Acrobatiek

hat logo meneer b Mijn dag is uiterst spectaculair begonnen. Ik werd nu eens níet gewekt door uitbundig bellen aan de voordeur van mijn laatste huishoudhulp, die altijd als een wervelwind binnenkwam en vervolgens ging zitten wachten totdat ik klaar was met mijn toilet en haar een kop thee voor de neus zette. Nu genoot ik van een weldadige rust, er klonk geen muziek van de buren en buiten leek het te sneeuwen: miezerige sneeuwvlokjes van niks en niemendal kwamen de hemel uit gezeken, bijkans een natuurramp waarvoor heel Nederland een dag eerder uitvoerig is gewaarschuwd met een weeralarm van het KNMI. Ik kleedde me in de douche met kleren die ik van het wasrekje haalde. Ik besloot om maar meteen alles van het rekje te halen en beklom daartoe het deksel van de wc-pot. Waarom deed ik dat? Wel, staande op de wc-deksel heb je het wasrekje beneden je. Dat maakt het afhalen van de was zoveel makkelijker. En avontuurlijker. Nu is het zo dat het deksel zo tuttig bolvormig is. Je moet het omzichtig beklimmen. Ik ben daar, mag ik wel zeggen, een ware meester in. Als een ninja maak ik gebruik van de randen, waar het ondeugdelijke plastic steviger is dan in het midden, waar het bolt, zoals heel veel bolt tegenwoordig: auto’s, wasmachines, computers… alles moet de borsten en billen weerspiegelen die de televisiekijker tot vervelends toe krijgt voorgeschoteld in deze werkelijk smakeloze tijd, die mij doet snakken naar de preutsheid van weleer. Maar goed, ik stond daar op de wc-deksel zo’n beetje te dromen over mijn laatste huishoudhulp, een Haagse volksmeid van een uitstervend soort. Het kan zijn dat ik haar diep van binnen toch wel miste en het kan zelfs zijn dat ik van die anderhalve sneeuwvlok genoot die ik langs het raamluikje omlaag zag dwarrelen. Ik vergat mijn acrobatisch geschuif op de wc-deksel, vertrouwde te veel op mijn jarenlange ervaring, en toen gebeurde het.

Langer dan één seconde kan het niet hebben geduurd. Ik hoorde iets aan diggelen gaan, had het gevoel door het ijs te zakken en stond toen opeens naast de wc-pot. Gelukkig had ik mijn badhanddoek als badmat op de vloer gelegd, wat ik lang niet altijd doe, anders was ik misschien uitgegleden en had ik iets gebroken. De deksel lag fraai aan scherven, moet ik zeggen. Andy Warhol zou er zijn graf voor uitgekropen zijn om er een foto van te maken en het tot kunst te bombarderen. De achtergebleven scharnierpunten vond ik echter al te asymmetrisch van vorm. Met een karateslag heb ik dat wat kunnen corrigeren, zodat mijn wc-pot en -bril er thans in elk geval toonbaar uitzien.

Na een wandeling door de zeikerige sneeuw naar de Turkse bakker, die snoefde dat de sneeuw in zijn land vele meters hoog ligt, ben ik de scherven uit de wc-pot gaan halen. Ik verwonderde me over de enorme snelheid waarmee ik uit de wc-pot ben gesprongen. Ik herinnerde me dat ik een fractie van een ogenblik het porselein van de wc-pot heb gevoeld. De natte zoom van mijn spijkerbroek leverde het bewijs. Met hetzelfde been ben ik direct uit de pot gesprongen en op de badkamervloer beland. Ik ben althans geneigd te denken dat ik mijn andere been niet heb gebruikt. Dat zou deze reactie namelijk zo acrobatisch hebben gemaakt. Maar nu begin ik twijfelen. Heb ik misschien toch, in dat bijna ondeelbare ogenblik, heel snel eerst mijn linkervoet op de vloer gezet en toen pas mijn rechtervoet uit de wc-pot getrokken, misschien zelfs dwars door een nog niet beschadigd deel van de klep heen? Een mens kan vele versies verzinnen van iets dat in één seconde gebeurt. Laat staan van een heel leven.

