Scheepshoorn

hat logo meneer b De scheepshoorn die ik acht jaar lang ’s nachts over de stad heb horen loeien, deed me altijd denken aan een boek van Yukio Mishima met de, in vertaling, nogal harkerige titel: Een zeeman door de zee verstoten. Ik heb het in een pocketuitvoering in de serie Moderne Classics van Meulenhoff. Deze wc-papieruitgave is uit 1987 en heel mooi lelijk. Het was in de tijd dat de Bezige Bij met goedkope witte pockets kwam en ongewild een wedstrijd entameerde tussen uitgeverijen wie de lelijkste goedkope pockets kon produceren. Lelijkheid verkocht erg goed indertijd. Ik zou Meulenhoff als winnaar tippen, al staat er wel meer lelijks in mijn boekenkast. De vertaling lijkt beroerd, althans het Nederlands deugt niet overal, maar dat neem je op de koop toe als je geen Japans kunt lezen. Ik kocht en las de pocket in 1991 en herinner me voornamelijk die scheepshoorn. Maar wie was het die steeds weer door die hoorn werd geroepen? Waarschijnlijk die zeeman, maar het kan ook die jongen zijn geweest, van wie ik me herinner dat hij zijn moeder bespiedde door een geheim gaatje in de deur. Ik herinner me ook nog dat door die jongen, of door de clan waarvan hij lid was, de zeeman uiteindelijk de dood vond. Het is het enige boek van Mishima dat ik ooit uit wist te lezen. Ik geloof dat ik hem te fysiek vond en daarom liever Kawabata las. Ik ga dit boek wel herlezen. Vanwege die scheepshoorn. Die wil ik weer horen.

Nooit weerom

hat logo meneer b De klok wees precies 12.00 uur aan toen ik uit bed sprong. Dat is twee uur vroeger dan normaal, maar ik moet mijn ritme aanpassen om tenminste een hele middag daglicht te krijgen. Er zijn mensen die tweemaal zo veel nodig hebben, maar voor mij is dit voldoende om een winterdip te ontlopen. Ik voelde me niet fit genoeg voor een rondje Watertoren en fietste naar de stad om sokken te kopen. Ooit had de HEMA 100 procent katoen sokken, maar die tijden zijn voorbij. De Bijenkorf biedt 100 procent katoen sokken aan van Boss. Die zijn heel duur en de boord scheurt al na een paar wasbeurten. Ik had geen zin de stad verder af te zoeken en fietste naar het Hertenkamp, vanwaar ik koers zette richting zee. Ik fietste heel lang achter een jongen aan en zag aan zijn houding dat voor hem school noch thuis vrolijke plaatsen waren om te vertoeven. Het weer was zacht, de wind viel mee, toch kwam ik stuk te zitten op de boulevard vanwege die twee uur minder slaap. Ik dook een visrestaurantje in voor een broodje haring. De Scheveningsche Courant meldde dat afgelopen zaterdag de laatste boten van de Norfolkline waren vertrokken. Het speciaal eromheen georganiseerde rouwfeest is volkomen aan mij voorbijgegaan. Den Haag raakt veel kwijt in korte tijd: de Haagsche Courant, het North Sea Jazz Festival en nu de Norfolkline. Ik zal nooit meer de scheepshoorn over de slapende stad horen galmen, terwijl ik in stilte zit te schrijven.

Anticipatie

hat logo meneer b Het weer lijkt op een vroege lente. Ik spring op mijn fiets, richting Watertoren. De mensen gedragen zich anders dan normaal, net als de ganzen die vanwege het extreem zachte weer niet aan de grote trek willen beginnen. Het wemelt van de wandelaars, joggers, renners, mountainbikers en nordic walkers in de duinen. Wanneer ik het gedrocht Scheveningen binnen fiets, staat er zowaar een file. Dat wordt oppassen, want op een zondag als deze claimen automobilisten straat, stoep én fietspad, onverschillig of ze zich in of buiten hun milieuvervuilende auto’s bevinden. Op de boulevard begint mijn dagelijkse inspanningstest. Met de wind pal van voren leg ik mijn duimen over mijn stuurpen, duik in elkaar en leg mezelf een zo hoog mogelijke pedaalomwenteling op. Ik hoor gehijg van andere fietsers in mijn rug. Het verbaast me dat ze me niet inhalen. Laten zij zich door een hartpatiënt uit de wind zetten? Wanneer ik bij de haven afsla en achterom kijk, zie ik dat vier fietsers mijn kielzog hadden gekozen. Ze zijn jong, één rijdt zelfs op een mountainbike. Dit geeft hoop voor de toekomst… Nou ja, voor mij dan. Gisteravond aan tafel sprak ik met mijn bijna 14-jarige zoon over de vergiftigde Russische ex-spion. Via de radioactieve stof polonium 10, die hem velde, kwamen we op het milieu. Ik noemde het jaar 2050. ‘Dan draag ik een gasmasker,’ zei mijn zoon. Ik vroeg hem of dat beeld soms door leraren op zijn school was geschetst. ‘Nee,’ zei hij, ‘dit denk ik zelf.’

