Indisch Den Haag

In de vijfde aflevering van de serie Plekken van Herinnering gaat stadshistoricus Wim Willems op zoek naar sporen van Oost-Indie in Den Haag. Hij start bij het voormalig werkhuis van Tjalie Robinson, de oprichter van de tegenwoordige Pasar Malam Besar, die volgend jaar haar 50-jarig bestaan zal vieren. In deze uitzending praat Wim Willems met Tjalie Robinsons kleindochter Siem Boon over de Indische cultuur, haar grootvader Tjalie en de geschiedenis van het festival. Er worden unieke beelden getoond van Tjalie Robinson uit de privé collectie van Siem Boon. In het tweede gedeelte van de uitzending bezoekt Wim Willems de roemruchte Haagse Toko Toet aan de Haagse Beeklaan. Hier komen regelmatig Indische Hagenaars langs om de kruiden en geuren uit hun vaderland te proeven. Wim Willems ontmoet er de schrijver Alfred Birney. Onder het genot van de Indische maaltijd gaat hun gesprek o.a. over Indo-rock, Indisch eten en thema’s uit de Indische literatuur. Spectaculaire beelden van de vooruitstrevende Tielman Brothers verlevendigen dit deel.

(Vrij naar de omroepgegevens van TV West.)

Muziek en letteren

Het was vroeg op de zaterdagavond. Ik deelde het podium met gespreksleidster Esther Wils, pianist en antropoloog Henk Mak van Dijk en neerlandicus en biograaf Frank Okker. Plaats van handeling: Pasar Malam Besar, Bibit Theater. Het tijdstip werkte niet in ons voordeel – 19:00 uur, dan zit de meute nog te eten – maar optreden voor de echte diehards is altijd bevredigend. Henk Mak van Dijk, Frank Okker en ik droegen elk ons steentje bij aan de jongste special van De Gids: Indische schrijfsters. Nogal lollig dat er uitgerekend nu geen vrouw op het podium zat, de gesprekleidster uitgezonderd.

Over mijn bijdrage aan De Gids, de roddelachtige brief over mijn overgrootmoeder van Anne Busken Huet aan Sophie Potgieter, heb ik het eerder gehad in Dood aan de deadline! en De Gids met Indische schrijfsters. Mij werd gevraagd of ik de brief wilde voorlezen. Ik had me daarop voorbereid, maar was mijn leesbril vergeten. Ik gebruik +0,5. Dat is een sterkte die vrijwel geen hond gebruikt. Er zat niemand in het publiek met een leesbril van die sterkte. Ik vroeg het publiek om +1.0. Weer niemand. Turend, spotlights op je gezicht, ook dat nog, ben ik de brief dan maar zonder bril gaan voorlezen. Ging nogal, hoewel niet echt swingend. Frank Okker moest ook een brief voorlezen en ik was aangenaam verrast toen ik hoorde hoe Madelon Székely-Lulofs geen spaan heel liet van die door mij zo verfoeide Augusta de Wit.

Het is jammer dat dit soort ongelooflijke kattige brieven pas 100 jaar later boven water komen, want dat vileine boek Orpheus in de desa uit 1900 heeft toch ruim 80 jaar op de boekenlijsten van de middelbare scholen gestaan, met alle kwalijke gevolgen van dien voor met name de beeldvorming van de Indo, die door die hoogdravende Augusta de Wit als méér dan verdacht wordt opgevoerd. (Ik schreef er ooit een column over voor het tijdschrift Moesson en hoorde dat er lezers waren die naar aanleiding van die column het boek opnieuw gingen lezen.) De ironie wilde zaterdagavond dat de brief die ik voorlas mij nota bene was aangereikt door Olf Praamstra, de biograaf van Busken Huet, die op zijn beurt de echtgenoot was van de brievenschrijfster. Deze meneer Praamstra wilde enkele jaren terug namelijk nog een lans breken voor Augusta de Wits Orpheus in de desa. Ik was wat moe van gepolemiseer en liet hem maar brallen in het tijdschrift Indische letteren. Ze maakte toch geen kans meer, anders dan Hella Haasse met haar Oeroeg, dat ik eens kraakte in mijn Yournael van Cyberney, reden waarom Hella Haasse en Rudy Kousbroek met mij in debat wensten te gaan.


