Confucius ontmanteld

confucius China is hot. En dus kan Confucius de boekenkist uit en in de etalage worden gezet. Maar China is niet meer als voorheen. Complete steden verdwijnen onder wolkenkrabbers en het colbert heeft het Chinese jasje verdrongen. Tijd natuurlijk voor een gloednieuwe biografie over Confucius. Is dat mogelijk met fors uitgedund bronnenmateriaal? Annping Chin mikt zonder blikken of blozen tien werken uit de Dertien Klassieken de waterput in voor ze zich van haar taak kwijt. Ze wenst zich vrijwel uitsluitend te baseren op de Gesprekken van Confucius en de Commentaren van Zuo. “Als dat betekende dat mijn verhaal grote leemten zou vertonen, had ik dat maar te accepteren,” schrijft ze ter verantwoording. Waarmee ze die acceptatie uiteraard ook van de lezer vraagt. Ze neemt de Gesprekken, een soort bloemlezing van verschillende auteurs, omdat Confucius dan niet kan worden vastgepind op “een rol als promotor van zijn leer”. De Commentaren van Zuo zijn ooit door de overheid samengesteld en kunnen dus dienen voor alles wat van politiek belang was tijdens het leven van Confucius. Het beroemde Boek der Veranderingen, de I Tjing, waarin de Commentaren aan Confucius en zijn leerlingen worden toegeschreven, krijgt niet eens een vermelding! Nou, dan moet je wel met iets wereldschokkends komen. Het wordt al snel duidelijk dat Annping Chin, geboren in Taiwan en wonend en docerend in Amerika, weinig op heeft met de allereerste geschiedschrijver van China, genaamd Sima Qian. Die man schreef immers meer dan honderd biografieën over allerlei figuren en gebruikte zijn fantasie zodra zich leemten vertoonden, zoals in het leven van Confucius. Annping Chin stelt daartegenover een gortdroog verslag van een Chinese wijze die aldoor moeite moet doen om een aanstelling te krijgen bij hertogen, vorsten, kanseliers, koningen en omhooggevallen kooplieden die een ambtelijke functie zijn gaan bekleden. Haar boek heeft als subtitel: Een leven tussen filosofie en politiek. De biografe zet haar held eerst hoofdstukken lang neer als een raadsheer voor allerlei politici en machthebbers die elkaar voortdurend bevechten. Wanneer Confucius in een mistige periode van zijn leven veertien jaar een zwervend bestaan leidt, tovert de schrijfster verscheidene geschiedschrijvers uit de hoge hoed, zolang ze maar geen Sima Qian heten. Alleen feiten die haar demythologisering van Confucius ondersteunen, glippen door haar wetenschappelijk filter. Die zijn zo oninteressant dat Confucius zelfs de liefhebber begint te vervelen. Waarom moet de filosoof zo nodig van zijn voetstuk? Wat was zijn werkelijke betekenis voor China? De schrijfster zwijgt, het gaat over háár relatie met Confucius, ze sluit de lezer buiten. Je bent blij wanneer ze aan het einde van haar boek Mencius aanhaalt, de grote navolger van Confucius. Mencius schreef namelijk erg goed. Dat moet Annping Chin nu ook maar eens gaan leren. Dit is immers al haar vijfde boekpublicatie.

Auteur: Annping Chin
Titel: Confucius. Een leven tussen filosofie en politiek.
Paperback, aantal pagina’s 287 (met noten)
Uitgever: Athenaeum – Polak & Van Gennep
Prijs: € 22,50

© 2008 Alfred Birney. Deze bespreking verscheen eerder in de boekenbijlage van het Algemeen Dagblad op zaterdag 17 januari 2009 onder de titel Biografie met grote leemtes. Alleen de eerste 50 woorden van deze recensie mogen worden overgenomen, gevolgd door een link naar deze pagina. Wie deze regel negeert, ontvangt een rekening.

Hoe gewaagd is Inez Hollanders aanstaande boek?

