Mijn naam is Meneer B. en een rusteloosheid dreef me vanavond mijn huis uit, de fluwelen verregende straten door. De nieuwe straatlantaarns geven een fel wit licht waarbij de mens zich veiliger moet voelen, maar de televisie houdt ze nog altijd binnen in dit saaie land. Mijn gitaarkoffer voelde loodzwaar aan, het is decennia geleden dat ik regelmatig met een gitaar over straat ging, ik zal het wel ontwend zijn. Uit luiheid had ik mijn gitaar afgelopen kerst thuis gelaten toen ik bij een vriend ging dineren. Ik vertelde hem wél dat ik een nieuwe gitaar had, met een rinkelende klank, en ik beloofde hem het instrument te komen tonen. Dat was vanavond. Het was zo stil in mijn huis, maar in zijn huis was het nog stiller. Mijn vriend opende de voordeur op een manier die ik niet van hem kende. Ik bleef met mijn gitaarkoffer tussen mijn voeten staan terwijl hij het doodsbericht bracht van een goede vriendin, een vrouw die ik heb gekend. Ik wist dat ze ziek was. Tachtig is een mooie leeftijd. Hoe ouder je wordt, hoe minder doodsberichten je shockeren. En hoe meer je praat over lichamelijke ongemakken, die je vergezellen naar de dood. Dingen die je als adolescent helemaal niet horen wilt. Gelukkig wist ik mijn vriend op te beuren met mijn gitaar. Zijn vrouw zette zelfs de televisie uit. Ik haat de televisie. De televisie houdt de mensen thuis. De televisie lijkt de werkelijkheid te tonen, maar het biedt pulpfictie van het allerlaagste niveau. Maar ik dwaal af.
Categorie archief: Meneer B.
De avond valt
Ik stond zonet op het balkon een ecologisch sigaretje te roken en werd aangestaard door zwarte wolken die de grijsblauwe lucht kwamen verkrachten. Ze herinnerden mij aan mijn voornemen met roken te stoppen als het jaar sterft. Het jaar zal sterven met oud en nieuw, wanneer vuurwerk de lucht zal verlichten. Ik begreep opeens wat het betekent wanneer je zegt dat de avond valt. Vallen is een neergaande beweging. De nacht drukt neer. Dwingt je te gaan liggen op de bank of naar bed te gaan. Met dageraad komt de zon op. Opkomen is een opwaartse beweging. Je wordt gedwongen je bed uit te komen. Natuurlijk hoef je daar geen gehoor aan te geven. Doe je dat niet, dan herinneren de mensen je eraan dat je op moet staan. De mens is namelijk geen nachtdier. Toch valt er ’s nachts heel goed te leven. Vooral als je schrijft. Het zal ongetwijfeld ongezond zijn om ’s nachts te leven. Je krijgt te weinig daglicht en ontwikkelt een tekort aan vitamine D. Verder is het zo dat je buiten het dagelijkse leven staat en veel afspraken moet missen. De nacht is voor kluizenaars. Mafkezen. Freaks. Internetverslaafden. Maar ook voor nachtwakers. Ik waak over de nacht. Ik heb een haat-liefdeverhouding met de nacht. Als ik slaap kan ik overvallen worden door nachtmerries. Waak ik, dan houd ik nachtmerries op een afstand. Dit betekent niet dat ik overdag geen nachtmerries kan krijgen. Als ik eens vroeg op moet, dan lijkt de dag een nachtmerrie.
