Brand bij nacht

hat logo meneer b Op het moment van dit schrijven staat een van de statige herenhuizen tegenover de noordkant van mijn huis in brand. Het is een in drie etages en een parterre opgesplitste woning, waar de bewoners ongetwijfeld veel te veel huur betalen aan de een of andere huisjesmelker die momenteel overwintert in Thailand of op Bali. Ik hoorde eerst de sirene van de brandweer loeien, toen zag ik vanuit mijn keuken rookwolken uit de tweede etage komen. De wind sloeg de balkondeuren aldoor open en dicht, de bewoners – denkelijk Polen – waren het huis ontvlucht. Opeens begon de boel er te branden en toen zag ik ook de keuken op de eerste etage in lichterlaaie staan. De bewoonster, type wachtende vrouw, had bezoek gehad van haar minnaar, met wie ze de hele dag in bed lag, en was, neem ik aan, met hem mee naar zijn huis gegaan. Heeft ze haar laatste sigaret misschien slechts halfdood in de vuilnisbak gegooid, zodat ze voorlopig, zo niet voorgoed bij haar minnaar kan blijven wonen? Flitsende zaklantaarns van brandweerlieden, dovend vuur, de etage wordt uitgekamd en dan ontploft er iets in haar keuken. Fijne techniek van blussen hebben die brandweerlieden. Later bestormen ze de bovenste etage, waar elke dag een meisje staat te dansen, soms naakt, misschien vindt ze het opwindend om zo gezien te worden. Waar zullen ze uithangen, die bewoners, met wie je nooit een woord wisselt, al wonen ze jaren tegenover je? Zullen ze nog terugkeren in dat geteisterde herenhuis, dat al ouder is dan honderd jaar? Op de tweede etage, waar het Poolse stel woont, brandt het licht weer. Brandweerlieden met helmen struinen met zaklampen door het gebouw op zoek naar brandhaarden. Ik maakte drie branden mee in mijn leven. De tweede verwoestte vrijwel alles wat ik had. Zomer, anno 1975. Ik voelde me bevrijd. Soms is het een zegen om helemaal niets te bezitten, niets meer dan jezelf. Maar dan moet wel de zon schijnen.

Reacties zijn gesloten.