De Nederlands-Amerikaanse schrijfster Inez Hollander mailde me dat haar boek Silenced Voices, Uncovering a Family’s Colonial History net in Amerika is verschenen. In het voorjaar verschijnt het in het Nederlands bij uitgeverij Atlas, onder de titel Verstilde stemmen, verzwegen levens.

Inez Hollanders voorzaten waren indertijd de Franckens, die de plantage Kali Djompo beheerden, vlakbij de plantages van de Birnies, mijn voorzaten. Tijdens Hollanders onderzoek een jaar of wat terug mailde ze me over de “martelgang” van haar boek. Ze schreef het eerst in het Nederlands, het boek werd aanvankelijk geaccepteerd door Veen, maar die uitgever trok zich op het laatste moment om onduidelijke redenen terug. Op de zestigjarige herdenking van de Japanse capitulatie schreef Hollander een indringend stuk over de revolutie in Soerabaja. De NRC wilde het hebben, het stuk werd geredigeerd maar een week voor publicatie in de prullenbak geworpen. Een vriendin van Hollander wist te vertellen dat de NRC het stuk “te riskant” vond. Hollander heeft toen haar boekmanuscript ook maar helemaal weggelegd. Ze raakte verbitterd en begon te twijfelen aan de vrijheid van meningsuiting in Nederland.

Een Amerikaanse historicus, die Nederlands kon lezen, vroeg haar herhaaldelijk naar het manuscript en wist het op de tafel van Geert Mak te krijgen er een uitgever voor te vinden. Inez Hollander kreeg contact met Geert Mak toen hij ergens een essay van haar las. Via hem kwam het Met die man hebben Indo’s nog een appeltje te schillen (hij noemde Indo’s Indiërs in zijn bestseller De eeuw van mijn vader), wie weet deed hij daarom zijn best om het manuscript bij uitgeverij Atlas uitgegeven te krijgen terecht. Hollander moest de boel wel zelf terugvertalen naar het Nederlands. Hierdoor is het boek volgens de schrijfster zelf genuanceerder geworden.

Hollander denkt dat de vooroordelen van Amsterdam en hoe men binnen de grachtengordel tegen de Nederlandse koloniale geschiedenis aan kijkt, nog altijd een grote rol spelen. Een redacteur, die waarschijnlijk van toeten noch blazen wist, schreef “foute toon” in de kantlijn bij de volgende zin in Hollanders inleiding:

‘Strikt genomen vertel ik in dit boek het verhaal van onze rubber- en koffieplantage Kali Djompo (1899-1957), en mijn familieleden die daar woonden en werkten. Mijn Indische familieleden waren kolonisten die uiteindelijk zelf gekoloniseerd werden (door de Japanners) en verdreven werden (door de Indonesiërs). Als berooide bannelingen arriveerden ze in Nederland, een land dat nog steeds niet voldoende hun bijdrage, hun pijn en hun verlies onderkend heeft.’

Hollander herinnerde me aan een e-mail van me, waarin ik schreef:

‘Wie ook maar de joodse en Indische episodes in de Tweede Wereldoorlog naast elkaar durft te zetten op wat voor manier dan ook, wordt niet gehoord in Nederland.’

Ze vroeg me of ze dat citaat in haar boek mocht opnemen. Dat vond ik goed, maar ik waarschuwde haar nog maar eens op de gevoeligheid die in Nederland hangt ten gevolge van een diepgeworteld schuldgevoel ten opzichte van joden, die hier tijdens WO-II zonder noemenswaardige problemen werden gedeporteerd naar vernietigingskampen. Een vergelijking tussen joden en Indische mensen loopt altijd verkeerd af en wel in het nadeel van Indische mensen.

