Er viel geen harde wind te bevechten vandaag. Ik kon rustig om me heen kijken en zelfs de weinige passanten groeten die op de fiets de duinen opzoeken om hun conditie op peil te houden. Denken aan mijn roman kon ook, al is het niet raadzaam dat te doen wanneer je niet aan je bureau zit. Ik bedacht een motief dat zich in elk deel een keer moest herhalen. Iets in deze trant: ‘Zeg waarom speel je eigenlijk geen blues?’ vroeg iemand aan de zwarte pianist, die een reeks Mazurka’s van Chopin had gespeeld. Of: ‘Hey, waarom speel je geen keroncong?’ vroeg iemand aan de Indo, die de hele avond Ierse folk had laten horen. Of: ‘Waarom trek je geen geile jurk aan als je met je viool het podium op gaat? Je bent toch een lekker wijf?’ Kortom: De hel, dat zijn de anderen. (J.P. Sartre) Mijn gedachten dwaalden af naar een vroegere leerling, een talentvol meisje dat gitaarlessen kwam nemen en reeds fantastisch piano speelde. Ze had bijna geen borsten, sprak vrij laag en kastijdde zichzelf eens gedurende een winter door elke avond na het eten een half uur naakt in de tuin te gaan zitten. In de lente had ze zichzelf bewezen dat ze niet ziek was geworden van wind, regen, sneeuw, vorst. Ze verdween uit mijn leven, zoals zovelen. Later hoorde ik dat ze haar geslacht en naam had veranderd en in een ander deel van het land was gaan wonen om er een nieuw leven te beginnen. Haar vriendinnen spraken er schande van, maar ik miste een uitstekende leerling met een buitengewone intelligentie. Eens, op een middag, speelde zij of hij Russische pianomuziek voor me op een etage met alleen een slaapmat en de hoogstnoodzakelijkste dingen die een mens gebruikt om te kunnen leven.
Maandelijks archief: December 2006
Dilemma
Ik heb ooit met het idee rondgelopen een roman te schrijven over een speurtocht naar de perfecte vloerbedekking. De titel moest luiden: Vaste vloerbedekking. Het idee speelde in een tijd dat men en masse overging van vaste vloerbedekking naar parket of vinyl. Thans leven we in een laminaatperiode. Je laat je ontvallen dat je vloerbedekking nodig hebt en iedereen papegaait: ‘O, dan moet je laminaat nemen.’ Nou is alles beter dan dat versleten kurk waar ik al acht jaar op zit, maar laminaat nodigt niet uit om gezellig op de vloer te gaan zitten. Gitaarspelen bijvoorbeeld, kan erg lekker zijn met je kont op een lekker stuk vaste vloerbedekking en leunend tegen een cv-radiator op een temperatuur die je een warm vrouwenlijf doet vergeten. Een dergelijke sensatie is ondenkbaar op laminaat. Ik heb zonet de kamers in mijn huis opgemeten. Aan de getallen is te zien dat de architect enorm heeft moeten zitten rekenen om een extra flatje in het huizenblok te kunnen proppen. Ik moet nog naar beneden om de minuscule vestibule en dito overloop op te meten. Maar ik zit nu lekker achter de pc van mijn zoon in zijn kamertje op het noorden, zodat ik die afschuwelijke wind niet hoor fluiten. Het is met ingang van gisteren dat ik heb besloten om niet meer bij windkracht 7 te gaan fietsen. Een beetje spelen met klassieke Japanse wapens in de woonkamer kan mijn conditie ook wel oppeppen. Evenwel… voor de sierlijke martiale bewegingen zou laminaat bijzonder geschikt zijn.
