Iemand mailde me dat ze lang niets van zich liet horen vanwege familieomstandigheden. Ze schreef dat zij de hand van haar grootmoeder in dier laatste uur heeft vastgehouden en dat het haar verbaast dat de verbondenheid van twee levens werd teruggebracht tot slechts één uur waarin dat werkelijk werd ervaren. Ik mailde haar terug dat haar relaas mij deed denken aan Marguerite Duras, die goed met dergelijke thema’s overweg kon. In Kawabata’s Duizend kraanvogels speelt het verhaal zich af rond één jongeman en drie vrouwen, terwijl de belangrijkste ‘aanwezige’ de overleden vader is van de jongeman. Ik kocht het boek in 1989. Indertijd noteerde ik nog de aankoopdatum in boeken en op grammofoonplaathoezen. Ik herinner me dat ik het boek niet uitlas, dat ik er slaap van kreeg, dat het me kortom verveelde. Nu ik het herlees, merk ik dat ik moeite heb de namen van de personages uit elkaar te houden, zoals vroeger met die klassieke Russische romans. Het duurt lang eer ik me enige voorstelling van twee van de drie vrouwen kan maken. Maar het begint me, met enige wilskracht, onderhand te lukken. Waarom het boek me zo aantrekt is juist dat het lot der levenden zo bepaald wordt door de overledenen. Het doordesemt ook het manuscript, waaraan ik momenteel werk. Dit is geen opzet. Ik begin het alleen maar te zien. Je begint te begrijpen wat jou ooit zo aantrok in het werk van een bepaalde schrijver. Het leven is herhaling. Herlezen leert dat de beleving wijzigt.