Achter rode gordijnen (2)

hat logo meneer b Het is vroeg in de ochtend, al zou ik zeggen diep in de nacht, van vrijdag op zaterdag. Ik heb mijn tijd weer eens verkwanseld aan een volledige herinstallatie van mijn computersysteem. Reden: terug naar het hoogstnoodzakelijke. Ik wens één browser. Zoals ik één e-mailadres wens. Eén vrouw. Ik ben gek op laptops, dol op het internet, maar diep van binnen blijf ik die ouderwetse schrijver die aan een schrijfmachine genoeg heeft. Het internet biedt te veel verstrooiing, afleiding, ik heb in zeven jaar meer dan 30 websites gehad, waaraan ik eindeloos sleutelde. Mijn laatste was een weblog, dat nu goddank ter ziele gaat: mijn broers creditcard is geblokkeerd en hij kan zijn account, waaraan ik gekoppeld ben, niet meer betalen. Mijn creditcard is wel valide, maar ik voel me inmiddels te ver verheven boven het alledaagse gezwam van die enorme schare bloggers. Belangrijker: je mist de vrijheid van het schrijven in het verborgene. Natuurlijk ben je kwetsbaar in je boeken, maar alleen het kaft al biedt veiligheid. Kent mijn roodharige overbuurvrouw enige veiligheid als ze ’s nachts de straat opgaat? Ik had net geconcludeerd dat ze wel op vakantie zou zijn gegaan, totdat ik haar thuis zag komen om kwart voor drie. Dat is veel later dan de cafés sluiten. Misschien bezoekt ze met een vriendin ergens een tippelzone, waar het leven hard is, smerig, liefdeloos, rauw, gevaarlijk. Waar ze moet vechten voor haar bestaan. Waar ze leert de man te haten. Geen fabrieksarbeider heeft de lopende band lief.

Reacties zijn gesloten.