Verloren

logo alfred birney Is het een ramp als je door geklungel bij een herinstallatie van het besturingssysteem op je laptop de helft van je documenten kwijtraakt? Het is me een dag of tien geleden overkomen. Toch ben ik er niet enorm door van mijn stuk geraakt. Ik heb mezelf even voor mijn kop geslagen omdat ik uit sufheid simpelweg een aantal back-ups vergat te maken van files die sinds jaar en dag op mijn wisselende harde schijven hebben gestaan. Brieven, ooit nog gemaakt op WordPerfect 4.02 ben ik kwijt. Zeg: alle brieven die ik ooit schreef tussen 1985 en 2005. Twintig jaar correspondentie met ik weet niet meer wie allemaal. Duizenden en nog eens duizenden bladzijden voorgoed van mijn harde schijf gewist. Nog erger: het journaal dat ik bijhield van de eerste 7 à 8 levensjaren van mijn zoon is weg. Minder erg maar vervelend: de manuscripten van mijn uitgegeven boeken. Ernstiger: onafgemaakte manuscripten, opzetjes, verhalen, aantekeningen, toneelstukken, filmscripts… uitgewist. Het ergst zijn de eerste afleveringen van een soap die mij voor ogen stond. Ik stuurde ze ooit naar een paar journalisten, maar die lieten me inmiddels weten ze niet meer te hebben. Ik weet zeker dat ik de unieke toon en dito taalgebruik nooit meer zal kunnen reconstrueren. Het is iets dat ik moet zien, terug moet lezen, wil ik er verder mee kunnen. Mijn roman-in-wording is gered, ik ga zuinig om met work-in-proces. Wat ik heb verloren deed er misschien al lang niet meer toe. Verliezen kan soms een bevrijding zijn.

Druk

hat logo meneer b Ik dacht dat de pré-9/11-mantra druk-druk-druk onderhand een ander liedje was geworden, in elk geval een andere tekst had gekregen. Toch ontlenen talloze mensen nog altijd hun eigenwaarde aan de drukte die zij zichzelf met volgestampte agenda’s opleggen. Nou geloof ik niet zo in de echtheid van die druktemakerij, want zo druk als, zeg, die politieke lijsttrekkers van de afgelopen verkiezingen het hadden, lijkt mij niet bijster gezond. Ik ken mensen die geen baan hebben maar het zo ongelooflijk druk hebben met het vinden van werk, dat ze bijvoorbaat regelrecht op een burnout afstevenen. Ook zijn er die vinden dat ze het druk hebben omdat ze menen dat ze aan iets heel belangrijks bezig zijn. Laatst kreeg ik een terloops sms-je met de vraag naar mijn gezondheid. Het is lastig om daar een serieus antwoord op te geven in een sms. Ik stelde een e-mailwisseling voor. Ja maar, was het antwoord, dan zie ik al die andere mails en dan denk ik: o ik moet al die mensen nog mailen! Ik e-mailde de persoon dat ik dat terloopse smsje wel van een bijzonder disrespect vond getuigen. Waarop ze mij onmiddellijk betichtte van ruziemakerij. Ze wist ook nog snel te melden dat ons contact haar onderhand wel gestolen kan worden. Nou vind ik zelfs spam oneindig leuker dan zo’n raffelmail van iemand die ooit veel geld verdiende aan het vertalen van je boeken maar jou nu niet meer nodig heeft aangezien ze intussen bijkans bij de president op schoot zit.