Ik bracht gisteren de hele dag en avond door bij een vriend die niet lang meer te leven heeft. De kanker vreet hem van binnen op, aanvankelijk traag, maar de laatste dagen wordt het beest afschuwelijk gulzig. Het huist diep in zijn botten, die door al dat gewoeker zo worden misvormd dat zenuwbanen als het ware onder stroom worden gezet. Ik had ooit een hoge hernia, ik weet ongeveer het voelt. Het is alsof je kiespijn hebt in je lijf. Er is bijna geen houding die je kunt aannemen, waarin je je pijnloos kunt wanen. Bijna… Mijn vriend kon gisteren helemaal géén houding meer vinden. Er was een moment waarop ik dacht aan de slotscène uit One Flew Over The Cuckoos Nest (1975). De grote indiaan drukt uit medeleven en mededogen de held langdurig een kussen in zijn gezicht om hem zo te laten stikken. Zeg: een hardhandig soort euthanasie. Ook bedacht ik even dat als ik een revolver zou hebben gehad, ik hem wellicht de kogel had gegeven. Gelukkig knapte mijn vriend iets op na een overdosis van een of ander medicijn. Toen begonnen we grappen te maken over wat de beste manier van zelfmoord zou zijn. We kwamen overeen dat een handvol pillen nog altijd beschaafder is dan een touw om je nek, een pistool in je mond, doorgesneden slagaderen in een ligbad of een sprong van het balkon. Maar zonder gekheid; we wisten even niet hoe dat tegenwoordig zit met euthanasie hier in Nederland. De term palliatieve sedatie kenden we, maar wat dat nou precies inhield waren we vergeten. Nu weet ik het weer: men brengt de patiënt in een steeds diepere slaap, totdat de dood hem komt verlossen. Na wat ik gisteren heb gezien, een goede vriend die gek wordt van ondraaglijke pijnen, heeft de dood er een ander gezicht bij gekregen. Dat van een goede vriend.