Bewegingen van heimwee

alfred birney - bewegingen van heimwee Alfred Birney
Bewegingen van heimwee

roman
Uitgeverij In de Knipscheer
Amsterdam 1989
Paperback 168 blz. 13 x 20 cm
omslagontwerp Katja Lucas
vormgeving Hendrik Barends
ISBN 90 6265 300 6 NUGI 300
Uitverkocht!

Roman over het internaatsleven in de jaren zestig, gecomponeerd rond fraaie sfeertekeningen.

In Birney’s veelgeprezen debuutroman “Tamara’s lunapark” (1987) neemt een niet nader genoemd tehuis een opvallende plaats in tussen alle andere gebouwen. Leo Sanders komt er een keer terug, maar zijn lotgenoot Mark de Wolf blijft er aldoor naar terugkeren. Bij zijn reconstructie van het verval van zijn geliefde tehuis komen herinneringen aan personen weer boven. Misschien zal hij deze mensen na bijna twintig jaar weer terugzien op de reünie, wanneer het gebouw allang niets meer is dan een paradijselijke luchtspiegeling voor de een, en een spookkasteel voor de ander.

Deze roman krijgt een poëtische dimensie, die het verhaal boven een sociaal-realistische case-story verheft. Die Birney moest maar eens goed in de gaten worden gehouden. – Haagsche Courant

Birney lijkt steeds te aarzelen tussen gevoeligheid en vlakheid, tussen precisie en vluchtigheid. – de Volkskrant

Er zijn prachtige en indrukwekkende passages in dit boek. Nergens trapt Birney in de valkuilen van het genre, waarin de verhalen over de ellende van het kostschoolleven en de ontwakende seksualiteit al te graag opgesmukt en aangezet verteld worden. Birney blijft daar ontwapenend en overtuigend sober en oprecht in. – Het Binnenhof

* * *


Terug naar Nergenshuizen
(Uit: Haagsche Courant, vrijdag 6 oktober 1989)
Jan-Hendrik Bakker over Bewegingen van heimwee

Het schijnt normaal te zijn. Kinderen die in een tehuis zijn opgegroeid, krijgen het later soms ernstig te kwaad met gevoelens van heimwee. Wie uit een van de warme hoeksteentjes van de samenleving komt, klinkt dat paradoxaal in de oren: terugverlangen naar zoiets kils als een tehuis? Het is een staaltje van ernstige onwetendheid, zo blijkt gauw uit Alfred Birney’s nieuwe roman ‘Bewegingen van heimwee’. Bijna alle daarin voorkomende personages, die een jeugd delen, doorgebracht in het Voorschotense tehuis ‘Nieuw-Voordorp’, worden geplaagd door melancholie over wat voorbij is.

Zo gek is het verschijnsel nader beschouwd natuurlijk helemaal niet. Even inleven, en je begrijpt dat het buiten de muren van het tehuis nog veel kouder moet zijn. Heimwee is een voor de hand liggende reactie, veel makkelijker te plaatsen in elk geval dan een onbestemde soort melancholie dat Leo Sanders te pakken heeft in Birney’s eerste roman ‘Tamara’s lunapark’. Leo Sanders wordt gekweld door het erotische verlangen terug naar de baarmoeder. Mark de Wolf uit ‘Bewegingen van heimwee’ wil terug naar het (verdwenen) tehuis in Voorschoten.

Concreter

Zo gezien is Birney’s tweede roman een stuk concreter, zelfs de letterlijke betekenis van het woord ‘heimwee’ is precies op maat. ‘Bewegingen van heimwee’ vertelt over de ex-pupil Mark de Wolf, die na zijn tehuisjeugd niet de wijde wereld in trekt, maar in Den Haag blijft hangen. Hij mist de geborgenheid van ‘Nieuw-Voordorp’.

Zijn ‘bewegingen’- in de dubbele betekenis van ruimtelijke verplaatsingen en beweegredenen – worden door het verleden ingegeven. Intussen is van het tehuis niet meer over dan een lege plek. Mark is dus niet alleen op zoek naar de verloren tijd, maar ook naar Nergenshuizen. Een mens vernadert niet alleen in de tijd, maar ook met het wisselen van de decors, beseft hij.

Met dat laatste gegeven krijgt deze roman een poëtische dimensie, die het verhaal boven een sociaal-realistische case-story verheft. Het is net, als ‘Tamara’s lunapark’, een concrete geschiedenis van een in tijd en ruimte verloren geraakt individu, opgeschreven in een koel en enigszins formeel proza dat heel geschikt blijkt voor dit onderwerp.

Over het huidige privé-leven van Birney’s hoofdpersoon komen we vrijwel niets te weten. Een heden heeft hij ook nauwelijks. Mark jaagt zijn herinneringen na. Maar naarmate zijn geheugen zich openlegt, worden ook de raadsels daarin zichtbaar. De herinneringen aan twee bijzondere medepupillen, een zekere Arnout en het meisje Marleen, obsedeert hem meer en meer. Zij uiteindelijk hebben, geheel onafhankelijk van elkaar, zich voorgoed van het tehuis los weten te maken. Maar hoe? Ze zijn opgelost in het niets, Mark kan ze niet meer traceren.

Labyrint

‘Bewegingen van heimwee’ is in een aantal opzichten een veel simpeler boek dan Birney’s bewonderingwekkende debuut. Het labyrintmotief van ‘Tamara’s lunapark’ ontbreekt hier bijvoorbeeld. Het heeft ook minder plot en is daarom als verhaal trager. Maar je krijgt de indruk dat het zo geschreven moest worden en niet anders.

Het is in zekere zin een aanvulling op de eerste roman, het verhaal geeft de keerzijde van het Leo Sanders-gevoel. Het onderzoekt de in de herinnering vastgehouden beelden, in de wetenschap dat herinnering ‘herinnering aan herinnering’ wordt. Het boek is zo een literaire onderneming geworden, waarvan achteraf, hoop ik, zal blijken dat het een tussenstap is geweest naar een breder oeuvre.

Die Birney moest maar eens goed in de gaten gehouden worden. Misschien ontwikkelt hij zich nog wel eens tot de Nederlandse Patrick Modiano.

Uit: Haagsche Courant, vrijdag 6 oktober 1989

Reacties zijn gesloten.