Correcties
Ik ben een week of twee bezig geweest met de laatste correcties aan mijn boek. Dat wil zeggen: ik heb wat zinnen verbeterd en voor de rest ben ik gaan zitten piekeren over zaken waarmee ik u maar niet lastig zal vallen. Ik ben slecht in keuzes maken. Nou zegt men dat het niet maken van keuzes ook een keuze is, maar met die onzin kom je niet ver als je een definitieve versie van je manuscript moet inleveren. Ik treuzelde enorm, totdat afgelopen zondag – ja de zevende dag – mijn uitgever opeens vroeg of ik de tekst nog die avond wilde inleveren. Dan kon de persklaarmaker er de volgende dag mee aan de gang. Ik beloofde het manuscript uiterlijk middernacht per e-mail in te leveren en ging als een gek aan de slag.
Om tien over half twaalf zag ik dat ik het nooit zou redden. Ik verklaarde 00:00 uur als zijnde een ontijd en pakte er nog maar wat uurtjes bij. Ik was die middag namelijk op het zotte idee gekomen om nog wat te gaan schuiven met twee hoofdstukken, zodat er een soort van parallelle vertelling door het verhaal kon gaan stromen, als u begrijpt wat ik bedoel. Maar de tekst was al zo gelaagd, al zie je dat er niet direct aan af (en zo hoort het ook). Ten leste besloot ik om de twee hoofdstukken eenvoudig weg te gooien, te deleten, te ditchen, te dumpen, te wissen – wat is het heerlijk om daar allerlei werkwoorden voor te zoeken. Pas toen dat eenmaal gebeurd was, voelde ik dat het goed was. Dat het die twee hoofdstukken waren die me de afgelopen twee weken zo in de weg hadden gezeten. Niet omdat ik ze steeds tegenkwam, maar vanwege hun simpele bestaan. Ze hadden geen bestaansrecht in mijn verhaal, ze voegden er niets aan toe, maakten de boel nodeloos gecompliceerd.
Vraag me niet waarom een schrijver zoiets niet eerder ziet. Het is als het optrekken met een stel vrienden, onder wie er een paar zitten die niet helemaal deugen. Ik zal maar niet met een analogie met liefdesrelaties komen.