De man is ongeveer van mijn leeftijd en kreeg zijn tik ongeveer tegelijk met mij. Merkwaardig is dat vrijwel niemand er iets van heeft gemerkt. Volgens hem begon de aanval om 6 uur in de ochtend. Hij kroop terug in bed maar om 7 uur begon het weer. Vier uur later was hij gedotterd. Het bericht is verder tamelijk vaag, hij kon kennelijk vrij snel weer naar huis, terwijl ik bijna drie weken moest wachten op een vervolgbehandeling, die helemaal niet kwam vanwege animositeit tussen het ziekenhuis van opname en van behandeling. Dat de politicus onwel was geworden en ogenblikkelijk dotteren gewenst was, hoeft niet in twijfel te worden getrokken. Maar ik had al een jaar eerder alarm geslagen met, zeg, iets vergelijkbaars als de politicus, en de ambulance had mij niet meegenomen. Een jaar later kon de cardioloog de behandeling niet afmaken, er was namelijk nog een spoedgeval onderweg. Omdat ik inmiddels buiten levensgevaar was, kwam ik van lieverlede op de wachtlijst terecht. Zeven maanden leven als een oude man, die na elke kleine inspanning in slaap valt. Als bekend politicus was ik ongetwijfeld meteen volledig onder handen genomen en had ik het net als die politicus als een akkefietje kunnen afdoen. Want dat deed hij. Bang om voor patiënt te worden versleten. Bang om zijn aantrekking op de kiezer te verliezen. Want zo ligt het.