Ik zag eens een televisiedocumentaire waarin een verslaggeefster van joodse komaf net zo lang met een cameraman op een pasar malam in de provincie Indische mensen afzocht totdat ze er eentje vond – Emmy Verhoeff – die wel wilde verklaren dat het leed van Indische mensen wel degelijk vergelijkbaar was dat van joodse mensen. Nou, dat hebben we geweten. Die uitspraak is uit zijn verband gelicht en zwaar aangezet op de Nederlandse televisie uitgezonden. Het is wel vaker voorgekomen dat beide groepen tegenover elkaar werden geplaatst en uitgespeeld in het kader van Neerlands kampioenschap slachtofferschap. Ditmaal was het een reactie op het in het leven roepen van de Stichting Het Gebaar. (N.B. De onlangs door mij besproken biografie van Tjalie Robinson van de hand van Wim Willems is onder meer door de Stichting Het Gebaar gefinancierd – het staat niet voorin het boek vermeld, wat niet erg netjes is, maar dat doet aan het feit niets af dat met de middelen van Het Gebaar in elk geval werk gedaan wordt dat anders was blijven liggen.)

Zoals een goed schrijver of publicist betaamt, kent ook Inez Hollander haar eigenwijze kanten. Ze bedankt me voor mijn waarschuwingen, ze weet precies waar ik het over heb, ze zal ongetwijfeld “over een mijnenveld lopen, maar als genoeg mensen dit gaan zeggen en hebben gezegd dan moet het toch een keer aankomen bij die botte Batavieren. Misschien ben ik een idealist, of een naïeveling, maar de stilte, de taboesfeer zoals die in mijn familie rondom het onderwerp Indië geheerst heeft, moet op een gegeven moment doorbroken worden, hoe dan ook. Soms moet men provoceren om gehoord te worden en misschien betekent dit dat ook dit boek doodgezwegen gaat worden in Nederland, maar dan staat daar nog altijd de Amerikaanse markt tegenover en hoe men hier op dit boek gaat reageren. In zekere zin is dat interessanter dan de voorspellingen die we (nu al ) kunnen doen over de receptie van het boek in Nederland.”

Dus zinnen als “in Nederland is het nog steeds taboe om het lijden van de joden te vergelijken met de ellende van de Europeanen, Indo-Europeanen en romusha’s die het slachtoffer werden van de Japanners” blijven gewoon in haar boek staan. Inez Hollander is een verbeten schrijfster, geboren in 1965, de woede straalt soms van haar e-mails: “Je wil niet weten hoeveel Indo’s hier in Californië zitten, weggekeken uit Nederlands destijds, en niettemin hebben ze een misplaatste nostalgie inzake Nederland, koningshuis etc., daarbij voorbijgaand aan het feit dat het een Indische diaspora is geweest waarbij de Indo’s die nu in Californië wonen, twee keer hun vaderland verloren hebben, maar niks geen bittere gevoelens koesteren.”

De ontvangst van het boek is in Amerika tot dusver positief. De aandacht waait al over naar Australië, waar een kleine groep Indo’s actief bezig is met de koloniale geschiedenis. We zullen zien hoe het het boek hier in Nederland zal vergaan, straks in de lente.

Het jaar van de Os

jaar van de os Vandaag begint het Chinese jaar van de Os. Chinezen hebben maanjaren. Elk nieuwe jaar begint op de tweede nieuwe maan na de zonnewende van 21 december. Dat is ergens tussen 21 januari en 20 februari. Het nieuwjaarsfeest wordt door één miljard mensen over de hele wereld gevierd, vooral in Azië met China voorop, gevolgd door landen als Mongolië, Korea en Vietnam. De feesten kunnen meerdere dagen duren. Waar Chinezen in grotere concentraties zijn, wordt Nieuwjaar gevierd, zoals afgelopen zaterdag in het Haagse Chinatown. Amsterdam volgt een week later.

Het is gebruikelijk dat je je schulden betaalt voor je het nieuwe jaar ingaat. Je koopt nieuwe kleren en je maakt je huis schoon. Je veegt het stof van het afgelopen jaar dus naar buiten. Ga nou niet je huis schoonmaken op nieuwjaarsdag, want dan veeg je de energie van het nieuwe jaar de straat op. Vandaag ben je te laat, dus laat de stofzuiger maar in de kast staan.

