Het verbaasde me vanmiddag dat ik ter hoogte van de begraafplaats aan de Kerkhoflaan een bordje zag staan met de tekst: NIEUWE HARING. Het koffiehuisje, dat er tegenover ligt, in de schaduw van de Scheveningse Bosjes, bleek dus haring te verkopen. Ik moest even denken aan De roman over de Eerste Verheven Keizer, Tj’in Sje-hwang-ti van Jean Lévi.(1985), met name het hoofdstuk Haring voor een lijk. Toen de keizer, geobsedeerd door onsterfelijkheid, door de Hemel in de steek was gelaten en toch stierf, lieten de bevelhebbers het volk nog even in het ongewisse en naast het keizerlijk rijtuig een lading gerookte haring meevoeren om de lijkenlucht die uit de slaapwagen opsteeg te maskeren. Welke lezer van dit op ware feiten gebaseerde boek zou na deze lectuur nog een haring willen eten tegenover een begraafplaats? Bovendien: was het koffiehuisje met twee dagen vóór vlaggetjesdag niet in overtreding? Ik fietste verder, rustig op neusademhaling, er hing veel smog in de lucht ondanks de pittige noordoostenwind. Eenmaal op de boulevard vielen mij het grote aantal toeristen op. Het was heiig boven het winderige strand, ik had honger en wilde een haring. De jongen in mijn favoriete kraampje vertelde me dat gisteren het eerste vaatje haring voor een recordprijs van 70.000 euro was geveild. En dat daarom de nieuwe haring nu mag worden verkocht. Uiteraard smaakte de haring beter dan die van afgelopen jaar. Ik proefde hem, zonder uitjes. Hij was lekker vet, goed op smaak, gewoon zoals ie hoort te zijn. Niet buitengewoon.
Maandelijks archief: June 2007
Haringhysterie op handen
Er is niets onsmakelijkers dan een foto van een haringvretend heerschap op de voorpagina van een krant. Ik heb niets tegen haring, integendeel, maar zo’n vrolijke haringeter hoort niet op een voorpagina thuis. Wat dan wel, zou ik zo gauw niet precies weten, in elk geval géén lijken, van mens noch dier. Nog erger is het als er boven zo’n foto staat: Hij is héérlijk. Dat voor je beurt praten vind ik werkelijk smakeloos en feestbedervend. De haring mag nog niet worden verkocht – dat mag pas aanstaande zaterdag op Vlaggetjesdag*** – maar wél geproefd. Dat ie heerlijk is, wil ik wel geloven, het kan eenvoudigweg niet slechter dan die partij van verleden jaar na die extreem koude lente. Het was uitgerekend een jaar waarin ik om gezondheidsredenen haring ben gaan eten. Ik ben nogal voortvarend aan die vis gegaan, ondanks de smakeloosheid, maar als ik er nu één per week eet, dan is het veel. De haring schijnt dit jaar vetter en groter. Dat is niet verbazingwekkend, het zeewater was lekkerder na die veel te warme lente. De calculerende Hollander vreest nu al dat de maat van de haring de prijs zal opschroeven. Een zelfgeproclameerde kenner op de radio vond hem wat vet maar verder in orde. Het was een Amsterdammer, die de rest van Nederland meende te moeten dicteren dat men haring in stukjes moet eten met zo’n tuttig prikkertje erbij. Voor mij lijkt zo’n haring zonder staart te veel op paling: cholesterolbom numero 1 onder de vissoorten.
*** Dat blijkt niet waar. Kom ik later op terug.
Toccata van Kapsberger
Mijn broer, die ooit luit speelde, vindt deze meneer maar niks. Misschien staat zijn kop hem niet aan? Te gelickt (gelikt) gespeeld? Draagt de musicus een verkeerde trui? Overigens was Kapsberger, de componist van het stuk, een Italiaan, en geen Duitser of Oostenrijker, wat je gauw zou vermoeden. Zoals ikzelf een Nederlandse schrijver ben en geen Engelse, Schotse, Ierse of Amerikaanse. Mijn zoon zag laatst in een boekhandel een boek van mij tussen de vertaalde literatuur staan. Zouden ze deze, mij onbekende, luitist misschien bij World Music zetten?
