Archipel winternummer 2008/2009
Mijn nieuwste verhaal in Archipel Magazine heet De kali van Dudok. Het speelt in Den Haag, jaren vijftig, het begint als een essay over de architect Dudok en het eindigt als een vertelling. Ik speel graag met metamorfoses, liefst zo ongemerkt mogelijk.
Het is verrassend om weer een bijdrage van Rudy Kousbroek aan te treffen. Zoals gewoonlijk paart hij scherpzinnigheid aan onnozelheid en natuurlijk moet hij weer eens iemand te grazen te nemen. Als er iemand is die alleen kan schrijven als reactie op wat een ander doet, dan is het Rudy Kousbroek wel. Ditmaal is Wim Willems aan de beurt, die onlangs met een biografie van Tjalie Robinson kwam. Lizzy van Leeuwen krijgt ook een veeg uit de pan, maar dat mag geen naam hebben. Rudy Kousbroek claimt méér dan wie ook aan de erkenning van Tjalie Robinsons te hebben bijgedragen. Ik zou dat graag hebben geloofd, als Tjalie inderdaad die erkenning had gekregen. Grappig toch, hoe Rudy Kousbroek het steeds weer klaarspeelt om in één stuk de spijker op de kop en tegelijk de hamer op zijn eigen duim te slaan.
Ik ervaar het als uiterst hinderlijk wanneer mensen een claim leggen op een overleden schrijver. Helga Ruebsamen merkte tijdens een optreden op Crossing Border op dat Tjalie Robinson bij leven werkelijk geen poot aan de grond kreeg met zijn verhalen en novellen. Wim Willems, zijn biograaf, probeerde aan mij de uitspraak te ontlokken dat de Indische gemeenschap niet had kunnen bestaan zonder de figuur Tjalie Robinson. Dat is natuurlijk kolder, dat moet je omdraaien: eerst is er zoiets als een gemeenschap en die brengt grote figuren voort.
Het is aardig, of desnoods van grote importantie, dat vergeten schrijvers door biografen en essayisten voor het voetlicht worden gehaald. Het getuigt van groter inzicht, smaak en kracht wanneer je je inzet voor schrijvers die nog leven en het voetlicht nauwelijks halen. Helga Ruebsamen heeft in haar tijd als journaliste bij Het Vaderland althans nooit iemand gezien die zich sterk maakte voor de figuur Tjalie Robinson. Het was maar heel even dat hij lovende kritieken oogstte, daarna werd hij een marginale figuur. Vergelijkbaar is Edgar Caïro uit de Surinaamse letterkunde.
Dat hedendaagse schrijvers uit immigrantengroepen wél blijvende aandacht krijgen, ligt voornamelijk in de voortdurende negatieve aandacht van immigranten in de pers en het politieke debat. Die moet in balans worden gehouden. Bovendien is hun geschiedenis lang zo complex niet als die van mensen uit Indonesië en Suriname. Dáár liggen eeuwen van Nederlands kolonialisme en daar loopt men hier liever in een wijde boog omheen.