Dat ook vertalers niet alles begrijpen wat ze lezen, blijkt wel uit een voetnoot van Ivan Morris, die Het hoofdkussenboek van Sei Shōnagon uit het Japans naar het Engels vertaalde. De Nederlandse vertaling is helaas een vertaling uit het Engels. Men kan de Japanse schrijfster van duizend jaar terug niet minder onrecht doen dan haar werk op zo’n manier te laten verkrachten. Er zullen ongetwijfeld veel nuances uit de oorspronkelijke tekst verloren zijn gegaan, maar er is nog altijd genoeg over om van te genieten. Ik herlees het boek meestal in de zomermaanden, in de zon op mijn balkon, wanneer er tenminste geen knalharde muziek van buren door de straat galmt. (Wanneer richt men eens een audiopolitie op, die zulke lawaaischoppers hun apparaat afnemen na één of twee waarschuwingen? Ik dacht dat in Amsterdam al zoiets bestond, maar zeker weten doe ik dat niet.) Sei Shōnagon schrijft in haar 31e notitie dat in de zevende maand er vaak een harde wind staat en er zware stortbuien vallen. Quote: Als het zulk weer is, knap ik graag een uiltje nadat ik me heb toegedekt met kleren die vagelijk naar zweet ruiken. De vertaler laat in een voetnoot weten dat hij dat een merkwaardige opmerking vindt in het licht van Shōnagons gewoonlijke kieskeurigheid. Een logische verklaring is volgens hem niet voorhanden. Begrijpt hij dan niet dat tijdens zulke weersomstandigheden het moeilijker is voor minnaars om langs te komen en dat Sei Shōnagon zich daarom troost met de herinnering die in haar kleding is gaan zitten?
Maandelijks archief: June 2008
Een ander beeld
Ik ben een televisiehater en daar heb ik een goede reden voor. Vijfennegentig procent van het programma-aanbod bedient de niet-avontuurlijk kijker. Een halve eeuw van Amerikaanse dominantie heeft de televisiekijker murw gemaakt en gehersenspoeld. Afgelopen nacht had ik het geluk een Koreaanse remake van een Amerikaanse remake van een Franse remake te ontdekken. Ik had wel behoefte aan wat afleiding, want mijn pc had kuren en het nationale voetbalelftal had een slechte avond en vloog uit het toernooi. Welke voetbaltrainer laat dan ook een B-team opdraven zodra de volgende ronde is gehaald, zodat het A-team liefst een volle week kan gaan rusten? Zelfs vrouwen mochten komen overnachten. Een voetbaltoernooi dient in volkomen afzondering benaderd te worden, spelers zijn monniken, ze hebben geen recht op een gewoon leven en waarom zouden ze dat willen? Enfin, mijn naam is Meneer B. en ik heb een geweldige smaak. Voor werkelijk fraaie cinema moet je naar China, Japan en Korea. De film was uit 2003 en speelde in het achttiende-eeuwse Korea. Alleen de kostuums en de subtiele mimiek van de spelers waren al een genot om naar te kijken. Erotische scènes waren niet expliciet en dus een verademing. Maar dan: op driekwart van de film breekt het beeld horizontaal, de spelers worden onthoofd, hun voeten en de ondertiteling komen in de lucht te hangen en hun rompen dansen onderin. De storing in de uitzending duurde zeker een kwartier. Waarom is de film niet teruggespoeld tot waar het misging? Waarom is schoonheid gedoemd te sterven?