Nieuwe rage: kinderen vermoorden
Het lijkt wel een rage. Het ene na het andere kind wordt vermoord. Als dit zo doorgaat, dan gaan de kinderen terugslaan en wordt straks de ene na de andere bejaarde door een troep kids vermoord. We leven immers in een wereld van wie-niet-voor-mij-is-die-is-tegen-me. Toen ik in 1964 in een kindertehuis belandde, was echtscheiding nog geen mode en agressie binnen het gezin iets dat verborgen bleef achter vitrages en geraniums in de vensterbanken. Je kon ook nergens heen als kind. Mijn moeder vluchtte eens met mij naar het politiebureau nadat mijn vader me had afgetuigd, maar we werden gewoon weer naar huis gestuurd, met een vrijbrief voor de beul die weer klaarstond om zijn oorlogstrauma’s op ons te botvieren. Enfin, je werd als kind mishandeld, de straat op geschopt, als slaaf gebruikt dan wel misbruikt, maar ik herinner me niet dat er wekelijks een kind werd vermoord. Baby’s worden tegenwoordig ook in zakken aan de vuilnisman meegegeven. Ze vonden er laatst één op de vuilnisbelt. In het huidige tijdsgewricht worden in Nederland jaarlijks 60 tot 70 kinderen per jaar vermoord, meestal door familieleden. Grootste risicogroep vormen kinderen van alleenstaande vrouwen. Wat had ik dan toch een geweldige jeugd eigenlijk in die tehuizen in de jaren zestig. Ik heb er romans over geschreven, zonder klacht overigens, maar echt juichen hoorde je me niet destijds. In Brazilië zoeken straatkinderen elkaar op, ze slapen in groepen en worden door doodseskaders overhoop geschoten. Zo kan het ook. Hey mam, wat is het leven mooi hè?
Worstelen en zo
Afgelopen nacht versie numero 5 van een novelle afgerond. Door bepaalde bladzijden, zelfs een heel hoofdstuk, te schrappen heeft het in elk geval zijn saaiheid verloren. Maar het is nog niet goed. Komt door de vorm die ik heb gekozen. Door al dat gekras in het manuscript is de boel moeilijk leesbaar geworden, ik zal de correcties en veranderingen dus moeten invoeren. En dan weet ik nog niet waar ik de novelle moet plaatsen in de serie van drie waaraan ik werk. Omdat ik daar al zo lang mee worstel, probeer ik de teksten nu zodanig te schrijven dat de volgorde waarin je de novellen leest geen invloed heeft op het narratieve geheel. Toch vraagt een boek nu eenmaal om een presentatie, daar ontkom je niet aan. Eén van de novellen zal vooraan moeten staan, één in het midden en één achteraan. Er zal bijna geen lezer zijn die de boel van achteren naar voren leest of bijvoorbeeld in het midden begint. Aanwijzingen voor leesstrategieën hebben geen zin, dat heb ik al eens ondervonden met de samenstelling van een bloemlezing. Ik weet niet of het afronden van een nieuwe versie mijn energieniveau voor vandaag heeft aangetast. Ik zag op tegen mijn revalidatierondje en koerste ditmaal recht op de boulevard af, om van daar via het havengebied terug te fietsen. Volkomen buiten adem, met vage verschijnselen op de borst, kwam ik thuis. Voor het eerst sinds mijn hartinfarct kreeg ik even de aanvechting een ambulance te bellen. Schrijven is topsport. Pauze.
Winterslaap
Als we naast de bekende ‘westerse’ (Babylonische) en Chinese astrologie een nieuwe zouden verzinnen, dan zou ik wel onder het zodiakteken Beer willen vallen. Niet omdat het zo’n lief dier is – al schijnt het voor kinderen en grotere meisjes en ook jonge vrouwen en misschien zelfs ook oudere vrouwen of wie weet zelfs voor bejaarden lekker te zijn om tegenaan te liggen (het moet dan wel een nepbeer zijn) – maar omdat het een winterslaap houdt. Er zijn natuurlijk ook de egels, vleermuizen, marmotten, mollen, hamsters en muizen die een winterslaap houden. Maar als ‘hartpatiënt’ wil ik tweemaal per week een portie verse zalm, dus ik opteer alvast voor het zodiakteken Beer, aangezien dit dier de enige visser is onder de genoemde soorten. Dat ik als Beer een onpeilbaar humeur heb en plotseling agressief kan worden, klopt ook wel. Verder houd ik van honing (die was erg duur vandaag in de supermarkt). Nog een dag of tien en we beleven de kortste dag. In deze periode ben ik bijkans mijn nest niet uit te rammen. Acht uur slaap is niet genoeg, ik ging verleden maand al naar de negen, nu zit ik al op tien uur slaap. Ik krijg bijna heimwee naar toen ik 25 jaar was en zonder problemen het klokje rond sliep. Mijn record ligt geloof ik op 18 uur. Wat er aan die lange slaap vooraf was gegaan, ben ik vergeten. Waarschijnlijk een overdosis aan seks, met nog wat stuff waarover je niet zomaar vrijmoedig kunt bloggen.