Achter een fietsende vrouw
Gisteren had ik een dag die geschikt was om een herinnering neer te pennen, maar mijn lijf was te moe en ik was veroordeeld tot rusten. Vandaag na het ontbijt zat ik nog wel even als een oude vent achter het keukenraam, toch voelde ik mijn krachten terugkomen en ik besloot zowaar tot een fietstochtje naar de zee. Het weer was te warm voor een leren jack, een linnen jasje volstond. Ik droeg mijn spullen mee in een heuptasje: mijn portemonnee, sleutels, medicijnendoosje en gsm. Sigaretten maken sinds vier maanden geen deel meer uit van mijn proviand. Ik trapte in de lichtste versnelling naar de boulevard, en at er een nieuwe haring. De haring viel wat tegen, ofschoon de vangst met twee weken uitgesteld was geweest vanwege de kou. De vis is goed vet, dat wel, maar geeft geen ziltige smaak aan je tong. Het was rustig aan de boulevard. Ik liep een eindje naast mijn fiets, als een oude man dus, voor ik weer op het zadel klom. Ook huiswaarts fietste ik bedachtzaam in een lichte versnelling. Totdat ik werd ingehaald door een jonge vrouw met een magnifiek achterwerk. Ze reed op een vouwfiets, droeg een yuppenbroek, ik dook in haar wiel en schakelde zelfs naar de derde versnelling. De vrouw, type jonge advocaat, rook heerlijk. Gehypnotiseerd keek ik naar haar fraaie heupen, waaromheen haar pantalon zich perfect had gesloten. Alleen vrouwen kunnen je doen vergeten wie je bent, waar je bent en wat er met je is gebeurd.


