Bep

hat logo meneer b Ik geef het op, het zoeken naar een goede huishoudelijke hulp. Ze bestaan niet meer, zijn uitgestorven, van de aardbodem weggevaagd, ze horen bij vervlogen tijden en ikzelf doe dat waarschijnlijk ook. In de jaren zestig had ik het geluk bij een extreem agressieve vader te worden weggehaald en ondergebracht in een tehuis in Voorschoten: een oud landhuis met vijver, bosje, voetbalveld. De vloeren in de dagverblijven en de slaapzalen waren van linoleum, in de gangen van graniet en in de kamers van leidinggevenden van parket. Ze werden dagelijks geveegd en gedweild en wekelijks geboend. Ik haatte de geur van boenwas: parfum van autoriteit en rigiditeit. Pas behandeld linoleum maakte me humeurig. Maar het meest haatte ik de dweillucht die aldoor in de gangen hing. Nu, jaren later, besef ik hoe vakkundig onze werkster was. Ze heette Bep. Ze was al een oud wijf van 25, rook naar ammoniak en had een enorme boezem: haar redding tegen de pestkoppen onder ons. Ik mocht Bep graag. Ze was oliedom, maar er viel niets slechts in de meid te ontdekken. Ze mocht mij ook en liet dat graag merken door mij liefkozend een nat vaatdoekje in mijn snoet te wrijven. Dat soort vakvrouwen bestaat dus niet meer. Mijn huishoudelijke hulp weet niet eens hoe ze een dweil om een luiwagen moet slaan. Als ze al weet wat een luiwagen is. Nou Bep… eh… ik was je nog vergeten te zeggen dat, dat, dat, eh… ik van je hou, Bep. Nou, tabé Bep!

Reacties zijn gesloten.