Het beeld van een accordeonist bij een supermarkt is een stuk anders dan dat van een straatkrantverkoper. Een accordeonist is in beweging en brengt muziek, terwijl zo’n straatkrantverkoper veelal hinderlijk lijdzaam voor zich uit staat te kijken. Toen de eerste straatkranten verschenen, werden ze nog volgeschreven door de verkopers zelf, nu worden geloof ik tekstbureaus ingehuurd, of studenten van de School voor de journalistiek. Daklozen uit Moldavië, Armenië of Tadzjikistan die nauwelijks Nederlands spreken, kunnen nooit zo’n straatkrant volschrijven. Wie leest zo’n krant nou eigenlijk? Pakken ze een accordeon, dan biedt dat geen garantie voor fraaie muziek, maar voor een eenvoudig deuntje wil ik wel een halve euro in de hoed werpen. Ik betrapte mezelf op discriminatie een week of wat terug, toen ik een jongen, uit ik gok Albanië, zittend op een krukje op bescheiden afstand van de draaideur bij een supermarkt een melodietje zag spelen. Ik liep zelfs helemaal naar hem toe om een muntstuk in zijn hoed te werpen. Een paar dagen later zat er een oude vrouw te spelen, wie weet zijn moeder. Kleumend stak ze haar vingertoppen uit de afgeknipte wanten. Ze speelde hetzelfde melodietje, misschien zit er inmiddels een zus op te oefenen. Gisteren stond bij een andere supermarkt ook al een accordeonist. Hij was een stuk beter, zijn repertoire in elk geval rijker met tenminste een welkomstdeuntje en een afscheidsriedel. Opvallend is dat waar ik een accordeonist zie spelen, de straatkrantverkoper de wijk heeft genomen. Werkt hij aan een comeback als straatmuzikant misschien?
Maandelijks archief: November 2007
Spookschrijver (2)
Ik heb drie Watermanvriendinnen, ze zijn stuk voor stuk heel snel in het maken van afspraken en heel traag in het nakomen van die afspraken vanwege de neiging tussen die afspraken weer andere afspraken te wurmen en amourettes aan te gaan met de postbode, de groentenboer of de glazenwasser. Ze kennen het verschil niet tussen belangrijk en onbelangrijk, want dat is van geen belang. Dat is op zich geen probleem, tenzij je met zo’n Watermanvrouw moet samenwerken. Overschreden deadlines worden keurig op andermans bord gelegd. Afspraken over andere werkstrategieën hebben geen zin, je moet met die chaotische agenda’s van die dames leren leven (waar hebben ze die agenda’s eigenlijk voor nodig?). Gisteravond kreeg ik nog even een tekst van 1600 woorden per e-mail om te redigeren. Het aantal woorden moest terug naar 1000. Ik kreeg spontaan een enorme zin om te gaan liggen maffen op de bank. Ik sms’te de freelance Watermanvrouw dat ik, gezien de wurgdeadline, de klus alleen wilde aannemen als ze de tekst eerst zelf terugbracht tot 1200 woorden. Na nog wat gesteggel over de prijs viel ik in slaap. Ik werd wakker met een rothumeur, want ik haat krappe deadlines, je kunt je eigen moment namelijk niet kiezen. Ik heb de telefoon gepakt en probeerde me op de Watermandame af te reageren. Helaas kreeg ik haar niet aan het huilen. Ze kreeg me zelfs aan het lachen! Ik ontving de tekst na tien mislukte mails, wat natuurlijk aan haar Mac lag en niet aan haar. De tekst zelf was wel een uitdaging. Ik ben dol op schrappen en herschrijven. Goedbetaald ook, vergeleken met een literaire tekst. Ik heb er wel een literaire formulering in verwerkt, anders voel ik me zo’n teksthoer. Intussen ligt mijn tekstpooier te snurken. Ik bedoel niet te zeggen dat alle Watermanvrouwen snurken.
