Alfred Birney schrijver, webfreak, gitarist

alfred birney is uit het jaar van de kat

Auteur    Bibliografie    Boeken    Contact    TABs    Sitemap   


Aquarium (1)

logo alfred birney Zwartwitfoto uit de late jaren vijftig. Kartelrandje, vergeeld, maar zonder nostalgische waas. Een klein aquarium op een gammel tafeltje met geruit kleedje. De cylindrische lichtkap ligt als een Duitse torpedo op de afdekruit in dit stilleven.

Mama Helmond scheldt op het aquarium. Dat vieze ding stinkt met die vieze vissen, die vieze planten, die vieze slakken, die vieze algen en die vieze wormen die de bodem inkruipen. Zo zal het in Indië dan zeker ook wel altijd hebben gestonken.

Soerabaja Papa heeft het aquaristisch niveau van iemand die een goudvis in een kom in de vensterbank houdt. Op een dag worden de vissen door een onhandige manoeuvre van hem geëlektrocuteerd. Hij dankt de kleine bak af en laat op zijn vrije zaterdagmiddag twee Hollandse collega’s een grotere ons huis binnensjouwen. Mama Helmond gaat in de keuken een half pakje Laurens zitten leegpaffen, maar mijn broertjes, zusjes en ik zijn geïmponeerd. Het gevaarte staat op een stalen rek en er kan wel 250 liter water in. De volgende dag gaan we met de fiets naar Kijkduin en brengen een dagje aan het strand door met zoete koude thee in plastic thermosflessen en witbrood met jam. We zijn een arm gezin met een bruine vader, een blanke moeder en vijf kinderen aflopend van donkerbruin naar lichtbruin. We zitten op een gebloemd kleed in verstelde onderbroeken, afdankertjes van Soerabaja Papa, die ze ‘pendeks’ noemt. De badgasten bekijken ons alsof we van een andere planeet zijn gekomen.

Aan het einde van de dag keren we terug met fietstassen vol duinzand. Soerabaja Papa denkt dat het zeezout er wel uit weg zal spoelen. Hij neemt de grote metalen wasteil, waarin Mama Helmond de lakens wast en de kleinsten zich moeten baden, en kiepert de fietstassen erin leeg. Een tuinslang wordt in het zand geduwd en het water stroomt lustig, zoals vroeger in Indië, daar had je watervallen, hier heb je niks van dat, het leven is eentonig in Holland.

Soerabaja Papa heeft de achterruit beschilderd in de kleuren van een guerrilla-uniform. Hij heeft de lekkende hoekjes gedicht met stopverf en een laagje potaarde aangebracht en er het duinzand overheen gekwakt. Zeulend met emmers water vullen we het aquarium tot de rand. Uit de sloot langs het sportveld aan de overkant van onze naoorlogse Haagsche portiekwoning halen we waterpest, dat volgens Soerabaja Papa bijna zo snel groeit als bamboe.

Soerabaja Papa is ongeduldig en geeft het prille paradijs geen kans om aan te slaan. Er zal en moet vis in zwemmen. We worden met schepnetten naar de overkant gestuurd en keren terug met een paar stekelbaarsjes. Die liggen de volgende dag op hun rug in het brakke water. Soerabaja Papa haalt zijn schouders op. Maar wij begraven ze plechtig in de openbare achtertuin, terwijl Mama Helmond aan haar kapsel frunnikt achter haar pas gezeemde ramen.

Haagsche Courant, vrijdag 23 mei 2003