Uit verveling

logo alfred birney Soms, als ik geen zin heb om te schrijven, ga ik met mijn website zitten spelen. Zoeken naar de ultieme vormgeving. Bezoekers die dan toevallig op mijn website zijn, kunnen na elke click het hele decor zien veranderen. Webmasters en mensen die een weblog bijhouden, weten onmiddellijk wat er gaande is en denken: ik kom morgen wel weer terug. Of ze amuseren zich door te kijken naar de metamorfoses die mijn website ondergaat, inclusief de foutmeldingen die opdoemen wanneer ik met zoiets als een plugin in de weer ben of het een of andere architectonische wanproduct overhoop haal en het nog lelijker maak dan het al was. Maar mijn ouderwetse lezers, die liever lekker met een boek op de bank zitten, zouden kunnen denken dat hun computer aangevallen wordt door iets engs in mijn website, of dat mijn website wordt aangevallen door een terroristische organisatie. Snel trekken ze de stekker uit het stopcontact en gaan naar de kerk of naar de moskee of naar de tempel of ze gaan lekker eh… iets anders doen. Laatst ontving ik een spammail die zogenaamd verzonden was vanaf een oud e-mailadres van mijzelf. Dat betekent dat die mail waarschijnlijk door duizenden mensen is ontvangen, die nu allemaal denken dat het domein www.alfredbirney.nl een heel griezelige bedoening is. Maar dat is weer een ander verhaal. Als u de façade van mijn website aldoor ziet veranderen, weet dan dat de schrijver zich mateloos zit te vervelen.

Binnenshuis verhuizen

hat logo meneer b Ik heb mijn bureau verplaatst, maar het nieuwe uitzicht bevalt me niet. Terug wil ik niet, want het is koud bij het raam. Het is een langwerpig raam dat van de vloer tot het plafond loopt en waar dus geen cv-radiator geplaatst kan worden. De cv-radiator onder het andere raam is veel te klein om mijn woon- en werkkamer te verwarmen. Een bredere radiator zou volstaan, maar mijn verhuurder vindt dat niet nodig. Het huis is bijzonder dom gebouwd. Zo is er in de keuken een veel te grote cv-radiator geplaatst. Wat moet een mens nou helemaal met een cv-radiator in de keuken? Een keuken hoort helemaal niet warm te zijn, dat is niet goed voor het brood en andere waren die je niet direct in de koelkast legt. Ik weet niet wat me het minst bevalt: mijn nieuwe plek of het uitzicht. Ik denk het laatste. Op ooghoogte alle boeken die ik heb geschreven, waaraan ik heb meegeschreven en boeken waarin over mij wordt geschreven. Die boeken wil ik helemaal niet zien. Op drie planken daarboven de Indische bellettrie, waarin ik me ooit specialiseerde. Hoe krijg ik die zooi uit mijn kop als ik er aldoor naar kijken moet? Tussen die planken liggen ook nog stapels krantenpagina’s met mijn columns plus een stapel al dan niet uitgegeven manuscripten. Ik zit met mijn rug naar het raam. Dat is ook al niet goed. Draai ik mijn bureau, dan kijkt mijn SIR-poort weg van het accespoint. Ik ga wel op de kamer van mijn zoon zitten. Het is de leukste kamer van het huis, feng shui is er onnodig, de energie was al goed voordat ik hier mijn intrek kwam nemen. Toch, als ik terugkijk op mijn leven als schrijver, moet ik bekennen dat ik altijd en overal mijn werkkamer de schuld geef als ik niet tot schrijven kan komen.

