Wat zocht men de afgelopen maand?

#reqs search term
52 alfred birney
15 kalender 2008
14 jacqueline bel
11 oesters eten
9 birney
8 astro.nl
8 novel terjemahan
7 cerita pendek
7 kerstboodschap
5 monica akihary
5 kalkoenvulling
5 alfred.birney
4 hoge hernia
4 hotel marcopolo jakarta
4 slaapmuziek
4 voc nederlands indie molukken
3 akihary
3 kees ruys
3 kalender 2008 voor kinderen
3 annemarie cottaar
492 [not listed: 423 search terms]

Dachten ze dat soms?

Klassieker, met roots ergens in Zuid-Afrika, als ik het goed heb. De componist ontving een grijpstuiver in die dagen (1939).

Het zijn maar foto’s

logo alfred birney Ik heb mijn boekenkast afgezocht naar een essay van een schrijfster die ooit beweerde dat fotograferen geen kunst is. Ik kon het niet vinden, of ik was te lui om het te vinden, mijn boekenkast is een doolhof, werkelijk. Als ik me nou de naam van de schrijfster maar herinnerde, dan zou dat het zoeken een stuk makkelijker maken. Het is een Amerikaans schrijfster, geliefd bij literatuurwetenschappers die met hun hoofd en niet met hun hart lezen. Ze schreef of zei ooit dat fotograferen niets anders is dan simpelweg een knopje indrukken. Ik ben het daar wel mee eens. Natuurlijk heb je zoiets als een oog nodig, timing, gevoel voor verhoudingen and all that, maar voor de rest is het toch echt simpelweg een knopje indrukken. Kijk maar op het internet: de fotoblogs zijn niet van de lucht. Veel foto’s van luchten trouwens, zonsondergangen, de regenbogen vliegen je om de oren. Ik heb een simpel cameraatje, een paar jaar geleden inderhaast gekocht ergens in Indonesië, ik dacht dat ik wel foto’s kon gebruiken voor een beetje couleur locale. Nooit gebruikt. Ik kijk naar binnen als ik schrijf. Kortom, ik neem fotografie niet serieus. Natuurlijk mag niemand daaronder lijden. Toch heb ik gisteren een slachtoffer gemaakt: niemand minder dan mijn eigen tweelingbroer. Now, ain’t that no shame? De jongen moest op voor een jujutsu-examen en ik zat tussen het publiek. De sensei vroeg me of ik foto’s van mijn broer wilde maken en griste diens fototoestel bij hem vandaan (wat moet een jujutsuka ook met een camera op de mat, dat is tegen alle regels). Ik kreeg het in mijn handen geduwd en zag meer dan één knopje. Het duizelde me, werkelijk. Fotograferen is in elk geval moeilijker gemáákt dan toen in de jaren dertig die Amerikaanse schrijfster, wier naam u maar van me tegoed moet houden, zo op dat ene knopje afgaf (niks Freudiaans, I presume). Ik keek wat dom om me heen en vond een slimmerik die het toestel op automatic zette. Daarna ben ik gaan schieten: veel broer, veel mooie vrouwen. Het gaat tegenwoordig bijzonder snel met die foto’s, dus ik kreeg vandaag al bericht. Ze waren allemaal mislukt, vanwege een verkeerde instelling, iets met een knopje. Plus… ik had alle voorgaande 400 foto’s die mijn broer had gemaakt, overschreven. Dat betekent: uitgegomd. Mijn broer was niet boos, zijn examen was immers geslaagd. En ik heb de persoonlijke herinnering weer eens een dienst bewezen.

Alles is plagiaat

Ik weet niet meer van wie deze krasse uitspraak afkomstig is. Ik ben zelfs bang dat ik haar uit een of ander lullig boekje heb vol aforismen. Het idee erachter is simpel. Je geheugen wordt gevoed door alles wat je leest. Hoe meer je leest, hoe groter je referentiekader. Maar wie houdt dat referentiekader schoon? Beelden die je hebt uit boeken vermengen zich met beelden uit je eigen waarneming. En die komen overal vandaan. Soms doet iets je ergens aan denken, maar je weet niet precies aan wat. Dat had ik vandaag toen ik opstond na een geslaagde nacht- en ochtendrust (ik was niet blijven doorwerken en vanachter mijn bureau direct mijn nest ingerold, zoals gisteren, ditmaal was ik eerst nog wat gaan zappen op YouTube – martial arts doen het goed bij me). Het stuk proza dat deze maand bij mij door de mangel moet heeft een oerversie, een kladversie en een verkrachte versie (= een door de schrijver eigenhandig verpeste tekst). De kladversie is het best maar moet worden bijgewerkt met frasen uit de verkrachte versie. Het verhaal speelt ergens aan een water. Maar had ik niet ooit ergens iets dergelijks gelezen? Maakte ik me om zo te zeggen schuldig aan plagiëren in onschuld? Had ik het van Albert Camus misschien? Ik viste iets uit de lange rij ongesorteerde pockets in mijn boekenkast: De val (1985), vertaling van La Chute (1956). Het omslag deed het ergste vrezen. Water! Maar na het herlezen van de eerste tien bladzijden en nog wat geblader tot het eind was ik gerustgesteld. Ik herinner me dat ik het toentertijd een melig boek vond. Wat ik nu zie is dat de man geweldig kon schrijven. De hoofdpersoon is wel nog even melig als toen. Het proza net zo melig als de verkrachte versie van mijn tekst…