debat birney kousbroek haasse

Hoewel de foto het niet doet vermoeden is het uiteindelijk toch nog een gezellige avond geworden. Het is al vijf jaar geleden (Indisch Huis, 21 maart 2002). Hella Haasse en Rudy Kousbroek zijn beiden nog in leven, maar je zal ze niet meer zo gauw op de Pasar Malam Besar aantreffen. Jammer dat ze gisteren niet in de zaal zaten, toen Henk Mak van Dijk de gezellige podiumbabbel afrondde met zijn verhaal over Linda Bardara (1881-1960) én een stuk muziek liet horen van deze in Nederlands-Indië geboren, en vergeten, componiste die Europese en Javaanse muziek met elkaar wist te combineren. Dat is dus lang, ja heel lang voordat Peter Schat dat probeerde (hij vertelde mij in 1987 persoonlijk over zijn plannen in die richting). Henk Mak van Dijks biografie over deze componiste, Linda Bardara, mét muziek-cd, zal dit jaar nog verschijnen bij het KITLV. Bij leven en welzijn zullen zowel Hella Haasse als Rudy Kousbroek onder de indruk zijn. Een piano waarin de gamelan doorklinkt. Een sopraan zweeft erboven, met haar hart ergens tussen hemel en aarde in.

Telefictie

logo alfred birney Televisie is het leukst als het live gaat, maar dat durft men zelden aan, er kan veel fout gaan. Ook voorgebakken uitzendingen zijn zelden vlekkeloos, je ziet het al aankomen wanneer je je gaat melden op de plaats van afspraak. In mijn geval was dat heden middag om 16:45 uur bij Toko Toet aan de Beeklaan numero 376A te Den Haag. Met mijn geweldige timing kwam ik precies om kwart voor vijf aan fietsen. Dan moet, vind ik, de televisieploeg van de betreffende lokale zender natuurlijk meteen een shot nemen van hoe de schrijver aan komt fietsen op zijn blauwe Union en in zijn linnen jasje. Ik bedoel: als je zo te werk gaat, dan bespaar je tijd en kun je weer snel naar huis, of lekker naar de zee. (Ja, ik was liever naar de zee gegaan.)

Er stond natuurlijk helemaal geen filmploeg op me te wachten. Die televisielui werken net als uitgevers. Dit wil zeggen dat zij zichzelf een ruime vrijheid veroorloven in het overschrijden van tijdslimieten. Meantime moet jij natuurlijk wél op tijd zijn, anders kunnen zij de tijdlimiet niet overschrijden. Is that clear? Onthoud dit nou goed voor later, voor als u ook eens op de televisie moet. Enfin, ik sta daar zo’n beetje te hangen in de deuropening. Zegt een ander, hangende tegen een muurtje verderop (het was lekker warm buiten): ‘Zeg, ben je van TV West?’ Ik zeg: ‘Ja, maar voor heel even.’ De man kijkt me aan alsof hij kiespijn heeft en inderdaad, wanneer we aan de praat zijn geraakt blijkt hij onder een enorme kiespijn gebukt te gaan. Mijn gsm gaat af en de joviale meid die mij enkele malen eerder in de week van mijn fiets belde (ja dat kan, wordt straks duidelijk) meldde dat het team later zou komen.

‘O, maar waar ben jij dan?’ vraag ik.
‘Ik zit op kantoor,’ zegt ze.
‘O, dus wij zien elkaar helemaal niet!’ roep ik eh… teleurgesteld uit.
‘Nee!’
‘Ja, maar ik kom voor jou! Je denkt toch niet dat ik hier voor die sukkels met dat cameraatje ben gekomen.’
‘Ja nee ja eh ha ha ha! Zeg, maar ze komen er aan hoor, over een kwartiertje zijn ze er!’
‘Nou, dat wordt dan drie kwartier.’
‘Nee hoor, ze rijden net weg.’
‘Weet je het zeker? Rijden ze net weg?’
‘Ja, ze zeiden dat ze net weg reden.’
‘Ja, kijk, dat bedoel ik dus: ze zeiden dat…’
‘Okay, ja maar…’
‘Hoorde jij dat ze de wagen startten dan?’
‘Nee, het is een fluisterstille wagen.’
‘En waar stonden ze toen ze wegreden? Stonden ze in de parkeergarage, reden ze net de parkeergarage uit of tuften ze net de weg op?’
‘Ik neem aan dat ze net de weg op reden.’
‘Nou, dat wordt dan veertig minuten, maar dat maakt niet uit joh. Waar moeten ze vandaan komen?’
‘Van de Pasar Malam, daar hebben ze net met Siem Boon gesproken.’
‘O, ik dacht dat ze hier zouden beginnen en dan naar de Pasar Malam zouden gaan. Het is dus andersom! Wise people, het eten is veel beter hier.’

