Alfred Birney schrijver, webfreak, gitarist

alfred birney is uit het jaar van de kat

Auteur    Bibliografie    Boeken    Contact    TABs    Sitemap   


Archipel Magazine herfst 2008

archipelmagazine-herfst-2008 Het is altijd weer een feest wanneer er ergens een nieuw verhaal van je verschijnt, op papier welteverstaan. Mijn nieuwste verhaal is getiteld Matagora, naar de naam van de hoofdpersoon, en staat afgedrukt in het herfstnummer van Archipel. Het verhaal speelt in de jaren vijftig en zestig. Het is mooi opgemaakt, jammer alleen dat iemand heeft zitten klungelen door om en om gedachtestreepjes voor mijn aanhalingstekens te zetten, kennelijk om de dialoog tussen moeder en zoon te verduidelijken, met als gevolg dat de typografie rommelig oogt. Het is ook altijd wat met die eindredacteuren en vormgevers. Ik heb nog nooit iemand gehoord die zijn of haar tekst precies terugzag zoals die was aangeleverd: in geen krant, tijdschrift of boek. Op zich is dat zo’n ramp niet, als het er allemaal maar beter op werd. Maar dat is in vrijwel alle gevallen niet zo. Blijft een feest natuurlijk, een nieuw verhaal, en op elk feest gaat er wel wat aan scherven.

Archipel opent het herfstnummer met onder meer een wat zure kanttekening over de uiteindelijke bestemming van het Indisch Huis, op Landgoed Bronbeek, jawel. Verderop in het nummer wordt er dieper op ingegaan, maar het blijft voer voor ingewijden. Wil je echt weten hoe de vork in de steel zit, lees dan Lizzy van Leeuwens Ons Indisch erfgoed. En ja, dan nóg blijven er vragen, want geschiedschrijving is niet altijd wat het voorgeeft te zijn. Een fraai staaltje daarvan zie je terug in een artikel over de jaren na de dekolonisatie in Indonesië. Onlangs citeerde The Jakarta Post een Indonesische historica als volgt: “De meeste Indo-Europeanen zijn tijdens de Japanse bezetting naar Nederland vertrokken.”

Zullen ze die volstrekte onzin nou voor zoete koek nemen, al die expats die The Jakarta Post lezen? De oprichters en hoofdredactie van die bepaald niet onaanzienlijke krant zijn Engelsen. En al hebben de Engelsen een uiterst sterke journalistieke traditie, deze leugen slipt er toch maar moeiteloos doorheen.

Het heeft wel iets herfstachtigs, dit nummer van Archipel. Hoe kan het ook anders, waar de zogenaamde kwaliteitskranten het gewoon af laten weten in hun berichtgeving over Indonesië, het belangrijkste land waar Nederland een “speciale relatie” mee beweert te hebben (andersom is dat overigens niet het geval). Zo is er een reportage over de zeer moeizame verzoeningspogingen tussen christenen en moslims op de Molukken. Een tweede reportage over een nachtje ergens in Birma zal alleen toeristenhaters van de bank doen opveren:

“Op een teakhouten desk staat een bakelieten telefoon die nooit rinkelt: er is een ontbijtzaal vol ongedekte tafels en een veranda waar niemand zit.”

Toch lijkt mij een tocht naar dat gebied nog altijd vrolijker dan een verblijf in Papua’s Agats, een derde reportage, dat als volgt eindigt: “Maar misschien valt er tussen de modder ook niet zo veel te lachen.”

Gelukkig is Archipel rijk aan allerlei bijdragen. Er staan columns in van Frans Lopulalan, Hans Vervoort, Roy Piette, Emma Kwee en Kirsten Vos. Bali lacht ons toe met een reportage over het Museum Puri Lukisan in Ubud, dat 50 jaar bestaat, plus een verslag van de John Fawcett Foundation over het gebruik van mobiele klinieken tegen staar, de grootste veroorzaker tegen blindheid in Indonesië. Voor de gastronomische rubriek wordt ditmaal Zandvoort aangedaan, de museum- en boeken pagina’s staan weer vol met tips en er is een wonderlijk verslag over de oudste spoorlijn van Java. Die voert van Semarang naar Solo. Nooit geweten dat daar een spoorlijn liep. Wat dacht je van rijden per trein over water? Hoe dat kan? Ren maar naar de kwaliteitskiosk voor dit nummer van Archipel Magazine of neem een abonnement. Dan weet je het.