Uit mijn humeur

hat logo meneer b Mijn naam is Meneer B. en één van mijn hinderlijkste eigenschappen is mijn receptief vermogen. Vooral ikzelf heb er last van. Was ik gisteren nog volkomen in balans na mijn bezoek aan de cardioloog, die mij achteraf gezien weinig wijzer maakte met het obligate zinnetje ‘je moet naar je lichaam luisteren’, vandaag werd die verstoord door iemand die ooit werkster heette, daarna hulp in de huishouding, thans interieurverzorgster en over enkele jaren wellicht apartment manager heet. Mijn thuishulp belde een kwartier te vroeg aan en verstoorde zodoende mijn ontbijt, dat ik graag alleen nuttig, zonder enig verbale begeleiding, ongeacht van wie. Ik had al speciaal voor haar mijn rooster gewijzigd, opdat zij morgen een of ander huwelijksfeest kon bijwonen, en nu bleef ze ook nog drie kwartier bij mij aan tafel zitten, klagend over haar mobiele telefoon, die ze bij haar vorige cliënt had laten liggen. Ik verdacht haar van opzet en voorzag een vroegtijdig vertrek. Ik ontvluchtte mijn huis en fietste naar de zonnige boulevard. Ik voelde me niet zo optimaal als gisteren, lichtelijk misantropisch ook. In de haven kocht ik een gestoomde makreel van een lekker viswijf, zo’n klassiek type met haren onder de visolie, een liederlijk schort om en van vet druipende vingers die onze bankbiljetten zo fraai bijkleuren. Na thuiskomst verraste mijn thuishulp me inderdaad met een buitengewoon vroegtijdige aftocht. Ik kan dingen voorvoelen, maar gebeuren ze eenmaal, dan ben ik danig uit mijn humeur. Het is als het luisteren naar je lichaam: niemand hoort je.

In principe

hat logo meneer b Het is zo dat wanneer je ’s nachts tot vier uur werkt en een gemiddelde slaap van acht uur nodig hebt, je rond twaalf uur in de middag wakker wordt. Veel mensen die van 8 tot 5 werken, begrijpen pas wat het voor mij betekent rond negen uur op te staan wanneer ik ze voorreken dat dat in hun situatie zou neerkomen op vier uur in de ochtend opstaan. Ja maar, is de volgende stap in dat geconditioneerde vragenpatroon van ze, dan ga je toch een keertje wat vroeger naar bed? Alsof zij in slaap kunnen komen als ze vier uur eerder dan normaal naar bed gaan. De dienstdoende verpleegster die mij nog goed kende van mijn verblijf in het ziekenhuis had na mijn operatie mijn eerstvolgende afspraak met mijn cardioloog op 9 uur gezet. Ik sliep expres uit. De baliemedewerkster vroeg me waarom ik te laat was en ik zei dat ik toch altijd drie uur moet wachten. Ze zei dat ik dan toch op tijd moet komen, omdat anders de praktijk helemaal volloopt. Ik haalde mijn schouders op over die onzin en liet haar mijn komst aan de cardioloog melden. Die maakte er geen probleem van, hij weet dat ik een nachtwerker ben. Hij zegt ook te weten dat mijn hart in principe alles aan moet kunnen. Wat ik niet aankan is ofwel het gevolg van een conditionele achterstand, die ik de komende tijd moet inlopen, of een weerstand die heel ergens anders huist dan in mijn hart.

Waar haalt een mens zijn eten op maandag?

