Schrijvers kennen geen pensioen

hat logo meneer b De herfst wil maar niet vallen. Niet slecht voor wie dagelijks verplicht een uurtje moet fietsen in het kader van zijn revalidatie. Gisteren viel het me zwaar, psychisch, en ik jakkerde mijn retourtje boulevard dan ook haastig af, voor zo ver ik met mijn conditie van jakkeren kan spreken. Maar vandaag had ik er wel zin in, ik trok een wijde boog via de watertoren en dook het architectonische gedrocht genaamd Scheveningen in, waar tussen de flipperkasten ergens een Kurhaus schijnt te staan. Achter een geasfalteerd stuk duin, scherprechter voor revaliderende trimmers (krijg je hier geen hartinfarct, dan kun je nog wel een weekje mee), lag de zee, de grijsbruine zee. De zee was sloom, vertoonde nauwelijks golfslag. Ook wandelaars op de boulevard waren sloom, en de honden op het strand, de hele middag was sloom. Ik dook met mijn fiets het havengebied in, at een slome haring tussen bedelende meeuwen – wat heb ik een gruwelijke hekel aan die beesten, ik zou ze het liefst naar Siberië sturen – en fietste van verveling maar weer terug naar de boulevard. Daar stortte ik opeens in. Een tegenvaller. Ik had mijn krachten overschat. Kijken naar de zee op een bankje is een aardig alternatief, als maar niet aldoor gepensioneerde vergrijzende generatiegenoten als manke meeuwen langslopen en mijn uitzicht bederven. Wat moet het afschuwelijk zijn om op zo’n manier van je oude dag te genieten. Wij schrijvers kennen geen pensioen, wij schrijven tot we erbij neervallen. Louis Paul Boon stierf in het harnas. Mooi.

Onvoorwaardelijke liefde

hat logo meneer b Een documentaire over een rigide heropvoedingprogramma in een vrouwengevangenis in Sjanghai, China, toonde de televisie op zijn sterkst. Orde, tucht, discipline. Vrouwelijke gevangenisbewaarders als soldateske figuren. Binnenplaats, holle gangen, betraliede muren. De zwaarste gestrafte vrouw hing de doodstraf boven het hoofd met een uitstel van twee jaar; de lichtst gestrafte vrouw had 18 jaar opsluiting in het vooruitzicht. Met goed gedrag konden de vrouwen eventueel voor strafvermindering in aanmerking komen. De vrouw kon haar doodstraf in levenslang omgezet zien, wat mij nauwelijks een troost lijkt. Ze had haar man vergiftigd toen bleek dat hij een andere vrouw beminde. Haar crime passionel werd haar zwaarder aangerekend dan een vrouw die haar man vermoordde na langdurig mishandeld te zijn geweest. Het aangrijpendste verhaal kwam van de vrouw die 18 jaar moest zitten. Ze was verliefd geworden op een man wiens zaken wat diffuus waren. Op een dag moest hij ergens iets afgeven, maar zij was ongeduldig en deed het liever voor hem, zodat ze snel lekker bami konden gaan eten. Ze rende het gebouw in, de trap op, recht in een fuik. In de rechtszaal werd haar onschuld onderkend. Maar ze was actief geweest, dus medeschuldig. Toen haar man de rechtszaal werd binnengeloodst zag zij dat hij geboeid was. Dat betekende de doodstraf, wist ze. Ze vroeg de cipier of ze nog even zijn hand mocht vasthouden. Dat mocht. Zou ze hem geen verwijten toesnauwen voor ze hem de kogel gaven? Nee, ze wilde nog éénmaal zijn warmte voelen. Voor de herinnering.

Haags parfum

alfred birney Haags parfum
De stad in honderd romans en verhalen

Janne van der Vegt (samenstelling)
Den Haag, Valerius Pers: 2006
ISBN 90 808 237 6 7
Omslag: Els Kort
Nog verkrijgbaar bij enkele Haagse boekhandels

Haags parfum: de stad in honderd romans en verhalen verscheen in een oplage van 8.000 exemplaren bij uitgeverij Valerius Pers ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van de Dienst Openbare Bibliotheek Den Haag. Honderd prozafragmenten van uiteenlopende schrijvers beschrijven der stad over de laatste 150 jaar. De door Janne van der Vegt en de schrijver Kees Ruys gekozen fragmenten gaan vergezeld van niet altijd voordehandliggende foto’s, die de lectuur of beeldervaring prikkelt.

‘Haags parfum’ is een gecompliceerd en geraffineerd luchtje, dat behalve vleugels van de natuurlijke elementen zee, zand, veen en ‘groen’ een aatal specifiekere essences bevat, die in de loop der eeuwen door de inwoners zelf aan het stadsodeur zijn toegevoegd. – Charles Noordam, directeur Dienst Openbare Bibliotheek Den Haag.