De man met kiespijn stelt me voor aan een man zonder kiespijn maar met zorgen aan zijn hoofd. Toko Toet is namelijk van hem. Hij zit nog net niet tegen een burn out aan, maar hij is wel erg capeh, moe dus, erg moe, hij is zo verschrikkelijk moe, hij zou wel eh… niet moe willen zijn. Ik geef hem een aantal tips, maar in korte vakanties gelooft hij niet. Het lijkt hem het beste om maar te gaan sporten. Dat vind ik ook en eh, zeg nu ik jou toch spreek: Toko Toet lag vroeger toch aan de Leyweg, is het niet zo? Ik moet dat weten, anders kraam ik straks allerlei onzin uit op de televisie. En je weet hoe Indische mensen zijn: die pakken dan pen en papier en sturen je ellenlange epistels met hoe het volgens hun ooit was. In koloniaal handschrift, je weet wel: met veel krullen en tierelantijnen.

Terwijl de vermoeide man me vertelt hoe het allemaal zat, gaat mijn gsm weer af.

‘Halloooooooooooo!’
‘Hey, hi there, hallo, hoe gaat ie achter je peeceetje?’
‘O goed hoor, zeg je begrijpt het wel hè?’
‘Yo ya hoor ik begrijp het, zeg hoe lang moet jij nog (hoe oud ben je, wat ga je vanavond doen, heb je een vriend, gaat ie vreemd die klootzak, hey ben je lekker) eigenlijk?’
‘Pffffff ik zit hier nog de hele avond joh, teevee hè? Maar ze komen eraan hoor, over een kwartiertje.’
‘Okay, over een kwartiertje, maar dat zei je net ook al (baby).’
‘Ja, ik bedoel ze komen over tien minuten, echt, tien minuten, nou goed laten het er elf zijn dan.’
‘All right (baby), don’t worry (baby), ik sta hier lekker te keuvelen met (een paar lekkere babes, ben je nou jaloers?) eh…’
‘Nou joh, anders neem je toch alvast wat.’
‘Welja joh, mooi weer toch?’
‘Ja, nou ik zit hier wel te puffen achter die pc maar ik mag niet klagen hoor, voor hetzelfde geld eh…’
‘Nou?’
‘Eh, o niks joh, ha ha ha! Het is goed joh, hey en zij is ook aardig hoor, echt ze is heel aardig, sorry dat ik er niet bij kan zijn, maar ze is echt aardig hoor.’
‘En wie zijn er nog meer bij dan?’
‘Nou zij dus, en dan de cameraman en Wim Willems.’
‘Okay, en wat doet Wim Willems?’
‘Wim Willems doet de presentatie.’
‘En zij dan?’
‘Zij voert de regie.’
‘En jij?’
‘Ik? Ik bel de hele dag in het rond, wel leuk hoor, ik had net nog een boer aan de lijn die ik niet, dus helemaal niet verstond, ha ha!’
‘Zat ie op de tractor of zo? Zoals ik steeds op de fiets zat als je belde?’
‘Nou, het was wél een soort tractorgeluid maar dat kwam toch écht uit zijn mond, ha ha.’
‘Hey, leuk baantje heb je (baby, zeg ik kap er nou mee hoor, melig gedoe, leidt toch nergens toe, je bent ook veel te jong voor me joh, ik wil trouwens onderhand wel het klooster in, er schijnen aardige in Thailand te staan, met massagekamers en zo, huh huh), echt, leuk baantje heb je, hey keep going hè, toedeloe!’
‘Joehoe! Toedels!’

Drie kwartier na het afgesproken tijdstip komt een busje aangereden. Iemand van de crew slingert zonder te kijken het portier open en een fietser weet het nog maar net te ontwijken. De fietser heeft geen zin om te stoppen om zijn verhaal te gaan halen, hij is wijs en ongetwijfeld blij dat hij nog leeft. Het drietal dat uit het busje komt gestrompeld, ziet eruit alsof ze door de gehaktmolen van de AIVD gehaald is, en anders wel onder een stapel flauwgevallen bejaarde Indo’s uit Australië op de Pasar Malam Besar vandaan heeft moeten kruipen. Moet dát mij komen interviewen? Is ick soo ende diep gesonck?

Nu komt het, let vooral op, in het bijzonder als u wel eens, of vaak, of altijd, televisie kijkt. Ik ga niet zeggen dat de televisie liegt, ik zeg alleen dat de dingen die u op de buis ziet niet altijd de dingen zijn zoals ze zijn. Dat wist u ongetwijfeld al en daarom kijkt u televisie, gewoon omdat u van fictie houdt. Okay, dus u begrijpt dat het mogelijk is dat straks op de televisie de presentator op MIJN fiets aan komt rijden terwijl IK in de toko zit te wachten. Dat shotje moest trouwens één of twee keer over. Wim Willems deed mijn fietsslot niet handig genoeg op slot, het was hem, kortom, aan te zien dat hij al een jaar of twintig niet op een fiets had gezeten. Zijn introbabbel was ook niet al te sterk, uitgeknepen als ie al was van een rondje over de Pasar Malam Besar. Ik vond zijn tweede opkomst sterk genoeg, voor zo ver ik dat kon beoordelen, ik zat namelijk binnen, maar wel dicht bij de open deur. Bij het mislukte shot was ik nog blijven zitten toen hij de toko binnenkwam en wij elkaar begroetten, maar nu dacht ik: kom ik sta eens op, dan maken we er even een real nice entrance van en dan kan die regisseur niet meer zeuren.

