Ze zeggen dat een mens niet kan besluiten een ander te gaan haten, zoals je ook niet kan besluiten een ander te gaan liefhebben. Maar volgens mijn moeder was mijn tweelingbroer geen mens, en ik trouwens ook niet, we waren van een andere planeet.
Ik heb het ogenblik gezien waarop mijn tweelingbroer besloot mijn vader te gaan haten. Het gebeurde in de gang van nummer 1394 aan een onafzienbare naoorlogse laan vol eenvormige, vreugdeloze portiekwoningen. Ik zag het gebeuren vanuit de jongensslaapkamer. De gang was een hel waar je steeds doorheen moest om ergens te komen: de keuken, de woonkamer, de douche, een van de andere slaapkamers of de voordeur… Bij het vallen van de avond werd de gang vanuit de duistere hoeken beloerd door de Wielewiel. Niemand van ons had ooit de Wielewiel gezien, maar we wisten dat het spook zich voortbewoog op razendsnelle wielen terwijl het spook zelf ook een wiel was. Toch was de Wielewiel te ontwijken. Als je hard genoeg liep en sprongetjes maakte, kon je vanuit de slaapkamer de wc bereiken zonder door de Wielewiel gegrepen te worden.
Er lag dun geel zeil met een armzalig oranje bloemmotief onder een ruwe lange kokosloper. De kokosloper krulde om aan de uiteinden. Als je niet oppaste, struikelde je erover. De kokosloper deed pijn aan je knieën wanneer je overdag in de gang speelde. Dag en nacht was er iets mis met die gang. Alles gebeurde altijd maar in die gang.
Ik deelde met mijn tweelingbroer en ons twee jaar jongere broertje een kamer, waarin naast een enkel bed een stapelbed stond. We kibbelden over wie boven in het stapelbed mocht liggen. En we joegen elkaar de stuipen op het lijf door om de Wielewiel te roepen wanneer een van ons naar de wc moest. Jonge broer zeek wel eens in zijn broek, zo bang was hij voor de Wielewiel. We mopperden dan op hem, omdat we in zijn zeiklucht moesten slapen. Kwam Mama Helmond op ons gerucht af, dan zwegen we. Want had ze een slecht humeur, of er was een musical of film op de televisie, dan kon ze ons aangeven, zodat Soerabaja Papa ons kwam slaan en schoppen. Dan kon zij op haar beurt weer proberen hem daarvan te weerhouden, of ze speelde het, zoals haar kwijnende filmheldinnen in hun slachtofferrollen. Ze kon erg dom zijn als zijzelf het mikpunt was: hoe agressiever hij tegen haar werd, hoe meer ze hem ging stangen, totdat de man helemaal mata gelap werd.
U bent op een kwart van Alfred Birney’s verhaal Spoken in de gang. Verder lezen? Click hier voor het nemen van een abonnement of het aanvragen van een proefnummer van Archipel Magazine. Of hol naar een goede boekwinkel of kiosk. Geen idee waar in uw woonplaats? Vraag het Archipel Magazine per e-mail.
Afgelopen zaterdag – of zondag, dat weet ik even niet meer – was ik een uurtje bij de ontwerpster voor mijn nieuwe boek. Het is mijn tiende boek, de bloemlezing meegerekend. Dat schijnt te moeten, al tel ik dat boek liever niet mee, een bloemlezing schrijf je niet, je stelt haar samen. Kan wel zijn, zegt men dan: een bloemlezing is een boek. (Maar dan schreef ik er nog meer…)