Watermanvriendinnen
Ik heb drie Watermanvriendinnen, ze zijn stuk voor stuk heel snel in het maken van afspraken en heel traag in het nakomen van die afspraken vanwege de neiging tussen die afspraken weer andere afspraken te wurmen en amourettes aan te gaan met de postbode, de groentenboer of de glazenwasser. Ze kennen het verschil niet tussen belangrijk en onbelangrijk, want dat is van geen belang. Dat is op zich geen probleem, tenzij je met zo’n Watermanvrouw moet samenwerken. Overschreden deadlines worden keurig op andermans bord gelegd. Afspraken over andere werkstrategieën hebben geen zin, je moet met die chaotische agenda’s van die dames leren leven (waar hebben ze die agenda’s eigenlijk voor nodig?). Gisteravond kreeg ik nog even een tekst van 1600 woorden per e-mail om te redigeren. Het aantal woorden moest terug naar 1000. Ik kreeg spontaan een enorme zin om te gaan liggen maffen op de bank. Ik sms’te de freelance Watermanvrouw dat ik, gezien de wurgdeadline, de klus alleen wilde aannemen als ze de tekst eerst zelf terugbracht tot 1200 woorden. Na nog wat gesteggel over de prijs viel ik in slaap. Ik werd wakker met een rothumeur, want ik haat krappe deadlines, je kunt je eigen moment namelijk niet kiezen. Ik heb de telefoon gepakt en probeerde me op de Watermandame af te reageren. Helaas kreeg ik haar niet aan het huilen. Ze kreeg me zelfs aan het lachen! Ik ontving de tekst na tien mislukte mails, wat natuurlijk aan haar Mac lag en niet aan haar. De tekst zelf was wel een uitdaging. Ik ben dol op schrappen en herschrijven. Goedbetaald ook, vergeleken met een literaire tekst. Ik heb er wel een literaire formulering in verwerkt, anders voel ik me zo’n teksthoer. Intussen ligt mijn tekstpooier te snurken. Ik bedoel niet te zeggen dat alle Watermanvrouwen snurken.
Schrijfziekte
Naast griep heerst de schrijfziekte. De een is nog niet vertrokken of de ander hangt aan de bel. Ditmaal een vrouw wier manuscript ik al zeven jaar terug las. Ze heeft haar boek inmiddels een aantal malen herschreven. Het ligt, als ik me niet vergis, al langer dan een jaar bij een grote bekende uitgever. De een of andere vage redacteur aldaar heeft het er kennelijk moeilijk mee om duidelijk te zijn en wijst de schrijfster in spé niet zonder meer af. Maar hij staat ook niet aan haar voordeur amechtig met een contract te zwaaien. In elk geval heeft hij les numero 1 uit het hoofdstuk Hoe ga ik met aspirant-schrijvers om wel erg letterlijk genomen: Zeg nooit nee. Je kunt een heel eind komen met nooit nee zeggen, maar het leven kent ook ogenblikken waarop je duidelijk nee moet kunnen zeggen, wil je althans niet in een spiraal terechtkomen van halve toezeggingen, vage afspraken en meer van dat wat relaties tussen mensen zo enorm complex maakt wanneer ze niet eerlijk tegen elkaar durven te zijn. Gelukkig wordt mij nu alleen maar om een advies gevraagd inzake het benaderen van een andere uitgever. Dus hoef ik alleen maar te zeggen: kies geen uitgever maar een redacteur. Wie is uw favoriete contemporaine Nederlandse auteur? Pluis uit wie zijn of haar redacteur is. Is het een man? Versier hem. Is het een vrouw? Versier haar. Er lopen er een stuk of twee rond die de moeite waard zijn. Hooguit drie. Succes!
Schrijfles
Ik ontving vandaag een jonge vrouw die mij maanden geleden een manuscript te lezen gaf. Het was een novelle en toch heeft het me veel werk gekost. Ze is de laatste persoon voor wie ik dit soort klussen gratis doe, want het kost veel tijd je in te lezen, het manuscript te ontleden en er dan ook nog redactionele aanwijzingen bij te zetten. Redacteuren die bij uitgeverijen werken, doen dat in de regel heel vluchtig – dat is onder meer een reden waarom ze zoveel manuscripten terugsturen, ze hebben gewoon geen tijd voor al dat werk – maar ik ben consensieus te werk gegaan. De novelle had dat ook wel verdiend, de jonge vrouw ook want haar moeder kan heerlijk rijsttafel maken en is zo ongeveer een zus van me. Bent u uitgever en uit commerciële overwegingen nieuwsgierig naar de schoonheidsfactor van deze jonge vrouw, dan kan ik u zeggen dat die hoog ligt. Goed gebekt ook, kan zó in een late night talkshow. Verder is ze intelligent en heeft ze niet éénmaal gezegd dat ze het eigenlijk zus of zo bedoelde, wat je bijna altijd hoort van schrijvers in spé. Ik heb haar verteld over het klassieke verschil tussen de novelle en de roman, haar gebruik van trucs ontbloot en gezegd dat ze niet bang moet zijn voor eenvoud. Toen ze vertrok droomde ze hardop over een uitgever en ze liet zich ontvallen dat er momenteel wel héél erg veel mensen zijn die schrijver willen worden. Was het niet zo? Ja…