Amerindo

logo alfred birney Sundahl was een soort broertje van Soerabaja Papa: het gitzwarte haar druipend van brillantine in een golf naar achteren gekamd, de terlenka pantalon keurig in de plooi, glanzend zwarte schoenen onberispelijk gestrikt. Net als Soerabaja Papa had Sundahl een hekel aan colberts. Ze droegen vaak een pull-over van hetzelfde dessin: zwart met een brede gele V-hals. Later kreeg ik Sundahls exemplaar als afdankertje, door Mama Helmond versteld aan de Singer trapnaaimachine.

Ik neem aan dat Sundahl zijn achternaam was, die een Zweed of een Noor als voorouder van vaderskant verried, die ooit op Java zijn heil was komen zoeken. Sundahl was net als Soerabaja Papa zonder familie na de oorlog in Indonesië in 1950 met de boot naar Nederland gekomen. Jeugdvrienden uit Soerabaja, die misschien dezelfde meisjes hadden gedeeld. Soerabaja Papa was inmiddels met een Nederlandse vrouw getrouwd, Sundahl leek de eeuwige vrijgezel. Ze konden urenlang opgewonden praten over motorfietsen, vliegtuigen en horloges. Styling had hun grootste aandacht. De boel moest gestroomlijnd en glanzen voor een Indo.

Ik weet niet of ook Sundahl als tolk bij de Nederlandse mariniersbrigade had gediend en voor de Indonesiërs had moeten vluchten. Anders dan Soerabaja Papa sprak hij niet over de oorlog, althans niet met mij als jochie van nog geen tien in zijn buurt. Toch had hij een nerveuze levendigheid over zich, iets kwajongensachtig. Was het een opgejaagdheid met de herinnering aan de oorlog die hem aldoor op de hielen zat? Sundahl was het type van de waakzame Indo die in een oogwenk een situatie kon overzien en als het moest pijlsnel kon handelen. Een kleine tanige jongeman die stellig in een gevecht over je heen kon springen, zoals in Kung Fu-films.

Sundahl sprak veel over emigreren naar Amerika. Hij probeerde Soerabaja Papa over te halen mee te gaan. Het toverwoord was ‘sponsor’. Je had een sponsor nodig indertijd om Amerika als immigrant binnen te kunnen komen. En Sundahl vond een sponsor. En Sundahl ging, in 1960. Ik weet niet waarom ik hem zo miste. Misschien omdat zijn glimlach altijd even een glans bracht over onze armoedige huiskamer aan de eindeloze, eentonige naoorlogse laan langs het Zuiderpark.

Er kwamen brieven uit Californië. Later kwamen er foto’s van een breedlachende Sundahl achter het stuur van een Chevrolet Cabriolet. Eén blondine zat naast hem, twee zaten op de motorkap. De meisjes droegen strakke jeans. Sundahl zou ons later nog zulke jeans per post laten bezorgen. Maar ze waren te klein voor ons. Voor Sundahl waren we nog altijd die kleine jongetjes van toen gebleven. En Mama Helmond riep uit: ‘Och wat jammer, de jongens hadden er zo Amerikaans uit kunnen zien!’

Nou was dat Sundahl anders slecht gelukt.

Haagsche Courant, vrijdag 10 december 2004

Reacties zijn gesloten.