De mensheid wordt geteisterd door

hat logo meneer b De mensheid wordt geteisterd door een boekpresentatiepandemie. Als ik alle boekpresentaties zou bezoeken waar ik voor uitgenodigd ben, dan had ik geen tijd meer om te lezen. De slechtste uitnodigingen komen met datum en zonder dag. Dus: 24 mei 2011 om 16:00 uur. Je moet dan maar op de kalender zoeken welke dag het is. Op dezelfde datum vindt er om 18:00 uur een boekpresentatie plaats in een andere stad. Het is niet duidelijk hoelang de eerste boekpresentatie zal duren, maar aan het programma te oordelen zal dat zéker 18:00 uur worden. Zonder tijdmachine kan je dus niet beide boekpresentaties bijwonen. Een dag later vindt er weer een boekpresentatie plaats, een paar honderd meter van de eerste vandaan. Deze niet aflatende boekpresentaties maakt het publiek blasé. Ik ken een schrijfster die haar boekpresentatie opfleurde met een korte toneelvoorstelling, filmfragmenten, muziek en een koud buffet, en nóg kwam er bijna geen hond kijken. Zelfs al geef je je boeken weg, met een dvd plus een volledig verzorgd weekend voor twee personen naar Londen, dan nog mag je blij zijn als de zaal voor de helft gevuld is. Alleen schrijvers die zich nadrukkelijk op televisie presenteren, krijgen zalen vol. Dat geldt vooral voor sexy personen. Mijn zoon zei laatst dat hij verwacht dat kunst zal verdwijnen. Hij bedoelde alle kunstvormen: muziek, beeldende kunsten, theater, literatuur en filmkunst. Kunst verliest kortom haar exclusieve karakter. Geld verdienen is onderhand de hoogst denkbare kunstvorm in de ogen van amateurs en vijanden van de schone kunsten.

Het recenseren van een boek

hat logo meneer b Het recenseren van een boek is een straf. Verreweg de meeste boeken zijn de moeite van het lezen niet waard. In het pré-internettijdperk was het minder erg gesteld: het aanbod was kleiner. Een handgeschreven of uitgetypte tekst zag er nooit zo mooi uit als later in een boek. Dat gaf de schrijver een extra stimulans zijn tekst te herzien. Vandaag de dag waant een miljoen Nederlanders zich talentvol genoeg voor het schrijven van een boek, aangezien men met muis en toetsenbord overweg kan. Enkele maanden terug weigerde ik een slaapverwekend boek van een gelauwerd Amerikaanse debutant, een epigoon van Gabriel García Márquez, te bespreken. De hoofdredacteur van het tijdschrift in kwestie stuurde me onlangs weer een boek, ditmaal een reisverslag door China van een Nederlandse debutant. Ik gebruikte vijf dagen om me door het boek te worstelen en besprak het in 750 woorden, wat voor de jonge schrijver in kwestie toch een eer moest zijn. De hoofdredacteur vond mijn vernietigende toon zó leuk dat hij er persoonlijk kond van deed op het prikbord van mijn Facebook. Een week later mailde hij me echter dat de redactie had besloten het stuk niet te plaatsen. Het tijdschrift is niet langer meer een plaats waar boeken worden afgekraakt. Kortom: de duim omhoog of niks. Er volgde nog heel wat gesteggel, omdat men niet van plan was mijn honorarium te betalen. Nu ik dat pleit eenmaal gewonnen heb, heb ik besloten om nooit meer één woord vuil te maken aan welk boek dan ook.

De middagtemperatuur daalde

hat logo meneer b De middagtemperatuur daalde vandaag naar 18 graden Celsius, perfect fietsweer. Ik fiets de laatste tijd te weinig, vanwege de werkzaamheden aan de kust. De boulevard lag op elk parcours dat ik reed en ik verheugde me er altijd op hem af te fietsen om een blik op de zee te kunnen werpen. Nu is het strand zo verbreed dat je vanaf het provisorisch aangelegd voetpad nauwelijks de zee ziet. Badgasten liggen zó ver uit elkaar, dat je je moeilijk kan voorstellen dat mensen elkaar flirtend ontmoeten. Verleden week werd ik op het voetpad aangehouden door een paar jonge agenten. Ze vroegen me of ik van mijn fiets wilde stappen. Ik zei dat ik dat liever niet deed vanwege een blessure aan mijn linkerheup, maar het leek me beter gevolg te geven aan hun wens, al scheen die hen eerder ingegeven door verveling dan door dienstklopperij. Later zag ik op een of andere website dat men bovenop de nieuw aangelegde duinen een fietspad had aangelegd. Dat fietspad ben ik vanmiddag vergeefs gaan zoeken, klimmend en dalend met mijn mountainbike in een labyrintisch Scheveningen, dat in een zanderige bouwput is veranderd met leegstaande panden waar ooit bars en restaurants floreerden. Vanaf een oud weggetje langs een monsterlijk nieuw duin keek ik omlaag en zag ik dat er inmiddels een fietsstrook is aangelegd waar ik eerder moest afstappen. Ik fietste voorbij een oude, grijze man, die met zijn armen op zijn rug naar een toekomst keek die hij niet meer mee zal maken.