Wat heeft het jaar van de Os voor ons in petto? Ik verlaat me maar even op het lichtvoetige handboek van Theodora Lau, want je kunt de Chinese astrologie net zo moeilijk maken als de “westerse”. Wij allen zullen het juk van de verantwoordelijkheid op onze schouders voelen, want de Os is een noeste werker. Strubbelingen vinden hoofdzakelijk in huiselijke kring plaats, toch is het een goede tijd om je huis op te knappen (dat geldt zeker voor mijzelf, want ik deed al tien jaar lang helemaal niets aan mijn huis). Verder moet voor de wat saaie Os de mode sober zijn, is abstracte kunst uit den boze en spielerei taboe. Geen werk, geen eten, is het credo!

Persoonlijk waren mijn Ossenjaren (1997 en 1985) nogal beroerd, maar het schijnt dat door de invloed van mijn vaste element ik nu juist een goed jaar krijg. Dat is uw zaak natuurlijk niet, u wilt liever weten hoe het u zal vergaan. Kent u uw teken niet? Vergeet het. Ga de stoep maar vegen, of lees een boek van me.

Bent u een Rat? Gefeliciteerd! U krijgt een voorspoedig jaar. Bent u een Os? Goed jaar hoor, hier en daar wat vertraging in de uitvoer van uw plannen. Is u een Tijger? Echt waar? Zeker weten? Nou eh… veel geruzie, ik zou het hele jaar maar in mijn kooi blijven. Leeft u in het wild? Tja, nou, uithalen en flink krabben maar dan. Bent u een Konijn (Kat of Haas is hetzelfde, allemaal eetbaar in China)? Een moeilijk en rigoureus jaar. Ellende met gezondheid, scheiding van een geliefde, uitstel van plannen. Dit klopte voor mij de afgelopen twee Ossenjaren, maar er ligt een link naar een tegenstem onderaan dit stuk. Gauw verder naar de Draak: wel okay, dit jaar joh. De Slang… nah… tegenwerking en financiële miscalculaties. Paard? Redelijk, po’s and cons, kan beter, kan slechter. Het Schaap. U bent een Schaap, ja? Of een Geit, dat maakt niet uit. U weet zeker dat u onder dat teken valt? Nou, het is net zo ellendig als voor het Konijn, als u van geld tenminste een punt maakt. Er komen ruzies met vrienden en familie, er wordt gewoonweg te veel van u gevraagd. No way to hide, sorry. Ik ga maar weer verder. Bent u een Aap? Een matig jaar. Thuis is alles wel goed, maar de gezondheid kan een tikje krijgen en uw hoge verwachtingen moeten wat worden getemperd. Dan nu de Haan. Het kraaien zal wat beter gaan dan in het afgelopen jaar. Beetje minder schor. Misschien een operatie aan het een of ander? Is u een Hond? Oh boy, sorry hoor, maar het kan heel wel zijn dat uw vrienden, kennissen en familie u aldoor verkeerd begrijpen. Beter maar een toontje lager blaffen dit jaar. Probeer anders eens te miauwen of zo. Tot overmaat van ramp gaan de geldzaken ook al niet van een leien dakje. Tot slot het Zwijn. Een goed jaar! Misschien wat gedoe in de liefde, maar dat eet en drink je wel weer weg in een lekker restaurant ergens aan een haventje. Lichtjes glimmen in de verte, het water klotst u vriendelijk toe, ga maar lekker vreemd hoor, je minnaar komt er toch niet achter.

Kloppen deze door mij vrijuit geparafraseerde voorspellingen van Theodora Lau eigenlijk wel? Aan het einde van het jaar van de Os zult u het weten. De schrijfster wordt op nogal wat punten tegengesproken door een Chinese astroloog uit het jaar van de Hond. Neem daar maar eens een kijkje. Verbaast u zich vooral niet over al die Feng Shui (spreek uit: Fong Swee) die u over u uitgestort krijgt, want hey: voor elke negatieve invloed is er wel een kristal dat je ergens in je huis moet neerleggen. Het is ook gebruikelijk om je bed, je bureau en je eettafel te verplaatsen. Voor mij rijst altijd de grote vraag: wat wordt bedoeld met het Noorden, het Zuiden, het Westen en het Oosten? Zijn deze windstreken relatief nadat je de Noordzijde van je huis hebt bepaald, of zijn ze absoluut? Wie het weet, die moet het me maar zeggen.