hat logo meneer b Heen en terug fietsen langs dezelfde weg tussen huis en boulevard wordt vervelend. Ik besloot vandaag om via de watertoren te rijden. In vijf minuten bevind ik me in de ambassadewijk van de stad. Het is er groen en uitgestorven. Langs de Scheveningse Bosjes via de Kerkhoflaan gaat niet zonder reminiscenties aan toen ik 20 was en nog helemaal niets van Couperus wilde weten, die de hele omgeving in De boeken der kleine zielen heeft vereeuwigd. Na het kerkhof sla ik linksaf en fiets langs Madurodam de Badhuisweg op, waar ik van mijn 17e tot mijn 18e met een stuk of 20 jongens onder de kinderbescherming in een villa rondhing. Het tehuis is afgebroken, ik ben niet bezig aan een sentimental journey maar aan de revalidatie van mijn hart. Ik word voorbijgestoken door toeristen, dus snel fietsen doe ik niet. Bij de watertoren stop ik even, neem een slokje water uit een flesje dat ik bij me heb, en fiets dan verder, langs de duinpan richting Scheveningen: een chaos van architectonische gedrochten die geen enkele jeugdherinnering bij me oproepen. Een klimmetje duinop moet staande op de pedalen, het is een verademing de zee te zien, altijd weer. Ik fiets de boulevard helemaal af en ga op zoek naar een viswinkel in de binnenhaven. Ze zijn er, en allemaal gesloten. Waar haalt een mens zijn eten op maandag als de supermarkten er zo tam bij liggen? Enfin, ik heb mijn actie radius driemaal vergroot. Dat zal mijn cardioloog fijn vinden morgen.

Traagheid als uitdrukking van eeuwige herhaling

hat logo meneer b Ik moet me heel erg vervelen wil ik de televisie aanzetten. Het kan niet zijn omdat ik mijn zoon mis, die weer naar zijn moeder is, want dat gaat al jaren zo. Misschien heb ik de smaak van de beweging te pakken en wil ik eigenlijk niets anders dan fietsen. Ik koos een SF-film uit, een genre dat me in het geheel niet aanstaat. Een of andere variatie op het Frankensteinmotief, met veel trucage en zo meer. Ik keek de film uit, nieuwsgierig naar wat het grote publiek nou eigenlijk mooi of spannend vindt. Zappend viel ik daarna in een nagesynchroniseerde Koreaanse film op de ARD. De film had een zeer traag tempo vergeleken met het SF-geweld dat ik eerder zag, een tempo vergelijkbaar met Kawabata’s roman, die ik in de namiddag uit had gelezen. In het drama raakt een leerling op een school van een boeddhistische monnik verstrikt in de verleidingen van het leven zodra er een vrouw in de afgelegen tempel komt. Hij vlucht en verwordt door jaloezie uiteindelijk tot moordenaar. Na zijn straf keert hij terug naar de tempel. De episoden zijn verdeeld over vier seizoenen, met fraai gestileerd camerawerk. Net als in Kawabata’s boek gebeurt er nauwelijks iets aan de oppervlakte van het verhaal. Daaronder speelt zich echter het leven af, zoals het was, zoals het is en zoals het altijd zal zijn zolang er mensen op aarde wonen. Wie dat met eenvoudige middelen onuitwisbaar kan tonen is een groot kunstenaar. Zulke werken halen zelden de televisie.

Theekommen als figuranten

hat logo meneer b De avond is gevallen, de dag was sloom, gezapig, met zondagsrijders op de wegen, het leek wel alsof ik achteruit de jaren zestig binnen was gefietst. Totdat ik de pierewaaiers zag op de boulevard. De gemiddelde Hollander heeft de omvang van de gemiddelde Amerikaan van tien jaar terug gekregen, ik vind het onbegrijpelijk dat al die mensen ongestraft, dus zonder hartproblemen, zich tot dergelijke wanstaltige wezens kunnen snacken. Maar misschien schat ik hun leeftijden wel te hoog in en houd ik iemand van 25 voor 45. Anders dan gisteren, toen de wind zo hard blies dat ik direct op een bankje ging zitten uitpuffen, maakte ik een volledig rondje over de boulevard, kortom ik verlengde mijn etappe met zeg een kilometer. Bij een snackcar betaalde ik 2 euro voor een flesje water, – 4 gulden en 40 cent is dat. Er hing een verbazingwekkende vreedzame sfeer overal, maar ik moest terug naar huis om mijn zoon op zijn lazer te geven wegens het aandachtloos afraffelen van zijn huiswerk. Zelf las ik Kawabata’s Duizend Kraanvogels uit op het balkon. Het boek heeft me na al die jaren toch nog geraakt. Ik heb het gevoel dat er nog allerlei subtiliteiten aan mijn aandacht zijn ontsnapt. Wel heb ik eindelijk de personages uit elkaar leren houden, onder wie zich ook leden (delen) van een theeservies scharen. Kawabata laat de doden namelijk via theekommen een belangrijke rol spelen onder de stervelingen, die worstelen met de richting in hun levens en die van hun voorouders.