Mijn mecenaat liet me vandaag

hat logo meneer b Mijn mecenaat liet me vandaag per brief weten dat er een geldbedrag voor me is gereserveerd ter ondersteuning en stimulering van mijn schrijfprojecten. Dat komt me goed uit, dan hoef ik om zo te zeggen niet van de straat te eten. Ik ben onmiddellijk begonnen mijn achterstallige boekhouding op orde te brengen. Dat kost me veel tijd, te veel, altijd. Ik vind het hoogst ordinair om me met zaken als geld bezig te houden. Was ik beroemd, dan zou ik een secretaresse nemen. E. du Perron had ook een hekel aan geldzaken. Die lagen beneden zijn waardigheid. Nu ik de aanmaningen heb betaald, ligt er nog een berg aan brieven en formulieren en overige uitingen van bureaucratie te wachten. Ik denk niet dat de bureaucraten die papieren zelf ook maar onder ogen krijgen; men vergadert wat, men schopt heibel met collega’s, men meldt zich ziek enzovoort. Ik heb dus te maken met computers, ik schrijf naar computers, ik mail naar computers of ik negeer ze eenvoudig. Mijn mecenaat evenwel bestaat uit een min of meer heterogene groep mensen die zich laten adviseren door zogenoemde kenners van de literaire kunsten. Wie dat zijn, zou ik niet weten. Uiteraard zijn de ware kenners van de literaire kunsten de schrijvers zelf. Dus niet de recensenten, wetenschappers en overige schriftgeleerden. Zo is het ook met muzikanten. Die kunnen beter beoordelen hoe goed iemand op zijn instrument is dan het gewone publiek. Een probleem is dat het gewone publiek zich door goedbetaalde televisiepersoonlijkheden laat leiden.

Een recensent oude stijl schreef eens

hat logo meneer b Een recensent oude stijl schreef eens dat goede literatuur bedoeld is om de ander te ontdekken. Met deze uitspraak plaatste hij zich lijnrecht tegenover de opvatting dat de lezer zichzelf terug moet kunnen vinden in goede literatuur. Veel lezers stellen herkenbaarheid voorop. Een jonge vrouw vertrekt naar Parijs, Rome of Barcelona om zichzelf terug te vinden na een op de klippen stukgelopen relatie. Iemand verliest een geliefde aan een afschuwelijke ziekte, aan een verkeersongeluk of aan een vertrouweling(e). Iemand leest een boek na kennismaking met de verfilming. Iemand leest een boek omdat het nummer 1 staat in de boekentoptien. Iemand leest een boek omdat de schrijver veelvuldig op televisie is. Iemand leest een boek van een schrijver die een grote literaire geldprijs heeft gewonnen. Iemand leest een boek dat door miljoenen over de aarde worden gelezen. Zulke mensen lezen niet om zichzelf noch om de ander te ontdekken. Ze volgen gewoon slaafs de mode. Avontuurlijke lezers ontwikkelen een eigen smaak door te leren lezen, wat een kunst is, hoe plat dit ook klinkt. Ik heb de indruk dat dit percentage lezers niet lager of hoger ligt dan, zeg, 50 of 100 jaar terug. Schrijvers als Couperus en Vestdijk haalden tijdens hun leven lang niet altijd herdrukken. Boeken van bestsellerauteurs verdwijnen vaak tegelijk met hun scheppers diep onder de grond. Ook komen er boeken van schrijvers na hun dood pas tot leven. Sommige boeken die nooit voor publicatie waren bestemd worden zelfs na 1000 jaar nog gelezen, zoals Sei Shōnagon’s Hoofdkussenboek.