Tjalie

tjalie robinson biografie Zou Tjalie Robinson nou echt “de enige Indo-schrijver van Nederland” zijn geweest? Flauwekul natuurlijk. Toch meldt de website van de uitgever het. De flaptekst is op het boek intussen gewijzigd, maar de oorspronkelijke versie gaat vrolijk het internet over. Wim Willems is wél de enige echte biograaf van deze kleurrijke figuur. Geen flauwekul. Tjalie was ooit een gevierd schrijver maar is onderhand vergeten buiten Indische en Indonesische kringen. Zijn naam komt niet voor op de boekenlijsten van middelbare scholen. Hoe is dat mogelijk? Willems opent zijn boek fraai met de begrafenis van het fenomeen, het lijkt wel of je een roman leest. Helaas houdt de schrijver deze verteltrant niet vol. Volgt een degelijk en minutieus verslag van het leven van het “kind tussen Oost en West”. Eigenlijk zijn het drie levens in één: dat van Jan Boon, zoon van een Nederlandse vader en een Indische moeder, dat van Tjalie Robinson, de schrijvende activist, en dat van Vincent Mahieu, de literator. Drie maanden na zijn geboorte in Nederland vertrok hij al naar Nederlands-Indië, ging er later het onderwijs in, werd gevangene van de Japanners in de oorlog, keerde uit Indonesië terug, probeerde in Amsterdam te aarden en oogstte er als schrijver lof in literaire kringen. Vanuit Den Haag bestierde hij een eigen tijdschrift. Hij wilde zijn Indische lotgenoten “porren tot grotere daden” dan zo geruisloos mogelijk in de Nederlandse samenleving opgaan. Hij verwaarloosde zijn schrijverschap en stortte zich als voorman van de Indische gemeenschap in vele avonturen, liep zichzelf voorbij en pleegde roofbouw op zijn gezondheid, onder andere door een avontuur in Amerika in zijn rusteloze zoektocht naar een cultuur die beter aansloot bij de Indische dan die in Nederland. De levensloop van Tjalie brengt een belangrijk weggemoffeld deel van de Nederlandse geschiedenis terug voor het voetlicht. Als biograaf is Willems nergens hinderlijk dweepziek. Hij kan kritisch naar zijn idool kijken en hem met tegenstand van Indo-schrijvers als Beb Vuyk en Rob Nieuwenhuys confronteren. Voor zijn literair-wetenschappelijke analyses leunt Willems wel erg op E.M. Beekman, wiens hoogdravende theorieën hoogstwaarschijnlijk door Tjalie zouden zijn weggewuifd. Verbazingwekkend is het dat Willems, met zijn brede kennis van Nederlands koloniale verleden, de termen “Indo”, “Indisch”, “Indo-Europees”, “Indischman” en zelfs “Indischgast” inconsequent door elkaar gebruikt. In zijn nawoord trekt hij idealistisch de “transnationale gedachte” van Tjalie door naar nieuwe migranten in Nederland, maar laat die potentiële lezers zonder inleidende toelichtingen op genoemde begrippen in het duister tasten. Voorwaar een gemiste kans. Laat onverlet dat geen serieuze Neerlandicus het zich nu nog kan veroorloven deze Indo-schrijver te negeren. De biografie vraagt indirect om een bredere algemene nationale geschiedschrijving. Mocht dat er niet van komen, dan vind je de verklaring daarvoor in de geschriften van Tjalie Robinson himself.

© 2008 Alfred Birney. Verscheen eerder in de boekenbijlage van het Algemeen Dagblad op zaterdag 20 december 2008, waarschijnlijk onder een uitgebreidere titel.

Obama is niet zwart, hij is café-au-lait

Bij de inauguratie van mijn nieuwe website wil ik even opmerken dat de 44e president van Amerika niet zwart is. Zijn vader was zwart, zijn moeder blank, dus Obama is multi-etnisch. Zulke mensen heten mulatten in Amerika, maar misschien is dat onderhand wel net zo ouderwets als halfbloed in Holland. Indo’s wensten zo niet langer genoemd te worden maar gezien de vele raciale kruisbestuivingen noemen veel multi-etnische kids zich tegenwoordig gewoon halfbloedje. Klinkt meer als een koosnaam dan halfbloed. Dit terzijde.

