Brieven
Ingezonden brieven horen in de muesli van de krant. De beste laten zich lezen als columns. Soms kun je zien dat de redactie een brief heeft ingekort en vraag je je af wat er verder zal hebben gestaan. Er zijn notoire brievenschrijvers en er zijn er die eens een keertje schrijven. Brievenschrijvers zijn opener dan bellers. Een beller doet zijn of haar verhaal aan de telefoon zonder dat je er als lezer iets van hoort. Bellers verwachten direct effect van hun reacties. Brievenschrijvers heb je in drie categorieën. De eerste richt een brief aan de redactie. De tweede richt hem aan de auteur en stuurt hem per adres naar de krant. De derde snort het e-mailadres van de auteur op voor direct contact. Er is ook nog een categorie die de krant belt met het verzoek om het adres van een auteur, maar in tijden van stalking, bommeldingen en dergelijke acht de krant het niet kies de adressen van haar auteurs prijs te geven. Het komt zelden voor dat kritiek rechtstreeks wordt geuit aan een auteur. Dat vraagt immers om een weerwoord. De meeste kritiek komt op het redactiebureau terecht. Dat lijkt effectiever, want je kunt als lezer hopen dat de persoon aan wie je de pest hebt eruit wordt geknikkerd. Ik droom van een wekelijkse krantenpagina met uitsluitend ingezonden brieven, waaronder wij (columnisten, journalisten, publicisten) onszelf eventueel in korte cursiefjes kunnen verdedigen, de afzender in het gelijk stellen of desnoods vragen: waarom vind u dat ik op moet krassen? Zo wordt de brievenschrijver ten volle stem en functie verleend.
Haagsche Courant, maandag 8 juli 2002