Uit schroot zijt gij geboren en tot schroot zult gij wederkeren

hat logo meneer b Elk mens heeft nu en dan het gevoel nodig node gemist te worden. Door een geliefde, een familielid, vriend, slager, hond, werkgever of wie dan ook. Maar het moet niet te gek worden, anders moet je op zoek naar een schuilplaats waar je even alleen kunt zijn. De wc is populair wat dat betreft in grote gezinnen. Voor een hartpatiënt zou het stellig gezond zijn je thuishulp te missen. Ik zal ongetwijfeld ongezond zijn, ik mis mijn thuishulp namelijk geen moment, zelfs die laatste sexy blonde niet. Het thuishulpbureau mist mij echter wel, en hoe. Afgelopen vrijdag werd ik telefonisch doorgezaagd over wat het CIZ (Centrum indicatiestelling zorg) me twee dagen eerder, op woensdag, telefonisch allemaal wijs had geprobeerd te maken. Er heerst immers een koude oorlog tussen het CIZ en de stichtingen die thuiszorg verlenen. Dat wordt ontkend, maar intussen heeft de overheid het uiteindelijke beslissingsrecht naar de Gemeente doorgeschoven. Wat de Gemeente nou precies is, weten maar weinigen. Mijn geval is er thans voorgelegd, aangezien het CIZ er niet van overtuigd was of ik nog wel thuiszorg nodig had. Nou weet ik dat eerlijk gezegd ook niet. Een vakkundige hulp heeft bij mij nooit op de stoep gestaan, ik stofzuig ze er allemaal uit en de meiden doen niets anders dan smokkelen met tijd, hun mannen sms-en en koffie zuipen. Waarom poetsen ze mijn racefiets niet gewoon? Die staat toch niet voor niets in de keuken? Gisteren ben ik tot driemaal toe door drie verschillende personen van het thuishulpbureau gebeld. Er heerst verwarring rond mijn persoon. I am a VIP. Thuiszorg heeft mij nodig. Ik ben handelswaar. Nu nog wel. Over een jaar of tien ben ik schroot en zal ik aldoor worden gebeld door robots, al wil ik nog zo graag lekker blijven liggen.

Wat alsnog bezorgd gaat worden

logo alfred birney De Gids, een van de oudste literaire en algemeen culturele tijdschriften ter wereld, bereidt een themanummer voor over Indische schrijfsters. Mij is om een bijdrage gevraagd, maar mijn hoofd staat er momenteel niet naar om met bijvoorbeeld een giftig essay te komen in de richting van een schrijfster als Augusta de Wit, van wie haar novelle Orpheus in de dessa (1903) meer dan een halve eeuw de boekenlijsten op de middelbare scholen ontsierde door ongehinderd de Indo als uiterst verdacht creatuur af te schilderen, wat tot talloze vooroordelen onder jonge lezers heeft geleid, met alle gevolgen van dien. Wetenschapper Olf Praamstra deed enkele jaren terug nog een stompzinnige poging om dit verachtelijke boek op de lijsten terug te krijgen, maar zelfs de brandstapel heeft geen interesse. Dezelfde wetenschapper speelde me ooit een brief toe, die hij vond tijdens zijn werkzaamheden aan zijn proefschrift over Conrad Busken Huet. Het is een brief uit Nederlands-Indië van de vrouw van Busken Huet aan de zuster van Potgieter… mede oprichter van De Gids in 1837. De brief is geschreven in 1875, denkelijk vlak na de dood van Potgieter. Pikant in de brief is een roddel van Anne Busken Huet aan Sophie Potgieter over mijn overgrootmoeder Rabina, een Oost-Javaanse vrouw, die in dat jaar naar Nederland zou komen. De toon balanceert op de grens van racisme en algemeen dédain. Als achterkleinzoon grijp ik mijn kans en bezorg de brief in een artikel voor een tijdschrift, waar het een eeuw geleden ongetwijfeld de open haard zou hebben gevonden. Ik leg de brief nu in een bedje van biografische en historische confetti en neem de tijd tot eind van deze maand, waar de deadline ligt.