Gezien Obama’s levensloop (Hawaï, Indonesië, Noord-Amerika) en zijn aanraking met verschillende culturen, talen en godsdiensten, is Obama ook nog multicultureel te noemen. Multiculturaliteit is geen logisch gevolg van multi-etniciteit. Je kunt bijvoorbeeld als gemengd Kaapverdisch-Nederlands geboren worden maar een puur Hollandse opvoeding krijgen (ja, die bestaat nog). Misschien kun je Barack Hussein Obama II het best een kosmopoliet noemen. Hij is geboren onder het zodiakteken Leeuw, dat ben ik ook, dus dat zit wel goed (smile). Zijn Chinese teken is Os, dat is toevallig mijn reisgezel (ik ben geboren in het uur van de Os – second smile). Alsof de hemel een wil heeft, staan we aan de vooravond van het jaar van de Os. Dat begint aanstaande maandag op 26 januari 2009. Volgens Theodora Lau krijgt de Os een goed jaar, al zullen zijn plannen wat vertraging kunnen ondervinden (Uit: Chinese astrologie; het handboek – Theodora Lau; Kosmos-Z&K Uitgevers, Utrecht: 1981/1999). Mij lijkt dan ook niet dat Obama wel even de chaos die zijn voorganger buytengaets heeft gesticht, zal kunnen opruimen.

Het valt te hopen dat Obama niet door de een of andere idioot overhoop geschoten wordt. Een politicus die zó mateloos populair is, die loopt per definitie dat gevaar. Ik schrijf dit op het moment waarop Obama zo vermetel is zijn limousine uit te stappen en zwaaiend naar de menigte een stukje gaat wandelen, zijn vrouw naast zich. De CNN-verslaggevers houden de adem in. Dat is nog gevaarlijker dan wat Kennedy deed: rijden in een open auto, toen hij in Dallas doodgeschoten werd. Dat was in 1963, het jaar van het vredelievende Konijn nota bene (ik val onder dat Chinese teken – third and last smile).

Opvallend is dat niet alleen blanken maar doorgaan met roepen dat Obama zwart is. Nee, hiermee lijken de zwarten zelfs voorop te lopen. Vooruit dan, Obama oogt zwart, dus voor de zwarte gemeenteschap is het kennelijk makkelijker zichzelf in deze charismatische leider te herkennen. Racisme begint uiteindelijk bij het uiterlijk, daarna volgt de rest van de beeldvorming en de clichés die daaruit voortkomen. Maar nogmaals, Obama is niet zwart. Natuurlijk hebben zowel zwarten als blanken er baat bij hem zwart te noemen. Beide groepen hebben wat in te halen. Zwarten willen gelijkwaardigheid, die er, ondanks Obama’s verkiezing, nog lang niet is. En blanken willen van hun schuldgevoel af, waar ze nog wel even mee bezig zijn.

Een cynicus zou ook nog kunnen zeggen dat het voor blanken makkelijker is een zwarte af te poeieren dan een blanke-zwarte als hij zijn werk niet goed doet. Door zijn deels blanke afkomst eenvoudig te negeren, hoeven ze zelf niet in de spiegel te kijken. Maar: negeren ze die blanke afkomst eigenlijk wel? Het is wel heel opvallend hoeveel blanke Amerikanen met vlaggetjes staan te zwaaien, al zijn het vooral de vrouwelijke kiezers die de man in het zadel hebben geholpen.

Hoe dan ook: de mulatten lopen fijn de kans mis om eens in de schijnwerpers te staan. Ik voel natuurlijk met ze mee, want ik ben ook een etnisch en culturele mix. Zodra de mensen, met de massamedia voorop, ergens geen duidelijk etiket op kunnen plakken, wordt het allemaal te moeilijk voor ze. Toch wordt het allemaal café au lait in de toekomst. Obama is het al.