Juichen
Er is een Europees voetbaltoernooi aan de gang, met een paar ploegen die voor sensatie zorgen. De eerste ploeg is Holland (Nederland zou wat vreemd klinken uit de schorre strotten van het oranje supporterslegioen). De tweede ploeg is Turkije. Nederland verrast met buitengewoon snel aanvallend spel. Turkije maakt er een gewoonte van om in de laatste minuten of zelfs seconden zijn overwinningen binnen te halen. Toen Nederland zijn eerste wedstrijden won van Italië en Frankrijk, zetten Turkse supporters claxonnerend de Haagse Schilderswijk op zijn kop. De politie keek glimlachend toe. Maar toen Turkije zelf won en diezelfde supporters voor hun eigen vaderland juichend, toeterend en feestend de straat opgingen, stonden agenten stapels bekeuringen uit te schrijven. Buurtoverlast. Ik weet niet hoe dat vannacht zal zijn, want Turkije is weer uit bijna geslagen positie teruggekomen. Ik hoorde even vuurwerk afgaan, maar het kunnen ook pistoolschoten zijn geweest. In Brazilië is het gewoonte om tijdens vuurwerk afrekeningen te vereffenen. Aangezien culturen wereldwijd langzaam naar elkaar toe groeien, wat allerlei gemor geeft onder mensen die terugwillen naar de vorige eeuw, is het mogelijk dat ik zo-even iemand de trekker heb horen overhalen. Intussen is het in mijn wijk opvallend stil, om niet te zeggen saai, doods. De dag was vreugdeloos, bewolkt en winderig, de mensen waren kortaf en gehaast, ik kreeg nauwelijks de kans mijn boodschappen rustig in te pakken. Dat was in de supermarkt. Bij de Turkse bakker discussieerde ik heel plezierig met een Turk en een Italiaan over het voetbaltoernooi.
Zonnewende
Aanstaande nacht is de kortste van het jaar. We vieren de zomerwende niet nationaal. Toch worden op veel plaatsen allerlei kleinschalige feesten georganiseerd, je zou denken dat er behoefte is aan een groot feest. Maar traditie is geen cake die je kunt bakken. Iets ontstaat en komt een jaar later terug en dan weer en weer. Zoals de nieuwjaarsduik in Scheveningen, ooit begonnen door een stelletje ongeregeld en thans uitgegroeid tot een happening die mensen tot uit Amerika en Japan aantrekt. Misschien vieren wij de zomerwende niet omdat Stonehenge in Zuid-West Engeland staat. Ieder jaar vallen de eerste stralen van de opkomende zon op 21 juni precies op de reusachtige Heel Stone. De megalieten in hun magische constellatie worden al eeuwenlang geclaimd door druïden, die geloven dat Merlijn ze tevoorschijn heeft getoverd. Daar ligt het antwoord op de vraag waarom wij de zomerwende niet nationaal vieren. De kerk wil er gewoon niets van weten. Nou sta ik niet direct te trappelen om me tussen de zweefkousen te begeven die de nacht van 20 op 21 juni te Stonehenge doorbrengen met hun wichelroedes, trommels, doedelzakken, heksendansen, wilde seks rond kampvuren en wat al niet meer. Allen wachten op de druïden: oude mannen, veelal bebaard en gestoken in witte gewaden, met minimaal twintig jaar studie van wiskunde, fysica, astronomie, filosofie en geneeskunde achter zich. Ze bestaan al langer dan de christenen, die het momenteel flink aan de stok hebben met de islamieten. Is het geen straf om daar als brave heiden tussen te moeten zitten?
Tumble
Binnen de digitale revolutie heeft het internet een ontwikkeling doorgemaakt die het adjectief stormachtig naar de taalprullenbak voor anachronismen verwijst. Wat een website is, kan niet zomaar meer omschreven worden als een vlag ergens in cyberspace. Het weblog is momenteel misschien wel het populairst onder actieve internetgebruikers, maar het fenomeen tumbleblog is in opkomst. Men neemt de tijd niet meer om met liefde en toewijding zoiets als een eigen virtueel dagboek te onderhouden, liever kleddert men maar wat als graffiti op het web, waarbij de codes alt+c en alt+v geheimtaal zijn voor stelen. Feitelijk is het tumbleblog een cynische variant op het weblog in zijn origineelste vorm.: een soort stream of consciousness. Maar de taal is nu teruggebracht tot wat quotes en oneliners en daarmee ondergeschikt gemaakt aan beeld en geluid. Tumblelogs zijn nauwelijks bezoekersvriendelijk en wellicht alleen goed, of zelfs gemaakt voor big brother-clubs die profielen verzamelen van mensen die zich al dan niet onder pseudoniem tonen op het internet. In een eventueel nóg nieuwere vorm dan tumbling zou je elke vorige posting door een volgende kunnen overschrijven. Het archief, voer voor zoekrobots en regeringen, verliest zo zijn betekenis, de dingen gaan voorbij, zoals het leven is. Je bent terug bij af, bij de eenvoudige webpagina, die nu en dan verandert. Kijk je nog verder terug, dan zie je schrijvers achter typmachines zitten en lezers zonder een flikkerende televisie op de achtergrond wegkruipen op de bank met een boek in de hand. Ik heb soms heimwee naar die tijd.