Bijdragen zijn opgenomen van Alfred Birney, Jo Boer, Henri van Booven, F. Bordewijk, Henri Borel, Willem Brakman, Sjaak Bral, Jan ten Brink, Johan W. Broedelet, Nini Brunt, Rico Bulthuis, Simon Carmiggelt, Thera Coppens, Louis Couperus, J.J. Cremer, P.A. Daum, Mr. E. Elias, Marcellus Emants, Viviane Forrester, Cécile Goekoop-de Jong van Beek en Donk, Johan Gram, Hella Haasse, Kees ‘t Hart, Cor van Harten, Hermanus, D. van Hoeken-Roeleveld, Pim Hofdorp, Rolf Hofstede, Jan Willem Hofstra, Kees van Hoore, Gerard van Hulzen, Arnold Ising, Harry Jekkers, Theo Joekes, W.J.A. Jonckbloet, Gerard Keller, Mensje van Keulen, Yvonne Keuls, Erick Kila, Martin Koomen, Kees van Kooten, Adriaan van Leent, Jacob van Lennep, L. van Lennep, Thomas Lieske, Nicolaas Matsier, Koos Meinderts, Hendrik Jan Oolbekkink, Anna de Savornin Lohman, Frans Netscher, Cornélie Noordwal, Martinus Nijhoff, J.W. Ooms, Tonnus Oosterhoff, J. van Oudshoorn, Kees M. Paling, Rasha Peper, E. du Perron, Ethel Portnoy, Casper Postmaa, Thomas Rap, Otto P. Reys, P.J. Risseeuw, Astrid Roemer, Thomas Ross, Helga Ruebsamen, Kees Ruys, Hans Sahar, Jan Siebelink, Nicolette Smabers, Anne Spijk, Geraldine Stigters, Jill Stolk, Jeanne Reyneke van Stuwe, Arend Tael, Murat Tuncel, P.F. Thomése, Eduard Veterman, Piet Vluchtig, J.J. Voskuil, Theun de Vries, Anne Wiarda, Wim Willems, Marie C. van Zeggelen, Annejet van der Zijl, Koos van Zomeren.

Hopeloos

hat logo meneer b Ik ontving een kaart van een lezeres, een fysieke kaart in een envelop. Mijn webmistress was zo onnadenkend geweest haar mijn huisadres te geven. De kaart toont een in zijden bruidskledij gestoken dame die wat moedeloos naast de wastobbe is komen te zitten. Een boeket bloemen ligt treurig in haar schoot, haar handen zijn in huishoudhandschoenen gestoken en houden een mop, plumeau en zwabber omhoog. Haar zure blik verraadt dat ze weet wat haar lot is, haar taak, maar er spreekt zo veel weerstand uit dat je haar nauwelijks zou durven vragen of ze misschien een kopje thee voor je zou willen zetten. De afzender reageert als volgt op enkele afleveringen van mijn weblog: Vrouwen hopeloos joh! Of ’t nou schoonmaaksters zijn, getrouwd, loslopend. Gelukkig ben jij er geen! Dit is toch wel het afschuwelijkste wat je te lezen kunt krijgen, is het niet? Vooral die laatste zin is als azijn. Als man heb je immers wat te stellen met die waardeloze wijven die nog geen dweil kunnen uitwringen. Naar verluid zijn vrouwen zelf veel strenger voor hun thuishulpen; ze zitten ze aldoor op de huid, geven ze niets te drinken en halen bijna nog de zweep te voorschijn. Zo is de man niet, dus ook Meneer B. niet. De afzender meldt ten overvloede nog: Er zijn gewoon geen huishoudsters meer te vinden… Of dit bedoeld is als hint om onderhand over iets anders te seycken dan over die dweilen van huishoudwijven is mij niet duidelijk. Maar wel een idee.

Is een Eskimo niks?

hat logo meneer b Ik heb de anderhalf uur die mijn thuishulp er af heeft gesmokkeld maar gemeld bij de stichting waarvoor ze werkt en gezegd dat ik onderhand net zo lief een Bulgaarse van de straat raap, die voor een fooi mijn huis onder handen neemt. Daar wist men niet eens dat mijn thuishulp haar rooster had gewijzigd. Ze had het moeten aanvragen. Verder behoort ze hoe dan ook de drieëneenhalf uur vol te maken. En ja, ze hebben nog wel meer hulpen in de aanbieding. Dat hoorde ik al eerder, toen die eerste thuishulp al een ramp bleek. Sterke overeenkomsten hebben ze. Beiden zijn allergisch voor stof en huismijt. Waarom ze dan schoonmaakster gaan spelen bij zieke mensen thuis is mij werkelijk een raadsel. Mijn Franse vertaalster raadde me een Kaapverdische aan. Die werken hard en klagen niet, schreef ze in haar mail. Ik denk niet dat de thuishulpen op nationaliteit zijn te bestellen, maar goed, ik probeer er nog één. Voldoet die ook niet, dan overweeg ik een internetforum in het leven te roepen waarop elke patiënt zijn of haar klachten over het fenomeen thuishulp kwijt kan. Wie weet wordt die website zó populair dat zelfs Google hem wil kopen. Van het geld begin ik dan een uitzendbureau met louter topschoonmaaksters. Niet alleen maken ze je huis schoon, nee ze maken jou ook schoon en dat doen ze heel erg lekker. Overbodig te zeggen dat mijn topschoonmaaksters er voorbeeldig uitzien. En ze sms-en hun vriendjes niet als ze bij u zijn.