Ze bleek geen zeur en ondanks haar vermoeidheid was ze nog alert genoeg om de presentator tijdig af te kappen (regisseurs denken in blokjes, professoren als Wim Willems in colleges) en de boel zo te organiseren dat de sateh kambing op driekwart van de opnametijd werd geserveerd door een levensecht Indisch meisje uit het begin van de vorige eeuw (geen idee hoe ze dat voor elkaar kregen bij Toko Toet) enzovoort. Waar het nou eigenlijk allemaal over ging, dat ben ik onderhand al bijna vergeten. Ja, dat moet. Anders zie je later jezelf terug en zeg je aldoor: ‘Ja, nee hoor, laten ze dít staan en hebben ze dát eruit geknipt!’ Overigens wist ik niet eens waar het allemaal over zou gaan toen ik op de fiets aan was komen rijden. Die joviale meid aan de telefoon had gezegd dat ik één van mijn onvolprezen columns mee moest nemen, wat ik had gedaan, maar ter plekke zei de presentator dat het over mijn boeken moest gaan. Ik had dus mijn boeken mee moeten nemen. Maar als ik mijn boeken mee had genomen, dan zouden ze natuurlijk hebben gevraagd waarom ik mijn gitaar niet had meegenomen.

Enfin, uitzending aanstaande dinsdag. De boel gaat Google Video op, u hoort wel wanneer. Ik ga nu schrijven. Off line. The real stuff.

Buzz

logo alfred birney Gisteren was ik op een ouderwetse boekpresentatie van collega Kees Ruys, een reisverslaafde romanticus die erg goed kan schrijven over zijn belevenissen in Indonesië. De boekpresentatie was lekker ouderwets. Ze vond plaats in een knusse boekhandel die zich specialiseert in reisboeken: Reisboekhandel Stanley & Livingstone in het Haagsche. Een stapel boeken, wijn, hapjes en een signerende schrijver. Dat. Plus het weerzien met mensen van wie ik dacht dat ze al dood waren of die dachten dat ik al dood was. Een enkeling zag er nog even jong uit als weleer en later hoorde ik dat hij speciaal zijn baard liet staan om er ouder uit te zien. Ooit gehoord dit? Nee? Zet die televisie dan eens uit. Voor wie schrijfambities heeft en alvast een moderne boekpresentatie wil boeken, volgen hier enkele tips. Huur Krasnapolsky af. Laat de NOS, BBC en CNN aanrukken met hun cameraploegen. Huur een colonne mooie vrouwen in die de VIPS van de Amsterdamse Grachtengordel naar het hotel lokt. Hoe onnozeler de VIP, hoe beter voor u. Zorg voor een flitsende demo on stage (niet te lang, de mensen hebben haast), indien mogelijk met Oprah Winfrey als interviewer. Vergeet geen trailer te laten maken voor uw speciaal in het leven geroepen flashy website. Het kost wat geld, maar als je het zo aanpakt dan hoef je je geen zorgen te maken over wat er allemaal aan zin of onzin in je boek staat. Zelf heb ik liever de ouderwetse manier, dus na de borrel bezoeken wij met een stuk of 15 personen een Indonesisch restaurant aan de Grote Markt. Erg gezellig. Mooie eloquente vrouwen, keurige erudiete heren. Ik licht één van mijn tafelgenotes in dat ik op dergelijke avonden altijd wel wat verkeerds zeg. En neem me voor dat op die avond niet te doen. Het lukt, bijna… Helaas schiet ik vlak voor ons vertrek nog even uit mijn slof tegen een oudere heer, die volgens mij iets totaals verkeerd zegt. Ik vraag de welingelichte tafelgenote of ik zonet misschien wat agressief was. Ze beaamde dat ik het was, ja, agressief, en ze liet er nog wat opvoedkundige woorden achteraan komen. Die ben ik helaas weer vergeten. Al dat ik kan zeggen is dat ik weer eens helemaal mezelf was. U zult begrijpen dat het internet nog niet bijster leeft in Haagsche literaire kringen, maar dat een ouderwetse boekpresentatie natuurlijk geen zin heeft zonder buzz. So buzz this one please…***

*** Hier stond een link, die is thans dood.