18-12-2011 17:34:07
Mensentypen
Mijn naam is Meneer B. en hoe ouder ik word, hoe meer klonen van mensen ik om me heen ga zien. Marcel Proust had het in zijn À la recherche du temps perdu (Op zoek naar de verloren tijd) al over mensentypen als terugkerend verschijnsel. Nou heb ik meer óver zijn persoon en werk dan proza van hemzelf gelezen. Voor zover ik weet staat er iets over menstypen in de delen getiteld In de schaduw van de bloeiende meisjes, – enigszins vergelijkbaar met de archetypes van Jung, waarop veel varianten groeien. Dit hiaat in mijn belezenheid neemt niet weg dat ik vanmiddag een jonge vrouw, of ouder meisje in de rij bij de kassa zag staan. Ze had iets weg van de jonge Françoise Hardy in de jaren zestig. Brunette met een dikke pony, lang sluik haar, artistiek voorkomen, wat dromerig. Op elke middelbare school liep er wel een kloon rond, een halve eeuw terug. Niet als lustobject, eerder als onbereikbaar ideaal dat al was vergeven aan de beste gitarist uit de buurt. Op de fiets naar huis werd ik door een jongen van een jaar of twintig vanuit een abri nagekeken. Hij had veel weg van die burgerhippies van weleer. Is het zo dat deze jonge mensen zich graag spiegelen aan onze generatie? Is het mensentype simpelweg onderhevig aan zoiets als mode? Charles Bukowski zei eens in een televisie-interview dat het leven herhaling is. Uiteraard was hij niet de eerste die dat opmerkte. Maar hij zei het omdat hij al wat moe was van het leven.
Postzegelarmoede en zo meer
Mijn naam is Meneer B. omdat Meneer A. sneller is. Ik verwacht niet dat u dit begrijpt. Omdat Mercurius vandaag een vierkantsaspect maakt met mijn Mars zou ik vandaag uit mijn humeur moeten zijn. Dat kan wel kloppen, want gelachen heb ik vandaag nog niet. De zon schijnt niet, het waait, nu en dan doet de regen een poging de dag nog grijzer te maken dan hij al is, er ligt vervelend werk op me te wachten en voor mijn boodschappen moet ik alle windrichtingen op. Omdat het internet steeds meer een bron van inbreuk op de privacy van de mens wordt, bezoek ik aldoor vaker een postagentschap voor het versturen van brieven. De garantie dat je brieven niet door derden gelezen worden is er nooit geweest, maar ze bestaat wél. Met de komst van de elektronische post is het briefgeheim opgeheven. Helaas gaat het met de romantiek van brieven verzenden wel achteruit. Het nieuwe postzegelsysteem van zegels met het cijfer 1 of 2 lijkt mij de doodsteek voor postzegelontwerpers. Elke tariefverhoging was een feest voor ze. Fijn goochelen met andere cijfertypen, afbeeldingen en meer van dat. Eerst nemen ze met de invoering van de euro de vormgevers van de bankbiljetten te grazen – Nederlandse bankbiljetten waren vermaard – en nu dit. Nou is het wél zo dat we bijkans omkomen in de grafische vormgevers. Niet direct een vak om voor te kiezen als je jong bent. Tenzij je zeer begaafd bent en de monotonie in het vak kan doorbreken.
Vandaag bracht ik mijn in januari
Vandaag bracht ik mijn in januari gekochte gitaar terug naar de winkel voor een servicebeurt. Ik wandelde naar het Zeeheldenkwartier met de overdreven zware gitaarkoffer langs het huis van Adriaan, die geen ogenblik in mijn herinnering kwam. Dat kan ik nu schrijven, omdat ik nu pas aan hem terugdenk. Ik zong en speelde zijn lijflied These Days van Jackson Browne op zijn begrafenis. Hij stierf in januari 2008 aan een ziekte die je je ernstigste vijanden niet zou toewensen. Hij heeft mijn nieuwe gitaar nooit gekend. Ze is blond en van een schitterende eenvoud. Chinese makelij, reeds doorgedrongen bij de kenners, nog niet bij het peloton singer-songwriters, dat bij voorkeur op Amerikaanse gitaren speelt. Eastman is het merk, maar mijn gitaar is een dame. De lak is wat geheimzinnig en maakt de hals snel stroef onder je glijdende duim. Een bevriende gitarist is de hals met vochtig gemaakt extreem fijn schuurpapier te lijf gegaan. Dat hielp. De verkoper zei me dat het een kwestie is van een half jaar spelen. Een probleem is de hoge e-snaar, die net niet zuiver is te stemmen. De brugzadel zal een fractie van een millimeter bijgesteld moeten worden. Ik ben mijn liefje een dag of tien kwijt. Op de terugweg kwam ik langs een van mijn oude adressen, maar ook dat komt nu pas in mijn herinnering terug. Ik zou een verhaal kunnen schrijven over iemand die heen en terug door een straat loopt die veranderd is en toch hetzelfde is gebleven. Het leven.