Ziezo, ik heb mijn naschrift teruggekregen van mijn eindredacteur. Het kon haar goedkeuring wegdragen. Een groot geluk voor haar, want ik was niet van plan er iets aan te veranderen. Haar kritische kanttekeningen betreffen alleen formuleringen en spelling. Elke zin, elk woord is gewikt en gewogen. Gelukkig ging het per e-mail. Verleden keer moest ik het doen met haar gekriebel in de kantlijn, wat een straf is. Ze kwam heel hulpvaardig langs om haar aantekeningen voor te lezen en toe te lichten. Ze zei dat meer schrijvers moeite hebben met haar kriebelhandschrift. Corrigeren en redigeren op het beeldscherm gaat niet, dat levert tekstverwerkersproza op, of weblogproza of zelfs cms-proza. Ik neem aan dat ze eerst dat dunne potlood van haar heeft gebruikt. Ik vraag me af hoe het bij de krant gaat tegenwoordig. Mij dunkt loopt niet de eerste de beste recensent langs de brievenbus van zijn krant of er zijn bijdrage te posten. Zo ging dat ooit. Een recensent van de Volkskrant zag de hele week uit naar dat ene loopje van zijn huis naar de brievenbus. Wat een opwindend leven had die man toch. Dat was het echte papierwerk. Zo werk ik ook nog. En ook mijn leven is, dat begrijpt u, zeer opwindend. Zo trotseerde ik vandaag het hectische verkeer op mijn mountainbike, om maar iets te noemen. Dat was werken geblazen. De dwarrelende wind was zo venijnig dat ik niet eens naar de zee kon kijken terwijl ik over de boulevard fietste. Ik was voortdurend bedacht op auto’s die van hun lijn weken. De badplaats is nog vol toeristen. Vakantielezers…
Maandelijks archief: August 2008
Work in proces
Ik heb de afgelopen tijd aan een essay gewerkt, naar de aanwijzingen van een ervaren eindredacteur. De afgelopen dagen stonden in het licht van een naschrift, dat nu wel ongeveer klaar lijkt, maar het kan zijn dat er overbodige dingen in staan die er morgen uit moeten. De stof voor het essay vergaarde ik al tien jaar geleden, toen ik de koloniale Indische bellettrie in dook. Het boek heeft verschillende vormen gekend. Aanvankelijk was het een uit de hand gelopen en onvoltooide synthese tussen fictie, essay en literatuurgeschiedenis, een gedrocht dat, als ik verbeten doorging, zeker 250.000 woorden zou hebben geteld. Een uitgever vond het interessant, maar dan wel voor een clubje van honderd schriftgeleerden. Later hakte ik de boel in drie stukken. Een deel vormde de basis van een roman, een ander deel vindt zijn weg in verhalen en artikelen in tijdschriften en het derde deel ligt nu bijna voor me. Op 1 september stuur ik het naar mijn proeflezers, met de mededeling dat ik er absoluut niets meer aan zal doen. Dit is het product van overpeinzingen waar ik tien jaar mee heb gelopen en nu wil gaan vergeten. Het boek is overigens een studie naar beeldvorming van de Indo in drie boeken van drie beroemde Nederlandse auteurs – Multatuli, Couperus en Daum – en drie vergelijkbare werken van drie vergeten Indische schrijvers. Verder is het een pleidooi voor herziening van de Nederlandse literaire canon. Die strijd ga ik natuurlijk verliezen, maar dat geeft niet: het moest gezegd.
Medicijnen tegen een kameleontische vijand
Een journalist, voormalig presentator en niet-roker, bij wie longkanker is vastgesteld, leest wekelijks een column voor op BNR-nieuwsradio. Hij doet mee aan een onderzoek in een academisch ziekenhuis en moet toegeven dat artsen tegenwoordig heel veel weten en heel veel kunnen. Ik neem die uitspraak maar even voor lief, want, zo zegt hij zelf, longkanker is grillig en onvoorspelbaar. Hij probeert momenteel twee geneesmiddelen tegelijk uit, om te zien in hoeverre ze samengaan dan wel elkaar tegenwerken. Maar nu komt het: iedere deelnemer krijgt zelfde dosis. De journalist vraagt zich af waarom. Waarom krijgt een vrouw van 50 kilo dezelfde dosis als een man van 100 kilo? Ik vroeg mezelf zoiets een poosje terug ook al af. Waarom krijgt iedereen die bij de cardioloog komt standaard drie geneesmiddelen voorgeschreven? Mijn cardioloog wilde de discussie niet met mij aangaan, mompelde wat over ‘wetenschappelijk bewezen’ en wees me beleefd de deur. Ik ben naar mijn huisarts gestapt en stelde hem een test voor. Ik zou van het cholesterolverlagend middel Lipitor drie maanden lang slechts de halve dosering nemen. Dat vond hij een goed idee, want mijn waarden zijn al jarenlang perfect, sterker: ze zijn altijd perfect geweest. Nu komt het: na drie maanden op halve dosering waren de gemeten waarden nóg lager!