Chinees hoedje
Ik had mezelf voorgenomen te gaan fietsen, maar stond op als een dweil. Mijn zoon had een virus van school meegenomen, de helft van zijn klas was ziek. Het gaat om een ongesteldheid van drie dagen, volgens zijn klasgenoten. De frequentie van dit soort griepachtige verschijnselen lijkt synchroon te lopen met de klimaatsverandering. Lummelen achter mijn bureau gaat nog wel, maar vanmiddag verspilde ik nogal wat energie door een loodgieter te helpen die, volgens afspraak, met een tregakapje aan was komen zetten. De man probeerde via mijn huishoudtrap van niks het dak te beklimmen. Ik heb de huishoudtrap maar vastgehouden en de zooi opgeruimd die van het dak mijn badkamer in stoof. Ik rende herhaaldelijk de trappen op en af om te kijken of de loodgieter al beneden kwam en toen hij weg was stond loodgieter numero 2 voor de deur.
Men had ten kantore abusievelijk twee bonnen gemaakt. Voor dakreparaties sturen ze namelijk altijd twee loodgieters.
‘Zodat er eentje de trap kan vasthouden zeker?’
‘Precies.’
‘Zeg, hoe heet zo’n ding ook alweer dat boven zo’n afzuigpijp staat?’
‘O, dat is een Chinees hoedje.’
Twee loodgieters, twee benamingen. De zon loopt door Tweelingen. Christina was Tweelingen, ze zou vandaag 48 jaar zijn geworden. Ze is al 13 jaar dood en voordat ze stierf waren we al uit elkaar. Ik was ergens linksaf geslagen en wilde haar niet meenemen. Ik wou dat ik die tweede langspeelplaat van Kazimir Lux nog had. Hij zong een mooie uitvoering van I still miss someone.
Abusievelijk telefoontje numero zoveel
Mijn mobiele telefoon ging om een uur of half twee af. Hoewel ik ’s nachts aan het werk ben, zijn er toch zeer weinig mensen die mij in de stille uren tussen twaalf en vier storen. Niet uit respect voor de hogere kunsten, maar gewoon omdat men dan slaapt. Maar nu viert de meute weekend, wat ik eigenlijk ook wel zou willen. Omdat ik al veertien jaar mijn zoon elk weekend heb, heb ik al veertien jaar geen weekend meer vrij gehad. Overigens is dit iets dat ik me de laatste tijd pas ben gaan realiseren. Een groot deel van mijn carrière én vrije tijd heb ik opgeofferd voor de jongen en ik heb er geen spijt van. Toch lijkt me zo’n vrij weekend wel eens leuk. Aan de andere kant van de lijn zaten mensen in de heetste ogenblikken van een feestje, ik hoorde dat aan de toon van de stemmen, de hilariteit. Ik had de indruk dat de telefoon die buiten de wil van de eigenaar was gaan bellen, toebehoorde aan een vrouw. Haar stem klonk boven het gekakel van kippen en hanen uit. Ik herkende haar evenwel niet. Nieuwsgierigheid is mij bijna vreemd, maar ik zat me toevallig even te vervelen en probeerde te verstaan wat er werd gezegd. Bijster interessant of opwindend was het niet. Na een minuut of vijf hing ik maar op. Mijn display toonde een nummer, geen naam. Ik zapte mijn lijst vergeefs op de laatste drie cijfers af. Was het iemand die mij ooit belde en die ik nooit aan mijn lijst heb toegevoegd? Of was het iemand die ik persona non grata heb verklaard en uit mijn bestand heb gewist? Dit laatste is niet aan te raden, bedenk ik nu: je kunt beter de persoon in kwestie markeren. XXXnaamXXX. Zoiets.