Terug naar de journalist die vandaag zijn column voorlas op de radio. Na veel doorvragen treft hij een arts die hem eerlijk zegt dat de onderzoekers het waarschijnlijk eigenlijk ook allemaal niet weten. Het is, kortom, trial and error. Maar het is niet alleen maar treurnis, want die vervelende middelen, met al die bijverschijnselen, werken nog ook. Nou heb je goede, slechte en wispelturige kankercellen. Ze gedragen zich uiteraard niet allemaal hetzelfde. En zo voert de journalist ‘een oorlog tegen een steeds wisselende vijand’. Zoals de wetenschapper strijdt tegen wat hij noemt ‘biochemische terroristen’: de vrije radicalen. Plaats dit eens in levensbeschouwend perspectief. Misschien komen we dan tot een herwaardering van wat men hier in het Westen fatalisme noemt. En vervolgens tot een herformulering van het gezegde: ‘De mens wikt en God beschikt.’
Clickverzoek
U kent vast wel die vervelende Google-ads. Je kunt geen website bezoeken of je ziet ze wel verschijnen, die zogenaamd niet-opdringerige advertenties van Google. Moet je eens kijken wat ik met mijn blog heb gedaan! Ads all around! Waarom? Vertel ik straks. Het is onduidelijk met welk doel Google ooit is begonnen, er stonden al snel van die kleine advertenties heel onopvallend naast de zoekresultaten te wezen. Terwijl andere zoekmachines steeds moeilijker begonnen te doen over wat er wel en niet werd geïndexeerd, hing Google gewoon alle was buiten, zowel de schone als de vuile. Vond je niet wat je zocht, dan clickte je maar op zo’n ad. Google had ook een hele slimme zoekformule. Verder stopte Google een cookie in elke pc. Dat ding is geloof ik tot ergens in de jaren dertig “legaal”. Google houdt veel van uw surfgedrag bij. Google is spyware, heus, geloof me. Vandaar dat rondom deze post u vast wel ergens een advertentie ziet waar u in tijden van verveling op zou kunnen clicken. Nou is dit wel een vervelende post, niet? Er-rug vervelend, niet? Okay, ik heb een account bij dat enge bedrijf, dat grijnzend beide o’s van George Orwell in zijn naam heeft. Erg mijn best heb ik nooit gedaan om wat aan die domme ads te verdienen, maar… ik zag zojuist dat mijn teller richting de 100 dollar gaat! Dat wordt dokken voor Google! En dan houd ik op, want Google wordt mij veel te machtig. Ik haat monopolisten. Dus help me even van dat idiote account af en click op een ad. Je gaat er niet dood van, u komt gewoon op de een of andere site en ik krijg voor uw click een paar stuivers. Draait uw site ook ads? Laat maar achter, uw URL, en ik kom wel even clicken. Nou doei! En allemaal bedankt nog voor die mooie verjaardagskaarten (sommige waren echt heel mooi handmade), e-cards, sms’jes, telefoontjes etc. Ik vierde mijn verjaardag met tweelingbroer, zoon en vriendin in een klein restaurantje om de hoek, 57 meter lopen… Voor grote feesten moest het minimaal 27 graden zijn, anders is het zo koud op balkon. Okay, gaat u clicken?
De vergoogling van Albert Heyn
Albert Heyn, hierna te noemen AH, heeft de expansieve drift in de onderbuik niet in bedwang en neemt de ene na de andere supermarkt te grazen. BNR-nieuwsradio stuurde een verslaggever op pad en kwam met verschillende reacties van men and women in the street. Opvallend was de berustende toon van de diverse geïnterviewden. Slechts een enkeling liet weten liever een Aldi of Jumbo om de hoek te hebben, al was het maar vanwege de centen. AH lijkt goedkoop, maar is het niet. Bovendien word je gedwongen een klantenkaart bij je te hebben. Zoiets doet Jumbo niet. Die vindt gewoon dat iedereen goedkoop uit moet zijn en niet alleen kaarthouders. Hoeveel kaarten heeft een mens trouwens tegenwoordig niet, de portemonnees zijn onderhand niet meer aan te passen met al die extra vakjes. Enfin, in mijn directe omgeving is het kiezen tussen AH en C1000. AH is lang niet in alle opzichten beter. Ik noem maar even wat: toiletpapier, groentenschijven, jam, sjalotten en olijfolie kun je beter bij C1000 halen. Bovendien heeft C1000 een leuker frisdrankaanbod. IJsthee met koolzuur wordt in blikjes aangeboden, dat is veel lekkerder dan in die vieze plastic flesjes van AH. Verder biedt AH zonder blikken of blozen twee rode pepers aan voor 1,98. Bij de Chinese toko of de Turkse supermarkt krijg je een hele zak rode pepers voor twee euro. AH exporteert een bekrompen Hollands beeld van wat speciaal is en wat niet. Net als Google’s cookies zijn AH’s klantenkaarten een soort spyware, als je zo suf bent om je gegevens bij AH achter te laten. Monopolisering leidt tot verzet, maar beter is om het niet zo ver te laten komen. Ikzelf ben zo idioot om Google-ads in de footer van mijn website te tonen. En bij AH kom ik ook weleens. Ik ga me bezinnen.